— vrijdag 5 juli 2019, 09:00 | 0 reacties, praat mee

De onbetrouwbare bron die Jos Slats een enorme kater bezorgde

© Marco de Swart

We hebben er als journalisten allemaal wel eens mee te maken: onbetrouwbare bronnen. De querulanten, fantasten en paranoïde complotdenkers haal je er meestal meteen uit. Een stuk lastiger zijn de intelligente gekken. Zij beheersen de kunst om een smakelijk gebalanceerde cocktail van feiten en fictie te mixen die altijd naar meer smaakt. Onderzoeksjournalist Jos Slats dronk dagenlang uit de giftige bron van Naam Achternaam die hem een kater van formaat bezorgde.

Ik sta op het punt een misdrijf te plegen. In Nieuw-Vennep. Uit de gleuf van de buitenbrievenbus van de portiekflat waaiert een dik pak reclamedrukwerk. De bus moet in geen weken zijn gelegd. Er zitten ook enveloppen tussen. Technisch gezien bevindt een deel van de post zich niet ín de bus, maar op de openbare weg, bedenk ik met enige geestelijke lenigheid (een katholieke opvoeding komt nu goed van pas). Ik kijk schichtig om me heen en jat een paar enveloppen uit de berg oud papier. Het zijn bankafschriften. Dan bega ik een tweede misdrijf: schending van het briefgeheim. Ik weet niet of ik moet lachen of huilen. Ik heb eindelijk wat ik zocht, maar niet wat ik wilde, want ik word keihard met de neus gedrukt op een groteske journalistieke dwaling. Was Paula er maar geweest, denk ik woedend en weemoedig tegelijk.

Ooit werkte ik bij Vrij Nederland, de kraamkamer van de Nederlandse onderzoeksjournalistiek, een huis voor klokkenluiders avant la lettre, waar zich zo nu en dan ook een Quasimodo aandiende met een gouden tip. Gelukkig hadden wij Paula Glerum op het redactiesecretariaat, onze poortwachter. Niemand kwam de redactie op, ook niet via de telefoon of post, zonder haar goedkeuring. Ze had een perfect afgestemde antenne voor fantasten, gekken en complotdenkers. Puur op gevoel checkte ze bronnen kapot. ‘Ik zal de redacteur even bellen’, zei ze dan. En als je vervolgens het secretariaat opliep, zat ze hoofdschuddend op de achtergrond. Dan wist je: dit wordt een kort gesprek. Brieven van als krankzinnig bestempelde tipgevers overhandigde ze met de mededeling: ‘voor de prullenbak der gemiste primeurs’.

Bij KRO Reporter hadden we jammer genoeg geen Paula.

In 2007 maakte ik met Bart Nijpels een uitzending over ‘Operatiën & Inlichtingen’ (O&I), een geheime militaire organisatie die kort na de Tweede Wereldoorlog was opgericht om in het geval van een Russische bezetting het verzet te organiseren. Dit agentennetwerk (ook wel Gladio genoemd, naar de Italiaanse zusterorganisatie) beschikte over verborgen wapenopslagplaatsen in het hele land. In 1992 had premier Lubbers ‘O&I’ officieel opgeheven. De Koude Oorlog was ten einde. Reporter onthulde dat er nog een andere reden was geweest om de stekker eruit te trekken. De clandestiene club was al in de jaren 80 gecompromitteerd geraakt. Criminelen hadden een opslagplaats van ‘O&I’ in de Scheveningse Bosjes leeggeplunderd. Enkele vuurwapens en handgranaten doken later op bij de onderwereldfiguren Sam Klepper en John Mieremet.

Na de uitzending ontving Reporter een anonieme brief uit Portugal. De schrijver beweerde dat ‘O&I’ in 1992 niet helemáál was opgeheven. Een deel van de organisatie zou nog steeds actief zijn en zich zelfs bezighouden met ‘dubieuze’ activiteiten. Als we geïnteresseerd waren, moesten we een advertentie plaatsen in de eerstvolgende reisbijlage van De Telegraaf met de tekst: ‘Wandelen met wolven in de Peneda-Geres’.

We begrepen niets van die verwijzing naar het natuurpark in Portugal, maar dat ‘O&I’ in een of andere vorm was blijven bestaan, klonk niet onaannemelijk. Dat had ik zelf ook al eens bedacht. Een deel van het O&I archief is ‘staatsgeheim’ en ligt achter slot en grendel bij het Nationaal Archief. Een bron had me een archiefbeschrijving toegespeeld. Daarop stonden verwijzingen naar vertrouwelijke stukken uit 2014, van ver dus na het officiële einde van ‘O&I’.

Een paar dagen na plaatsing van de advertentie komt er een tweede brief. Opnieuw anoniem. Bron wil mij ontmoeten. In Portugal. Dag, tijdstip en locatie staan vast. En, oh ja, of ik een zak zoute drop wil meenemen.

Ik neem een vroege vlucht naar Porto. Vandaar is het nog twee uur naar de ontmoetingsplaats, een restaurant in een boerengehucht vlakbij de grens met Spanje. Met licht bonkend hart rijd ik de parkeerplaats op. Als ik uitstap en mijn spullen pak, klinkt het: ‘laat dat fototoestel maar in de auto liggen’. Uit de schaduw van een boom stapt een magere gestalte, een wat scharrige man met priemende ogen in een door de zon gelooide kop. Ik schat hem een eindje in de zestig. Hij geeft me een hand zonder zijn naam te noemen en stelt voor naar binnen te gaan. Het is lunchtijd, binnen is het stampvol. ‘We doen de dagschotel’, besluit hij. Hij heeft de uitzending gezien.
‘Heel interessant, maar je weet de helft nog niet.’

Hij wil anoniem blijven, en ondanks mijn plechtige belofte, weigert hij zijn naam te noemen. ‘Ik wil mijn leven niet in gevaar brengen.’ Het lijkt me niet zinvol om verder aan te dringen. ‘O&I bestaat nog steeds. Het is een gevaarlijke club. Ze hebben iemand uit de eigen gelederen, die niet meer werd vertrouwd, in zijn auto op de snelweg doodgeschoten. Ze doen meer van dat soort klussen in opdracht van hogerhand.’ Na de koffie besluit hij abrupt: ‘Zo, je zult wel moe zijn van de reis. Morgen praten we verder. Ik kom je ophalen. In welk hotel zit je?’

De volgende dag drinken we koffie op een terras in het stadje Montalegre. Hij heeft een fenomenale feitenkennis, weet veel van geheime diensten. Hij is intelligent en belezen. Maar laat niet het achterste van zijn tong zien. Ik word ongeduldig en zeg dat ik niet helemaal naar Portugal ben gekomen voor een college over inlichtingenwerk. Ik wil op z’n minst een paar concrete feiten die ik kan checken. ‘Vanavond praten we verder’, belooft hij. Vlak voor we afscheid nemen, begroet een voorbijganger hem, in gebroken Nederlands. Wie is dat, vraag ik. ‘Een Portugees uit Amsterdam die hier wandelvakanties organiseert.’

Ik vlieg terug met een paar bruikbare aanwijzingen, waaronder drie locaties waar wapens zouden liggen. Eén daarvan bezoek ik onmiddellijk na de landing op Schiphol. Volgens bron ligt er onder een schuurtje in een weiland bij het IBM-kantoor in Uithoorn een betonnen kelder. Op Google Earth had ik al gezien dat op de aangegeven plek inderdaad een schuurtje staat. Het IBM-gebouw blijkt net gesloopt om plaats te maken voor een woonwijk. Het schuurtje is ook weg. Er zit een diepe kuil in het weiland.

Vreemd. Tussen het onkruid liggen brokken beton, waaruit stukken metaal steken. Die avond bel ik het bedrijf dat het IBM-kantoor sloopte. ‘Ja, zegt de eigenaar, ‘toen wij die klus aannamen, vroegen ze ons ook om dat houten schuurtje even mee te nemen. Dat bleek veel meer werk dan we dachten, want er zat een kelder onder van gewapend beton’. Bingo.

Wanneer is dat schuurtje gesloopt? ‘Ongeveer een half jaar geleden.’ Wapens? ‘Niet dat ik weet.’ Maar toch, intrigerend op z’n minst.

En dag later sta ik op aanwijzing van bron voor een bungalow aan een zanderig weggetje op de Veluwe. Er woont een vriendelijke kunstenares. Heeft ze misschien een oude ijskelder in de tuin? ‘Ja, achterin, helemaal overwoekerd. Ik ben er nooit naar binnen gegaan, want ik ben als de dood voor spinnen.’ Nogmaals bingo. Ze vindt het goed dat ik de volgende dag terugkom met zaklamp en metaaldetector om de ijskelder te inspecteren.

De dag van de waarheid. Voor ik opnieuw naar de Veluwe ga, rijd ik nog even langs de redactie in Hilversum. Daar ligt weer een anonieme brief uit Portugal. Opwinding maakt plaats voor instant verbijstering als ik een korte bekentenis lees. ‘Ik heb alles verzonnen. Sorry.’

Bij de afdeling godsdienst van de KRO hebben ze me horen vloeken. Wie is die idioot?

Na een paar dagen vol frustratie en zelfhaat herinner ik mij plotseling de gebroken Nederlands sprekende voorbijganger van het terras in Montalegre. Na wat zoeken vind ik het telefoonnummer van een Portugees uit Amsterdam die wandelvakanties organiseert in de Peneda-Geres. Dat moet ’m zijn. Ook hij herinnert zich de begroeting een week eerder op het terras. In hemelsnaam, met wie zat ik daar aan de koffie? ‘Oh, dat is Naam Achternaam. Hij is een paar maanden geleden met pensioen gegaan. Zijn vriendin geeft schildercursussen. Ik geloof dat hij buschauffeur is geweest en uit Nieuw-Vennep komt.’

Zo belandde ik in Nieuw-Vennep, bij een verlaten sociale huurwoning in een portiekflat met een uitpuilende brievenbus en las ik de bankafschriften van Naam Achternaam.

Ik zag geldopnames in Portugal. En een salarisbetaling van Connexxion (het kantoor van de busmaatschappij in Uithoorn staat tegenover het weiland met het mysterieuze schuurtje). Op de website van Connexxion vond ik foto’s van een drukbezochte afscheidsreceptie. Met een lachende Naam Achternaam als stralend middelpunt van de belangstelling.

Ik achterhaalde het telefoonnummer van zijn vriendin die in Portugal schildercursussen geeft in een oud boerderijtje, een kunstdocente aan een hogeschool die alleen tijdens de vakanties in de Peneda-Geres verblijft. De vrouw schrok zich een ongeluk van mijn verhaal. Wist – oprecht – van niets.

’s Avonds belde Naam Achternaam met een afgeschermd nummer. Waar ik de brutaliteit vandaan haalde om zijn geliefde te bellen. ‘Wilt u ons niet meer lastigvallen?’ Na deze sommatie verbrak hij de verbinding. Dat was het laatste contact met de buschauffeur, een getalenteerd jongleur met feiten en fictie, die na het nemen van een vreemde afslag in the middle of nowhere verzeild was geraakt in een oude boerderij, zonder passagiers en de meeste tijd in z’n dooie eentje. Hij had waarschijnlijk gewoon behoefte aan een beetje menselijke aandacht.

Jos Slats (Noordwijkerhout, 1959) is onderzoeksjournalist en programmamaker. Hij werkte na de School voor de Journalistiek in Utrecht voor de Amersfoortse Courant, Vrij Nederland, de Volkskrant, KRO Reporter, Reporter International, Brandpunt Reporter en Zembla. Hij is sinds 1 juni voor zichzelf begonnen onder de naam Jos Slats Media.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.