Eric Smit (FTM) over het gesprek van zijn leven: ‘Arne zei onmiddellijk ja’
Villamedia vraagt collega’s naar een belangrijk gesprek in hun journalistieke leven. Deze keer: onderzoeksjournalist en oprichter van Follow the Money (FTM) Eric Smit over een gesprek dat hij voerde op een warme zomeravond op het terras van café Luxembourg met Arne van der Wal, destijds hoofdredacteur van FEM Business.
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?
‘Begin 2009 bedacht ik met journalist Mark Koster dat het belangrijk was om een platform voor onderzoeksjournalistiek op te richten. We vonden dat er meer research moest komen naar de financiële crisis waar we toen in zaten. Maar er werd juist overal op onderzoeksjournalistiek bezuinigd.
Ik wilde een derde persoon erbij, en daar ging ik Arne van der Wal voor vragen. Hij beschikte over de leiderschapsvaardigheden die Mark en ik veel minder in huis hadden. Arne was op dat moment hoofdredacteur van FEM Business. De leiding van Reed Elsevier had hem gevraagd het zakenblad op te heffen, omdat het niet genoeg opleverde.
Het gesprek vond plaats bij café Luxembourg, op het Amsterdamse Spuiplein. Het was een warme zomeravond, we zaten op het terras. Hier hielden we ook vaak onze borrels toen we allebei nog bij Quote werkten. Stonden we tot laat op het plein, zeg maar rustig: te zuipen.
Arne zat dus in een heftige tijd, maar ook voor mij was het turbulent. Ik was bezig met een boek over Nina Storms, voorheen Brink, oud-bestuurder van internetprovider World Online. Ik moest me verdedigen tegen haar juridische aanvallen. Arne was voorzitter van de stichting die mij hielp om mijn zaak te kunnen financieren.
Ik was gespannen voor dat gesprek die middag. Ik vond het ontzettend belangrijk om Arne erbij te hebben. Zonder hem zou het avontuur moeilijk worden.
Arne stak het geld voor zijn pensioen in een ongewis journalistiek avontuur. Risico nemen op deze manier is iets wat ik weinig journalisten zie doen
Het was een risicovolle onderneming. Ik zou de opbrengsten van het boek ‘Nina’ gaan gebruiken. Dat moest niet alleen nog gemaakt worden. Storms had ook schadeclaims bij mij neergelegd. Maar toen ik Arne zenuwachtig begon uit te leggen wat Koster en ik van plan waren, en vroeg: “doe je mee?”, zei hij onmiddellijk “ja”. Hij zei: ‘Wat geweldig dat jullie me hiervoor vragen’. En zonder een moment te aarzelen besloot hij zijn vertrekpremie van FEM Business in te zetten. Verbijsterend vond ik dat. Hij stak het geld voor zijn pensioen in een ongewis journalistiek avontuur. Risico nemen op deze manier is iets wat ik weinig journalisten zie doen.
Ik begon mijn journalistieke leven onder de vleugels van Arne, bij Quote. Ik was eigenlijk al een ouwe lul van bijna 32 toen ik daar kwam werken. Nul ervaring in de journalistiek. Ik mocht na een sollicitatiebrief op gesprek komen. Jort Kelder was daar toen hoofdredacteur en Arne was adjunct. Ik zei: “Ik ben jullie blad eigenlijk pas in de voorbereiding van dit gesprek gaan lezen”. “Oh wat lees jij dan?”, vroegen zij. “De Groene Amsterdammer”, zei ik. Een career ending performance zou je denken.
Ik vertelde ze ook dat ik in de tien edities die ik had doorgenomen niet dat zogenaamd bijterige waar ze zo prat op gingen had kunnen ontdekken. “Ik heb eerder de indruk dat jullie met de onderwerpen van jullie verhalen hand in hand de kroeg uitlopen.” Dat was een haast nog grotere belediging voor de hoofdredactie tegenover mij.
Maar in plaats van me weg te sturen, boden ze me een baan aan. Ik mocht me bij Arne gaan nestelen, kreeg een bureautje naast hem.
Ik was tegendraads genoeg om journalist te zijn. Al op jonge leeftijd vond ik dat iedereen met enig gezag recht had op een kritische vraag van mijn kant. Geld had en heeft mijn interesse omdat het voor heel veel mensen de allergrootste drijfveer is. Geld dringt door tot in het diepste wezen en leidt tot de grootste zonden. Die machinaties wil ik uitpluizen.
Met het schrijven zelf heb ik die eerste jaren enorm geworsteld. Dat werd gemakkelijker toen ik me realiseerde dat het veel overeenkomsten had met de anekdotes die ik altijd wel wist op te diepen in de kroeg. Ik vertel jonge journalisten weleens: “je moet in staat zijn om het verhaal dat je wilt maken aan de bar zó te kunnen vertellen dat je de aandacht van al je toehoorders te pakken krijgt”. Maar destijds leidde dat geworstel tot vlagen van existentiële paniek. “Wat moet ik met mijn leven als dit niet lukt?!” Ik heb niet zo vaak een plan B. Het is all in. Met die houding stapten Arne en ik ook in Follow the Money.
Iedereen die we vertelden over een bedrijfsmodel in de online onderzoeksjournalistiek lachte ons uit. Men dacht dat lezers voor online stukken 45 seconden geduld hadden: “Nou jongens, succes ermee!”
Precies vijftien jaar later hebben we meer dan 43.000 betalende leden. En, ook niet onbelangrijk, een prachtig team met meer dan veertig mensen in dienst.
Sinds januari ben ik geen hoofdredacteur meer en ook geen directielid. Ik heb ontzettend veel plezier gehad maar ik wilde weer terug naar hoe ik ooit begon: namelijk zelf stukjes maken. Arne stopt volgend jaar ook als hoofdredacteur.
Het gesprek die middag op het terras van Luxembourg heeft een levensbepalende wending in gang gezet. Ik vind het fijn om met mensen te werken die iets op het spel durven zetten, zoals Arne. Als ondernemer moet je ook over die eigenschap beschikken anders wordt het niks.’
Eric Smit (1967) is oprichter van Follow the Money. Hij was topsporter, studeerde economie en begon zijn journalistieke loopbaan in 1998 bij Quote. In 2013 won hij met Jesse Frederik De Tegel, in 2017 werd hij samen met Kim van Keken uitgeroepen tot Villamedia’s Journalist van het Jaar. Dat jaar werden ook de Anne Vondelingprijs en de VOJN-Award aan hem toegekend.


Praat mee