foj 2019

— dinsdag 19 april 2016, 09:15 | 0 reacties, praat mee

Bert van Oostveen: ‘Het draait te veel om scoren’

© Duco de Vries

Gekscherend wordt wel eens gezegd dat Nederland 17 miljoen bonds­coaches telt, want iedereen heeft een mening over voetbal, vooral als het om de prestaties van Oranje gaat. Maar in de voetbaljournalistiek mag het wel een onsje minder met het meningencircus, vindt directeur betaald voetbal Bert van Oostveen.

Vraag hem niet waar het vandaan komt, maar Bert van Oostveen heeft een pesthekel aan verliezen. De teleurstelling van verliezen is voor de directeur betaald voetbal bij de KNVB een heviger emotie dan de vreugde van het winnen. ‘Het was leerzaam’, zegt Van Oostveen over de afgelopen periode, waarin het Nederlands voetbalelftal zich niet wist te kwalificeren voor het EK dat deze zomer in Frankrijk plaatsvindt. ‘Ten eerste is er die frustratie van het verliezen. Daarnaast weet je dat je dat terugkrijgt in de media. Dat vind ik niet erg, alleen heb ik mijn vraagtekens bij de manier waarop.’

Een sleutelmoment was de wedstrijd die Oranje speelde tegen Tsjechië, op 13 oktober vorig jaar. De camera bracht pontificaal in beeld hoe Van Oostveen tijdens de met 3-2 verloren wedstrijd voortijdig de tribune verliet. ‘Het hoort erbij dat mijn hoofd op zo’n moment in beeld komt. Alleen is het flauw om dan te doen alsof het raar is dat ik eerder naar beneden ga. Dat doe ik al honderd jaar, want ik moet nu eenmaal die spelers opvangen. Feestvieren na een overwinning is makkelijk, maar in slechte tijden moet je er ook staan.’

Van Oostveen heeft zich verbaasd over het feit dat een aantal media zich fel tegen toenmalig bondscoach Guus Hiddink keerden. ‘Ik begrijp het nog wel als de resultaten slecht zijn, maar de kritiek was er al bij zijn aanstelling. Ik zag argumenten langskomen die niet alleen onjuist waren, maar ook gekleurd. Toen Hiddink na zijn tijd bij Oranje naar Chelsea ging, waren diezelfde journalisten opeens een stuk milder. Wij hadden het blijkbaar dus toch niet zo slecht gezien toen we Hiddink aan boord haalden.’

Opportunisme
Over het algemeen vindt Van Oostveen dat de Nederlandse voetbaljournalistiek van behoorlijk hoog niveau is. ‘Ik kom nog wel eens in het buitenland en als ik dan zie hoe het er daar aan toe gaat, dan doen wij het in Nederland zo slecht nog niet.’
Toch ziet Van Oostveen een tendens die hem zorgen baart. ‘De media­wereld is veel sneller geworden door internet, apps en sociale media. De snelheid van het nieuws is allesbepalend. De druk om te scoren is heel groot, waardoor de objectieve journalistiek steeds meer het kind van de rekening dreigt te worden.’

Van Oostveen is bang dat het opportunisme alleen maar sterker zal worden. ‘Onder het publiek is er een enorme honger naar sportnieuws in het algemeen en voetbalnieuws in het bijzonder. Als je als voetbaljournalist een genuanceerd verhaal maakt, loop je het risico dat het niet gelezen wordt. En dus wordt de berichtgeving sneller, vluchtiger en controversiëler. Als sportbestuurder is dat best lastig, want wederhoor wordt steeds minder vaak toegepast. Dat het sneller en scherper wordt, is op zichzelf niet zo erg, maar ik vind het wel een journalistieke plicht om wederhoor toe te passen.’

Gevraagd naar een voorbeeld noemt Van Oostveen de berichtgeving in De Telegraaf over het door financieel wanbeleid geplaagde FC Twente. De krant schreef dat Van Oostveen had toegegeven dat hij voor zijn beurt had gesproken toen hij in de media aangaf dat de licentie van de club op het spel stond. ‘Dat was apert onjuist. Meestal laat ik het gaan, maar nu was het zo hardnekkig dat ik een briefje aan de hoofdredacteur heb gestuurd. Dat hebben ze opgepakt, want er is een rectificatie in de krant verschenen, weliswaar op een plek achter in de krant, maar toch. Niet alle sportbestuurders ondernemen actie. Ik zie collega’s soms denken: als ik dat doe, heb ik meteen drie negatieve columns om mijn oren. Ik vind dat je daar dan maar een beetje lak aan moet hebben.’

Hoe sneller en onzorgvuldiger de berichtgeving is, hoe groter de kans dat clubs en bonden de nieuwsvoorziening meer in eigen hand zullen nemen, waarschuwt Van Oostveen. ‘Met name de grote clubs in het buitenland doen al heel veel via hun eigen mediakanalen. Logisch, want ze kunnen het publiek een uniek kijkje achter de schermen bieden. Hoe onzorgvuldiger journalisten van reguliere media worden, hoe groter de kans dat clubs en bonden hun content in de toekomst exclusief voor zichzelf zullen houden.’ 

Goedkoop cabaret
Een uitgebreide analyse over waarom een team een wedstrijd gewonnen of verloren heeft – je ziet het volgens Van Oostveen niet meer zo vaak. Natuurlijk zijn ze er nog wel, de degelijke journalisten die je zelden op onzin kunt betrappen. Henk Hoijtink van Trouw bijvoorbeeld, of Maarten Wijffels van het AD. Ook heeft Van Oostveen respect voor het spitwerk dat Volkskrant-journalisten Mark Misérus en Willem Feenstra naar corruptie binnen de FIFA verrichtten. Maar over het algemeen overheersen volgens Van Oostveen de meningen. Praatprogramma’s als Studio Voetbal en Voetbal Inside zijn daarvan misschien wel de belangrijkste exponenten. Van Oostveen: ‘Studio Voetbal kijk ik soms, maar ik laat het sterk afhangen van de gasten die er zijn. Het programma zit op het grensvlak van journalistiek en licht amusement. Het is jammer dat er niet meer ruimte is voor gasten van buiten, nu zitten er vooral analisten die van alles roepen zonder zelf verantwoordelijkheid te dragen. Daarom zal ik er zelf niet zo snel gaan zitten, ik heb er weinig te winnen.’

Naar Voetbal Inside kijkt Van Oostveen nooit. ‘Dat schaar ik in de categorie goedkoop cabaret, zo plat is dat programma – al zien de heren dat zelf ongetwijfeld anders. Maar laten we eerlijk zijn, 80 procent van onze leden voetbalt vooral voor de derde helft, voor het sociale gebeuren na afloop van de wedstrijd. Beetje plat ouwehoeren over alles wat met voetbal te maken heeft met vijf bier in je mik en een kroket in je hand. En dat is precies wat er op maandag en vrijdag gebeurt bij Voetbal Inside. Dus op zichzelf is het niet erg dat de gesprekken dat niveau hebben, alleen beweer dan niet dat je journalistiek bezig bent.’

Relatiejournalistiek
De voetbaljournalistiek staat bekend om de verschillende stromingen die er zijn. Journalisten hebben vaste ‘lijntjes’ met spelers en trainers. De Telegraaf was bijvoorbeeld jarenlang de vaste spreekbuis van Johan Cruijff. Van Oostveen ziet die ‘relatiejournalistiek’ de laatste jaren minder worden. ‘Met name de 50-plussers onder de journalisten hebben die lijntjes nog, bij de jongere journalisten speelt het minder. Die laten zich vooral leiden door de actualiteit van het moment en niet door een goede relatie met een speler.’

Toch zijn de stromingen er nog wel. ‘We hebben het zelf meegemaakt bij het WK in 2014. De Telegraaf en Voetbal International bleven maar negatief schrijven over de prestaties van Oranje, ook toen we het heel goed deden. Ze hadden zich zo ingegraven in hun standpunten dat ze bijna niet meer om konden. Op een gegeven moment opende de krant met halleluja, terwijl men in het sportkatern heel negatief bleef – het was gewoon lachwekkend. Ik vind dat je dan beter kunt toegeven dat je het verkeerd gezien heb.’

Een ander probleem volgens Van Oostveen is dat steeds meer voetbaljournalisten verschillende belangen lijken te hebben. ‘Ik zie ze columns schrijven, ik zie ze als analist op televisie, ik zie ze een avond aan elkaar praten of een boek schrijven. Ze houden blogs bij of doen een poging opiniërend te zijn op Twitter. En zo ontstaat een diffuus beeld van de rol die iemand heeft. Als een journalist mij een vraag stelt, kan het zomaar zijn dat mijn antwoord niet alleen in een artikel te lezen is, maar ook een half hoofdstuk in een boek oplevert. Of ze interviewen me op dag één en hebben er op dag twee een mening over in een column. Dat vind ik ingewikkeld, vooral omdat vooraf niet altijd duidelijk is in welke hoedanigheid iemand mij wil spreken.’

Nee, dan is de rol van een verslaggever als Bert Maalderink, de Oranje-watcher van Studio Sport een stuk duidelijker. Dat is gewoon een kritische Oranje-volger en dat vindt Van Oostveen prima. ‘Na Nederland-Tsjechië ben ik voor de camera verschenen en heeft Maalderink me kritisch geïnterviewd, dat is zijn taak. Net zoals het mijn taak is om uitleg te geven. Daar heb ik geen enkele moeite mee. Ik heb meer moeite met verslaggevers die aardig doen in je gezicht en vervolgens een lelijk stukje over je schrijven.’

De lessen voor de pers van Bert van Oostveen
• Wees minder opportunistisch. Verkwansel een belangrijk journalistiek principe als wederhoor niet omdat je snel nieuws wil maken.
• Probeer een wedstrijd of andere kwestie in het voetbal objectief te benaderen en niet vanuit een bepaalde ideologie of band met een speler of trainer.
• Probeer één rol te kiezen en niet van alles een beetje, anders is je geloofwaardigheid in het geding.

vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.