— woensdag 3 januari 2024 07:00 | 0 reacties , praat mee

Arendo Joustra is gestopt als hoofdredacteur van EW, wat gaat hij nu doen? - Ik hou niet van de kroeg en heb geen hobby’s

Arendo Joustra is gestopt als hoofdredacteur van EW, wat gaat hij nu doen? - Ik hou niet van de kroeg en heb geen hobby’s
© Duco de Vries

In deze rubriek vertellen gelouterde journalisten ­wat ze in de loop der jaren hebben geleerd over hun werk. ‘Veel journalisten zien niet wat er voor hun neus gebeurt', zegt Arendo Joustra die op 1 januari van dit jaar vertrok als hoofdredacteur van EW. Laatste wijziging: 4 januari 2024, 20:23

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?

‘Als scholier knipte ik al artikelen uit en dat ben ik eigenlijk altijd blijven doen. Mijn moeder was mijn documentalist. Als ik een artikel wilde bewaren schreef ik de datum erbij, waarna mijn moeder het vervolgens keurig netjes uitknipte. Nu doe ik hetzelfde voor mijn redacteuren.’

‘Ik studeerde journalistiek in Utrecht. Mijn medestudent Erwin Olaf en ik woonden bij dezelfde hospita. Onze kamertjes waren gescheiden door een dun triplex wandje. Hij ging voortdurend het nachtleven in en als hij dan thuiskwam hoorde hij mij tikken op mijn oude Oost-Duitse Erika-typemachine. Toen bedacht hij: dat schrijven is veel te veel werk, ik kies een andere richting.’

‘Schrijven heb ik altijd moeilijk gevonden. En hoe ouder ik word, hoe moeilijker ik het vind. Als het makkelijk gaat, vertrouw ik mezelf niet. Dan ben ik bang dat ik te veel trucjes heb toegepast. Schrijven is ook nooit klaar, je kunt een stuk altijd beter maken. Toch koos ik als student uit volle overtuiging voor de schrijvende journalistiek. Ik was een beetje een bleu jongetje. Als je verlegen bent, kun je gaan schrijven en heb je verder met niemand iets te maken.’

‘Ik waarschuw stagiairs altijd als ze bij ons komen werken: weet waar je aan begint. Journalistiek is zo verslavend. Als je er eenmaal aan begint, kom je er niet meer vanaf.’

‘Ik voelde me te veel een doorgeefluik’
‘Je hebt journalisten die prachtige stukken schrijven, maar ook rommelig zijn. En je hebt journalisten die een beetje kunnen organiseren, die zeggen: laat mij het maar doen, want dan gebeurt het tenminste. Ik ben van die laatste categorie en dan kom je vanzelf in managementfuncties terecht.’

‘Ik heb bij de Volkskrant op de politieke redactie gewerkt. Een mooie tijd, maar toch voelde ik me te veel een doorgeefluik. Na een debat gingen de journalisten van de grote kranten allemaal naar hun eigen kamertje om een stuk te tikken. De eerste zin was misschien anders, maar verder verschilden die stukken weinig van elkaar. Bovendien loopt men in Den Haag altijd achter bij de ontwikkelingen. Je moet op andere plekken zijn als je echt wilt weten wat er in de samenleving gebeurt, parlementaire journalistiek is het residu dat in het netje achterblijft.’ 

‘Ik wil altijd weten hoe dingen in elkaar zitten, dus ik lees te veel kranten en koop te veel boeken. De journalistiek is een heerlijke manier om je nieuwsgierigheid te bevredigen – en je wordt er nog voor betaald ook. Dat is geen koketterie. Ik deed dit al op de middelbare school en straks na mijn pensioen ga ik er gewoon mee verder. Ik heb een vrouw noch kinderen – wel een man trouwens, maar die heeft ook zijn eigen leven. Ik hou niet van de kroeg en heb geen hobby’s. Ja, ooit had ik een zeilboot, maar die heb ik verkocht omdat ik te veel aan het werk was.’


© Duco de Vries

‘Wat zie je zelf?’
‘Bij EW proberen we de lange lijnen bloot te leggen, te laten zien welke richting de samen­leving opgaat. Ik hamer er bij de redacteuren op dat ze moeten vertrouwen op hun eigen gezag en waarnemingen. George Orwell heeft een beroemd essay geschreven: In Front of Your Nose. Veel journalisten zien niet wat er voor hun neus gebeurt, of ze willen het niet zien. In de jaren 90 werd ons kantoor schoongemaakt door vrouwen uit Amsterdam-Noord. Ze kwamen iedere dag bij ons, dus we leerden die vrouwen goed kennen. Toen al hoorden we over de gevolgen van immigratie en dat het vooral de onderklasse raakt. Dan kun je dat wegredeneren, maar het gebeurde wel. Daar moet je open voor staan. Als we op de redactie een discussie hebben over een onderwerp, vraag ik altijd: wat zie je zélf?’

‘Als ik boos ben is het altijd gespeeld. Echt boos worden op de redactie is toch een beetje als de operazangeres die gaat huilen om haar eigen rol. Emotie moet je functioneren niet in de weg gaan zitten. Ik ben wel een beetje geschrokken van de discussie over grensoverschrijdend gedrag, jonge redacteuren kijken daar anders tegenaan dan wij vroeger. Gelukkig heb ik het niet zo in me, dus dat scheelt. Daarnaast ben je toch vaak het tegenbeeld van je voorganger. Mijn voorganger Hendrik Jan Schoo was een genie, een groot schrijver en een groot intellectueel, maar hij kon ook enorm tekeergaan.’

‘Ik ben de ambassadeur van onze lezers, dus dat betekent dat je de lat op een bepaald niveau legt. En ja, dan ben ik scherp op het werk van de redacteuren en kan ik vallen over een verkeerd streepje. Er zijn mensen bij ons vertrokken omdat ze steeds fouten maakten in namen. Ik heb zelf last van dyslexie, dus ik ben heel waakzaam voor fouten. Daarnaast vind ik het ook gewoon leuk om te muggenziften over taal.’

‘Het domste wat je kunt doen’
‘Toen ik in 1989 bij Elsevier kwam werden de stukken nog op een typemachine geschreven, terwijl we bij de Volkskrant al op computers hadden gewerkt. Toen besefte ik dat je nieuwe technologie zo snel mogelijk moet omarmen. Zo is het nu ook met ChatGPT en andere vormen van kunstmatige intelligentie. Het domste wat je kunt doen is zeggen dat de journalistiek daar niets aan heeft.’

‘Oud-hoofdredacteur van Elsevier André Spoor heeft bij zijn afscheid gezegd: journalisten
moeten niet voor god gaan spelen. Daar ben ik het hartgrondig mee eens. De feiten verzamelen en rapporteren is de kerntaak van de journalistiek. Als je dan ook nog gaat nadenken over de effecten die dat kan hebben voor de samenleving is het einde zoek. Ooit werd er schande gesproken van het feit dat De Telegraaf een interview had met Ruben, het jongetje dat in 2010 als enige de vliegramp in Libië had overleefd. Maar dat is toch gewoon je werk? Niemand heeft gezegd dat de journalistiek altijd mooi moet zijn.’

‘Tegen jonge journalisten zeg ik altijd: durf alleen te staan. Ik realiseer me hoe moeilijk dat is, want wij mensen zijn nu eenmaal kuddedieren. Maar toch moet het af en toe, anders zijn we allemaal hetzelfde en krijg je koekoek één zang in de samenleving en in de journalistiek. Daarom ben ik ook een groot voorstander van de pluriformiteit van de pers.’

‘Ik maak bij Elsevier het kerstnummer en vervolgens nog een nummer dat vooruitblikt op 2024. Dat is gedateerd op 30 december. Daarna loop ik de deur uit en begin aan een van de elf mapjes die ik hier in huis heb liggen. Waar die over gaan? Dat vertel ik niet, want als ik het vertel dan verdwijnt de noodzaak om het op te schrijven. Maar op de redactie zul je mij niet meer zien. Mijn opvolger Hella Hueck moet gewoon de hoofdredacteur kunnen zijn en dan moet er niet nog zo’n oude man tussendoor lopen.’

‘Op de redactie zul je mij niet meer zien. Mijn opvolger moet gewoon de hoofdredacteur kunnen zijn en dan moet er niet nog zo’n oude man tussendoor lopen’

CV Arendo Joustra
Arendo Joustra (Vlissingen, 1957) begon zijn journalistieke carrière in 1980 bij de Volkskrant. Voor zijn column over taal werd hij in 1986 onderscheiden met het Gouden Pennetje. In 1989 stapte Joustra over naar Elsevier Weekblad (sinds 2020 EW genaamd), waar hij in 1996 adjunct-hoofdredacteur werd en in 2000 hoofdredacteur.

Op 1 ja­nu­ari ging Joustra met pensioen. Hij wordt bij EW opgevolgd door Hella Hueck. Joustra schreef tal van boeken (of stelde ze samen), zoals ‘De Geheimen van Het Torentje’, ‘Praktische Gids Voor Het Premierschap’ (met Erik van Venetië), en ‘Het Homo-erotisch Woordenboek’. In januari verschijnt een nieuw boek (850 pagina’s) van zijn hand met lijstjes over de media, getiteld ‘Qwerty’.

Bekijk meer van

Arendo Joustra
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee