— vrijdag 10 september 2010 10:00 | 0 reacties , praat mee

Bedelen bij de bladen

Freelance journalist Anneke Verbraecken, gespecialiseerd in Franstalig Afrika, verblijft twee maanden Rwanda en Congo. Natuurlijk wil ze haar verhalen publiceren. Maar hoe? Over het ongegeneerd aanbieden van jezelf, het onbeschaamd leggen van contacten en het ontwikkelen van een dikke huid. Laatste wijziging: 17 april 2014, 13:56

Voor alle duidelijkheid, ik ben een freelancer die zich specialiseert op een idiote markt waar, zoals een vriend hardvochtig opmerkte, slechts een enkeling in is geïnteresseerd: Franstalig Afrika en met name het Grote Merengebied, voormalige Belgische koloniën.

De enige manier om je artikelen te slijten is je van tevoren aanbieden. Ongegeneerd. Aan ­iedereen. De maanden voor mijn reis voelde ik me dan ook van tijd tot tijd een handelsreiziger in stofzuigers van een al lang verouderd type. De andere tijd voelde ik me een uitgezakte, gerimpelde 80-jarige met een overmaat aan rouge in een te krap setje, rood lampje op de achtergrond, die tevergeefs op een groot raam stond te kloppen. ‘Ah, Rwanda, Congo. Tja.’

Ik had al eerder geschreven voor Vrij Nederland (VN), HP/DeTijd, de Volkskrant, De Groene Amsterdammer en Knack, een Belgisch weekblad. Dus daar begon mijn strooptocht. Van VN kreeg ik in eerste instantie geen enkele reactie. De Groene had al een half jaar een Congo-verhaal van me liggen en zag niets in een nieuw verhaal, vooraleer dit verhaal was gepubliceerd. Knack, zeer geïnteresseerd en zeer kundig als het gaat om hun koloniën, had al een eigen journalist in Rwanda, maar nodigde me ten zeerste uit om als ik een leuk verhaal had, dat aan te bieden. De Volkskrant zei wel artikelen te willen plaatsen. Voor de Wereldomroep had ik nog nooit iets gemaakt, maar van hen kreeg ik de meest concrete aanbieding: vier artikelen voor hun site.

Ik benaderde ook een aantal bladen voor wie ik nog nooit had gewerkt, zoals Opzij. Zij hadden immers een blog over Victoire Ingabire, de leidster van oppositiepartij UDF, die in januari na zestien jaar ballingschap in Zevenhuizen, terugkeerde naar Rwanda om mee te doen aan de presidentsverkiezingen. Opzij beantwoordde nooit mijn mail, retourneerde nooit een telefoontje.

Vooruit, bedacht ik, als niemand me wil hebben, dan maak ik een eigen site. Het levert niets op in geld, maar ik kan in ieder geval schrijven en plaatsen wat ik wil.

Nu zit ik al weer vier weken in Kigali. Heb mijn accreditatie, al kostte me dat bijna een dag en heb inmiddels aardig wat stukjes geschreven voor de Wereldomroep, voor hen commentaar geleverd in het Engels en Frans, een bijdrage geleverd aan Met het Oog op Morgen en een stuk geschreven voor VN Mijn site hou ik actueel en ik probeer elke dag ook wat te twitteren.

Nog steeds besteed ik een deel van mijn tijd aan gebedel bij de bladen. Van de landelijken krijg ik meestal antwoord. De regionale media die ik benaderde – we hebben per slot van rekening iemand uit Zevenhuizen die de politieke zaken in Rwanda op scherp zet –, hebben nooit meer iets van zich laten horen.

Bij de Volkskrant kon ik niet terecht met mijn actuele verkiezingsstukken. De buitenlandredacteur bleef consequent weigeren, omdat er geen geld is en wel een eigen correspondent. Misschien dat ik nog een achtergrondverhaal kan slijten.

HP/DeTijd is geïnteresseerd in een verhaal over de Rwandese geldstromen, en VN wil misschien een verhaal over de Rwandees-Nederlandse oppositieleider Ingabire die dag en nacht geschaduwd wordt en letterlijk haar leven waagt. Villamedia wilde misschien wel een artikel over de voorbereidingen van deze reis. Als u dit leest is het gelukt.

De Groene mailde anderhalve week geleden dat ze mijn Congo-artikel, dat al een half jaar in een bureaulade ligt, wil publiceren. De dag erop kreeg ik bericht uit Kinshasa dat de hoofdpersoon van mijn verhaal was ontvoerd door rebellen. Voor zijn leven werd gevreesd. We zouden half september samen weer een tocht gaan maken langs mijnen en rebellen in Congo. Dat gaat niet door. Het verhaal voor De Groene heb ik helemaal herschreven.De dag dat De Groene werd gedrukt, kreeg ik te horen dat hij bijna dood in een natuurpark was gedumpt. Hij was gevangen gehouden in een tunnel te midden van lijken in ontbinding en tot slot hadden ze hem een injectie met een onbekende vloeistof gegeven.

Er is nu sprake van dat via mijn bemiddeling, hij naar Nederland komt om te herstellen. Mijn betrokkenheid wordt groter, maar ik zou met de beste wil van de wereld niet kunnen zeggen: Sorry Sylvestre, ik ben journalist, geen hulpverlener.

Het is niet makkelijk bedelend langs de media te moeten gaan. Ik moet elke keer iets overwinnen. Ieder stilzwijgen brengt twijfel: heb ik het juiste moment, het juiste medium, de juiste ingang, de juiste invalshoek wel genomen? Elke afwijzing doet zeer, en is niet bevorderlijk voor het zelfvertrouwen, hoe aardig de afwijzing ook wordt gebracht. De afgelopen weken heb ik geleerd dat artikelen met een bruggetje naar Nederland belangstellend worden ontvangen en dat eigen ervaringen, niet verwonderlijk, het beste scoren. Analyses maken de dames en heren achter het bureau wel. Als je in het land bent moet je de straat op, daar ligt het nieuws.

Daarom besteed ik ook veel tijd aan het ongegeneerd leggen van contacten. Zo stond ik dankzij nieuwe kennissen op het VIP-podium naast president Kagame bij een van zijn goed georganiseerde verkiezingsbijeenkomsten, zat ik op de eretribune bij de finale van een belangrijk voetbaltoernooi, kreeg ik verschrikkelijke verhalen te horen over werkkampen, kon ik op verkiezingsdag mee met het hoofd van de waarnemers van de Afrikaanse Unie, zag ik twintig voetballers in half ontklede toestand en speel ik kat en muis met de veiligheidsdienst.

Jammer genoeg leveren mijn contacten me nog geen directe ingang bij Kagame op. Zijn woordvoerder Yolande weigert een interview omdat ik banden heb met een staatsgevaarlijke terrorist, te weten de 43-jarige Ingabire die in Zevenhuizen woonde en nu probeert de oppositie in Rwanda vorm te geven. Yolande was uiterst verbaasd dat ik zo open was over mijn relatie met deze divisioniste. ‘In uw land geeft de president toch ook geen interview aan een dergelijke journalist.’ In mijn land zou Ingabire niet te boek staan als terroriste, maar als leider van een oppositiepartij’, antwoordde ik vrolijk. Waarna ik elk interview met welk lid dan ook van de regering op mijn buik kon schrijven.

Voor dit artikel maakte ik zojuist de voorlopige balans (zie kaders) op. Wie het bekijkt, kan vaststellen dat ik geen briljant onderhandelaar ben. Ik heb een tekort van zo’n 2300 euro. Ik kan subsidie aanvragen als ik weer terug ben. Bijvoorbeeld bij de Scherpenzeelstichting, of het Pascal Decroosfonds. Maar ik weet nu al dat ik daar misschien aan zal beginnen, maar geen tijd en geduld heb om alles ook daadwerkelijk in te sturen.

Het is natuurlijk een schande dat een journalist die daadwerkelijk gaat kijken wat er gebeurt in verre en ontoegankelijke landen, niet alleen moet bedelen om artikelen gepubliceerd te krijgen, maar door de media ook nog eens aan de bedelstaf wordt gebracht.

Ik moet mijzelf opnieuw gaan verkopen. Dit keer aan commerciële organisaties, die wel 50 cent per woord betalen en soms zelfs mijn uurtarief van 85 euro accepteren. Zodat ik komende maanden het hoofd boven water kan houden en zodat ik binnen afzienbare tijd weer opnieuw kan zien hoe het er in verre, ontoegankelijke landen aan toe gaat.

www.buitenpostdewereld.org


——-

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee