website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

De rekkelijken rukken op in de Raad

Frans Oremus — Geplaatst op Friday 20 May 2011, 10:00

De Raad voor de Journalistiek zat de laatste jaren in zwaar weer. En de storm is nog niet helemaal geluwd. Maar er is ook succes. Nieuwsuur doet weer mee, na eerder te zijn afgehaakt omdat de Raad niet bereid was eigen fouten te herzien.

De Raad kampt met een stoffig en stroperig imago en heeft dat deels aan zichzelf te danken. De website, die mediagedupeerden wegwijs moet maken over het indienen van een klacht, is een labyrint vol juridische rimram en bureaucratisch gezever. ‘Vingerplanten’, zo worden de leden van de Raad weinig respectvol op GeenStijl genoemd. Critici klagen over de langdurige procedures en de weinig slagvaardige indruk die de Raad maakt in het geven van een algemeen oordeel (‘ambtshalve uitspraak’, red.) bij grote kwesties die vrijwel alle media raken. Wat ook niet helpt is dat een aantal media weigert de Raad te erkennen: Tros Radar, De Telegraaf, Elsevier en RTL Nieuws.

Maar sinds het aantreden van een nieuwe, betaalde voorzitter uit een journalistieke biotoop – Victor Lebesque – gloort er langzaam licht. Zo werd vorige week bekend dat de Raad Nieuwsuur weer aan de borst kan drukken nu er de mogelijkheid tot herziening bestaat als de Raad fouten maakt of zich op verkeerde feiten baseert. Hoofdredacteur Carel Kuyl van Nova besloot in 2008 voorlopig niet meer mee te werken aan klachtenprocedures. Aanleiding vormde twee uitspraken waarin Nova onjuist of onzorgvuldig journalistiek handelen werd verweten op grond van achteraf geconstrueerde feiten en argumenten die elkaar tegenspreken. Nu de Raad bereid is uitspraken te herzien wanneer er fouten zijn gemaakt staat niets meer in de weg mee te werken aan procedures, aldus Kuyl.

Andere lichtpuntjes zijn dat bemiddeling (‘ombudsfunctie’) actiever wordt toegepast en er een vereenvoudigde procedure in het leven is geroepen. Voorzitter en secretaris kunnen hierbij buiten de zitting zaken afdoen als naar hun oordeel klager evident niet ontvankelijk is, de Raad duidelijk niet bevoegd is de klacht in behandeling te nemen, of te voorzien is dat een klacht ongegrond is.

Grofweg bestaan er twee soorten criticasters: zij die zich niet kunnen vinden in het feit dat een groep journalisten, juristen en burgers de media de maat nemen, en zij die vinden dat de Raad – in meerdere opzichten – met zijn tijd mee moet gaan en zich minder moet vastbijten in zijn eigen regeltjes. De eerste groep zal het moeilijkst te verzoenen zijn.

RTL Nieuws bijvoorbeeld is niet van plan terug te keren naar de Raad, zo laat hoofdredacteur Harm Taselaar weten: ‘De Raad heeft geen enkele status. Waarom zouden we ons door de eigen beroepsgroep laten beoordelen? Het heeft evenveel waarde als het oordeel van Sinterklaas, of wie dan ook. Klachten van kijkers nemen wij serieus. Ik ga met ze in gesprek en in de meeste gevallen wordt er een oplossing gevonden. En zo niet dan kunnen mensen altijd nog naar de rechter stappen.’

Ook hoofdredacteur Arendo Joustra (Elsevier) heeft fundamentele bezwaren. ‘Waarom zou je alle media gelijk willen schakelen? Het ene medium publiceert wel de achternaam van Ruben (overlevende vliegramp Tripoli), het andere niet. So what. Waar bemoeit die Raad zich mee? Zeg je abonnement op als het je stoort.’ Hij ergert zich aan de subjectiviteit van de oordelen. ‘Ook The New York Times noemde de achternaam van Ruben. Hebben die geen ethiek of zo?’

Hoofdredacteur Sjuul Paradijs van De Telegraaf wil zijn weigering de Raad te erkennen niet bediscussiëren, maar stelde eerder dat onderzoek laat zien dat de procedure in het geval van de wakkere krant vaak is gebruikt als testcase voor een rechtszaak. ‘En we willen liever niet twee keer advocaatkosten betalen.’

De andere groep critici ziet de Raad wel degelijk als een waardevol instituut, maar vindt dat er ernstig gemoderniseerd mag worden. Deze criticasters zitten ook in de Raad zelf.

Raadslid Peter Olsthoorn stelt dat de burger­leden die de Raad sinds kort telt, na hun eerste jaar hebben verklaard het orgaan ‘conservatief en in zichzelf gekeerd’ te vinden. ‘De eigen “Leidraad” geldt als een bijbel. Zittingen dreigen soms te ontaarden in exegese, of Twitter nu wel of niet journalistiek is. Maar in de kern gaat het niet om de regeltjes, zeker niet in een snel veranderende digitale werkelijkheid. Het gaat er om of de journalist in kwestie integer heeft gehandeld. Dáár moeten we ons mee bezighouden.’ Zo ergert hij zich aan het gesteggel tussen de NVJ en de Raad over een statutenwijziging. De laatste wil dat de bevoegdheid om klachten in behandeling te nemen wordt verruimd. Nu eisen de statuten dat alleen klachten tegen ‘professionele’ journalisten in behandeling worden genomen, wat soms leidt tot lastige definitiekwesties, met name bij de zogeheten nieuwe media. Algemeen secretaris Thomas Bruning van de NVJ: ‘De Raad is ooit opgericht door de NVJ, uitgevers en omroepen om de professionele journalist te beoordelen. Wij kunnen dus prima met het huidige statuut uit de voeten. Ook als het gaat om nieuwe media. Ik vergelijk het vaak met de ingezonden brievenrubriek. Als je die in de krant publiceert is de krant verantwoordelijk. Ook nieuwe media kunnen, als je dit principe hanteert, met het huidige instrumentarium worden beoordeeld.’ Olsthoorn: ‘Het is de discussie tussen de rekkelijken en de preciezen. Een doodsstrijd van een orgaan wiens gezag aan het afbrokkelen is. Regels over privacy en wederhoor zijn te star. Moet je bijvoorbeeld wederhoor afdwingen op televisie?, zoals Moszkowicz deed in Pauw & Witteman? Nee toch?’ Volgens Olsthoorn moet er ook meer openheid komen. ‘Die zittingen kun je audiovisueel ontsluiten onder eigen regie. Zaken en uitspraken moeten in een forum komen. We moeten het debat aangaan. Vooral met de criticasters. Dan krijg je zuurstof.’

Dat codes en regeltjes niet zaligmakend zijn onderschrijft recent onderzoek naar de werking en de effectiviteit van journalistieke gedragscodes (UvA), dat in opdracht van de stichting Media-ombudsman Nederland (MON) is gedaan. De onderzoekers concluderen dat er weinig bewijs bestaat dat algemene profes­sionele codes (Code van Bordeaux, de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek en de Genootschapscode) een grote invloed hebben op de dagelijkse werkwijze van journalisten. ‘Net als codes per medium moeten algemene codes vooral gezien worden als uitdrukking van het debat binnen de professie. De afstand van dat debat tot de dagelijkse journalistieke praktijk is groter, en de invloed ervan waarschijnlijk nog kleiner, dan bij codes per medium het geval is’, aldus de onderzoekers. Voorman Lebesque wil ook minder regel-dwang. ‘Wij oordelen over het fatsoen van een journalist. Dat is niet heel secuur in regeltjes te vangen. Net zo min als de beroepsgroep. Daarom willen we de definitie verbreden om niet te verzanden in discussies over wie wel of geen professionele journalist is.’

Met de media die de Raad de rug hebben toegekeerd zit hij in zijn maag. ‘Het niet erkennen van de Raad is arrogant tegenover de klager en jammer voor de betrokken media. Want als ze wel op de zitting komen en zich verweren neemt de kans op een ongegrond verklaring misschien wel toe. Een voorbeeld? In een doorwrochte en voortreffelijke reportage van Gerlof Leistra in Elsevier over drugskoeriers in Zuid-Limburg dat stijf stond van de bronnen, komt één passage voor waarin een autobedrijf in Rotterdam een criminele organisatie wordt genoemd. Zonder bronvermelding. Dit kan natuurlijk een reden hebben, die de journalist ter zitting kan motiveren. Maar met de voorliggende feiten – geen wederhoor en onvoldoende bronvermelding en geen nadere uitleg – moesten wij de klacht gegrond verklaren, overigens met bloedend journalistiek hart.’ Ook Lebesque is voorstander van meer openheid. ‘De Noorse Raad voor de Journalistiek zendt alle zittingen live uit, verzorgd door wat ik maar “de Villamedia van Noorwegen” noem. Daar sta ik sympathiek tegenover, al moet men niet bang hoeven te zijn dat men ter zitting meteen een camera in zijn nek krijgt.’


——-

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

De orde van Chaos 2018