website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Extravert, vrolijk, brutaal, dwars, beetje dwaas, onbezorgd, zelfverzekerd, werelds en dol op A’da

Jacqueline Wesselius — Geplaatst op vrijdag 20 mei 2011, 10:00

Barbara van Beukering (44) is de laatst overgebleven vrouwelijke hoofdredacteur van een Nederlands dagblad. En dat terwijl de benoeming van deze bladenmaakster aan het hoofd van Het Parool destijds verwondering wekte. Wat drijft haar, wat kenmerkt haar? Een portret.

Bij NRC Handelsblad stapte Birgit Donker op als hoofdredacteur na een conflict met de directie. Annemieke Besseling, van het Brabants Dagblad, werd uitgever/directeur. En al zijn verscheidene vrouwen adjunct-hoofdredacteur, aan de hoofdredactionele top bleef Barbara van Beukering als enige over. Dat terwijl ze zonder dagbladervaring begon bij de unieke krant die Het Parool is: verzetskrant van het eerste uur, gepokt en gemazeld in de hoofdstad en even eigenzinnig als Amsterdam zelf. In Van Beukerings eigen woorden: ‘In Nederland heb je negen landelijke kranten, zeventien regionale kranten, drie gratis kranten, en maar één stadskrant. En dat is Het Parool.’

Ze zegt dat in een video op de website van De Persgroep Nederland. Is Het Parool al niet de makkelijkste krant om je te handhaven – en Van Beukering houdt al vier jaar stand – bij de Persgroep vertoont de fluwelen handschoen om de ijzeren hand sleetse plekken. Onafhankelijke redacties? Tot op zekere hoogte. Eerst zwarte cijfers, zo nodig inleveren. Van Beukering weet dat heel goed: ‘Wat hij altijd doet, is onmiddellijk reorganiseren’, zei ze over Persgroep-baas Christian van Thillo, die ze niettemin prijst: ‘Hij inspireert. Als hij praat over kranten, over tijdschriften, hangt iedereen aan zijn lippen. […] Aan de andere kant is hij ook heel erg zakelijk. Maar zolang het goed gaat, bemoeit hij zich nergens mee.’

Uitgever/directeur Frits Campagne van De Persgroep ontkent het, maar toch hebben ‘de Belgen’ de krant in een houdgreep. Recent nog werden de webredacties van Het Parool, Trouw, de Volkskrant en het AD samengevoegd (Campagne: ‘Het bedrijf investeert fors in zijn internetambities.’). Zelf bundelden de kranten hun Haagse redacties en stelden ze hun ‘kopijbak’ voor elkaar open. Efficiënt, misschien, maar de vraag is of dat de eigenheid en de kwaliteit ten goede komt.

Wie is de vrouw die zich in dat klimaat weet te handhaven? Die vier jaar geleden gevraagd werd om Het Parool te leiden, nadat Erik van Gruijthuijsen naar het ANP was vertrokken? Op zich was het geen voor de hand liggende keuze. Van Beukering was een goede bladenmaakster, zeker. Het Volkskrant magazine had ze, in de woorden van Campagne, ‘een ziel gegeven’, ondanks het scepticisme van een flink deel van de dagbladredactie en van columnist Jan Blokker, die het een ‘flodderding’ noemde. Maar haar benoeming bij Het Parool wekte verwondering, zelfs bij haar naaste medewerkers. En zelf had ze niet gesolliciteerd. ‘Leuke baan!, ‘dacht ze wel toen Van Gruijthuijsen vertrok, maar ook: ‘Als ze me willen hebben, weten ze me wel te vinden.’

Waarom vroeg toenmalig Parool-directeur Campagne juist deze bladenmaakster? ‘Vanaf het begin zochten we vanuit een wat bredere oriëntatie, niet alleen onder dagbladmensen. We keken vooral naar iemand met een groot gevoel voor Amsterdam, voor het leven en de ontwikkelingen in de hoofdstad. Ze heeft aardige journalistieke invalshoeken en weet de juiste onderwerpen te kiezen. Barbara is bovendien iemand met een groot doorzettingsvermogen, met Ausdauer. En de redactie van Het Parool was wel in staat om de eerste tijd haar gebrek aan ervaring op dagbladgebied op te vangen.’

Nieuws was en is niet Van Beukerings sterkste punt, erkent ze zelf. De SER of Darfur, zei ze ooit, laten haar koud. Maar dat vond ze nooit een probleem. ‘De identiteit van je krant is meer dan het nieuws. Het gaat om toon, columnisten, duiding,’ zei ze in april, na het besluit tot samenwerking met het AD. En voor de dingen waar je zelf niet sterk in bent, kun je anderen inzetten, is haar uitgangspunt. Een team leiden kan ze zeker, en dat weet ze. ‘Ik gaf al leiding toen ik 27 was.’

Van Beukering gaat ver bij het binden van mensen, zeggen vriend en ‘vijand’. Redacteuren en medewerkers nodigt ze uit bij haar thuis in de Helmersbuurt (‘Precies tussen de shit en de kak, tussen de Kinkerstraat en de PC Hooftstraat – al kom ik liever in de Kinkerstraat.’). Ook echtgenoot, acteur en huisman Thomas Deelen en hun drie dochters worden daarbij ingezet. Ze geeft borrels en feesten voor haar medewerkers, en heeft – ook bij het nastreven van binding – ‘een groot uithoudingsvermogen’, in de woorden van Altan Erdogan, bij Volkskrant magazine een paar jaar haar adjunct, tot beider tevredenheid.

Bij Het Parool is het sinds haar komst met een paar mensen faliekant spaak gelopen, in het bijzonder met haar adjuncten, van wie er sinds haar aantreden vier zijn vertrokken – slechts één bleef bij de krant in een andere functie. ‘Je ziet het niet aankomen’, zeiden sommigen later, niet begrijpend hoe ze, na een aanvankelijk prettige tijd, ‘in ongenade’ konden vallen. Campagne noemt het gedoe met de adjuncten ‘een vertoning’: ‘Dat spijt me als geen ander.’ Hij ontkent de geruchten dat Van Thillo’s rechterhand Jaak Smeets erachter zat: ‘Integendeel. Vergeet niet dat de krant met 75 FTE wordt gemaakt. Dat is aanpoten en dat kan slijtage veroorzaken.’ Wel leidde de aanstelling van de laatste van buiten gehaalde adjunct, ex-HP-hoofdredacteur Henk Steenhuis, tot een conflict met de redactie en tot het vertrek van freelance medewerker Frénk van der Linden. Na drie maanden besefte Steenhuis dat hij meer van slow journalism hield dan van een krant maken. Van Beukering erkende dat de functie hem ‘niet paste als een jas’. Met adjunct Ronald Ockhuysen, die van ‘binnen’ komt (hij was en is nog steeds chef kunst), lijkt de rust weergekeerd.

De krant is, onder haar bewind, duidelijk veranderd: hipper, jonger, maar ook meer ‘popie jopie’, vinden sommigen. Van Beukering: ‘Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid dat er genoeg beweging in de krant zit.’ Haar tegenstanders: ze wil verandering om de verandering alleen. Het oudere deel van de lezers – en redacteuren, en medewerkers – verzet zich soms fel tegen veranderingen. Zoals tegen het ontslag van tekenaar Joep Bertrams, voor een aantal oudere abonnees (‘leden’, noemen ze zich) een reden om de krant op te zeggen, voor collega-tekenaar Peter van Straaten aanleiding voor een boze ingezonden brief. Die negatieve reacties zijn ook gepubliceerd, dat dan weer wel. ‘Er zijn hoofdredacteuren die een verfrissings-agenda voeren, vanuit de vrij gangbare gedachte dat het deugt als het hip is’, grapte Parool-redacteur (en ex- adjunct) Albert de Lange bij Bertrams vertrek.

Van Beukering: ‘Zowel lezers als redacteuren zijn over het algemeen vrij behoudend als het om vernieuwing binnen de krant gaat.’ En over Bertrams: ‘Joep heeft ontzettend lang in de voorhoede van het vak gezeten. En wij vinden dat hij dat nu niet meer doet.’ Toch is ze ook verbolgen als ze geweerd wordt bij de afscheidsborrel van een Paroolmedewerker of -redacteur. ‘Ik mag de borrel wel betalen, maar word niet uitgenodigd.’

Met Bertrams was ze overigens wel gaan praten nadat haar eerste poging om hem tot vertrek te bewegen tot al die protesten en opzeggingen had geleid; daarna mocht hij nog een kleine anderhalf jaar blijven, tot zijn 65ste. ‘Ik sla nooit met de vuist op tafel’, zegt ze over zichzelf, in een verhaal in Volkrant magazine over ruzie maken. En in hetzelfde stuk vertelt ze ook: ‘Als ik weet dat ik fout zit, word ik heel onderdanig.’ Van kritiek ‘raakt ze niet in paniek’, denkt Erdogan. ‘Maar intern zal ze wel proberen haar idee door te drukken. Maar als ze mensen echt niet kan overtuigen dat haar visie de juiste is – ja, dan moeten ze maar weg’, erkent hij.

‘Veel mensen werken al ontzettend lang bij de krant’, zegt een insider. ‘Zij willen niks veranderen. En niemand wil weg. Zo krijgen jongere generaties geen kans. En een enkele oude freelancer krijgt nog zo’n hoog honorarium dat er voor nieuwe mensen geen geld is.’

Dat alles lijkt geen afbreuk te doen aan Van Beukerings werkvreugde of goede humeur. Een chagrijnige hoofdredacteur is ze in geen geval – en de geluiden over de sfeer op de redactie zijn doorgaans positief. De hoofdredacteur werkt vanaf ’s morgens vroeg mee aan de krant, op de redactie zelf, tegenover de chef vormgeving.

Van Beukering had, zegt Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier en oud- voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren, ‘eerder dan anderen in de gaten dat kranten een soort tijdschriften worden, dat ritme, beeld, formats, vormgeving, belangrijk zijn. Haar vakmanschap als bladenmaker heeft ze toegepast bij Het Parool. De Volkskrant en NRC Handelsblad gaan nu ook die kant op, maar Barbara liep voorop.’

Toen Van Beukering vier jaar geleden hoofdredacteur werd, vroeg menig journalist hoe lang ze van plan was dat te doen. ‘Vijf, zes, zeven jaar’, antwoordde ze dan. Daarmee wilde ze benadrukken dat ze behoorde tot een nieuwe generatie die niet zoals Pieter Broertjes of Rimmer Mulder tot in lengte van dagen op die stoel bleef zitten. Inmiddels zijn er vier jaar om. Blijft ze dus nog maar één jaar aan? ‘Nee’, antwoordt ze resoluut. ‘Ik heb niet het idee dat ik al klaar ben en ook niet dat de redactie of de uitgever een andere mening is toegedaan. Als het aan mij ligt, blijf ik eerder drie jaar dan één jaar. Ik heb het reuze naar mijn zin!’

Joustra en Erdogan noemen haar ook ‘typisch Het Parool’. De krant las ze als kind al bij haar ouders, al woonden die in Drachten.‘Ze kent het hele circuit, Amsterdam is echt haar stad.’ Van haar kant schroomt Van Beukering niet om zichzelf de ‘ijkpersoon’ van de krant te noemen. De (nieuwe) Paroollezer is dus (ook) vrouw, (tamelijk) jong, extravert, vrolijk, brutaal, dwars, beetje dwaas, onbezorgd (Van Beukering vertelde eens in het Volkskrant magazine dat ze permanent rood staat), zelfverzekerd, werelds, en dol op de eigen stad. De dagelijkse rubriek ‘Schuim’, over feesten en partijen bij ‘Le Tout Amsterdam’, in het hart van de krant, is een kindje van de hoofdredacteur. ‘Laten we eerlijk zijn: in Amsterdam gebeurt het toch allemaal’, zei ze in Trouw.

Een goede ambassadeur voor de krant is Van Beukering zeker. Alle evenementen die van belang zijn voor de krant woont ze bij – al zal men haar bij een debat over persvrijheid moeten missen, zoals een ingewijde opmerkte. Maar de verkiezing van de Amsterdammer van het Jaar (waar ze al haar Twitter-vrienden naar toe stuurt) zal ze zeker niet overslaan, net zo min als boekpresentaties van medewerkers, of de première van ‘Gooische vrouwen’, om er maar een paar te noemen. En afgelopen zondag stond ze nog op het Museumplein om de gratis kampioenskrant van Het Parool uit te delen bij de huldiging van Ajax. Ze houdt van feestgedruis, komt graag op De Kring, ‘waar je ’s middags lekker kunt hangen en de krant kunt lezen, maar waar je op vrijdagnacht ook tot vier uur kunt dansen.’ Kwade tongen voegen eraan toe: ‘Zelfs op de bar…’

Zoals Ben Haveman La Van Beukering, alias Rémy Gonggrijp, afschildert in zijn roman ‘Alles voor de dakgoot’ – als een oppervlakkige, nietsontziende verleidster, die zelfs Havemans alter ego wilde versieren – is vermakelijk, meer niet.

Haar decolletés, hoge hakken en uitbundige jurken op het randje van de slechte smaak, waar ook haar dochters niet altijd blij mee zijn (‘Mam, moet dat nou?’) gaan vaker over de tong. Zou het uiterlijk van een mannelijke hoofdredacteur ook zoveel aandacht krijgen?

‘De manier waarop ze zich kleedt kun je ook zien als power dress’, nuanceert Erdogan. Beukering: ‘Ik ben een vrouw, dus draag ik een jurk en make-up, dat is toch normaal?’ Bij de première van Gooische vrouwen twitterde ze: ‘Mijn jurk heeft exact dezelfde kleur als mijn fiets. Zou ik over de rode loper mogen fietsen?’ En de mening van haar drie dochters? Die heeft ze zelf gepubliceerd, in Blaadje, toen ze daar hoofdredacteur van was (2005).

Nog een veelgehoorde opmerking: ‘Ze kan drinken als een kerel!’ Er klinkt steevast bewondering in door. ‘Ze drinkt ons onder tafel’, zeggen doorgewinterde ‘gebruikers’. En: ‘’s Avonds een kerel, ’s morgens een kerel’ – waarmee men maar wil zeggen dat Van Beukering altijd paraat is, op tijd op haar knalgele fiets arriveert, nooit verstek laat gaan. Zeker niet vanwege een kater. En ze schaamt zich er niet voor, hoe kom je erbij? Ze houdt van eten en drinken – al verzocht ze eens een wijnglas uit een foto weg te retoucheren. ‘Bij Allard in Parijs de lekkerste biefstuk ooit gegeten. Om nog maar te zwijgen van de foie gras en de ris de veau,’ twitterde ze dit voorjaar. En naar Sylvia Witteman: ‘Thee! Pfff. Schijnt in te zijn in de Betuwe…’

Joustra: ‘Ze is niet alleen een lachebekje en een drinkebroer, ze is ook inhoudelijk, ze kent haar zaken.’ En uitgever/directeur Campagne? Die is ‘nog steeds erg blij met zijn keuze voor Van Beukering’.


——-

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Mag Inspiration Day