— vrijdag 1 februari 2013, 11:06 | 3 reacties, praat mee

Welkom in de warme wereld van mediajournalistiek

© Berend Vonk

Is schrijven voor een vakblad over journalistiek en media een vorm van masochisme, vraagt Villamedia-redacteur Frans Oremus zich af. ‘Een beetje wel want er is geen lastiger lezerspubliek dan journalisten. Zeker wanneer ze zelf onderwerp zijn. Maar het houdt je scherp.’

Er bestaan waarschijnlijk geen achterdochtiger mensen dan journalisten die worden gebeld voor een onderwerp waar ze zelf een rol in hebben. Bijvoorbeeld omdat ze een verhaal hebben gemaakt dat kritiek oproept – door onderwerpkeuze dan wel aanpak – waardoor wederhoor is geboden, of omdat ze naast hun journalistieke vak een taak op zich hebben genomen als voorzitter van redactieraad of -commissie.

Ooooh, wil je dit gaan publicéren??’, hoor ik vaak verbaasd klinken na een telefoongesprek van een kwartier waarbij ik me aan het begin duidelijk heb voorgesteld als journalist, heb verteld dat ik bezig ben met een artikel en dat dat de reden is dat ik bel. Vaak probeert de gebelde ervolgens vaderlijk uit te leggen dat het helemaal niet goed is een stuk te schrijven over het betreffende onderwerp. ‘Door bepaalde ontwikkelingen waar ik nu even niks over kan zeggen, maar die straks wel héél interessant voor jou kunnen zijn.’ Uitputtend worden nog andere argumenten aangedragen waarom ik beter even kan wachten. Maar dat er ‘zéker’ een moment komt dat hij of zij ‘stevige dingen’ zal willen zeggen; daar kan ik op rekenen. ‘Maar nu dus even niet. En nu ik je toch aan de lijn heb’, wordt dan vaak een draai gemaakt, ‘ik weet nog wel een onderwerp waar je eens in moet duiken’. Vervolgens krijg je een omstandige uitleg over de erbarmelijke stand van de pensioenen in de dagbladjournalistiek. ‘Dat is écht iets voor jullie blad.’

Of er is nog een rekeningetje te vereffenen en krijg ik – ‘wel off the record hoor, dat begrijp je’ – een wat ranzig tipje over een collega van een concurrerende titel. ‘Maar je hebt het niet van mij, hè’, is steevast de afsluiting van zo’n gesprek. Met lege handen bel je dan maar de volgende op je lijstje.

Journalisten hebben de neiging (is het amateurisme of pure doortraptheid?) je omstandig uit te leggen hoe een zaak in elkaar zit, maar hebben er de grootste moeite mee zelf geciteerd te worden. Je blijft achter met een hoop informatie, maar kunt het aan niemand toeschrijven.

In een recent interview dat ik maakte nam ik me voor hier niet meer in te trappen. Ik had de betreffende journalist duidelijk verteld dat ik hem over veel zaken wilde interviewen, en ook over een precaire kwestie waar hij tot dan toe over had gezwegen. Zo niet, dan helemaal geen interview, dreigde ik dapper. Hij hapte toe. Maar toen tijdens het gesprek de kwestie aan de orde kwam draaide hij eromheen, gaf antwoorden die zijn zaak alleen maar erger maakte, en vroeg uiteindelijk het opname-apparaatje uit te zetten zodat hij off the record kon uitleggen hoe het echt zat. Daar gaan we weer, dacht ik. ‘Nee, ik heb niks aan off the record informatie, antwoordde ik fier. Dit is een interview en ik wil jouw standpunt horen. Ook als dat standpunt is dat je er niks over wil zeggen.’

Hij begreep het en zweeg verder over de kwestie. Maar toen een half uur later het apparaatje alsnog werd uitgezet omdat het interview voorbij was, kwam de heikele kwestie weer terug en werd ik alsnog off the record wijzer gemaakt. Uren hebben we daarna telefonisch overlegd over welke tekst uiteindelijk in het interview terecht kwam. Ik stond sterk in deze onderhandelingen omdat ik de opgenomen tekst had bewaard –met weinig gelukkige citaten – en daar dus altijd op kon terugvallen. Het is ook logisch. Journalisten zijn zich als geen ander bewust van de impact van publiciteit. Maar waar de gewiekste spindoctor getraind is in hoe je media manipuleert, is de journalist dat niet. De rol van de ondervraagde is niet zijn sterkste kant. Heetgebakerdheid, manipuleren, dreigen; het komt allemaal voor.

Als journalist die over journalistiek schrijft voel je je als het Droste-blikje onder de collega’s. Vrienden maken is er niet bij. Ooit ben ik door een aantal redacteuren van Elsevier ‘in de ban’ gedaan – zo vernam ik uit betrouwbare bronnen omdat ik in hun ogen iets te mild schreef over de ‘martelprimeur’ van de Volkskrant (waarin vermeende martelingen door het Nederlandse leger in Irak aan de kaak werden gesteld), waar zij de frontale aanval kozen. ‘Niet meer mee praten’, was het devies.

Clairy Polak foeterde me eens uit omdat ik, voor een reportage over Nova, haar stiekem tussen de lamellen door liet fotograferen in een slobbertrui achter haar bureau. Ze had vooraf verboden dat er onverwachts foto’s zouden worden gemaakt, dus ze had wel een punt.

Oud-hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant was lang boos – en weigerde categorisch ieder interviewverzoek – omdat ik het resultaat van saneringsonderhandelingen met de Persgroep een ‘Pyrrusoverwinning’ had durven noemen. We hebben het – geloof ik – weer goed gemaakt daarna.

Op sociale media bevindt zich een categorie aanzienlijk ruigere collega’s. Vaak zijn dit zich journalist noemende webtechneuten die van de hoed en de rand weten als het gaat om het veroorzaken van online reuring. Lekker stoken, gewoon omdat het kan. Een redelijk genuanceerd artikel over de mores rond het reageren op internetartikelen kwam me op de volgende tweet van de altijd hartelijke Bert Brussen te staan: ‘Go fuck yourself Frans Oremus.’

Journalist Arjan Dasselaar kondigde – ook via Twitter – ooit een artikel aan waarin hij gehakt van me zou maken omdat ik had durven schrijven over mijn ervaringen met stagiairs en in zijn ogen hun privacy had geschonden (ook al had ik in de comments aangegeven dat ik had geanonimiseerd en met de enige uitzondering daarop een afspraak had gemaakt). Hij haalde zelfs zijn vader erbij – een ‘zeer ervaren P&O’er’ – die wel raad wist met dit soort stukken van ‘de privacyschendende stagiairhater van Villamedia’. Het dreigement werd later nog eens herhaald: ‘anyway, mijn vader (..) en ik werken dus aan een reactie op dat rare antistagiair-stuk van Frans Oremus. snel afmaken maar’. Dat was anderhalf jaar geleden. Ik vermoed dat d’oude Dasselaar er geen been in zag zijn ruimschoots meerderjarige zoon hierin bij te staan. Ik heb in ieder geval nooit meer wat vernomen.

Jan Dijkgraaf – we naderen nu echt het dieptepunt – noemde me op Twitter onder meer ‘lafbek’ en ‘kwaadaardige alcoholist’. Waarschijnlijk omdat ik ooit in de Volkskrant schreef dat hij een brug te ver was gegaan met zijn duik in de vuilniszakken van Alexander Pechtold voor roddelblad Binnenhof (een eenmalige uitgave van HP/De Tijd en Weekend in 2010). Een vriendje van hem, de journalist Chris Klomp, twitterde recent een niet mis te verstane waarschuwing: ‘kom niet aan mijn mattie, jongen. @jndkgrf is da bomb!’.

Welkom in het warme wereldje van de mediajournalistiek. Want er zijn best nogal wat collega’s die er moeilijk mee om kunnen gaan dat ook de journalistiek soms de maat wordt genomen in haar eigen vakblad. Villamedia (een onafhankelijke uitgave) is dan steevast het ‘clubblaadje van de Nederlandse Vereniging van Journalisten’, dat geen enkel besef heeft van de werkelijkheid, en waar een paar zure collega’s de hele dag niet anders doen dan journalistiek Nederland naar de donder proberen te helpen.

Is het masochisme om voor zo’n titel te werken? Soms vraag ik me wel af waarom ik uitgerekend de journalistiek heb uitgekozen als sector om kritisch te volgen. Ik houd me maar voor dat een journalist die voor journalisten schrijft – en aldus een soort metajournalistiek bedrijft – wel héél goed moet zijn. Stoïcijns bijt ik me vast in onderwerpen waarvan ik vind dat de journalistiek het verdient dat er discussie over ontstaat. Zonder me wat aan te trekken van de bagger – van een relatief klein aantal rancuneuzen – die soms over je wordt uitgestort. En gelukkig zijn er ook wel eens complimenten.

Bekijk meer van

platform makers

Praat mee

3 reacties

Bas Paternotte, 1 februari 2013, 18:45

Opmerkelijk dat Oremus zo verongelijkt doet. Misschien moet Oremus eens praten met zijn collega Bart ‘Dag Bas, ik heb een vraag voor de mediarubriek van Villamedia’Ebisch.

Die dan vervolgens dit soort tweets gaat sturen omdat je hem niet te woord wilt staan.

https://twitter.com/HanxNL/statuses/279364620865650691 (screenshot hier ter redactie)

Spijker, balk and all that jazz.

Judith, 10 februari 2013, 18:15

Wow, wat een zuur artikel is dit zeg. Ik snap niet dat Villamedia zich laat gebruiken als platform om andere vakgenoten zwart te maken.

Judith, 10 februari 2013, 18:17

Mediajournalistiek bij kranten stelt gelukkig een stuk meer voor dan wat uit deze pen komt.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.