— maandag 12 april 2021, 07:33 | 0 reacties, praat mee

Corine de Vries: De regionale pers heeft aan alle kanten het tij mee

© TRIK

Het was een raar jaar, maar je hoort de hoofd­redacteur van de regio­nale dagbladen van Mediahuis niet klagen. Corine de Vries over oude littekens, nieuw optimisme en het door haar zo verfoeide Calimero-­complex van de regio. ‘We hebben 170.000 abonnees. Dat is meer dan Trouw, Het Parool en het FD bij ­elkaar. Dan zeg ik: waar is Calimero dan?’ Laatste wijziging: 8 november 2021, 15:51

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Linda Nab. Ook lid worden?

De kennismakingstournee van Corine de Vries was koud twee weken op stoom toen die abrupt weer tot stilstand kwam. Op­ ­­1 maart vorig jaar werd De Vries, die 24 jaar voor de Volkskrant werkte, hoofdredacteur van de regionale titels van uitgever Mediahuis in het Westen van het land. Ze was vast van plan frequent haar gezicht te laten zien op alle acht regiokantoren, om met iedere medewerker van de twaalf edities van haar Noordhollands Dagblad, Leidsch Dagblad, Haarlems Dagblad, Gooi- en Eemlander en IJmuider Courant persoonlijk kennis te maken. Maar op 9 maart mochten er geen handen meer worden geschud. En op 15 maart stuurde premier Mark Rutte heel Nederland naar huis.

Daar zat De Vries dan; op een vrijwel leeg kantoor aan de Basisweg in Amsterdam. Net als op de dag van dit interview, precies een jaar later. Het geluid dat overheerst is dat van de huilende wind die de kantoorkolos af en toe doet schudden. Er zijn geen ratelende toetsenborden om het te overstemmen. Geen gelach bij de koffiemachine. In een grote open ruimte buigen slechts twee of drie redacteuren zich over hun computerscherm. ‘Ik ben wel elke dag hier naartoe gekomen’, zegt een desondanks opgewekte De Vries in haar kantoor. ‘Ik dacht: ik ben pas net kapitein. Dan ga je je schip niet verlaten.’

Toch heb je een manier gevonden om met al die 180 medewerkers een op een gesprekken te voeren.
‘Ik heb het afgelopen jaar, deels via Teams, met iedereen gesproken om kennis te maken. Zeker een halfuur tot wel vijf kwartier per persoon. Ik heb ze gevraagd wat ze hebben gedaan, wat hun ambities zijn en waar ze trots op zijn. Voor onze mensen een beetje een nieuwe vraag, waar soms hard over moest worden nagedacht. Maar het leverde uiteindelijk altijd mooie verhalen op. Leuke anekdotes. Indringende gesprekken. Wat me vooral opviel was de enorme betrokkenheid en loyaliteit die mensen voelen naar de krant die ze maken. Regiojournalisten zijn in hart en ziel regiojournalist.’

Ik heb begrepen dat het op de werkvloer bijzonder werd gevonden dat je die moeite hebt genomen.
‘Ik sprak met een collega, al veertig jaar werkzaam in de Noordkop, die zei: “Ik heb nog nooit met een hoofdredacteur gesproken”.’

Wat dacht je toen?
‘Dat werd tijd. Die man loopt het vuur uit de sloffen voor ons. En voor mij was het een hele goede manier om een goed beeld te krijgen van het DNA van onze kranten, en te begrijpen wat de achtergronden van de titels zijn. Nou ja, je kent het verleden. Mensen hebben veel meegemaakt hier. Er zijn ook best wel wat littekens in de organisatie. Het is goed dat we daar een keer over praten.’

De regionale titels van het Vlaamse Mediahuis laten voor het tweede achtereenvolgende jaar opbeurende groei zien, maar de recente geschiedenis van de dagbladen is ronduit stormachtig te noemen. Na jaren van reorganiseren en bezuinigen escaleert de situatie in 2017, als de titels – destijds nog verenigd in uitgeverij Holland Media Combinatie (HMC) onder moederbedrijf TMG – nogmaals een ontslagronde voor de kiezen krijgt. 45 arbeidsplaatsen moeten er, met instemming van de hoofdredactie, verdwijnen. Een woedende redactie legt zich daar niet bij neer en stemt hoofdredacteur Arjan Paans naar huis. ‘Als die plannen waren uitgevoerd, was dat echt niet goed geweest voor de krant’, zegt De Vries nu. ‘De redactie heeft een hele goede en belangrijke rol gespeeld door in opstand te komen. Ze hebben echt voorkomen dat we gedecimeerd, opgedeeld en ten onder zijn gegaan.’

Er zijn ook best wel wat littekens in de organisatie. Het is goed dat we daar een keer over praten.

Wat voor club mensen dacht je aan te treffen, ook al is het inmiddels een paar jaar geleden?
‘Ik was me ervan bewust dat dit een groep mensen is die heel vaak bang is geweest om hun baan kwijt te raken. De eerste reactie op een nieuwe hoofdredacteur is dan bij een aantal: achterdocht. De neiging om te denken: ze zullen ons wel weer proberen te naaien. Er was hier ook een cultuur van mobiliseren, de vakbond inschakelen en met protestacties komen als de redactie het ergens niet mee eens was. Dat is begrijpelijk, en de vakbond is ook belangrijk, maar ik vind dat we eerst moeten proberen om kwesties zelf op te lossen. Daarom heb ik gezegd: als je ergens mee zit, of je bent het ergens niet mee eens, laat het me dan gewoon weten. Dan kan ik eerlijk antwoord geven, en uitleggen waarom we doen wat we doen.’

Lukt dat?
‘Ja, hoor, er wordt in alle openheid gemopperd. Al gaat het op dit moment natuurlijk goed met de krant, en over het algemeen is iedereen opgelucht over hoe de zaken uiteindelijk zijn gelopen. Inmiddels dringt ook wel door dat Mediahuis een heel ander soort uitgever is. Een club met hart voor kranten, die gaat voor kwaliteit. Ik voel me ook heel welkom. Ik geloof dat de redactie wel blij was met een keer een vrouwelijke hoofdredacteur. Daar zijn er niet zoveel van.’

Je werkte 24 jaar voor de Volkskrant en je woont in Amsterdam Noord. Welke binding heb je met de regio?
‘Sterker nog: ik was voor de Volkskrant ook nog eens buitenlandjournalist en correspondent in Moskou. Maar ik heb wel het gevoel dat ik wortels heb in de regio – al moet een kilometer rijden om een krant van ons te kunnen kopen. Mijn grootouders aan de ene kant kwamen uit Zaandam, en aan de andere kant uit Hilversum. Zelf groeide ik op in Apeldoorn. Regiojournalistiek beschouw ik als de oorsprong van ons vak. Toch een beetje terug naar de basis. Wat is er mooier dan een goed interview met een echtpaar dat 65 jaar getrouwd is en vertelt over wat ze allemaal hebben meegemaakt in hun regio?’

Werkt het in je voordeel dat je niet uit de gelederen van een van de titels komt, die van oudsher toch een beetje in competitie zijn met elkaar binnen het concern?
‘Dat helpt heel erg. Er was inderdaad altijd een soort tegenstelling tussen het Noordhollands Dagblad – de grootste – en het Haarlems Dagblad – de oudste. De Gooi- en Eemlander zat in een wat geïsoleerde positie daartussenin. Ik ben niet van Alkmaar of van Haarlem. Ik snap wel dat Leiden baalt als in het eerste katern voortdurend wordt benadrukt hoe Noord-Hollands we zijn. Daar moeten we op letten. Maar tegelijkertijd heb ik gezegd: die kloof moet eruit, we zijn met z’n allen één krant. Ik heb me het afgelopen jaar ingezet om die muurtjes af te breken. Corona heeft me daar – gek genoeg – bij geholpen. Door de lockdown zijn we van de ene op de andere dag onze ochtendvergaderingen in Teams gaan houden in plaats over de telefoon. Nu zien we elkaar elke ochtend en zijn de discussies levendiger. Ook heb ik een wekelijks chefsoverleg ingevoerd, waarin we ook via Teams even bijpraten over praktische en persoonlijke zaken, en stuur ik elke vrijdag de hele redactie ter inspiratie een mail met daarin onze mooiste producties van afgelopen week, met input van chefs uit alle regio’s. Ik heb het idee dat de regio’s daardoor wat dichter bij elkaar zijn komen te staan.’

Toch lijkt het me een ingewikkelde puzzel; ook naar je lezers. Je verschijningsgebied beslaat drie niet zo heel homogene provincies. Hoe laveer je daartussen?
De ogen van De Vries beginnen te glinsteren en ze staat op om het hele pakket kranten van vandaag, dat in een waaier op haar bureau ligt, erbij te pakken. ‘Kijk, we hebben in totaal twaalf edities met wisselpagina’s. Afgelopen jaar hebben we ingevoerd dat het bovenblok op de voorpagina altijd regionaal is. Daar ben ik trots op. Hier’, zegt ze, wijzend op de voorpagina van de Schager Courant. ‘Een afgebrande schuur in Tuitjenhorn. Dat hoeft niet op de voorpagina van het Haarlems Dagblad, maar voor Schagen is dat hartstikke belangrijk en interessant. Al vind ik dat een heel mooi menselijk verhaal, over iemand die is hersteld van corona maar nog steeds worstelt met de effecten ervan, ook voorin de krant kan. Dat is net zo interessant in Leiden als in Hoorn.’

We hebben Pieter Broertjes gevraagd of hij als burgemeester van Hilversum, waar jouw Gooi- en Eemlander verschijnt, nog een vraag had voor zijn oude Volkskrant-adjunct. Hij liet weten dat hij de krant in vorm enorm vindt opgeknapt, maar heeft inhoudelijk nog wat te wensen over. Hij vraagt zich af: hoe ga je de kwaliteit van de kopij verhogen terwijl het aantal redacteuren daalt?
‘Het afgelopen jaar is het aantal redacteuren iets gestegen. Maar ik ben het met hem eens: journalistiek kan altijd beter en je moet altijd blijven werken aan kwaliteit. Sinds de zomer zijn we naast webfirst en datageïnformeerd werken ook over gegaan op een nieuwe vormgeving waarin we veel duidelijker keuzes maken. Meer ruimte voor grote verhalen; minder vakjes te vullen. Redacteuren hoeven in verhouding iets minder te maken, en kunnen daardoor meer focussen op het vertellen van een mooi verhaal.

Daarbij is het leuk en belangrijk om met elkaar te sparren en van elkaar te leren. We willen ervoor zorgen dat iedereen het komende jaar twee cursussen volgt, in kleine groepjes met collega’s uit verschillende regio’s. Om te kijken naar: hoe krijg je een mooie structuur in een stuk? Wat zijn de dooddoeners? Hoe maak je een goed interview? Allemaal vragen die hier misschien iets te weinig zijn gesteld, omdat het gewoon altijd te druk was.’

Ik zag het afgelopen jaar ook drie vacatures voor onderzoeksjournalisten.
‘We zetten meer in op onderzoeksjournalistiek. We hadden al Bart Vuijk, met zijn verhalen over Tata Steel, en Marco Knippen die de turnaffaire boven tafel heeft gekregen. Daar zijn twee jonge onderzoeksjournalisten bijgekomen – eentje op de centrale nieuwsdienst en een in Leiden en Haarlem. In Hilversum– het zal Pieter Broertjes plezieren – hebben we een onderzoeksjournalist neergezet die in het mediapark gaat duiken.’

Ik wil onderzoek substantieel een plek bij ons geven

Deze drie worden betaald uit potjes van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Wat gebeurt er als die geldstroom stopt?
‘Ik wil onderzoek substantieel een plek bij ons geven. Dat betekent dat je wat moet schuiven om ruimte te maken. Als iemand met pensioen gaat kun je accenten verleggen, bijvoorbeeld. Maar dat heeft tijd nodig, en die tijd heb ik nu even dankzij de subsidies. Het idee is natuurlijk ook dat als we blijven groeien, en aantonen hoe goed het werkt, we weer eens wat kunnen uitbreiden.’

Je ben voorstander van brede kopij-uitwisseling met andere Mediahuis-kranten. Kun je uitleggen waarom?
‘We maken al lang dankbaar gebruik van kopij van De Telegraaf en we mogen sinds een tijdje ook kopij gebruiken van NRC en De Standaard. Daarnaast werken we goed samen met Limburg en de noordelijke kranten die er onlangs zijn bijgekomen. Bij elkaar geeft dat een hele mooie mix om de krant goed mee te vullen. NRC en De Standaard hebben uitstekende buitenlandredacties. Met Limburg en de NDC kunnen we themapagina’s goed uitwisselen. De 180 mensen die voor ons werken, kunnen zo de focus volledig op de regio houden. Dat vind ik een hele verstandige keuze want daardoor kunnen wij aanwezig zijn bij alle raadsvergaderingen in Laren, Hollands Kroon en Katwijk.’

De Telegraaf mag sinds kort ook gebruik maken van jullie kopij. Een deel van de redactie was bang om de eigen smoel te verliezen. Zeker omdat De Telegraaf in Noord-Holland als een directe concurrent wordt beschouwd. Valt daar iets voor te zeggen?
‘Sommige mensen waren daar inderdaad huiverig voor. De gedachtegang was: als al onze kopij op de site van De Telegraaf komt te staan, waar blijven wij dan? Die angst snapte ik wel, en om die weg te nemen hebben we afgesproken dat De Telegraaf twee stukken per dag van ons mag overnemen. Maar ik heb ook uitgelegd dat je door samen te werken voorkomt dat als er een regionale kwestie speelt, zoals rond de ophef over het standbeeld van JP Coen in Hoorn, De Telegraaf óók een verslaggever moet sturen om ongeveer eenzelfde verhaal te schrijven als wij al hebben gedaan. Dat vind ik zonde van de energie. Daar zouden we collegiaal in moeten zijn. Daarbij moeten we niet zo bang zijn voor de ander, maar uitgaan van onze eigen kracht. Het is ook beter voor je positie binnen het bedrijf om niet alleen je hand op te houden maar ook te leveren. Niet alleen afhankelijk te zijn van anderen, maar anderen te laten zien dat ze ook iets met ons kunnen. Dat we goed zijn in wat we doen.’

Resoneert die boodschap? Aan de regio kleeft toch sinds jaar en dag een beetje het Calimero-complex.
‘Dat is landelijk misschien het beeld, maar ik vind dat onzin. Het zijn vooral de advertentie-gedreven huis-aan-huisbladen die het heel erg moeilijk hebben. Kennelijk heeft dat zo zijn uitstraling op onze titels.’

De regionale pers heeft het ook jarenlang met alsmaar minder moeten doen.
‘Dat is waar. Maar wij hebben het nu niet zwaar. We hebben aan alle kanten het tij mee. Een van de dingen die ik me realiseerde toen ik hier net kwam werken is dat we 170.000 abonnees hebben. Dat is meer dan Trouw, Het Parool en het FD bij elkaar. Het afgelopen jaar is het aantal abonnees bij alle titels 5 procent gegroeid, ze staan allemaal in de groene cijfers. De Gooi- en Eemlander, lang het zorgenkindje, groeit zelfs het hardst. Dan zeg ik: waar is Calimero dan?’

Corine de Vries (Apeldoorn, 1969) is sinds maart vorig jaar hoofdredacteur van de regio dagbladen van Mediahuis West, te weten het Noordhollands Dagblad, Leidsch Dagblad, Haarlems Dagblad, Gooi- en Eemlander en IJmuider Courant. Daarvoor werkte ze 23 jaar voor de Volkskrant. Ze was er verslaggever, Rusland correspondent en chef buitenland, voordat ze in 2009 als adjunct toetrad tot de hoofdredactie. Voordat De Vries naar Mediahuis vertrok, was ze een halfjaar managing editor van de afdeling journalistieke ontwikkeling bij DPG. De Vries woont met haar gezin in Amsterdam.

Bekijk meer van

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.