data als kans

— donderdag 15 september 2022, 09:42 | 10 reacties, praat mee

Alex Engbers: ‘De regionale krant is gereduceerd tot economisch goed’

© Foto: CDA

Alex Engbers, tussen 2004 en 2015 hoofdredacteur van de Stentor, maakt zich zorgen over de toestand van de regionale journalistiek nu landelijke partijen zich storten op de nieuwsvoorziening. ‘De journalistiek-maatschappelijke verantwoordelijkheden in de regio zijn secundair. Alsof de regiokrant niet langer een cultuurgoed hoeft te zijn’, schrijft hij in een essay voor stichting KIM, het forum voor reflectie en journalistiek. Laatste wijziging: 15 september 2022, 15:12

Vanaf mijn eerste stappen in de regionale dagbladjournalistiek hoor ik de vraag: ‘Is de regionale krant een economisch goed of een cultuurgoed’? Met andere woorden, is het uitgeven van een regionaal dagblad hetzelfde als het runnen van een koekjesfabriek, of is er ook sprake van een maatschappelijke verantwoordelijkheid? 

Voor mezelf is het antwoord nooit moeilijk geweest. Een regionale krant is beide. Zonder een degelijke financiële koers is er geen toekomst, dus ja, het is een economisch goed. Je let als uitgever goed op de kosten en je probeert extra abonnees en adverteerders te werven. Zonder degelijke winst ben je – gelijk een slecht geleide koekjesfabriek - niet toekomstbestendig.  

Een regionale krant geeft de mores van een regio mede vorm

Daarnaast is een regionaal dagblad (op tablet of op papier) naar mijn overtuiging echter ook een cultuurgoed. Wie kan er blind zijn voor de verbinding die er decennialang – soms zelfs eeuwenlang – heeft bestaan tussen dagblad en regio? Een goede regionale krant weet wat er in de eigen regio speelt en wil over alle ontwikkelingen met kennis van zaken berichten. Ze behoort kritisch én betrokken te zijn. Samen lijden, samen feesten. Sterker nog, als regionale krant schríjf je niet alleen over je regio, je bent er ook onderdeel van. Je geeft ook zelf invulling aan de maatschappij waarover je schrijft. Daarom draag je medeverantwoordelijkheid voor de koers van de regio. Niet in uitvoerende zin, dat is het primaat van de politiek, maar wel in meningvormende zin. Een regionale krant geeft de mores van een regio mede vorm. 

Wordt die wederzijdse verbinding ook beleden nu er nog slechts één kleinere uitgever (BDU-Barneveldse krant) strikt regionaal is en het overgrote deel van de uitgevers in Belgische handen is? 

Het Belgische Mediahuis is eigenaar van de HMC-kranten (Noordhollands Dagblad, Leidsch Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, Gooi- en Eemlander), De Limburger en de dagbladen van Noord-Nederland (Leeuwarder Courant, Friesch Dagblad, Dagblad van het Noorden). Daarnaast geven ze landelijk NRC en De Telegraaf uit. Mediahuis geeft al deze titels inhoudelijk en ondernemend een grote mate van vrijheid. Ze mogen hun eigen journalistieke koers bepalen, mits ze maar met een aansprekend resultaat op de proppen komen. Met deze werkwijze van gespreide verantwoordelijkheid heeft Mediahuis in 2021 een gezonde winst van 117 miljoen euro geboekt.

Het al eveneens Belgische DPG Media (voorheen De Persgroep) werkt anders. DPG geeft drie landelijke kranten uit: de Volkskrant, Trouw en het Algemeen Dagblad, waaronder ook een aantal regionale titels vallen, o.a. Haagsche Courant, Rotterdams Dagblad en Utrechts Nieuwsblad. Verder geven ze regionaal Het Parool uit en zeven oud-Wegenertitels: PZC, BN DeStem, ED, BD, TC/Tubantia, De Gelderlander en de Stentor. In 2021 bedroeg de winst 228 miljoen euro.

DPG Media kent anders dan Mediahuis wél een strikte aansturing van zijn regionale kranten. Er zijn nog regionale verschillen, maar Rotterdam stelt het beleid voor de regionale titels nadrukkelijk mede vast. 

Dat betekent nogal wat. Want met zijn centrale aansturing en nadruk op digitaal bereik behandelt DPG Media zijn regionale dagbladen de facto als een economisch goed. Uit niets blijkt dat de hogere DPG-echelons zich bekommeren om de verwatering van hun bredere verantwoordelijkheid in de regio.

De financiële doelen van DPG-Media staan stijf voorop. De journalistiek-maatschappelijke verantwoordelijkheden in de regio zijn voor Rotterdam blijkbaar secundair. Alsof de regiokrant niet langer een cultuurgoed hoeft te zijn.

Wie dat wil ziet tussen de regio’s in Nederland forse verschillen op sportief, religieus, cultureel en economisch gebied. Voor DPG vormt die verscheidenheid geen beletsel om regionaal veelal met één mal te werken. Niet de uniciteit van de regio staat voorop maar de wens van de uitgever.

Daarom heeft DPG bij al zijn kranten ook zo veel mogelijk zeggenschap over de journalistieke koers naar zich toegehaald. Daartoe werd vanaf de eerste overname (Het Parool in 2003) steeds Jaak Smeets ingevlogen. Hij is jarenlang, tot aan zijn gedwongen vertrek in 2016, de rechterhand van DGP-eigenaar Christian Van Thillo geweest. Zijn stempel is nog altijd zichtbaar, al zijn er in Rotterdam meer managers met een sterke voorkeur voor centrale regie. Zowel bij Het Parool (in 2005), als bij het AD (in 2009), als bij de Wegener-kranten (in 2015) heeft Smeets het fundament gelegd voor de huidige werkwijze.

Oude waarheden bleken bij Smeets weinig waarde te hebben. Zo ontkende Smeets in zijn eerste gesprekken met de Stentor dat regionale verschillen effect zou moeten hebben op de indeling van de krant of de te schrijven verhalen. Hij stelde dat ‘een goed verhaal’ veel belangrijker is dan regionale verankering. De hoofdredactie van de Stentor bracht daar tegenin dat Harderwijk en Lochem verschillende regio’s zijn met sterk verschillende oriëntaties. Ze kennen elkaars leefwereld en problemen niet. ‘Onzin’, vond Smeets.  Enige maanden later bleek ‘een goed verhaal’ beduidend meer sensatie te moeten bevatten dan de lezers van de Stentor ooit in lezersonderzoeken hadden aangegeven.

Smeets’ wil was wet. De redactiekoers niet in dialoog met de redactie of de lezers vastgesteld, doch door de DPG opgelegd. De regio buitenspel gezet.
 
Vanuit deze filosofie –‘mits je maar een goed verhaal schrijft’ - zijn edities en redactie-onderdelen samengevoegd, is het aantal unieke regionale pagina’s verminderd en zijn regiokantoren gesloten. Dalende kosten als acute winst voor de DPG, de soms eroderende verbinding als sijpelend verlies voor de regio. 

Tot aan de komst van de DPG in 2015 stond de regio in alles voorop. De uitgeverij in het algemeen en de redactie in het bijzonder waren met eindeloos veel draadjes aan hun regio gebonden. Via de voetbalclub, de school- en kerkbesturen, de serviceclubs en zo verder. De regionale krant werd beschouwd en behandeld als een familielid. Op fouten en omissies werd je als verslaggever aangesproken.

En dat bracht je als redacteur weer naar je hoofdredacteur en desnoods naar de plenaire redactievergadering. Als regionale krant was je ván en vóór de regio. Je voelde je schatplichtig aan al die abonnees. De krant was een goed renderend economisch goed én een cultuurgoed, waar de regio zich mee kon verbinden, aan kon schuren of ergeren. Aan dat oude verbond had de DPG echter geen boodschap. Digitaliseren, populariseren, grotere edities, sluiten van drukkerijen; dat is meer hun lijn geweest. Sturen op de interne rendementseisen.

Dag na dag lees ik wat de DPG-aanpak betekent voor mij als lezer en voor mijn regio

Deze DPG-denklijn is ook zichtbaar in Amersfoort, de stad waar ik dertig jaar woon, waar ik vijf jaar journalist ben geweest, en waar ik sinds 2018 raadslid ben. Dag na dag lees ik wat de DPG-aanpak betekent voor mij als lezer en voor mijn regio. Als betrokken burger van deze stad hef ik daarbij soms in wanhoop mijn handen ten hemel. De verslaggeving bestaat voor het grootste deel uit rechtbankverslagen, opgeklopte sensatie, snelle, eendimensionale politieke verslaggeving, mensenverhalen en eenvoudige uitwerkingen van landelijk nieuws.

Er is zelden aandacht voor de groeidilemma’s van de stad of voor de onderliggende lijnen. Ik lees ook geen scherpe analyses die in de stad tot discussie leiden. Het overgrote deel is lichtvoetig,  amuserend of schrikaanjagend. Wellicht schrijven de Amersfoortse journalisten in de ogen van de DPG-leiding de verhalen goed op; in mijn ogen schrijven ze al te vaak niet de goede verhalen. Ik wil niet beweren dat Amersfoort als onderdeel van het AD in alles te vergelijken is met de oud-Wegenerkranten, maar de vergaande invloed van de DPG is overal zichtbaar.

In wat de Amersfoortse abonnees krijgen voorgeschoteld speelt het slinkend aantal journalisten zeker een rol; de wens om alles zo snel mogelijk digitaal uit te venten, is evenwel bepalender. En de uitgever heeft voor die uitgeefkoers begrijpelijke argumenten. Hij moet voor de digitale advertentie-inkomsten opboksen tegen de algoritmekracht van Google en Microsoft.

Tegenover dit vermogen van de techreuzen om advertenties en consumenten bij elkaar te brengen, kan een uitgever slechts één troefkaart trekken: unieke content. Dat is ook de logica achter ‘digital first’. Een deel van deze verhalen is afgeschermd voor abonnees, een deel is vrij. In beide gevallen kunnen digi-advertenties verkocht worden. Als je de concurrent van je advertentiegelden wilt verslaan, dan moet je zorgen dat de ‘eyeballs’ direct bij jou komen en niet via zoekmachines of sociale media, die in dat geval met de inkomsten aan de haal gaan. Daarnaast leidt regelmatig klikgedrag tot een waardevolle, frequente verbinding met regionale gebruikers, die geld waard is. 

Aangezien de zich ongezien wanende digi-gebruiker een voorkeur heeft voor rampennieuws, sensatie en hyper-emotie is dat wat de verhalen – ook in de regio - steeds weer benadrukken. Op de DPG-dashboarden is te zien welke koppen opgepikt en welke verhalen uitgelezen worden. Het consumentengedrag op het internet is leidend bij de keus voor verhalen.

Vanuit het perspectief van de uitgever een begrijpelijke keus, want zo verkoopt hij de meeste digi-advertenties. Maar als betalend lezer van de Amersfoortse Courant en als betrokken inwoner voel ik me te kort gedaan. Ik snap niet waarom mijn regionale katern zo eendimensionaal en zo overduidelijk een nageboorte van de site moet zijn. Legt mijn abonneegeld minder gewicht in de schaal dan de advertentiegelden? Ben ik als betalend lezer een tweederangs klant?

Duiding van het nieuws en de samenleving zien regionale DPG-kranten steeds minder als noodzaak, terwijl het digitale tijdperk de noodzaak enkel heeft verhoogd.

Plat gezegd is de dagbladlezer als klant aan de achterste mem beland. Zo wordt de Amersfoortse Courant in de namiddag samengesteld met de verhalen die eerder die dag digitaal te lezen zijn geweest. De vervroegde sluittijden van de DPG-kranten zorgen er bovendien voor dat aanpassingen lastig zijn. Steeds vaker moeten de DPG-dagbladen besluiten avondnieuws ondermaats of in het geheel niet te brengen. Ten overvloede wellicht: er is geen wezenlijk verschil tussen tablet en print. De kern vormt namelijk de presentatie van door journalisten gewogen nieuws; tablet of papier zijn enkel de drager. 

Natuurlijk zijn niet alle DPG-journalisten gelukkig met deze ontwikkelingen, maar hun beweegruimte is gering. Ik ken handenvol journalisten uit Amersfoort Apeldoorn, Zwolle en Twente die alleen in vertrouwen hun gal durven te spuien. Kritiek op het beleid houden ze liever voor zich. Van de ooit zo mondige groep regiojournalisten is niet meer veel tegenkracht te verwachten. Allereerst zorgt DPG op veel regioredacties voor een goede doorstroming. Over ontslag van dwarsere geesten wordt bij een krant als de Stentor niet moeilijk gedaan en werken in andere delen van het land is altijd bespreekbaar. Op zich is enige doorstroming goed; maar terzelfder tijd verwatert doorwrochte kennis van een gebied zo pijlsnel.

Daarnaast is de macht van de DPG-redacties in de regio ook formeel aan banden gelegd. Plenaire redactievergaderingen zijn bij enkele kranten verworden tot folklore, en de nog altijd geldende redactiestatuten zijn de facto tandeloze tijgers.

Hierdoor is ook de macht van de regionale hoofdredacteur ingekapseld. Ooit was hij/zij de evenknie van de directeur/uitgever. De directeur was eindverantwoordelijk voor oplage, advertenties en begroting; de hoofdredacteur was eindverantwoordelijk over de inhoud. 

Hoe anders is de situatie nu bij DPG. DPG-uitgever Erik Roddenhof doet zaken met redactioneel managers als Philippe Remarque, Erik Van Gruijthuijsen en Allartd Besse, die hiërarchisch boven de regionale hoofdredacteuren zijn gesteld. Na de komst van de DPG hebben regionale hoofdredacteuren praktisch en formeel minder over hun kranten te zeggen dan voorheen. Daarmee is een van de hoekstenen van het redactiestatuut weggeslagen, want je kunt als redactie geen zaken meer doen met de hoofdredacteur, die immers niet meer eindverantwoordelijk is. 

De Rotterdamse leiding van DGP-Media heeft de teugels stevig in handen. Zij bepalen de modus operandi in de regio. ‘Digital first’ en de in het gelid werkende redacties zijn daarvan het gevolg. Zou het regionale dagblad alleen een economisch goed zijn, dan was hier minder op tegen geweest. Maar dat is niet zo. Ook al heeft de DPG-Media weinig op met maatschappelijke verantwoordelijkheid, dat wil nog niet zeggen dat het regionale dagblad geen functie heeft als cultuurgoed. Iedere regio gedijt bij een pers die alle aspecten van de samenleving serieus volgt. 

In een tijd waarin de tegenstellingen in de maatschappij steeds scherper worden verwoord zou het DPG-Media sieren om in al hun regio’s weer een gezaghebbende stem te willen zijn. Om als producent niet te sturen op uitzonderlijk hoge winstcijfers, zonder oog te hebben voor de maatschappelijke noden van de regio. Kritische, betrokken en hoogwaardige regiojournalistiek is goed voor iedereen. Het algemeen belang vraagt dit.

Neem de regio en de dagbladabonnee serieus. Zeker als monopolist

Lucebert schreef zijn dichtregel vast ook voor de managers van DPG-Media: ‘alles van waarde is weerloos’. Kortom, neem de regio en de dagbladabonnee serieus. Zeker als monopolist. Noblesse oblige. De regio functioneert minder zonder het dagblad als cultuurgoed.

Dit essay maakt onderdeel uit van artikelenreeks die wordt ondersteund en verzorgd door KIM, het Forum voor reflectie op journalistiek en media. Eerdere stukken leest u hier.

Alex Engbers was van 2004 tot 2015 hoofdredacteur van de Stentor. Hij vertrok vlak voor de overname van DPG bij de Stentor. Samen met André Vis schreef hij een boek over Wegener: ‘Samen voor ons Eigen’. Sinds 2018 is hij gemeenteraadslid voor het CDA in Amersfoort.

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

10 reacties

Jos Campman, 15 september 2022, 13:28

Heldere analyse over ‘onze’ oude regiokranten, Alex. Regionale omroepen zouden sterk alternatief kunnen bieden. Ware het niet dat ze min of meer vrijwillig kiezen voor toenemende centrale nieuws regie, samenwerking met NOS en opheffen lokale kantoren. Dat wordt niet goed gemaakt met samenwerking met allerlei lokale omroepen. Ook de publieke omroep dreigt zo de binding met eigen regio/regio’s te verliezen.

Jos Campman (oud-hoofdredacteur Wegener Dagbladen Gelderland/Overijssel en Omroep Gelderland)

Ren de Vree, 15 september 2022, 14:44

Er is maar één oplossing omdat die de goedkoopste en handigste en snelste is: regionale media moeten alleen op internet (incl. YouTube) verschijnen en het papier en de tv vaarwel zeggen.
Ren de Vree
Waals Weekblad
https://www.waalsweekblad.be/868_090920224719.htm

Inge, 15 september 2022, 17:26

Hahahahahaha Alex!! Die goede ouwe Wegenertijd waarin je je van Mecom helemaal geen zorgen hoefde te maken om rendement…. Gelukkig krijg je bij Villamedia weer een fijn plekje (en een zak subsidiegeld??) om lekker leeg te lopen!!

Peter Jansen, 15 september 2022, 20:34

De puinhopen van zeven jaar DPG, zo had de titel van de opiniebijdrage van Alex Engbers ook kunnen luiden. Nu heb ik veel waardering voor Alex Engbers, maar deze bijdrage had hij naar mijn mening beter niet kunnen schrijven, gezien het grote aantal aantoonbare onjuistheden. Diverse passages vormen bovendien een belediging voor de journalisten, hoofdredacteuren en directeuren die met veel kennis van zaken en inzet zorgen dat miljoenen lezers dagelijks relevante artikelen geserveerd krijgen.
De opiniebijdrage begint overigens sterk: de regionale krant is meer dan een economisch goed. Maar daarna wordt het tendentieus. Waar Mediahuis naar de mening van Alex ‘‘een gezonde winst van 117 miljoen’’ realiseerde over 2021, staat bij bij DPG vermeld dat ze 228 miljoen winst boekten. Onvermeld blijft dat DPG ook een keer zo hoge omzet had in 2021. Vervolgens stipt hij de andere aansturing bij DPG aan. Zonder aandacht te besteden aan het feit dat DPG een homogeen gebied bedient en Mediahuis vooral aan de randen van het land actief is. Een onvergelijkbare situatie. Uit het niets komt vervolgens de stelling dat DPG zijn regionale dagbladen de facto als economisch goed behandelt. Sterker nog ‘‘alsof de regiokrant niet langer een cultuurgoed hoeft te zijn’‘. Dat zegt nota bene de hoofdredacteur die in de zaal zat toen een CEO van Wegener op een vraag van een medewerker verklaarde dat ‘‘we morgen andere zaken gaan produceren als er geen belangstelling meer is voor journalistiek’‘. Zoiets heb ik de baas van DPG Christian van Thillo gelukkig nooit horen beweren.
De conclusie dat DPG geen oog heeft voor de verschillen tussen de regio’s, is onjuist. Er zijn titels met extra aandacht voor economie, andere voor sport, terwijl er ook titels zijn die veel belangstelling tonen voor (streek)cultuur. Dat komt tot uitdrukking in een andere inrichting van de redactie en een andere verdeling van middelen en papier. Er is zelfs een ‘gekantelde’ krant: Tubantia brengt het binnen- en buitenlandse nieuws pas in het tweede katern.
Dat Jaak Smeets werkte aan een centrale regie, herken ik niet. In de contacten die ik met Smeets had, moedigde hij me vooral aan om journalistiek onafhankelijk te opereren.
Alex hemelt de periode voor 2015, dus voor de komst van DPG, op. Het ging kennelijk goed totdat hij vertrok. Maar in tegenstelling tot wat Alex beweert, wordt de regionale krant nog steeds door veel lezers als een familielid behandeld en word je op fouten aangesproken (gelukkig niet alleen op fouten). Verslaggevers voelen zich ook vandaag schatplichtig aan de abonnees. De punten die Alex vervolgens aanstipt, wekken bijna de lachlust op: ‘digitaliseren, populariseren, grotere edities, sluiten van drukkerijen’. Ook voor de overname werden kleine edities samengevoegd en drukkerijen gesloten. Digitaliseren? Gebeurt dat sinds 2015? Populariseren? Idem? Sturen op interne rendementseisen? Bij mijn weten zijn er altijd rendementseisen geweest.
De analyse van de krant in Amersfoort is curieus. Die krant stelt journalistiek gezien niet veel meer voor, stelt Alex. Maar hij verzuimt te melden dat de krant al onder Wegener feitelijk een AD met wat pagina’s lokaal nieuws werd.
Dat zelfstandige titels als De Gelderlander en het ED meer mogelijkheden hebben dan titels die onder Wegener werden uitgekleed (oa. Utrechts Nieuwsblad en Rotterdams Dagblad), moge duidelijk zijn.
Ik durf de stelling wel aan dat de lezer in 2022 beter wordt bediend dan zeven jaar geleden. Neem alleen al het feit dat er veel tijd wordt gestoken in onderzoeksjournalistiek in de regio. Op dat vlak leveren regiojournalisten topprestaties!
De opmerking dat ‘‘de ooit zo mondige groep regiojournalisten’’ nu niet veel tegenkracht meer zal bieden, vind ik belachelijk en ook beledigend voor de honderden oud-collega’s die hun nek uitsteken. Buiten de deur en in eigen huis. Natuurlijk waren en zijn er angsthazen die alleen fluisterend kritiek durven leveren, maar gelukkig vormt deze groep een kleine minderheid.
Het is jammer dat een verstandig iemand met hart voor regionale journalistiek met een beperkte en eenzijdige visie komt op wat er in de regionale journalistiek is gebeurd na zijn ontslag bij De Stentor. De titels hebben het lastig en kunnen wel wat steun van oud-collega’s gebruiken. Als onderdeel van de ‘mainstream media’, moet hard gewerkt worden aan het (her)winnen van het vertrouwen van een grote groep teleurgestelde mensen. Het verdienmodel van de digitale krant is minder robuust dan die van de papieren krant. Redacties zijn eenzijdig samengesteld. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Een kritische opiniebijdrage over de regionale journalistiek is welkom, maar met een povere bijdrage die herinneringen oproept aan de gemankeerde analyse van acht jaren paars door wijlen Pim Fortuyn, schieten we niet veel op.

Peter Jansen (van 2006 tot 2015 hoofdredacteur van de PZC en van 2015 tot 2021 hoofdredacteur van De Gelderlander)

Eric Reijnen Rutten, 16 september 2022, 16:20

Wat Peter Jansen zegt

Eric van der Velden, 18 september 2022, 10:41

Kun je commercieel zijn en tegelijk niet-commercieel? Kun je een economisch goed zijn en tegelijk een cultuurgoed?
Alex en ik hebben de tijd meegemaakt dat beide mogelijk was. De abonnee- en advertentie-inkomsten klotsten tegen de plinten en zo ontstond er ruimte voor ideële doelstellingen. Zelfs tot in het absurde toe. Regionale kranten met eigen buitenlandredacties en vierkoppige hoofdredacties die de wereldproblematiek becommentariërenden. Dat is scheppen van werkgelegenheid, met geworteld zijn in de eigen regio heeft het niets te maken.
Zoals zo vaak bij zaken die niet houdbaar blijken: vroeg of laat komt er een tegenreactie die dan weer doorschiet naar de andere kant. Ik deel de zorg van Alex en zijn analyse vind ik grotendeels raak. Neen een recente en willekeurig gekozen openingskop op de site van het Amersfoortse deel van het AD:  ‘ Op je 22ste tussen de bejaarden?’  Maikel woont hier fantastisch. ‘Elke week biljarten met een buurman van 70’’
Een verhaal dat overal en nergens geschreven kan zijn en nog bar weinig te maken heeft met journalistiek. Als ik entertainment wil, dan ga ik wel naar Netflix
Toch ben ik optimistisch. Als reactie op de doorgeslagen vercommercialisering van de regiojournalistiek komt er in Amersfoort een gesubsidieerd platform van de grond.  Vijf ft’s kunnen binnenkort in nauwe samenwerking met RTV Utrecht doen wat het AD laat liggen. Een rolverdeling zoals wij die ook bij de televisie en de radio kennen. De commerciëlen voor waar aan te verdienen valt en de publieke omroep voor het ‘cultuurgoed’.  Als het niet langer meer mogelijk blijkt om economisch goed en cultuurgoed te verbinden dan is dit een wel zo goed en helder antwoord.

Eric van der Velden (0ud-redacteur UN en AD)

Bob Lagaaij, 24 september 2022, 10:21

Het zal in mijn geval wel ,,ouwe-lullen-wijsheid’’ zijn, maar
Alex Engberts - ervaring op twee terreinen! - heeft natuurlijk volkomen gelijk. Onder DPG,  financieel waarschijnlijk een reddingsboei, hebben de regionale kranten hun ,,smoel’’ verloren en zijn (digitaal en op papier) definitief en onder strakke leiding de arena van ,,lekker, lief & leuk’’ (in wisselende volgorde) binnengeduwd.
En dat zal, vrees ik, niet meer veranderen. Zonde trouwens van al die hardwerkende journalisten, die misschien ook wel anders zouden willen.
Bob Lagaaij (PZC, Het Vrije Volk, Omroep Zeeland).

Rens van de Plas, 24 september 2022, 10:23

Peter Jansen beweert hier dat de kranten van DPG Media een homogeen gebied bedienen. Dan vrees ik dat hij als hoofdredacteur niet goed heeft opgelet, want in Bergen op Zoom spelen hele andere dingen dan in Zutphen.

Bob Lagaaij, 24 september 2022, 10:29

Kleinigheidje, ter aanvulling: Alex Engberts is natuurlijk Alex Engbers.

Peter Jansen, 26 september 2022, 10:08

Rens, het verschil tussen de regio’s ken ik goed, maar het maakt toch uit of je in Groningen, Friesland, Drenthe, Limburg en Noord-Holland opereert, of in de rest van het land, waar titels vaak zelfs een overlappend gebied bedienen (Gelderlander/Stentor, Gelderlander/Tubantia, Gelderlander/Brabants Dagblad, PZC/BN-De Stem enz).

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.