‘Wij doen niet alleen de sexy Kamerverkiezingen’
‘Drie keer de Volkskrant’ maakte plaats voor zeven nieuwe actualiteitenprogramma’s. Deze maand start de publieke omroep met de evaluatie van de nieuwe rubrieken. Voordat er een schot was gelost, haakte de EO al af. Gerard Timmer, directeur tv-programmering van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), geeft een voorzet voor de rest.
De Hilversumse actualiteitenrubrieken maken zich op voor een rondje evalueren. Na een half jaar uitproberen is het, zoals eerder aangekondigd, tijd de oorspronkelijke plannen er weer eens bij te pakken. Hebben de veranderingen gebracht wat er van was verwacht?
Leiding aan die evaluatie geeft Gerard Timmer (42), directeur tv-programmering van de NPO.Hij is, als voorman van de drie netmanagers, verantwoordelijk voor welke programma’s wanneer worden uitgezonden. De inhoud van de programma’s is de verantwoordelijkheid van de omroepen. In Hilversum gebeurt dat via overleg. Daar heeft Timmer inmiddels ruime ervaring mee. Samen met Bart de Graaff richtte hij in 1997 BNN op, waarvan hij tot 2006 voorzitter was. Na een tussenstop bij de radiozenders van SBS werd hij in de zomer van 2007 directeur tv-programmering.
Wat het programma Uitgesproken betreft, krijgt de evaluatie meer het karakter van nakaarten. De EO heeft inmiddels aangekondigd te stoppen met de samenwerking met VARA en WNL. Ook Timmer was niet tevreden, vertelde hij twee weken geleden, ruim voordat de EO zijn vertrek bekend maakte.
‘Er is weinig onderlinge samenhang tussen de drie varianten terwijl dat oorspronkelijk wel is afgesproken.’
‘Ze beloofden na het Journaal op 1 een onderwerp te hebben dat een logisch vervolg zou zijn op de actualiteit uit het Journaal. Ik moet constateren dat ze die heel vaak niet hebben, maar onderwerpen aankondigen die ook drie weken geleden uitgezonden hadden kunnen worden. Daar praat je dan onderling over.’
‘Ik zou het mooi vinden als ze de eenheid in verscheidenheid zouden waarmaken. Ik zie nu vooral verscheidenheid en weinig eenheid. Ze kwamen hier met zijn drieën binnen: Fons van Westerloo, Frans Klein en Arjan Lock om gezamenlijk het format te presenteren en gezamenlijk de verantwoordelijkheid te nemen voor het tijdslot van 20.30 uur op werkdagen, dan moeten ze dat samen doen. We geven daar suggesties voor.’
‘Ik vind dat WNL zich programma-inhoudelijk niet hoeft te schamen. Ze maken op zich een net programma. Maar ik denk wel dat we met z’n allen getuige zijn van een worsteling met de identiteit. Die begrijp ik goed want die worsteling ken ik nog uit mijn BNN-begintijd.’
‘Dat kan ik nog niet zeggen. Ik ben heel benieuwd hoe deze presentator zich als interviewer ontwikkelt, ook al zegt hij zelf dat interviewen geen ambacht is.’
‘Wij kunnen dat niet sturen. Je voert wel gesprekken met elkaar. Als het gaat om het moment “nu moeten we stoppen” dan noemen we niet de presentator als reden maar dan doe je dat – als het zo ver zou komen – omdat het programma onvoldoende beantwoordt aan de doelstellingen en het format, die je samen hebt afgesproken. Die beoordelingscriteria zijn bekend, kwalitatief en kwantitatief, zoals kijktijdaandeel.’
‘De KRO heeft me echt positief verrast. Altijd Wat is een format waar ik erg aan moet wennen. Dat is een persoonlijke opvatting en volstrekt niet relevant. Ze worden pas relevant als je er consequenties aan kunt verbinden.’
‘Nou… ik ben niet van helemaal opnieuw beginnen. Ik zie de waarde in van dit bestel, al zijn er te veel omroepen. We brengen het beste en meest gevarieerde palet in Europa, zelfs beter dan de BBC. Maar soms gebeuren er dingen die je kunt voorkomen met directer sturen. Soms zitten we wel op onze handen, ja.’
‘We maken afspraken met de programmadirecteuren van de omroepen. We geven soms een waarschuwing. Je praat over 2800 titels per jaar. We doen veel analyse met de netmanagers. Als we zien dat een programma sleets wordt of niet aanslaat, doen we suggesties als “kun je er meer een ‘samen kijken’ programma van maken?”, of “het is wel een erg blank programma, zou je de cast iets meer kunnen laten aansluiten op wat we om ons heen zien?”. Dat zijn geen vrijblijvende gesprekken.’
‘Ik neem m’n petje af voor hoe ze vaak opereren, zoals recent in een beperkte tijd met Libië. Soms moeten ze hun vorm nog zoeken zoals met de aansluiting tussen de verschillende onderdelen, zoals de overgang naar sport. Ze zijn er in geslaagd om nieuws en achtergronden goed te laten aansluiten. Onderwerpen in het Journaal worden in Nieuwsuur goed uitgewerkt. NOS en NTR werken uitstekend samen, een grote stap vooruit. Dat lijkt vanzelfsprekend en een achterhoedegevecht, maar in Hilversum moet je soms achterhoedegevechtjes voeren om het ideaal te bereiken.’
‘Dat heeft een eigen aanpak. Soms maken ze te veel een karikatuur van onderwerpen. Ik vind het wel knap hoe ze zich een positie weten te verwerven. Ze hebben met die onconventionele methode ook zaken blootgelegd, zoals de wachtgeldregeling van Krista van Velzen of het vertrek van James Sharpe. Dat mag PowNews best uitdragen, zonder borstklopperij. Ze doen het goed ook al houden ze ijzeren Heinig vast aan een vorm en ontmoeten daar een storm van kritiek mee. Die formule wordt door een groep mensen wel omarmd.’
‘Ja, maar dan hadden ze zich als zodanig moeten ontwikkelen en dat is niet gebeurd….Ik wil niet meedoen aan de karikatuur die van BNN nu wordt gemaakt. Je vraagt terecht of er plek geweest was voor PowNed als BNN zich in die richting had ontwikkeld.’
‘Daarachter gaat een wereld open. We zijn ook verantwoordelijk voor het weekbereik, dat we niemand uitsluiten en alle genres brengen. Neem de Statenverkiezingen. Wij vonden het belangrijk dat er een nationaal debat zou komen, op Nederland 1. We stellen dat voor aan de omroepen: wie zou dat willen doen? Op die manier sturen we inhoudelijk want we bepalen aan welke kenmerken dat programma moet voldoen. De invulling is aan de omroep. Het idee komt van mijzelf. Wij doen het niet alleen bij de Tweede Kamerverkiezingen die sexy zijn en die RTL ook doet, maar die je nu niet ziet of hoort. Je moet het durven doen op je eerste net op prime time. Daarmee laat je zien dat de publieke omroep bereid is om verantwoordelijkheid en meer risico te nemen.’
‘Nee, ik vind dat mijn verantwoordelijkheid, die voel ik. Het publiek betaalt eraan mee en het publiek moet gaan stemmen. Dan zou het raar zijn als je op prime time op je hoofdzender geen enkel debat of extra programma zou hebben, anders dan je actualiteitenrubrieken, dat aandacht aan die verkiezingen besteedt. Want mensen moeten gedachten kunnen vormen. Niet iedereen doet dat via de krant.’
‘Ik vind het goed dat mensen hun gedachten kunnen vormen. Die verantwoordelijkheid voel ik. Dat komt voort uit hoe je je taak ziet. Dat moet je willen brengen… Nou ja, het moet niet, maar als je alle genres wilt brengen, verder wilt gaan dan alleen vermaak en met je poten in de maatschappij staat, dan wil je ook dat je publiek de relevantie daarvan inziet.’
‘Ook het bestuur, de omroepen, het krachtenveld daaromheen. Je wilt relevante zaken brengen, opiniërend. Dat doe je met de vraag voor zo’n debat. Marcel Peek, netmanager van Ned. 1, legt dat dan voor. De NOS wilde het debat op Ned. 2 doen. Toen zijn de andere omroepen gepeild en de Vara pakte het op en bracht het om half negen, gekoppeld aan Pauw & Witteman.’
‘Dat van de NOS was heel erg aan de Eerste Kamer opgehangen. We vragen dan wel aan de Vara om er echt een nationaal debat te maken, niet vanuit het perspectief van de Vara en de elementen van Uitgesproken Vara, maar objectiever. Dat is ook gebeurd.’
‘Natuurlijk wel, maar zo gaat het overleg. EenVandaag en de KRO hadden een debat, met ieder de eigen insteek want dat zien we niet als groot nationaal debat. WNL nodigt Wilders uit en de EO nodigt Rutte uit. Iedereen doet op zijn manier een duit in het zakje.’
‘We hebben wel de vraag aan WNL gesteld waarom zij Wilders meenden te moeten uitnodigen tegenover het nationale debat. Ik vind dat ze te allen tijde vanzelfsprekend Wilders moeten uitnodigen, maar je bedient de kijker daarmee niet maximaal als je dat tegenover het nationale verkiezingsdebat doet. Maar nogmaals, wij gaan niet over de inhoud. Je geeft signalen die hopelijk de volgende keer gehoord worden. Het gaat niet om Wilders, als ze Verhagen hadden uitgenodigd, had ik dat ook gezegd.’
‘Ze vonden dat ze dat wel konden maken en dat ze de externe pluriformiteit van het bestel maximaal dienden.’


Praat mee