website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Een ­begroting moet niet 2 maar 25 inkomsten­bronnen ­bevatten

Teun Gautier — Geplaatst in Innovatie op zaterdag 7 november 2015, 17:00

© Foto: ANP/Bas Czerwinski

Opinie Teun Gautier doet met twee collega’s onderzoek naar businessmodellen voor kwaliteitsjournalistiek. De onderzoekers zijn optimistisch en vonden 52 mogelijke inkomstenbronnen voor nieuwe vormen van journalistiek. Over rijk worden met kwaliteitsjournalistiek.

Paul Lewis van The Guardian sprak een aantal jaar geleden over de aanstaande ‘golden age of journalism’. Zijn redenering was dat we in een tijd leven waarin de honger naar informatie en daarmee de waarde ervan nooit eerder zo groot was. Een tijd bovendien waarin het produceren en distribueren van informatie eenvoudiger en goedkoper is dan ooit. Volgens Lewis hebben we alleen nog maar excellente journalisten nodig om die beloofde gouden eeuw te realiseren.

Hij heeft bijna gelijk. We hebben, naast dat alles, ook het vermogen nodig om geld te verdienen met journalistiek. Misschien niet als doel op zich maar een sector die zichzelf niet kan bedruipen zal niet bestaan. De oude modellen werken niet meer en het businessmodel voor journalistiek zal opnieuw moeten worden uitgevonden. Adessium Foundation liet een onderzoek uitvoeren om de veranderende modellen te zoeken en in kaart te brengen.

Adessium is een belangrijke particuliere filantropische instelling (het fonds is gevuld met de opbrengsten van de verkoop van Gerard van Vliets hedgefonds Transtrend, in 2007 aan Robeco, red.) voor Nederlandse, Europese en wereldwijde kwaliteitsjournalistiek. In het kader van hun programma Integere Samenleving herkennen en steunen ze de rol van onafhankelijke en hoog kwalitatieve journalistiek.

Adessium heeft Pieter Oostlander, Sam van Dyck en de schrijver dezes gevraagd om een onderzoek te doen naar de diepere onderstroom van de businessmodellen van kwaliteitsjournalistiek. We definiëren dat als: ‘media productions of an explanatory and investigative nature that explore not what happened, but why and how it happened, based on research, investigation and facts and driven by an intrinsic hunger for truth.’

De oorsprong van de vraagstelling had te maken met de rol van de filantropie in de transitie van de financiering van journalistiek. Als de traditionele inkomsten onder druk komen te staan dan kan de filantropie mogelijk een grotere bijdrage gaan leveren. Dat kan zijn door journalistieke producties te financieren of te helpen in het ontwikkelen van nieuwe inkomstenbronnen. De filantropie kan dan geefgeld inzetten maar ook investeren met equity in nieuwe ontwikkelingen. Daarbij is uiteindelijk de kernvraag of de (kwaliteits-) journalistiek wel of niet een zelf-financierende of winstgevende branche kan zijn. Is het mogelijk om geld te verdienen met journalistiek en zo ja, hoe en wat is er voor nodig om dat te realiseren. Voorwaar geen kleine vragen waar we wel een antwoord op vonden.

We hebben 25 mensen, collectieven en organisaties uit verschillende landen gevraagd naar hun huidige model en vervolgens naar hun gedachten over nieuwe modellen voor hun organisatie. Tenslotte hebben we met hen gesproken over de sector als collectief. Het leidde tot gesprekken die een reis maakten van het huidige naar het denkbare en van het perspectief van de eenling naar een collectief perspectief op de sector. In het rapport doen we verslag van de bevindingen: er is sprake van meerdere, op elkaar inwerkende transities.  Er zijn nieuwe mogelijke modellen met groot verdienvermogen en financiële potentie en we maken niet het einde van ‘self-sustaining’ journalistiek mee maar een transitie naar een nieuw model waarbij er sprake is van een aantal wezenlijke obstructies en tekortkomingen die de ontwikkelingen in de weg staan.

Meerdere transities
Misschien de meest wezenlijke transitie is de verschuiving van geïntegreerde mediaorganisaties, waarbij productie (redactie), distributie, infrastructuur en monetarisering (uitgeeffunctie) samengevoegd zijn, naar een ‘distributed newsroom’ en hybride distributie. De traditionele uitgeverij waarin men produceert voor de eigen kanalen wordt deels vervangen door een nieuw ecosysteem van freelancers en een veelheid aan distributiemogelijkheden.

Dit leidt er toe dat zowel in de productie als in de distributie het belang van de zelfstandig journalist toeneemt. In het rapport spreken we overigens van ‘information workers’ om aan te geven dat het niet alleen om journalisten gaat maar om een ieder die een rol speelt in het maken, verrijken en distribueren van informatie. In dit ‘distributed ecosystem’ vindt verregaande specialisatie plaats en spelen techneuten, data-experts, UX- experts en andere niet-journalisten een steeds belangrijkere rol.

Een tweede, grote verandering is het failliet van de traditionele inkomstenbronnen: advertenties en abonnementen. De advertentiemarkt voor journalistieke media is al overleden en de huidige proposities voor de lezers zullen ook verdwijnen. De advertentieproposities van uitgevers kunnen op geen enkele manier concurreren met de effectiviteit, meetbaarheid en kosten/baten van de online modellen. Met de sterke groei van adblockers lijkt de bannermarkt ook afgeschreven. Het abonnementsmodel verhoudt zich daarnaast en bovendien slecht tot de nieuwe mogelijkheden van consumenten om zich via een oneindige hoeveelheid kanalen te kunnen en willen informeren.

Het duo-pole inkomstenmodel is het aan migreren naar een hybride model van een grote hoeveelheid, verschillende bronnen van inkomsten. We vonden er 52 maar er zullen er meer zijn: crowdfunding (institutioneel en per productie), consulting journalistiek, productie van branded content, pay-per-article, half-fabrikaten en data aanbod, retailing en collective buying zijn een aantal voorbeelden.

Dergelijke, nieuwe en hybride inkomstenmodellen zijn veel complexer dan de traditionele en de omslag is voor bestaande mediaorganisaties een enorme uitdaging. We hebben slechts een aantal media gevonden die meer dan vijf verschillende inkomstenbronnen hadden.

Obstructies
In het nieuwe, gedistribueerde journalistieke eco­systeem vonden we een ander probleem bij het genereren van omzet. Waar vroeger de uitgever zorgde voor infrastructuur en het monetariseren van het journalistieke product, is de uitgeeffunctie in het nieuwe systeem eigenlijk verdwenen. De ‘skill, culture and infrastructure’ die nodig is om de nieuwe inkomstenbronnen te benutten ontbreekt bij het overgrote deel van de zelfstandig opererende journalisten.

Daarnaast is er sprake van een sterk veranderende rol van de journalist – de journalist bevindt zich in een veel competitieve omgeving en het belang van de ‘auteur als merk’, het vermogen om stukken ook zelf te promoten en, voor freelancers, het vermogen om ook ondernemer te zijn, vragen veel van de huidige generatie journalisten.

Daarbij komt dat het traditionele journalistieke product niet meer voldoende waarde toevoegt voor de veel beter geïnformeerde, veeleisender en onbereikbaardere lezer. Dat vraagt om journalistieke productie die, zowel in termen van inhoud als delivery, veel meer waarde toevoegt dan vroeger. Journalistiek die verder gaat en dieper gaat en zich onderscheidt.

Deze twee uitdagingen, de nieuwe rol van de journalist en de noodzaak voor hoogwaardiger journalistiek, zijn aanleiding voor verregaande specialisatie van journalisten. Dit kan zowel op onderwerp zijn (voedselmarkt in China) als op het gebied van journalistiek vakmanschap (Wobben, eindredactie etc). De ontwikkelingen dwingen journalisten tot specialisatie maar daarmee verandert hun markt enorm. Veel media zullen maar een beperkt aantal keer behoefte hebben aan een stuk over de voedselmarkt in China. Een gespecialiseerde journalist zal dus ook een veel breder palet aan inkomstenbronnen en mogelijke afnemers moeten kunnen aanspreken.

Geld verdienen
In wezen zagen we in het onderzoek een splitsing in het journalistieke domein. Enerzijds de traditionele, geïntegreerde mediaorganisaties en daarnaast het gedistribueerde ecosysteem. Journalistiek voegt waarde toe middels informatie. Die waarde is groot maar het vermogen om die waarde om te zetten in inkomsten is afwezig in het nieuwe systeem en moeilijk te converteren in het oude. Er blijft daarmee enorm veel potentieel onbenut. Dat potentieel is voldoende voor een vitale en bloeiende journalistieke sector. Zo is de veronderstelling dat de lezer/kijker niet wil betalen voor content is een mythe. Tal van voorbeelden tonen aan dat de lezer prima wil betalen voor inhoud en ‘delivery’ die waarde toevoegt en als er betalingsvormen worden aangeboden die hem of haar passen (crowdfunding, pay-per-article, etc).

De 52 manieren die we identificeerden geven aan dat de ontwikkelingen leiden tot een sterke diversificatie van de inkomstenbronnen. Een begroting van een journalistieke organisatie moet niet 2 maar 25 inkomstenbronnen bevatten. Dat vraagt een ander perspectief, een andere organisatie en daartoe zal definitie van de rol van de journalistiek moeten worden gewijzigd. Zij verandert van het overdragen van informatie in het verkrijgen, beheren en distribueren van kennis. Een nieuwe journalist zou ook als consultant, spreker, onderzoeker moeten kunnen fungeren en meerdere markten onderscheiden, de consument maar ook de BtB markten, consultants, overheden en NGO’s, bijvoorbeeld.

De oplossingsrichting
Het is onze stellige overtuiging dat de transitie van het verdienvermogen moet worden gestimuleerd. Onze analyse is, zoals gezegd, dat het ontbreekt aan de ‘skills, culture and infrastructure’ die nodig is om het nieuwe en complexere geld verdienen mogelijk te maken. De markt en de filantropie zouden moeten inzetten op het aanleggen en versterken van de middelen om meerdere inkomstenbronnen te benutten. Een voor de hand liggend voorbeeld is Yournalism, een goed functionerend en bekend platform om stukken of initiatieven te crowdfunding helpt om deze inkomstenbron een plek te geven.

De gemeenschap van freelancers zou zich, met hulp van de filantropie, kunnen verenigen om een gezamenlijke productie en ‘monetising’ capaciteit te ontwikkelen, zo zou één commercieel iemand voor meerdere freelancers of collectieven kunnen werken, een betalingstool kunnen worden ontwikkeld en zouden fondsen gezamenlijke kunnen worden benaderd en diensten gezamenlijk kunnen worden afgenomen. Een uitgeverij voor de freelance journalist zou de veranderingen vleugels kunnen geven. En daar wordt aan gewerkt.

Het rapport (pdf) is hier te downloaden.

Teun Gautier (1968) begon in 1993 bij Reed Exhibitions in de VS en werd directeur van Reed in Nederland en België.

Na de fusie stapte hij over naar Elsevier Bedrijfsinformatie als adjunct-directeur. In 2000 vertrok hij daar.

Hij richtte meerdere uitgeverijen op en deed projecten, onder meer voor TMG en WPG. In 2008 werd hij directeur/uitgever van De Groene Amsterdammer.

Hij richtte Pub­leaks op, was nauw betrokken bij vele innovaties waaronder de lancering van De Correspondent.

Gautier is bestuurslid bij Vereniging Veronica en adviseert over nieuwe businessmodellen voor journalistieke media.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Journalist van het jaar 2018

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.