Elf redders van de journalistiek
De Vlaamse overheid is volop aan het brainstormen over een staten-generaal voor de media. Zelf plande het Fonds Pascal Decroos (FPD) naar aanleiding van haar tiende verjaardag eind dit jaar een staten-generaal voor de journalistiek. Het FPD is sinds haar ontstaan bezig met de vraag ‘hoe kwaliteitsjournalistiek vrijwaren en verbeteren?’.
Pasklare oplossingen zijn niet voorhanden en de klassieke ingrediënten blijken onvoldoende. De vakbonden en de Vlaamse Vereniging van Beroepsjournalisten (VVJ) stellen gegronde vragen, maar ze bieden geen antwoord. Zijn de klassieke recepten niet achterhaald? Wordt het niet tijd om even ‘out of the box’ te denken?
Uitgevers beweren dezelfde kwaliteit te kunnen garanderen, ook al schrappen ze massaal redacteurs, fotografen en andere medewerkers. Ze denken dat ze met minder mankracht, meer kunnen. De redenering van uitgevers is een logische reactie van managers binnen een vrijemarktsysteem: snijden in vaste uitgaven om meer winst te maken. De markt is verzadigd en de kosten lopen op. Oplages dalen en de conjunctuur zit in een dip. Maar vergissen uitgevers zich niet in hun strategie? Nieuws is geen klassiek product. De kwaliteit lijdt snel onder de keuze om goedkoper nieuws te produceren. Nieuwsconsumenten zijn zeer gevoelig voor gebrekkige of foute informatie. De gevolgen blijven niet uit: oplages en kijkcijfers dalen gestaag. En dat nu toch al meerdere jaren. De huidige recepten blijken een matig of geen effect te hebben.
Persagentschappen leveren het goedkoopste nieuws. Daarom willen uitgevers die lowbudget-informatiepoorten meer en meer gebruiken. Zo gaan de media die dat model volgen – allemaal dus – meer en meer op elkaar lijken. Om kranten dan toch een eigen gezicht te geven, wordt ruimte voorzien voor opiniestukken die specialisten en andere opiniemakers gratis aanleveren.
De media zijn in volle transitie. Veel meer dan door de crisis groeit de onzekerheid door nieuwe mediavormen, businessmodellen, bijkomende spelers, nieuwe ‘devices’, ... Mainstream nieuwsmedia weten er geen raad mee. Fenomenen zoals sociale netwerken of andere web2.0 toepassingen worden volkomen genegeerd. Ze rapporteren erover, maar doen er niets mee.
De daling van kwaliteitsvolle bijdragen gaat gepaard met een daling van het vertrouwen in de media én in de journalisten. Tal van studies tonen dat aan. Medialui zelf lachen het fenomeen weg met het argument dat ‘DE media niet bestaan’. Vertrouwen is nochtans essentieel. Waarom zou het publiek betalen voor iets dat geen vertrouwen wekt of niet naar waarde wordt geschat? Daarom een 11-tal voorstellen om het debat constructief op gang te trekken en het vertrouwen te herstellen.
1. Nieuwsombudsdiensten
Het aanstellen van een nieuwsombudsdienst binnen elke mediagroep kan het vertrouwen stimuleren. In Vlaanderen is de praktijk onbekend, maar sommige Nederlandse media hebben al langer zo’n nieuwsombudsman in dienst. Hij geeft zijn visie op de kwaliteit van zijn krant of zijn tijdschrift in vlijmscherpe publicaties. Hij draagt bij tot zelfregulering, maar dan – en dit is heel krachtig voor het herstel van het vertrouwen - in eerste lijn. Klagers moeten niet meteen naar de Raad voor de Journalistiek stappen. Bovendien geven de media op die manier blijk van de inspanning die ze willen leveren om gedegen journalistiek te bedrijven. Ze tonen zich bereid daarover zowel intern als extern verantwoording af te leggen.
Naast verder investeren in de Raad voor Journalistiek kan de overheid ook daarvoor subsidies aan de uitgevers voorzien.
2. Feiten controleren
Een journalistieke approach betekent in essentie een constante check and dubble check. Nochtans kwam Nick Davies, Brits onderzoeksjournalist en auteur van ‘Flat Earth News’, in zijn onderzoek tot de onthutsende vaststelling. Dat nieuwsredacties slechts 12,5% van de feiten controleren, of het nu om de The Guardian of de BBC gaat. Kwaliteitsbevorderende maatregelen op redacties betekent ook investeren in feitencontroleurs of fact checkers. Zij gaan na of de gegevens in een artikel wel degelijk kloppen. Het vraagt misschien een reorganisatie van de redactie, maar dat is niets vergeleken met het verlies aan geloofwaardigheid door feitelijke blunders. Een tussenkomst van de Vlaamse overheid lijkt hierbij gerechtvaardigd.
3. Researchdesk – CAR-specialisten
Journalisten leveren diepgravender, correctere en originele items aan met de hulp van een gespecialiseerde researchdesk. Die mensen kunnen balansen en jaarrekeningen duiden of interpreteren, ze hebben ook zicht op de wetenschappelijkheid van een enquête. De reaserchdesk kan causale verbanden traceren die niemand kan vinden. Ze staat journalisten bij om DVD’s van onbekende groeperingen te analyseren. Ze vindt online nuttige databanken die achter websites verborgen zitten. Hoe lang werd aan de speech van de eerste minister gewerkt? Wie heeft de beleidsbrief werkelijk geschreven? Dit kleine onderzoeksteam zoekt het even voor je uit. Journalisten kunnen sneller werken en dit is kostenbesparend.
Zo’n taskforce vraagt specialisatie en dus opleiding. Die kennis is op de betere Amerikaanse en Britse redacties al geruime tijd aanwezig. Bij ons is heel wat in innovatieve drukprocédés geïnvesteerd, maar nauwelijks iets in computerkennis. De Vlaamse-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten organiseert nochtans jaarlijks cursussen en conferenties met heel wat CAR-technieken. Weinig Vlaamse redacteurs mogen die volgen, want de redacties kunnen hen zelfs voor één werkdag niet missen. Anderen moeten de sessies zelf betalen omdat ze niet als een activiteit binnen hun journalistieke opdracht worden gezien.
4. Meer mediakritiek
Wijzen op goeie voorbeelden, maar ook bereid zijn om met het publiek te discussiëren over methodes, beroepsethiek, fouten, ... Er wordt al aan mediakritiek gedaan, maar nog niet genoeg, en zonder structurele basis. Dat er nog veel te weinig over journalistieke praktijken wordt gediscussieerd, blijkt uit de verhalen in ‘de wandelgangen’, die soms verbijsterend zijn. Redacteurs die hun eigen (technische) collega interviewen omdat geen enkele getuige voor de camera wil . Hoofdredacteurs die na een kritisch stuk deals met geïrriteerde adverteerders sluiten. Bazen die onder druk beloven om sommige zaken niet meer uit te zenden of die aan woordvoerders van bedrijven of lobbygroepen een vrij podium schenken.
Journalisten vinden al die praktijken niet kunnen, maar ze durven dat niet openlijk zeggen. Nochtans is het hun essentiële taak om kritisch te zijn, niet alleen voor de feiten, maar evengoed voor zichzelf en de collega’s. Ook het publiek mag over de media reflecteren.
5. Nieuws als proces
Met de komst van internet kun je nieuws eerder als een proces beschouwen dan als een product. In die context werken redacteurs aan dossiers en niet aan op zichzelf staande artikels. Dit gebeurt in samenwerking met het publiek en andere stakeholders, die ideeën aanleveren en aanvullende commentaar geven. Zo verandert het nieuws in een ‘never ending story’. Lees hierover het artikel ‘De meerwaarde van Internet voor kwaliteitsjournalistiek’ op Mediakrtiek.be. Een mooie case die zeer recent in de prijzen viel, is een Deens onderzoek van het dagblad Berlingske Tidene. Twee redacteurs (Morten Frich en Morten Crone, voor de gelegenheid Morten & Morten genoemd) onderzochten de gevolgen van de politiehervormingen in Denemarken. Hun online benadering gaat in de richting van een ‘procesaanpak’.
Online kan ook de methode van het onderzoek worden uitgelegd: hoe gingen de journalisten te werk, documenten worden online gezet, de originele interviews zijn beluisterbaar, ... Zo evolueren we naar een transparantere vorm van journalistiek. Ook dat wekt vertrouwen.
6. Redactionele efficiëntie
Heel wat redacties lijden aan wat Nick Davies het ‘Ninja Turtle Syndrome’ noemt. “Ook al wil je niet dat je kind zo’n Ninja Turtle heeft, als de kinderen in zijn omgeving er allemaal mee lopen, wil je kind er ook één. Met het nieuws is het net zo: iedereen brengt een bepaald verhaal dus kunnen wij ook niet achterblijven, ook al wordt er de grootste onzin gebracht.” (bron: DNR) Daar moeten media van af. Ze moeten zich terug focussen op hun eigen merk. Het is niet erg dat je het zoveelste ongeval op de Brussels ring hebt gemist. Als je maar een gedegen stuk brengt van wat anderen niet hebben.
Een televisieploeg die van een auto-ongeval verslag uitbrengt, kan ondertussen niet voor een ander nieuwsitem worden ingezet. Wordt daarover genoeg nagedacht? Zijn onze nieuwsredacties doeltreffend genoeg? Bestaan hierover studies? Zijn onze academici hiermee bezig? De middelen van redacties zijn beperkt. Ze moeten dan ook efficiënt worden ingezet.
7. Wetenschappelijk onderzoek
De subsidies van de overheid sturen ongewild het wetenschappelijk onderzoek in één bepaalde richting. IWT en IBBT financieren relevante projecten. Heel wat geld gaat naar onderzoek over technologie, digitalisering, nieuwe media… Prima, maar wie onderzoekt er eigenlijk de kwaliteit van ons nieuws? Kan iemand zeggen hoeveel nieuws Vlaamse redacteurs zelf maken? In hoeverre worden nieuwsitems van persagentschappen nog gecheckt? Hoe bouwen de journaals hun nieuws op? In hoeverre is er kennis over statistiek, boekhouding, ...? Wat is de impact van een redactiestatuut op de kwaliteit van het nieuws? Wat is de impact van de internationale persagentschappen op onze beeldvorming? Wat is het aandeel van Belga berichten in de totaliteit van het nieuwsaanbod?
Zonder objectieve wetenschappelijke gegevens wordt het moeilijk om gefundeerd over de media of de journalistiek te discussiëren.
Kan de overheid in haar subsidiebeleid met dergelijke lacunes rekening houden? Waarom worden er geen academici bij de staten-generaal betrokken? Zij zijn neutrale waarnemers en spelen een belangrijke rol in het aanleveren van bouwstenen voor een constructief debat.
8. BTW-verlaging
De overheid heeft nu al heel wat stimulerende maatregelen ingevoerd. Zo bestaan er speciale BTW-tarieven voor de dagbladsector. Misschien moeten innovatie en de bovengenoemde procesmatige aanpak van nieuws (die tot kwaliteitsvoller nieuws moet leiden) worden gestimuleerd door via Europa ook voor het nieuws online een lager tarief aan te rekenen?.
9. Pluralisme
Als opiniemakers en politici het hebben over pluralisme in de Vlaamse media, dan tellen ze het aantal persgroepen. En dan stellen ze vast dat er binnen ons klein Vlaanderen nog steeds genoeg zijn. Niettemin tappen de meeste redacties voor wat binnen- en buitenlands nieuws betreft, uit dezelfde vaatjes. Ze krijgen een groot deel van hun nieuws via hetzelfde persagentschap. Dat is een verschraling tegenover vroeger toen redacteurs rechtstreeks werden gecontacteerd of zelf naar persconferentie gingen. Dit maakt het voor PR-bedrijven en drukkingsgroepen makkelijker om hun visie via dat ene kanaal door te drukken. In Groot-Brittannië kwam Britse onderzoekster Anne Gregory tot de vaststelling dat 80% van het nieuws van PR-bedrijven afkomstig is. In zo’n situatie verspreidt een fout bericht zich ook veel sneller. Is de situatie in Vlaanderen anders, of zijn we in hetzelfde bedje ziek?
10. Gratis nieuwsbron
De website van de VRT-nieuwsredactie brengt gratis online nieuws. Volgens de privésector werkt dat marktverstorend. Die discussie woedt niet alleen in Vlaanderen. Ook de NOS in Nederland en de BBC in Groot-Brittannië krijgen de wind van voren. Maar stel nu dat de VRT gevraagd wordt om haar content online gratis ter beschikking te stellen van de print-media van de privébedrijven. Meteen kunnen zij ook audiovisueel beeldmateriaal online plaatsen. Het nieuws komt dan niet alleen van Belga, maar ook van de VRT – in de veronderstelling dat de VRT haar content niet bij Belga haalt. Zo ondersteun je de print in Vlaanderen en ga je in tegen de verschraling van de nieuwsbron. Natuurlijk mag zo’n maatregel niet ten koste van Belga gaan. Printuitgevers moeten in Belga blijven investeren. Wie dat niet doet, verliest ook de gratis content van de VRT.
11. Peterschap – online documentaires
Kijk naar schitterende voorbeelden en probeer die te verbeteren. Zo is het Amerikaanse Frontline van de publieke televisie PBS een heel mooi online documentaireproject dat bij ons onbekend blijft. Het model kan inspireren. De meeste documentaires zijn het werk van jonge documentairemakers, die door een peter werden bijgestaan. Dit peterschap lijkt me wel wat.
Heel wat van deze ‘tips’ kunnen nog worden bijgeschaafd. Het Fonds Pascal Decroos had niet de ambitie een ultieme lijst op te stellen. Wel hoopt het Fonds met deze suggesties de discussie te kunnen ombuigen, van een klaagzang tot een constructieve zoektocht naar mogelijke oplossingen. Want uiteindelijk is het dat toch wat elke staten-generaal beoogt, niet?
*CAR: Computer Assisted Reporting
Ides Debruyne is directeur van het Fonds Pascal Decroos en bestuurslid van de VVOJ


Praat mee