Een virtuele coverjukebox
Voormalig reclameman Jan Knaap verzamelt nul- en éénnummers van kranten en tijdschriften. De collectie is inmiddels uitgegroeid tot 1400 exemplaren die hij voor een ieder digitaal beschikbaar stelt op zijn eigen site, www.babynrs.nl.
Tot voor kort lagen ze opgestapeld in dozen op zolder maar inmiddels hebben ze allemaal een eigen plekje in een grote witte boekenkast. De collectie babynummers van Jan Knaap. Zijn eerste kreeg hij in 1978. De teller staat momenteel op 1400 exemplaren. Al die tijdschriften en enkele kranten heeft hij met precisie gerangschikt op alfabet. Ieder blad in een eigen insteekhoesje. Er missen er momenteel een stuk of honderd, die in het Openluchtmuseum in Arnhem liggen, waar deze maand een expositie opent met een selectie uit de collectie. Knaaps nieuwste aanwinst, de eerste Volkskrant op tabloid, ligt nog naast de kast op de vloer. Klaar om door de verzamelaar te worden ingescand, getypeerd en gearchiveerd.
De covers van de bladen komen op zijn website terecht, waar iedereen de complete verzameling kan oproepen. Elke titel voorziet Knaap creatief van een ‘geboortekaartje’: zodra je op het informatie-icoontje bij een cover klikt, ontvouwt zich een scherm waar informatie als oplage, hoofdredacteur en frequentie in te vinden is, en antwoord op de vraag of de titel nog ‘springlevend’ is of niet. ‘Ik ben een soort colofonspecialist geworden’, zegt Knaap. ‘Ik bestudeer ze echt. Het is leuk als je op basis daarvan wat over een blad kan zeggen, dingen in een bepaalde context zetten.’
Juist dat vindt Knaap het aardigste aan zijn verzamelwoede. Niet zozeer de rijtjes bladen in een kast, maar het trekken van grote lijnen, conclusies. Zo berekende hij dat bladen met ondertitels een grotere kans maken om te overleven dan bladen zonder, en dat 82 procent van alle introducties niet ouder wordt dan vijftien jaar. ‘Ik mag graag met andere ogen naar mijn collectie kijken, op zoek naar leuke anekdotes. Een tijdschrift leeft niet als je alleen naar de rug kijkt. Het begint pas te leven als je ‘m omdraait. Mijn site is een virtuele jukebox van covers die je naar eigen willekeur en wensen kunt oproepen.’
Die blik op zijn collectie zorg ervoor dat Knaap na ruim dertig jaar verzamelen geroutineerd is geraakt in het ontwaren van trendjes. Als hij de lanceringen van de afgelopen jaren analyseert, ziet hij er maar liefst drie.
Om te beginnen de ontwikkeling dat geen onderwerp of domein meer onaangeroerd blijft. In één jaar tijd zijn er zeker vier bladen uitgekomen die gaan over de ‘breuklijnen in het leven’, die voorheen taboe waren. In een handomdraai tovert Knaap de covers van bijvoorbeeld Ex en Verder (over scheiden) ToBe (over de dood) en Zo! (over kanker) op zijn beeldscherm.
Ook verschenen er de laatste tijd opmerkelijk veel jeugdbladen. Denk aan Hoe overleef ik, NOS Jeugdjournaal Magazine, voorleesblad Entoenentoen, Fieperdefiep en Woezel en Pip. ‘Afgelopen jaar kwamen er een stuk of tien bij.’
Maar de grootste trend is toch die van het personality-magazine. Knaap: ‘LINDA. heeft in 2001 iets in gang gezet wat zich nog steeds flink doorontwikkelt. Dat had niemand gedacht toen het blad net begon; de wereld was te klein.’ Nu bijna iedere BN’er inmiddels zijn eigen blad heeft gehad, ziet Knaap weer een nieuwe vertakking uit het genre ontstaan: het tribute magazine. ‘Over mensen die zich niet bewust zijn van het feit dat er een blad over ze wordt gemaakt. Zo is er kort na zijn faillissement een magazine over Marco Borsato verschenen. Ik denk niet dat hij daar zijn medewerking aan heeft verleend. André Rieu deed dat zeker niet toen er een blad over zijn persoon verscheen. De ondertitel was: “Van koorknaap tot vioolidool”. Daar is een rechtszaak over geweest.’ Knaap zag een trend nog nooit zoveel navolgers krijgen. ‘Ik tel 35 personality-magazines in zeven jaar tijd. In de Nederlandse geschiedenis van tijdschriftintroducties is dat nog nooit voorgekomen.’
De voormalig reclameman heeft onlangs ruim tweehonderd exemplaren aan zijn site toegevoegd. De achterstand is voor even weggewerkt. De laatste maanden werd zijn hobby ineens tijdelijk een kleine dagtaak. ‘Een verzamelaar denkt niet in tijd. Dan word je gek. Er zijn periodes dat ik hier helemaal niet mee bezig ben. Als straks de expositie klaar is, moet ik er weer even afstand van nemen’, zegt hij zelfbewust. ‘Maar ik houd natuurlijk wel alle lanceringen bij. Een verzamelaar blijft toch een onbewuste jager.’
lnab@villamedia.nl
——-


Praat mee