— vrijdag 9 september 2011 10:00 | 0 reacties , praat mee

Een enkeltje Parijs

Eveline Bijlsma is sinds april correspondent in Parijs voor De Telegraaf. ‘Je moet niet de hele dag thuis alleen achter je computer blijven zitten. Als je geen ideeën hebt, geen mensen belt, er niet op uit trekt; dan gebeurt er niks.’ Laatste wijziging: 17 april 2014, 13:06

Over de telefoon vertelt Eveline Bijlsma (29) dat ze heeft besloten nooit meer ‘nee’ te zeggen als het om haar werk gaat. Een discussie met een collega over de vraag waarom vrouwen, en met name jonge vrouwen niet zo snel carrière maken als mannen, kwam al gauw uit op het volgende: als een man wat wordt gevraagd zegt hij: wat leuk, dat kan ik. Vraag een vrouw hetzelfde en ze zegt: wat leuk, maar ehm, kan ik dat wel? Sindsdien zegt Bijlsma ‘altijd ja’.

Ze moet lachen als het twee weken later in Parijs weer ter sprake komt. ‘Dat was een beetje kort door de bocht.’ We zitten op het terras van Le Verre Siffleur, een rond lunchtijd afgeladen vol cafeetje in het 14de arrondissement op steenworp afstand van haar gedeelde appartement. Obers geven Bijlsma inmiddels een bescheiden knikje ter herkenning; ze komt er bijna dagelijks om alle Franse kranten te lezen. ‘Ik weet van twee dingen helemaal niets: sport en auto’s’, gaat ze verder. ‘Ik zou nooit de krant bellen met: Jongens zal ik eens een verhaal maken over dat voetbalclub Paris Saint-Germain het de laatste tijd zo slecht doet? Maar voor de rest geldt: als je niet precies weet waar het over gaat, dan zorg je maar dat je erachter komt.’

Het is een instelling die Bijlsma al snel ver heeft gebracht. Sinds april van dit jaar is ze correspondent in Parijs, met De Telegraaf als belangrijkste opdrachtgever. De afgelopen drie jaar werkte ze als verslaggever bij Sp!ts, terwijl ze ondertussen haar master Journalistiek in Groningen afrondde. Toen het diploma op zak was, vond Bijlsma het tijd om verder te kijken. Inzet: een tijdje wonen en werken in het buitenland. Een Franstalig land liefst, want die taal had ze anderhalf jaar gestudeerd. Eind vorig jaar raakte ze daar in de bar van Nieuws­poort over aan de praat met chef buitenland van De Telegraaf, Menzo Willems. ‘Ik zei tegen hem: “In Parijs heeft natuurlijk iedereen al ­iemand. Dus ik denk nu aan Marokko.” Zegt 
hij: “Nou, ik zoek iemand in Parijs per 1 januari. Kom eens praten.” Stomtoevallig.’

Nog dezelfde avond werkte Bijlsma haar CV en portfolio bij en zat de volgende dag aan tafel bij De Telegraaf, op steenworp afstand van haar bureau op de redactie van Sp!ts. Hoofdredacteur Sjuul Paradijs zag wel wat in de jonge, voor hem onbekende verslaggever. ‘Hij zei wel dat we ons vrij moesten voelen de samenwerking op te zeggen als het niet zou werken. “Maar”, zei hij ook “we zijn fatsoenlijk, we geven je ruimschoots de tijd.” Ze hebben hun nek voor me uitgestoken.’ Daarna ging het snel. ‘Ik ben dingen gaan regelen, een huis gaan zoeken, heb al mijn spullen in een vrachtwagen gestopt en ben naar Parijs gereden.’ Ze neemt een slok van haar koffie en trekt haar typische brede grijns. ‘Mijn ouders waren dolblij dat het Parijs werd in plaats van Marrakech.’

‘Ik had bedacht deze zomer een keer naar de rechtbank te gaan om te kijken hoe het daar werkt en eens een dagje mee te lopen met een parlementaire journalist van een Franse krant. Ook wilde ik een lijst maken met deskundigen, politicologen. Dat soort dingen. Maar het is er nooit van gekomen. Toen ik mijn verhuisdozen nog niet eens had uitgepakt zag ik dat er twee Nederlandse meisjes waren verdwenen in Parijs dus ging ik direct aan de bak. Ik werd door het politie- en justitieapparaat gelijk van het kastje naar de muur gestuurd – het is hier nog erger dan in Nederland, zo stroperig. Uiteindelijk heb ik drie uur voor het politiebureau staan posten tot de meisjes naar buiten kwamen. Ik heb ze gesproken en snel mijn verhaal doorgebeld.

Je wordt geleid door de actualiteit, door de stroom van het nieuws. Dan kun je wel eerst een hele lijst met deskundigen gaan maken, maar uiteindelijk moet je gewoon aan de slag. Ja, in Nederland is dat makkelijker, daar weet je precies waar je moet zijn. Hier moet je een beetje creatiever te werk gaan.’

Eerder die dag zat Bijlsma zoals elke ochtend op haar werkplek: aan de keukentafel van haar kleine appartement dat ze deelt met een Iraanse promovendus. Voorheen werkte ze in haar slaapkamer, maar één stap van bureau naar bed werd haar iets te gortig. Op tafel liggen twee enorme Franse woordenboeken. Bijlsma spreekt vloeiend Frans, maar vooral wanneer ze een onderwerp over macro-economie voor haar kiezen krijgt, heeft ze de boeken nog wel eens nodig. Op de achtergrond staat de hele dag geluidloos de televisie aan, wisselend op één van de vier Franse zenders die non-stop nieuws verzorgen. Hier spendeert Bijlsma het grootste deel van haar dag. Ze volgt het nieuws, belt met de redactie van De Telegraaf, schrijft haar verhalen.

‘Ik zou wel graag een kantoortje willen hebben, maar dat kan ik nu nog niet betalen. Het lijkt me leuk om samen te werken met internationale collega-correspondenten. Ik spar wel met mijn chef over de telefoon, maar dat is toch anders dan met iemand die fysiek hier zit. Het correspondentschap is best een solitair beroep. Soms denk ik aan het einde van de middag: goh ik heb twee mensen twee minuten gesproken vandaag. Dat hoort er gewoon bij. Ik mis Nederland helemaal niet, maar ik mis wel dat ik m’n vrienden kan opbellen en zeggen: wat een waardeloze dag, zullen we vanavond even een biertje drinken?’

‘Het grote nieuws komt als vanzelf, maar voor De Telegraaf ben ik ook altijd op zoek naar de kleinere, bijzondere verhalen van Nederlanders die in Frankrijk wonen en naar opmerkelijke verhalen uit Frankrijk zelf. Daar moet je een netwerk voor opbouwen. Het zou je verbazen hoeveel mensen zich met tips bij De Telegraaf melden. Laatst nog van een vrouw wiens dochter danst in een groep die mocht optreden op de bruiloft van Albert en Charlène in Monaco.

Maar het belangrijkst zijn de verhalen die ik van de Fransen zelf hoor; bij vrienden, bij de bakker, op feestjes, in de wasserette. Verder zit ik op verschillende fora en ga ik wel eens naar borrels. Eigenlijk komt het erop neer dat je gewoon veel moet ouwehoeren met mensen.

Het was me bijvoorbeeld opgevallen dat Parijs de hele zomer stil ligt. Ik wist wel dat het rustig zou zijn, maar had niet verwacht dat het zó leeg was. Dat vond ik opmerkelijk, dus heb ik aan mijn buurman Jean Philippe gevraagd hoe dat zit. Blijken Parijzenaren de hele maand ­augustus weg te zijn en begin september uitgerust, bijgevoederd en met goede voornemens terug te komen voor de rentrée, een soort nieuwjaar. Ik wil er een column over schrijven.

Voor dat soort verhalen, waarin je de Franse mentaliteit kunt duiden, woon je hier. Nee, dan moet je niet de hele dag thuis alleen achter je computer blijven zitten. Als je geen ideeën hebt, geen mensen belt, er niet op uit trekt; dan gebeurt er niks.’

‘Ik krijg een vast bedrag per maand van De Telegraaf. Als dat niet zo was, weet ik niet of ik het had gedaan. Het was al best heftig om mijn vaste contract en mijn huis op te zeggen en hier in mijn eentje heen te gaan. Als daar nog een onzekere factor bij was gekomen…

Ik wil er wel nog wat opdrachtgevers bij zoeken. Ik kom rond, maar Parijs is hartstikke duur. Bovendien is het leuk om er wat naast te doen. Ik heb al een aantal keer commentaar gegeven in RTL Boulevard, ik heb wat geschreven voor En France en laatst was ik voor het eerst live op BNR Nieuwsradio, daar ben ik achtervang voor wanneer hun vaste correspondent er niet is. Binnenkort ga ik ook een stuk schrijven voor een Belgische krant. Hopelijk wordt dat iets structureels. Maar als ik een verhaal heb dat je echt niet mag missen, dan gaat dat natuurlijk naar De Telegraaf.’

In de avond tikt Bijlsma haar stuk over de 11 miljard extra bezuinigingen die de Franse regering vanmiddag aankondigde. Het wordt al donker en vanaf het balkon zie je in de verte de verlichting van de Eiffeltoren knipperen. Als ze rond negen uur klaar is surft ze naar YouTube om harde muziek te draaien. Iets van De Jeugd van Tegenwoordig. Een klein ritueel dat het einde van haar werkdag markeert.

Niet veel later, om half tien, belt de krant; daar is een tip binnengekomen over een windhoos die een kampeerterrein nabij Lyon zou hebben verwoest. Bijlsma zapt langs de nieuwszenders: niets dan bezuinigingen. Uiteindelijk vindt ze een klein berichtje op een Franse nieuwssite. Er blijkt een Nederlandse vrouw te zijn omgekomen. Haar man heeft zijn been verbrijzeld. Bijlsma trekt zich haastig terug in haar slaapkamer. Af en toe loopt ze driftig telefonerend heen en weer. Een uur later stuurt ze een artikeltje door voor de voorpagina van morgen; net op tijd. Daarna boekt ze voor de dag erop een treinticket naar de getroffen plek. Ze verwacht geen Nederlandse collega’s tegen te komen. ‘Een menselijk drama, typisch een verhaal voor De Telegraaf. Misschien kan ik de familie van die vrouw wel vinden in het ziekenhuis’, zegt ze, om dat idee meteen weer terzijde te schuiven. ‘Die zitten daar vast niet op te wachten.’

Bijlsma haalt haar schouders op. ‘Wat is typisch Telegraaf? Ik zie het zo: De Telegraaf is de beste nieuwskrant van Nederland. We hebben ontzettend veel scoops, een groot netwerk en de mensen die er werken zijn go-getters. Dat heb ik ook in me, dat vasthoudende.’

‘Ik heb niets meer van hem gehoord’, zegt ze. Weer die grijns: ‘Geen bericht, goed bericht.’

Het is half zes in de ochtend en Bijlsma bestelt in rap Frans een taxi. De volgende ochtend een groot stuk op pagina 9. Het getroffen gezin komt niet aan het woord. Wel de Groningse Jannie, die ook op de camping stond: ‘Het is hier net een oorlogsgebied.’


——-

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee