De Schepping: Journalist en documentairemaker Arnold-Jan Scheer laat het toeval toe
In de rubriek De Schepping schrijven journalisten zelf over de totstandkoming van hun werk. Dit keer Arnold-Jan Scheer over zijn boek 'Legendarische Paradijsvogels, ontmoetingen met bijzondere mensen'.
Mijn jeugdheld was Kuifje. De onverschrokken verslaggever die onderweg naar Kapitein Haddock een pakje langs de straat vond en het naar de professor bracht die op het etiket stond. Zo werd je het verhaal ingezogen. Dat is me ook vaak overkomen, dus logisch dat ik me met Kuifje vereenzelvigde.
Mijn andere held was mijn opa, een Paradijsvogel ‘avant la lettre’, havenarbeider, houtvlotter in de Amsterdamse houthaven, communist, Sneevliet aanhanger, februaristaker, sterke verhalenverteller, woonde tegenover het Stenen Hoofd, een stukje land in het IJ. Met hem verkende ik de omgeving. Ik was net verslaggever voor de NCRV jongerenradio geworden. Een school voor de journalistiek bestond nog niet.
Op zekere dag, vlak voor zijn huis, op de wal zie ik een schip aan het water op blokken. Het lijkt uit de tropen aangespoeld. Ik schreeuw naar boven: ‘woont hier iemand?’ Er verschijnt een man aan de reling die er uitziet als en drenkeling. Wat kom je doen? schreeuwt hij bars terug.
Ik weet even niet wat te zeggen en roep onbeholpen boven de meeuwen uit: ‘ik ben verslaggever.’
‘Dan ben je te laat, schreeuwt hij. Ik heb vanmorgen een persconferentie gegeven.
Het bleek waar. Hij speelde een hoofdrol in een documentaire over de ondergang van onze ‘beschaving’: Noach. Hij was miljonair geweest en in Frankrijk beroemd, maar had alles in Monte Carlo vergokt en verzopen.
Ik begon mijn avonturen op 17-jarige leeftijd als verslaggever van een huis-aan-huisblad, met een oplage van 335.000 exemplaren. Mocht er halve pagina’s volschrijven. Zo rolde ik de journalistiek in.
Hoe vind je nou die Paradijsvogels? vragen ze. Zo dus. Het overkomt me steeds. Toen ik in de 70 jaren bij Nieuwe Revu werkte vroeg een uitgever me een boek te schrijven met als titel: ‘Het Kuifje principe in de journalistiek’. Ik ben te onnozel voor het grote werk, de politiek, sport of columns. Ik hoef maar op een bank te gaan zitten en er komt iemand naast me met een ongelooflijk verhaal, dat als ik het research waar blijkt te zijn, net als de verhalen van mijn opa.
Op de Dam kom ik een man met een baard, een kruis om zijn nek in een monnikspij tegen die de provoos toespreekt. Hij neemt me mee naar zijn klooster vol wierookdampen. Is van de ene op de andere dag Armeens gaan spreken. Blijkt een van de oprichters van de VARA te zijn en hield radiotoespraken, afgewisseld door de internationale. Hij is er ontslagen, wegens antisemitisme.
Onder de stadsschouwburg staat een fluitspeler. De stad wemelt van de excentrieke, kleurrijke dissidenten en iedereen noemt elkaar vogel, net als nu ‘gast’.
Via een tatoeëerder, de enige op de Wallen, kwam ik bij de NCRV terecht. ‘Ken je nog meer van dat soort aparte mensen,’ vroeg de samensteller en ik werd researcher en interviewer van Showroom, later Paradijsvogels, bij de AVRO.
Het geheim? Wat ik ervan heb geleerd? Het toeval toelaten. Aan iedereen die Paradijsvogels wil ontmoeten: ga op een bank in het park zitten. Dan komt er één naast je zitten. Val hem niet te veel in de rede, onderbreek hem niet, maar vraag door.
Arnold-Jan Scheer (1947) is journalist, schrijver, documentairemaker en illusionist. Hij werkte o.a. voor Nieuwe Revu, Haagse Post, VARA-gids en National Geographic, maakte televisieprogramma’s als Paradijsvogels (AVRO) en was redacteur en interviewer voor Showroom (NCRV). Scheer was een van de pioniers van theaterfestival De Parade en deed decennialang onderzoek naar Sinterklaasfeesten in Europa.
Zijn boek ‘Paradijsvogels’ verschijnt 17 november bij Uitgeverij De Kring | ISBN 9789462973183 | paperback | 256 pagina’s | € 24,99.



Praat mee