website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Freelancer Nick Kivits speurt actief naar websites die zijn artikelen kopiëren

Nick Kivits — Geplaatst op maandag 3 december 2018, 11:00

© Maaike Putman

Persoonlijk Freelance journalist Nick Kivits is het jatwerk op internet spuugzat. Sinds een paar jaar speurt hij actief naar websites die zonder toestemming zijn artikelen kopiëren. De schadeclaims die hij eruit gooit leveren een aardige aanvulling op de omzet op. Maar… een verdienmodel is het niet.

‘Vervelend dat jij voelt dat we je auteursrecht hebben geschonden.’ Manager marketing adviseur Willem-Albert Bol wist het zeker: het interview met zijn Persgroep-collega Erik van Gruijthuijsen dat ik in maart 2016 op de website persgroep-advertising.nl ontdekte, was alles behalve jatwerk. En toch stond hetzelfde interview enkele maanden eerder al op Villa­media. En ik kan het weten, want ik was de schrijver ervan.

De advertentietak van de Persgroep kopieerde de tekst één op één naar zijn website. Maar één ding was anders: de auteursnaam was geschrapt. ‘Wij verwijzen naar een interview met onze collega’, aldus Bol aan de telefoon. ‘Dat mag gewoon van de wet.’ Mijn counter dat een tekst kopiëren geen verwijzing is maar een herpublicatie, was aan dovemansoren gericht.

Sinds 2016 treed ik fel op tegen dit soort jatwerk en ga ik er ook actief naar op zoek. Als freelancer ligt het auteursrecht op mijn artikelen bij mij. Dat betekent dat ik eerder gemaakt werk opnieuw kan verkopen of zelf kan publiceren. Verschijnen mijn teksten zomaar overal op het web, dan kan ik lezers moeilijk op mijn eigen website nog geld vragen voor toegang tot diezelfde artikelen. Want als een stuk elders gratis te vinden is, wie gaat er dan nog voor betalen?

Wanneer ik om wat voor reden dan ook chagrijnig ben (doorgaans komt het door wanbetalers), gooi ik mijn schepnet uit. Dat doe ik gewoon in Google. Meestal is alleen mijn eigen naam invoeren met de zoekfunctie filetype:pdf erachter al genoeg om iets te vinden. Met filetype:pdf scant Google niet alleen de naam van PDF-bestanden, maar ook wat er ín die bestanden staat. De functie filetype:docx doet hetzelfde, maar dan met tekstbestanden. Komt mijn naam ergens in voor, dan treedt Google op als spreekwoordelijke pieper: je hebt beet.

(bijna) Altijd beet
Op deze manier hengelde ik in augustus 2017 een mooie vis binnen. In een obscuur mapje op de webserver van de Koninklijke Universiteit Leuven (KU) ontdekte ik een artikel dat ik eerder voor Het Financieele Dagblad (FD) had geschreven. Het artikel, een verhaal over de opkomst van bionische lichaamsdelen, leverde me bij het FD 400 euro op. De KU mocht voor het zonder toestemming plaatsen ervan 600 euro aftikken: mijn oorspronkelijke honorarium als licentievergoeding en daar bovenop 50 procent schadevergoeding. Een percentage dat rechters vaak als ‘fair’ beschouwen.

De reactie van de KU was bovengemiddeld meewerkend. Het artikel was binnen een dag offline en mijn ‘vangst’ werd twee weken later gestort. 500 euro. Want iemand die zijn fout erkent en rap meewerkt, krijgt van mij wat korting. Desondanks leverde het een mooie, exclusieve whiskykruik met inhoud op: mijn standaard traktatie na een met succes afgehandelde claim. Een goede investering ook zo’n fles, mits je hem dicht laat. Exclusieve whisky’s werden in 2017 ruim 27 procent meer waard.

Zo makkelijk als met de KU gaat het niet altijd. De meeste auteursrechtenschenders beginnen hevig te spartelen wanneer ik hun jatwerk boven haal. ‘Ik wist niet dat het niet mocht’, is de vaakst gehoorde reactie. Het doorschuiven van de schuld staat met stip op 2. ‘Ik veronderstel dat de websitebeheerder een fout heeft begaan’, smoesde loopbaanadviseur Doris Falkenstein in 2017. ‘Ik vertrouw erop dat u een redelijk mens bent en de zaak verder laat rusten.’ Gevolgd door de eis te bewijzen dat ík degene ben die daadwerkelijk het auteursrecht op mijn eigen artikelen heb. Alsof je een winkelier onredelijkheid toebijt wanneer hij je betrapt op het jatten van een blok kaas én daarna ook nog eens durft te betwisten dat de winkelier de eigenaar ervan is.

Falkenstein tikte na een felle mailwisseling 273,38 euro af. Mede door hulp van een advocaat van de NVJ, die haar even haarfijn uitlegde waar ze de fout in ging. Al zijn er ook vissen die ik gewoon wél teruggooi. ‘Duik de Noordzee schoon’, een vrijwilligersstichting die afval uit de Noordzee haalt, zette een PDF online met een artikel over de stichting. In diezelfde PDF – een volledig magazine – stonden toevallig ook twee artikelen van mij. Een claim neerleggen zou in feite betekenen dat de vrijwilligers van de stichting mínder geld hadden om afval uit de Noordzee te plukken. Dan kan ik net zo goed zelf een zak plastic in de oceaan dumpen…

Geen verdienmodel
Als ik tijd en zin heb doe ik de file­­type-truc ook met wat lukrake zinnen uit artikelen van mijn hand. Want PDF’s waar mijn naam is weggegumd vindt Google’s zoek­algoritme niet. Andere manieren inzetten om online jatwerk te vinden, zoals plagiaatcheckers, vallen over het algemeen tegen. Hoe goed plagiaatcheckers ook pretenderen te zijn, resultaten leveren zoekopdrachten nauwelijks.

Een verdienmodel is het jagen op auteursrechtenschenders dus niet. Ook omdat ik, anders dan wat loopbaanadviseur Falkenstein suggereert, best een softie kan zijn. Particulieren die een artikel van me op hun persoonlijke website zwieren laat ik zwemmen. En een schoonheidsspecialiste die me in tranen opbelde omdat ze écht niet wist dat ze mijn stuk niet had mogen inscannen en publiceren en écht geen geld had, mocht het artikel zelfs laten staan. En daarna voelde ik me nog een lul ook.

De stelregel die ik de laatste jaren hanteer: probeer je geld te verdienen met míjn werk, dan betaal je daar ook maar voor. En juist de partijen die mijn werk niet alleen jatten maar ook verkopen gaan het hardst tegen claims in. Knipseldienst MD Info wrong zich maandenlang in allerlei bochten om toch vooral niet over de brug te hoeven komen, nadat ze een verhaal over gamejournalistiek kopieerde.

Het verweer: hoewel een PDF van mijn stuk wel op de server van MD Info stond, werd er nergens naar gelinkt. Het was daardoor niet vindbaar voor buitenstaanders. De server was daarnaast zó goed beveiligd, dat ik de PDF alleen had kunnen vinden door in te breken. Dat de PDF met een simpele Google-zoektocht boven was komen drijven, wilde er bij MD Info-eigenaar Joost Hubregtse niet in.

De rechter moest afgelopen juli niets van dat verweer hebben. De zaak was volgens haar klip-en-klaar: een stuk dat een freelancer heeft geschreven zomaar online zetten mag niet. Ook niet als je het heel goed verstopt. Een gedownloade film op je webserver zetten zonder dat iemand weet dat hij daar staat is immers ook tegen de wet. De schadevergoeding inclusief rente (totaal 810,90 euro) leverde een fijne kruik 21-jarige Glenfiddich-­whisky op.

Bij het voorval met de Persgroep kwam het niet zo ver. Die vervelende, schadeclaim eisende freelancer had volgens de juridische afdeling van de uitgeverij best een punt. ‘Nick, je hebt gelijk. We gaan je betalen’, stelde Bol aan de telefoon na contact met die juristen. ‘Dit was nogal dom van ons.’

De 1000 euro spekte een paar weken later mijn bankrekening. Best rap verdiend, als je je bedenkt dat het om twee mailtjes en twee telefoontjes ging.

Nick Kivits (34) is freelance journalist en schrijft over technologie, ruimtevaart en media. Daarnaast geeft hij workshops over journalistiek ondernemen. Zie ook:
nick-kivits.nl

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Journalist van het jaar 2018

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.