— maandag 16 juni 2014, 11:40 | 0 reacties, praat mee

‘Wij zijn Limburg’

© TRIK

Huub Paulissen, hoofdredacteur van De Limbuger-Limburgs Dagblad grijpt zijn kans de krant inhoudelijk te verbouwen en werkt tegelijk aan een regionaal mediabedrijf samen met L1. De keus voor kwaliteitsjournalistiek is gemaakt.

Driftkikker, opgewonden standje, lefgozer, man met een mening. Acht jaar geleden werd Huub Paulissen (54) hoofdredacteur van Dagblad De Limburger-Limburgs Dagblad met de mededeling dat hij na maximaal zes jaar weg zou zijn. Zegt hij nu zelf. Dus ook een man met zelfspot.

Zijn mening kan hij maar moeilijk voor zich houden. Paulissen zegt een paar keer tijdens het gesprek ‘ik weet niet of ik dit moet zeggen, maar ik doe het toch.’ Bijvoorbeeld nadat hij zijn ambitieuze plannen met de krant heeft uitgelegd en de vraag luidt wat die voornemens met de betaalde oplage – nu 146.000 exemplaren – gaan doen.

‘Ik denk dat de oplage van de krant uiteindelijk misschien wel tot 70.000 exemplaren kan dalen.  En dat we niet meer zes dagen in print verschijnen, Wel in het weekend, maar minder door-de-week. In plaats daarvan natuurlijk wel digitaal. Dan kunnen wij nog steeds een kwalitatief hoogstaand product afleveren en een fatsoenlijke redactie overeind houden. Of dat de huidige 120 mensen zijn, dat weet ik niet. Voor de komende jaren is het onze taak als redactie om de harde kern van abonnees iets harder te maken door ze kwaliteit te bieden. Maar jongeren gaan de krant niet lezen en betalen, dus groei op papier zit er niet in. En op zich maakt mij dat ook niet uit. Het gaat er om dat wij goede journalistiek kunnen bedrijven. Dat we de macht kunnen controleren. Of we dat vervolgens afdrukken en bezorgen of digitaal verspreiden, maakt niet uit.’

Paulissen twijfelt ook even als naar zijn mening wordt gevraagd over de hoofdredacteuren van de Wegener-kranten. Hij werkt met ze samen in de Wegener Persdienst en lang is er sprake van geweest dat (nu nog) ­eigenaar Mecom de kranten van Limburg bij Wegener zou onderbrengen. ‘Bij Wegener zitten hoofdredacteuren die hun baan belangrijker vinden dan de onafhankelijkheid van de redactie’, zegt hij uiteindelijk.

Waarom?
Ik ben verantwoordelijk voor alles wat er in de krant staat. Op dat gebied zijn er geen compromissen mogelijk. Bij Wegener wordt een flink deel van de krant centraal gemaakt in Nijmegen en gaat de hoofdredacteur eigenlijk alleen nog over de regio. Dat kan in mijn visie niet. Als hoofdredacteur moet je daar de grens trekken. Het regionieuws willen ze ook nog eens niet op de voorpagina kwijt. Dat vind ik al helemaal niets. Onze regionale krant begint op pagina 1 en niet ergens anders. En kom bij mij niet met het argument dat het te duur is om zelf het algemene nieuws aan te passen. Ik heb een redacteur die ’s avonds de centraal gemaakte pagina’s uit Nijmegen met Limburgse bril bekijkt en iets andere keuzes maakt. Als je daar al geen geld meer voor hebt, hou dan maar op.’

Andere opvattingen komen er zonder aarzeling uit. Bijvoorbeeld over zijn eigen houdbaarheidsdatum? Wat is die?
‘Ik heb geen verstand van de digitale wereld. Ik weet wel zeker dat we die weg op moeten en veel actiever dan nu. Ik kan de redactie daarin niet aansturen. Hoe je een krant maakt, dat weet ik. Maar wanneer je op het juiste moment, op de juiste manier en via het juiste kanaal iets op internet publiceert, dat moet je aan mij niet vragen. Ik kan het niet orkestreren, wel faciliteren. Als ze binnen het bedrijf zeggen dat een ander dat beter kan, dan accepteer ik dat.  Nu zie ik zeker nog een toegevoegde waarde voor mij.’

Toch komt het vaker voor dat een nieuwe eigenaar, in jullie geval binnenkort Concentra, met een frisse ploeg aan de slag wil.
‘Ik verwacht dat niet. Wij hebben onze plannen met de krant gepresenteerd bij Concentra en zij zijn enthou­siast. Bovendien hebben ze in België hun handen vol aan de vorming van het Mediahuis met Corelio. Dus ik denk dat ze het niet erg vinden dat wij ons voorlopig concentreren op de uitvoering van ons eigen plan. Zo lang dat goed gaat, verwacht ik niet te veel bemoeienis. Wel hopen wij te profiteren van hun kennis op het gebied van internet. Want op dat gebied loopt Media Groep Limburg hopeloos achter. En ik ben blij dat we een eigenaar krijgen die niet uit is op winstmaximalisatie, maar ook duidelijk investeert in het eigen bedrijf. Natuurlijk moet er geld worden verdiend, maar geen onredelijke rendementen.’

Hoe blij ben je af te zijn van eigenaar Mecom. Die hebben jullie toch vooral kwaad gedaan?
‘Achteraf bezien hebben ze ons niet slecht behandeld. Het grootste verwijt dat je Mecom kunt maken, is dat ze niets hebben gedaan aan de doorontwikkeling van de krant tot een multimediaal bedrijf. Digitaal stellen we niets voor. We hebben een site die wel waanzinnig goed wordt bezocht met 5 tot 6 miljoen pageviews per maand. En dat is voor Limburg goed. Internet wordt hier nog wat minder gebruikt dan in de rest van het land. Maar verder stelt het niets voor. Mecom heeft hier vooral bezuinigd en de winst gebruikt om de schuld af te lossen. Dat heeft ons op zich geen kwaad gedaan. Daardoor is het bedrijf financieel gezond. Wel is de organisatie nu helemaal uitgekleed en zijn afdelingen als marketing, sales en ICT onderbezet. Op de redactie is beperkt bezuinigd. Er werken weliswaar minder mensen, maar niet minder verslaggevers dan pakweg tien jaar geleden. Mecom heeft ons dus klaar gemaakt voor een overname. En nu is het echt tijd voor investeringen in de krant.’

Wat behelst het plan dat je bij de nieuwe eigenaren hebt ingediend?
‘Concentra gelooft er in dat we in Limburg kunnen uitgroeien tot een dominant mediabedrijf dat op alle platformen actief is. Naast de krant gaat het dan om lokale sites, huis-aan-huisbladen, de regionale televisiezender TV Limburg en de publieke zender L1. We werken nu al samen, maar ik denk dat uiteindelijk een fusie met de publieke omroep op termijn het beste is. Samen kunnen we investeren in kwaliteit en voorkomen dat er dubbelingen ontstaan. Het klinkt misschien als een monopolie, maar dat is het niet.’

Als er maar één mediabedrijf in Limburg is die alle kanalen bedient, dan is dat toch een monopolie?
‘We zijn wel groot, maar niet de enige. En als wij het niet goed doen, staan er concurrenten op. Maar het gaat om een levensvatbaar model om kwaliteitsjournalistiek te waarborgen. Dat redden we alleen als we samenwerken. Het alternatief is dat je niets hebt.’

Hoe zie je die samenwerking met L1?
‘We beginnen samen de website 1Limburg. Daarop komt gratis al het korte nieuws uit de provincie. De site geeft ons allebei de mogelijkheid om met de andere redacties de verdieping op te zoeken. We kiezen bewust voor een nieuwe naam. We hopen daarmee een breed bereik in de provincie op te bouwen, naast wat we met de andere media al doen.’

Wat verandert er aan de krant als die de verdieping op zoekt?
‘Samen met het bureau Motivantes hebben we met de redactie daar een plan voor gemaakt: ‘Kracht vanuit de Kern’. Essentie is dat we de redactie hebben omgevormd van een club journalisten die vooral met nieuws bezig is, tot een redactie die vooral aan onderzoek en duiding doet. Vorig jaar waren we al klaar met het plan, maar hebben met de uitvoering gewacht tot de verkoop om de nieuwe eigenaar erbij te betrekken. Toen dat eind vorig jaar maar op zich liet wachten, heeft de redactie unaniem besloten er in februari mee te beginnen. We hebben elf deelredacties omgevormd tot vijf kernredacties. Op de schrijvende redacties is er nu meer tijd om zaken uit te zoeken. We maken hele duidelijke keuzes. Het aantal korte nieuwsberichten in de krant is nu beperkt. Die tijd steken we in het goed uitzoeken van onderwerpen. We richten ons op een aantal thema’s, zoals gezondheidszorg, onderwijs, cultuur, Limburgse identiteit en economie. We brengen nu een onderwerp liever een dag later goed, dan meteen slecht.’

Hoe bevalt dat na ruim twee maanden?
‘Een proces van vallen en opstaan. Het piept en kraakt aan alle kanten. We hebben het allemaal gewild, maar het is enorm wennen. We hebben dertig jaar op een bepaalde manier de krant gemaakt en doen het nu anders. Er zijn dagen dat we een mooi eigen onderzoek in de krant hebben, afgewisseld met dagen dat we terug­vallen in de oude werkwijze van de nieuwskrant. We moeten het doen met de huidige ploeg van 120 mensen, dus die moet je de tijd geven aan de nieuwe werkwijze te wennen. We willen niet meer dat mensen zeven nieuwsberichten per dag schrijven. Sommige mensen lukt dat niet. Dat moet je respecteren. Die mensen proberen we dan ook niet te veranderen, maar in te zetten op hun kwaliteiten.  Wat goed gaat, is dat we meer zelf de nieuwsagenda bepalen. Dat kan ook. Nieuws laat zich plannen.
Dat zijn wij niet gewend. We volgden toch meer de waan van de dag. Daar willen we echt van af. Dat doen we bijvoorbeeld door anders te vergaderen. Het is meer samen nadenken over onderwerpen en over de uitwerking daarvan. Wat mij ook opvalt, is dat bronnen, zoals zorginstellingen, ons langzaamaan zelf gaan opzoeken. Ze zien dat wij ons serieus in een onderwerp verdiepen. En dan willen ze wel meewerken aan bijvoorbeeld een reportage. Zij hebben er ook belang bij om op een goede manier in de krant te komen. Ik vind dat een goed teken. Een teken van vertrouwen. Overigens wel met behoud van onze journalistieke onafhankelijkheid. Het is nog te vroeg om te zeggen wat de lezer er van vindt. We houden regelmatig onderzoek, maar de eerste peiling na de veranderingen moet nog plaats vinden.’

Werken de redacteuren multimediaal?
‘Nee. Daar geloof ik niet meer in. We hebben dat wel geprobeerd. Maar iemand is niet goed in én schrijven én video én audio en dat ook nog eens allemaal tegelijk. We zetten nu mensen echt in op hun kwaliteiten. Het snelle nieuws zit bij de website samen met L1. Televisie maken we bij de twee omroepen en bij de krant zitten de schrijvers. Dat werkt volgens mij veel beter.’

Je gelooft in digitaal, maar toch doen jullie zo’n beetje als enige krant niet mee aan Blendle.
‘Omdat het verhaal niet klopt. De artikelen in Blendle zijn te goedkoop. Al zouden wij 20.000 artikelen per dag verkopen via Blendle dan nog levert het veel te weinig op. En wij verkopen bovendien liever zelf onze artikelen aan onze klanten. Wij houden dit soort initiatieven wel goed in de gaten. Als het wel een succes wordt, dan haken we graag aan.’

Ben je zelf van print of digitaal?
‘Thuis heb ik drie kranten. Ik doe niet aan Twitter, Facebook of LinkedIn. Ik heb wel accounts, maar laat het daarbij. Ik heb er geen tijd voor en geen zin in om met iedereen over van alles en nog wat te praten. Ik weet niet of ik het mag zeggen, maar ik denk toch dat social media meer een vrouwen-ding is. Ik zie aan mijn kinderen dat die heel anders het nieuws consumeren. Ze zijn echt wel op de hoogte. Maar ze raken geen krant aan. Totdat ik ze wijs op een bepaald artikel dat ze interesseert. Dan wel. Maar dagelijks een krant, dat spreekt ze niet aan. Daarom weet ik ook dat wij daar wat op moeten vinden. Niet langer een ‘one size fits all’ product, maar veel meer nieuws op maat.’

Heb je het geduld om de veranderingen door te voeren? Je staat bekend als een ongeduldig iemand die ook weleens een driftkikker kan zijn.
‘Ik ben rustiger geworden met de jaren. Toch kan ik nog steeds wel ongeduldig zijn op z’n tijd. En dan moet het ook meteen. Maar een proces zoals waar we nu inzitten, vraagt ook om geduld. We zijn er al sinds november 2012 mee bezig. Met een notitie, lunchsessies met redacteuren, discussies met de redactieraad. En tijdens de afsluitende plenaire redactievergadering was bijna de volledige redactie aanwezig en bijna unaniem voor het plan om te verdiepen. Dat was mijn finest hour.’

Is er nog wel een toekomst voor de regionale krant?
‘Ja. Landelijk zie je dat kranten de afgelopen jaren aan een eigen profiel gewerkt hebben. De kranten van de Persgroep onderscheiden zich nu echt van elkaar. In Limburg hebben wij dat probleem niet. Wij hebben een duidelijk profiel: wij zijn Limburg. De afgelopen jaren heb ik dat op de redactie wel bepleit. Journalisten zijn eerder van het zuur dan van het zoet. Maar we mogen ook trots zijn op wat hier gebeurt en daar ook positief over schrijven. Als het slecht is, is het slecht. Maar als het goed is, mogen en moeten we dat ook schrijven. Neem Andre Rieu. Dat is toch een fenomeen in de hele wereld. De Telegraaf en anderen schrijven er lovend over en wij slagen er altijd weer in een negatieve kant te vinden. Het heeft een tijd geduurd, maar dat idee begint nu langzaam te landen op de redactie.

Huub Paulissen (54) werkt sinds 1980 voor de Limburgse kranten in bijna alle functies, regioverslaggever, chef, sportverslaggever, autoredacteur en nu als hoofdredacteur. Paulissen is getrouwd en heeft twee kinderen. Behalve dat hij als hobby werken heeft, zijn lezen, auto’s en wielrennen zijn passie. Naast de lease-auto staan er thuis nog drie auto’s in de garage.

Bekijk meer van

De Dag

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.