banner cop

— maandag 30 september 2019, 09:52 | 0 reacties, praat mee

Achter de scherpe pen van Angela de Jong schuilt diepe liefde voor tv

© TRIK

Juist toen het vak van tv-recensent een ­beetje leek uit te ­doven, was daar ­Angela de Jong. ‘Lineaire tv is echt niet dood; dat zal ik tot mijn laatste snik blijven verkondigen.’

Het was rond de tijd dat toonaangevende tv-recensenten van de Volkskrant en NRC het bijltje erbij neergooiden, dat Angela de Jong een tandje bijzette. De tv-columniste van het AD en de zeven daarbij aangesloten regiotitels werd eind 2017 naar voren geschoven als ambassadeur van de krant en fileert sindsdien niet langer drie, maar vijf keer per week het Nederlandse televisieaanbod met een Rotterdamse directheid waar ze in Hilversum nog wel eens buikpijn van krijgen.
Als we haar vragen of de messen geslepen zijn, zo aan het begin van een spannend nieuw tv-seizoen waarin RTL zich moet heruitvinden, John de Mol zijn SBS probeert op te tuigen en de NPO zijn bestaansrecht moet verdedigen zónder Eva Jinek, trekt ze haar wenkbrauw op. ‘Helemáál niet’, zegt ze. ‘Ik hoop gewoon dat het allemaal leuke televisie oplevert. Alleen valt het tot nu toe bar tegen.’

Over de nieuwe vooravond van SBS, met het afgestofte Man Bijt Hond en Lingo was je niet zo te spreken. Een retourtje 1999, maar dan slechter, was de boodschap. Toch wordt het goed bekeken.
‘Ik vind het spannend om te zien wat er met die programma’s gaat gebeuren. Het relatieve succes heeft me verrast. Lingo vind ik echt niet goed, ik mis daarin een hoop van vroeger. En dat de fans van Man Bijt Hond zo gemakkelijk overstappen van de NPO naar SBS vind ik opvallend. Maar als je het hebt over de invloed van mijn column: die wordt door sommige mensen hogelijk overschat. Ik wil mijn werk niet bagatelliseren, maar het idee dat ik programma’s kan maken en breken, is pure onzin.’

RTL-anchor Wilfred Genee kondigde jou ooit aan als ‘de mevrouw die deze zender kapot heeft gemaakt’.
Lachend: ‘Ja, ja, ja. Ik zat toen bij hem aan tafel in het programma VI Oranje blijft thuis. Dan zitten ze daar op de eigen zender met z’n drieën (Genee, Johan Derksen en René van der Gijp, red.) die héle zender af te fakkelen, en dan zou het míjn schuld zijn. Mooi is dat he?’

Je was zelf ook niet bijzonder mild over RTL.
‘Televisie is een miljardenbussiness. Ik vind het niet meer dan logisch dat je dat kritisch volgt. Dus op het moment dat ik als kijker niet serieus genomen word – en dat was bij RTL aan de hand – benoem ik dat. Ik denk dat de televisiewereld ervan zou opknappen als die zich iets meer rekenschap zou geven van de kritiek die er is bij de gewone televisiekijker, die bijvoorbeeld duidelijk aangeeft wel klaar te zijn met lege BN’er-formats. Als je er dan toch weer vijf inpompt, vraag je erom. Maar Genee doet de kijker tekort door te zeggen dat ik de zender kapot heb gemaakt. Dat is onzin: mensen bepalen zelf wat ze kijken. Natuurlijk lezen ze een stukje en zijn ze het ermee eens of oneens. Hopelijk hebben ze drie keer gelachen als het uit hebben. En dat is het.’

Eind 2017 werd je door het AD naar voren geschoven als een van de gezichten van de krant. Zijn je stukjes sindsdien vinniger geworden?
‘Dat is grappig. Je bent de derde in een paar weken tijd die dat opwerpt. Maar nee. Mijn beruchte column (De stuitende arrogantie en dieptepunten van RTL4) schreef ik daarvóór. De enige opdracht die ik heb is: schrijf wat je vindt. En dat doe ik.

Ik weet dat mijn criticasters het heel leuk vinden om te zeggen dat ik altijd negatief ben. Hoe vaak ik niet op de onvolprezen Mediacourant zie langskomen: “Angela de Jong is weer woest”. Vaak hebben ze drie zinnen uit hun verband gerukt en slaat het nergens op. Zet al mijn columns naast elkaar, en dan zie je dat ik net zo vaak kritisch ben als jubelend. Ik zit me ’s avonds voor de tv echt niet af te vragen wie ik nu weer eens een loer kan draaien. Maar als je vijf keer per week een column over televisie schrijft, heb je het ook over programma’s die tegenvallen.

En je schroomt niet dat stevig te benoemen.
‘Vind je me hard?’

Soms.
‘Degenen die mij kennen weten dat ik ook in het echte leven recht voor z’n raap ben. Dat leidt in privékring ook wel eens tot opgetrokken wenkbrauwen. Maar die mensen weten dat er altijd een diepe liefde achter zit. Net zoals er achter mijn column een diepe liefde voor tele­visie zit. Er is geen medium dat zo veel invloed heeft. In een groot deel van de huiskamers is het televisiescherm nog altijd het middelpunt.’

Lineair televisiekijken wordt wel steeds minder populair. Is een tv-recensent in tijden van Netflix en HBO eigenlijk nog wel nodig?
‘Lineaire tv is echt niet dood; dat zal ik tot mijn laatste snik blijven verkondigen. Ik werk bij een krant waarvan ook al honderd keer is gezegd dat die ten dode is opgeschreven. Maar dat valt ook allemaal wel mee, het gaat juist enorm goed. En het lineaire tv-kijken neemt misschien af, de impact is niet afgenomen. Hoe mooi die series ook zijn op Netflix, ze hebben nooit zoveel impact de volgende morgen bij het koffieautomaat als een aflevering van Jinek, die we allemaal op hetzelfde moment hebben bekeken. Lineaire televisie heeft een enorme samenbindende werking. In onze ontzuilde maatschappij is dat eigenlijk het enige wat ons nog bindt.’

Angela de Jong groeide op in Ouderkerk aan den IJssel, in een gezin waar de tv – een oranje exemplaar met zwart-wit beeld, waarvan ze als baby de antenne had afgebroken – praktisch altijd aan stond. De Jong zat vaak aan het scherm geplakt, ze keek alles. ‘Als je bij ons uit het raam keek, zag je de polder. Tot en met Gouda aan toe alleen maar weilanden. Op de televisie was een hele andere wereld te zien.’ Die van de ziekenhuisserie Medisch Centrum West bijvoorbeeld. ‘Dat was iets heel nieuws. Ik herinner me nog goed dat ik een jaar of elf, twaalf was en het eerste halfuur mocht kijken als mijn twee broertjes al op bed lagen. Dat vond ik fantastisch. Dat er in het tweede halfuur euthanasie was gepleegd, hoorde ik pas de volgende dag op het schoolplein.’

Jaren later koos De Jong voor een studie film- en televisiewetenschap en kwam ze voor het eerst zelf in aanraking met die wereld waar ze zoveel uren van haar jeugd aan had besteed. Ze ging stage lopen bij Koffietijd. ‘Daar heb ik geleerd hoe hard een redactie werkt. Ook op een toch betrekkelijk eenvoudig programma als Koffietijd waarvan je denkt: Hans en Mireille stellen voor de vuist weg wat vragen en dat zal het dan wel zijn, zat een gedegen redactie die daar iedere dag druk mee was. Ik vond dat een eye-opener.’ Lachend: ‘Ik leerde ook dat de ingezonden vragen voor de koffietijdtaart altijd door de redactie werden bedacht. Nog steeds denk ik iedere keer als er ergens kijkersvragen aan bod komen: ja ja, vertel mij wat.’

Beleef je, nu je al jaren beroepsmatig met tv bezig bent, nog net zoveel plezier aan het kijken?
‘Als ik deze column niet zou hebben, zou ik waarschijnlijk nog altijd een groot deel van de avond voor de buis zitten. Ik zit er ook redelijk ontspannen bij. Meestal gaat de tv rond 17.00 uur aan. Ik kijk alles. Tijd voor Max, Vijf uur Live, EenVandaag, Boulevard, De Wereld Draait Door. Tussendoor even zappen. De boog is niet de hele avond gespannen, want ik maak ook nog gewoon deel uit van mijn gezin. Mijn man is eindredacteur bij het AD en is vaak vanaf 16.00 uur weg. Ik kijk dus in de huiskamer op de bank, met daaromheen alle hectiek die hoort bij een gezin met drie kinderen. Dat is helemaal niet zo erg, want dat is ook hoe het grootste deel van Nederland op dat moment televisie kijkt. Als het nodig is, kan ik altijd nog iets terugkijken.’

Elke avond eten met het bord op schoot?
‘Nooit. We gaan gewoon aan tafel, en dan proberen we – probéren we – alle telefoons weg te doen. Dat vind ik heel belangrijk. Maar er wordt natuurlijk al snel gezegd: “Mam, alle telefoons weg geldt ook voor jou”. Het is wel zo dat de televisie altijd aan staat.’

Hoe laat gaat-ie weer uit?
‘Om half een, na het laatste NOS-journaal, soms later als ik nog iets wil terugkijken. Ik probeer mijn column altijd voor 12.00 uur de volgende dag bij de krant te hebben.’

’s Ochtends zit je ook regelmatig in de AD Ochtendshow to go of bij Goedemorgen Nederland, soms in het Mediaforum op Radio 1.
‘Omdat ik een gezin heb, heb ik sowieso niet de luxe dat ik kan uitslapen. Maar de nachten zijn soms kort en dat vind ik wel eens lastig. Na een late night talkshow ben ik niet voor 02.00 uur thuis. Komende vrijdag moet ik naar de Ochtendshow en maandagochtend begint met Goede­morgen Nederland; dan gaat de wekker om 04.45 uur. Dat hakt er echt wel in. Iedere vakantie neem ik me voor om beter te plannen en meer te slapen. Maar dan dicteert het nieuws weer dat het anders gaat.’

Best een intensief schema.
Smalend: ‘En dan moet je bedenken dat er af en toe wordt gezegd: “Daar heb je die huisvrouw van het AD die ook stukjes schrijft”. Daar werk je dan 60, 70 uur per week voor.’

Voormalig tv-recensent Hans Beerekamp van NRC is er om die reden mee opgehouden. Preventief gezondheidsadvies, noemde hij het.
‘Klopt. Hij ziet er sindsdien ook veel beter uit. Hij voelt zich ook heel goed. En ik kan me van Marcel Peereboom van De Telegraaf ook een column herinneren waarin hij beschrijft hoe hij op zijn fiets door Amsterdam fietste om half zeven ’s avonds en oprecht verbaasd was dat er zoveel mensen op straat waren. Hij had op dat tijdstip vijftien jaar binnen gezeten voor die televisie. Het is een beroep dat behoorlijk eenzaam is als je er niets bij doet. Daarom vind ik het nog steeds heel fijn om toch twee of drie keer per week ’s ochtends naar de redactie te gaan en af en toe eens bij een televisieprogramma te zitten. Om het patroon van altijd maar thuis voor de buis te doorbreken.’

Je krijgt wel eens de kritiek dat je te vaak bij tv-programma’s zit en daardoor ook te veel onderdeel wordt van dat wereldje. Trek je je dat aan?
‘Nee. Ik verbaas me er altijd een beetje over. Sportjournalisten lopen toch ook langs de lijn? Haagse commentatoren struinen toch ook de hele dag rond op het Binnenhof? Het is denk ik alleen maar goed om af en toe eens bij een programma te komen. Ik hoor er niet bij. Ik sta aan de zijlijn en kijk hoe mensen dat doen. Daar leer ik van.’

Dat maakt je column beter?
‘Dat denk ik wel. In ieder geval meer afgewogen. En tegelijkertijd denk ik dat het, heel simpelweg, bij mijn werk hoort. Als je over televisie schrijft en wordt gevraagd om daar iets over te vertellen, om je te verdedigen, of om in discussie te gaan met iemand, dan moet je zo stoer zijn om dat te doen. Niets is zo gemakkelijk als je terugtrekken achter je computer.’

In 2017 won je De Slimste Mens. Daarvoor was je nooit op tv.
‘Wel veel minder inderdaad. Toen ik vijf keer per week een column ging schrijven, hoorde daarbij dat ik ook wat vaker ja zou zeggen tegen televisie-uitnodigingen. Die kwamen daarvoor ook al regelmatig, maar ik sloeg veel af. Ik had er helemaal geen zin in en was er altijd een beetje huiverig voor.’

Meen je dat nou?
‘Niks menselijks is mij vreemd. Zo werkt het nou eenmaal met vrouwen en televisie. Je denkt toch: oh shit, ik heb mijn verkeerde kleren aan vandaag. Mijn haar zit niet. Wat weet ik er nou van? Maar op den duur voelde het toch niet lekker als ik was gevraagd om bij DWDD iets over Boer Zoekt Vrouw te komen vertellen en ik ’s avonds op de bank naar iemand anders zat te kijken omdat ik niet durfde. Dat voelde als falen. Ik deed het niet om de verkeerde redenen. Dus dacht ik: misschien moet ik de schroom van me af gooien en het gewoon doen.’

En hoe beviel dat?
‘Het viel eigenlijk wel mee. Ik kijk mezelf gewoon niet zo heel graag terug. Nog steeds niet. Het is net als je voicemail afluisteren en denken: is dat mijn stem?’

Hoe weeg je af op welke verzoeken je in gaat, en welke niet?
‘De schifting is heel makkelijk: als er een talkshow belt met de vraag of ik iets wil vertellen over televisie, dan zeg ik bijna altijd ja, als ik kan. Want dat is mijn werk. Maar als er een verzoek komt voor deelname als kandidaat aan een programma, dan ga ik in overleg met mijn hoofd­redacteur. Zoals over De Slimste Mens en Weet ik Veel, een kennisspelletje met Linda de Mol.’

Wat schiet het AD ermee op dat jij bij Linda de Mol in het programma zit?
‘Naar Weet ik Veel kijken anderhalf miljoen mensen. En die zien mij daar als AD-columnist. In deze markt is het belangrijk dat mensen een beeld hebben bij een merk, wil je overleven. Het AD had als krant jarenlang te weinig smoel. Tijdens het Correspondents’ Dinner, dat een paar jaar geleden naar Amerikaans model in Nederland werd gehouden, werd iedere krant door Mark Rutte genoemd, behalve het AD. Dat is een hard gelag geweest. Want als Rutte je vergeet in zijn speech, is de kans groot dat een potentiële lezer het AD ook over het hoofd ziet. Daarom is het belangrijk dat we bekende gezichten hebben, zoals Eus, Thijs Zonneveld, en ja, toevallig ook ik.’

Je hebt een tijdje geleden met Talpa gesproken over een overstap. Heb je de ambitie om in de tv-wereld aan de slag te gaan?
‘Talpa wilde mij als vast gezicht van 6 Inside samen met Albert Verlinde en Jan Versteegh. Ik vond dat allemaal erg eervol en we hebben leuke gesprekken gehad maar het is nooit mijn ambitie geweest om bij televisie te werken of op televisie te komen. Dan moet je geen column schrijven, maar leuk stage gaan lopen bij BNNVARA of waar dan ook. Maar soms komt er iets op je pad. Ik ben de gesprekken aangegaan omdat ik wel in 6 Inside geloofde en wilde kijken of ik het kon combineren met mijn baan als columnist bij het AD. Maar dat was ingewikkeld. Het was al snel duidelijk dat een samenwerking tussen Talpa en het AD niks werd.’

Had je het graag gewild?
‘Het is allemaal zo rap gegaan, dat ik daar eigenlijk niet zo bij stil heb kunnen staan. Ik dacht: eerst maar eens zien hoe dit allemaal loopt. Het was allemaal zo sur­­realistisch. Ik bedoel: SBS6 dat mij wilde hebben. Iedere keer als ik weer een gesprek had gehad belde ik mijn moeder. Die moest dan ook heel hard lachen. Toen het erop neerkwam dat ik moest kiezen: of Talpa, of het AD, was de keuze niet zo heel moeilijk.’

We blijven je voorlopig bij het AD zien.
‘Ik zie mezelf dit nog wel een tijdje doen ja. Het AD zit diep in mijn hart. Het is de krant die ik van jongs af aan lees, die mijn ouders al 44 jaar lezen. Ik vind het de beste krant van Nederland – ook al heb ik er heus wel eens iets op aan te merken.’

De laatste weken wordt je in één adem genoemd met je oud-studiegenoten Pieter Klok en René Moerland, die onlangs hoofdredacteur zijn geworden van respectievelijk de Volkskrant en NRC. Dus: wanneer word jij hoofdredacteur van het AD?
‘Ik heb het ooit eens geroepen dat me dat wel leuk zou lijken; de eerste vrouwelijke hoofdredacteur van het AD. Ik was toen chef, en dan ligt het voor de hand om daar weleens over te filosoferen. Maar ik moet zeggen dat ik daar veel minder mee bezig ben sinds ik een wat vrijere rol bij de krant heb, waarin ik veel buiten speel. Ik vind het ook heel eervol dat ik iedere dag een hoekje in de krant heb waar mijn foto bij staat, en waar ik iets mag roepen over televisie. Dat koester ik. Maar aan de andere kant: wat me de afgelopen drie jaar is overkomen had ik ook niet kunnen bedenken. Ik durf niets meer uit te sluiten voor de toekomst.’

Angela de Jong (Gouda, 1976) is tv-columnist voor het AD en de zeven regionale dagbladen van DPG Media. Ze begon haar carrière bij huis-aan-huiskrant de Postiljon. In 1998 werd ze verslaggever bij het Rotterdams Dagblad. In 2005 stapte ze over naar de redactie Show en Cultuur van het AD. Daar kreeg ze in 2010 haar eigen tv-column ­‘Angela kijkt TV’. Ook was ze vijf jaar chef. Sinds eind 2017 verschijnt haar column vijf keer per week. De Jong studeerde film- en televisiewetenschap en deed een postdoctorale opleiding journalistiek in Rotterdam.
Foto: Clemens Rikken/Hollandse Hoogte

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.