Verslaafd aan de peiling: een zoektocht naar journalistieke zelfbeheersing
Peilingen: duiders praten erover, journalisten schrijven het op, politici reageren en het publiek kijkt ademloos toe. Kim van Keken onderzocht hoe peilingen zo belangrijk zijn geworden dat ze de verkiezingsstrijd én journalisten lijken te sturen. ‘Dat legt een verantwoordelijkheid bij de media. Helaas wordt die niet door iedereen even serieus opgevat.’
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Kim van Keken. Ook lid worden?
‘Het bijzondere effect van peilingen is dat ze niet alleen een momentopname vormen’, zegt Wouter Bos. ‘Ze worden ook een verhaal. Als je negatief in de peilingen staat, begint elk interview dat je hebt met de vraag waarom het zo slecht met je gaat in de peilingen. Dát verhaal veranderen, is buitengewoon moeilijk.’
Het is woensdag 17 september, nog ruim anderhalve maand voor de verkiezingen. Maar in talkshows zijn (oud)politici al volop te zien om te praten over de campagne. In Pauw & De Wit worden de nieuwste peilingen besproken. Bos, PvdA-leider van 2002 tot 2010, legt uit hoe met name de interpretatie van die peilingen een eigen dynamiek op gang brengt die nauwelijks te stoppen is.
En dat kan als politicus ook in je voordeel werken. ‘Ik heb het zelf meegemaakt, in de campagne 2002/2003. Vlak na een debat kwam ik als winnaar van dat debat uit een peiling en die peiling ging een eigen leven leiden. Dat wordt dan het verhaal van de dag; en mensen willen bij de winnaar horen.’ De PvdA steeg op 23 januari 2003 van negentien naar tweeënveertig zetels, maar bleef uiteindelijk twee zetels achter bij het winnende CDA van Jan Peter Balkenende.
Gordijnen voor het Catshuis
In deze campagne is het VVD-leider Dilan Yesilgöz die zich steeds moet verdedigen. En dat al ruim vóór de zomer. Vrijwel elk gesprek met haar gaat over hoe slecht de partij het doet in de peilingen. Komt ze er nog wel bovenop? Ligt het aan haar leiderschap?
‘Het is misschien niet iets dat peilingen beogen’, zegt Bos, ‘maar je voelt het wel als politicus’. Tegenover Yesilgöz staat CDA-leider Henri Bontenbal, de grote stijger. Hem wordt vooral gevraagd waarom hij zo succesvol is, en of hij als mogelijk nieuwe premier al gordijnen heeft uitgezocht voor het Catshuis.
‘Het is een soort crack’
Peilingen. Journalisten, maar zeker ook televisiekijkers, zijn er verslaafd aan. ‘Het is een soort crack’, zei oud-strateeg Mark Thiessen van de VVD (van 2010 tot 2017) onlangs bij de talkshowtafel van Eva. Hij was er verslaafd aan, legt hij uit aan de telefoon.
Bij de vorige verkiezingen in 2023 blogde hij op Substack fanatiek over de campagne. Voor het eerst sinds jaren deed VVD’er Mark Rutte niet mee, het nieuwe NSC van Omtzigt kwam op. De nieuwste peiling werd, zoals hij het noemt, een verslag van de effecten van de vorige peiling.
En toen kwam zeven dagen voor verkiezingsdag ‘de peiling die alles veranderde’ van I&O, inmiddels Ipsos I&O. De PVV steeg wat. NSC daalde. Thiessen beschreef die peiling als ‘het startschot voor de eindsprint van de campagne’. Die dynamiek, de enorme fixatie van journalisten en duiders op peilingen, bepaalde volgens hem de verkiezingsuitslag.
‘Ik heb daaraan meegedaan’, zegt hij twee jaar later schuldbewust. ‘Zelfs al was het alleen maar in mijn eigen niche.’
Peilingverbod
Voor dagblad Trouw was die campagne aanleiding om een Commentaar te wijden aan een peilingverbod in de slotfase van verkiezingen. In Italië en Frankrijk is het verboden om vlak voor de stembusgang peilingen te publiceren. In België is het niet verboden, maar hebben grote mediahuizen en onderzoeksbureaus afgesproken om vijf dagen voor de verkiezingen geen peilingen te publiceren.
‘Peilingen domineren meer dan ooit de slotfase van de verkiezingen’, aldus Trouw. Daardoor ‘raken inhoudelijke standpunten’ ondergesneeuwd. Door steeds te praten over winst en verlies wordt, aldus de krant, het stemgedrag van de kiezer beïnvloed. ‘Mensen zijn dan eerder geneigd een strategische stem uit te brengen.’
‘Mensen mogen een strategische keuze maken’
Dat laatste is juist geen probleem, vindt politicoloog Tom van der Meer (Universiteit van Amsterdam). ‘Mensen mogen ook een strategische keuze maken.’ Vandaar dat hij ook tegen een publicatieverbod van peilingen is.
Sowieso zegt hij dat peilingen in Nederland over het algemeen beter zijn geworden dan tien jaar geleden. Ze rapporteren nu wel over foutmarges (een of twee zetels verschil is geen groei of daling) en hoeveel mensen eigenlijk nog helemaal niet weten wát ze stemmen. Het is vooral hoe media berichten over die peilingen dat, met name op televisie, nog wel eens te wensen overlaat, zegt hij.
‘Je ziet partijleiders die even hoog in de peilingen staan. Maar de ene wordt ingeleid als winnaar, en de andere als verliezer.’ Niet de peilingen zelf bepalen de verkiezingen, maar wel de manier waarop ze vervolgens worden geduid. ‘Dat legt een verantwoordelijkheid bij de media. ‘Helaas wordt die niet door iedereen even serieus opgevat.’
Vrije val
Maurice de Hond staat op vrijdagavond 19 september voor een groot bord in Café Kockelmann, de wekelijkse politieke talkshow van WNL. Daarop staan negen partijen met het nieuwe gepeilde zetelaantal, daarachter staat hoeveel zetels ze virtueel hebben gewonnen of verloren ten opzichte van een week daarvoor. Het zijn nulletjes, eentjes en tweetjes. Niets significants dus. Het weerhoudt De Hond er niet van te zeggen dat ‘de vrije val’ van de VVD tot stilstand is gekomen.
‘Ik herkende heel duidelijk dat er weer een herstel gaande was.’ Drie weken later staat hij voor hetzelfde bord, met nauwelijks significante verschillen. ‘De VVD is gedaald.’
Vuistregels voor het duiden van peilingen
Al aan het begin van deze campagne zag Tom van der Meer met lede ogen hoe peilingen werden misbruikt door interviewers, duiders en journalisten. Vandaar dat hij in de pen kroop en tien essentiële vuistregels voor het duiden van peilingen publiceerde op het politicologenblog Stuk Rood Vlees. Peilingen zijn steekproeven en imperfect, ‘en dat is prima’. Daarom moet je ze ‘met een flinke korrel zout nemen’, is er één.
‘Blijf weg van fictieve kandidaten’, is een ander. Cabaretier Arjen Lubach ís geen premierskandidaat, dus zet hem dan ook niet in de lijstjes, zoals NRC laatst deed. De oud-burgemeester Ahmed Aboutaleb is dat ook niet.
Een andere vuistregel is: wees je als journalist bewust hoe je peilingen gebruikt. Ze zijn zeer interessant omdat ze een trend weergeven. Zonder peilingen zouden we niet weten dat NSC (nu met twintig zetels in de Tweede Kamer) nauwelijks bij de kiezer aanslaat, want de partij schommelt volgens de Peilingwijzer, het gewogen gemiddelde van Ipsos I&O en EenVandaag/ Verian , al maanden tussen de nul en één zetel. Aan de andere kant: de PVV wordt al maanden als winnaar aangeduid omdat de partij de grootste is in de peilingen. Maar er wordt minder gezegd over de vijf zetels die de PVV heeft verloren sinds 2023.
‘Gewoon gelul’
‘Maar wij berichten alleen maar’, zeggen journalisten vaak tegen politicoloog Armèn Hakhverdian (Universiteit van Amsterdam). Dat vertelt hij in een aflevering (van 17 oktober 2025) van de podcast Onder Mediadoctoren, over mythes in de media over kiesgedrag. ‘En dat is gewoon gelul. Er is een karrevracht aan bewijs dat het twee kanten op werkt. Door dingen te belichten gaan mensen erover nadenken, en dan kun je er vervolgens weer over berichten. Dat is met peilingen bij uitstek zo.’
Hakhverdian noemt als voorbeeld JA21, nu met één zetel in de Tweede Kamer. ‘Nu wordt partijleider Joost Eerdmans overal uitgenodigd omdat hij relatief goed staat in de peilingen. Dat is heel langzaam zo gegroeid. Dan zullen journalisten zeggen: “we nodigen hem uit omdat hij zo goed staat in de peilingen.” Ja, dank je de koekoek!’
Eerdmans werd veel vaker uitgenodigd dan Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren, met drie zetels in de Tweede Kamer. Omdat hij het rechtse geluid vertegenwoordigde naast dit rechtse kabinet. ‘Toen ging hij een beetje groeien in de peilingen en werd hij weer veel uitgenodigd omdat hij groeide in de peilingen. Het zijn dit soort vliegwieleffecten waar journalisten zich bewust van zouden moeten zijn.’
Liegen
Maak kleine verschillen niet groot, is een andere vuistregel van Van der Meer. Als een partij maar één of twee zetels hoger staat dan een andere partij, is dat niet relevant.
‘Nieuws dat je niet hard kunt maken’, moet je niet voorschotelen aan je publiek. Als duiders dat toch doen, ‘liegen ze hun publiek voor met non-nieuws’, en beïnvloeden zij de campagne omdat kiezers reageren op dat nieuws. ‘Een self fulfilling prophecy ligt op de loer.’
Op maandag 29 september presenteert opiniepeiler Peter Kanne van Ipsos I&O een nieuwe peiling in Pauw & De Wit. Er is weinig veranderd ten opzichte van een peiling twee weken daarvoor. D66 heeft vijftien zetels. De VVD veertien. ‘Maar statistisch is dit niet relevant’, benadrukt Kanne.
‘Ja, uw partij is de vijfde partij’, zegt presentator Jeroen Pauw tegen demissionair VVD-minister Ruben Brekelmans van Defensie. ‘In de peilingen’, voegt tafelgast, oud-SP-Kamerlid Renske Leijten er nog aan toe. Brekelmans is even stil. ‘Ja, het schommelt’, zegt hij dan.
Renske Leijten: Publicatieverbod
Het minimale verschil bepaalt of je wel of niet mee kan doen als partij aan bijvoorbeeld het debat van RTL4, waar slechts vier partijen mogen op komen draven.
Leijten zegt later telefonisch dat peilingen te vaak als waarheid worden gepresenteerd. Ze is niet tegen peilingen, ze zijn belangrijk om trends waar te nemen.
‘Ze worden alleen veel te belangrijk gemaakt en hebben daardoor een ongezonde uitwerking op politici. Er wordt vaak terecht gezegd dat Den Haag vooral met zichzelf bezig is. Maar peilingen versterken die machinaties enorm. Dan komen journalisten met peilingen in de hand naar je toe, en dan móet je wel reageren als politicus.’
Ze is voorstander van een publicatieverbod van peilingen vlak voor de verkiezingen. Dus wel peilen, maar er niet over berichten. ‘Zoals het nu gaat, beïnvloedt de dynamiek rondom peilingen de verkiezingen.’
Peilingpauze?
Peilingpauze heet het initiatief van Marije Brinkhorst, collega van de eerdergenoemde Mark Thiessen bij campagnebureau Meute. Het idee is om een week voor verkiezingen te stoppen met het publiceren van peilingen. ‘Omdat dit juist de tijd is waarin je stem wordt bepaald.’
Met zo’n pauze komt er volgens Brinkhorst ook meer rust en ruimte voor inhoudelijke standpunten, voor de ‘plannen en ideeën van politici’. Via een petitie roept ze op tot een peilingpauze. Maar ze zou vooral ook steun moeten krijgen vanuit de media. ‘Maar vanuit daar blijft het stil.’
Peter Kanne peilt al zo’n twintig jaar en net zo lang is er kritiek op peilingen. Hij is zeker niet doof voor de kritiek. Na de vorige campagne organiseerde hij een bijeenkomst met belangrijke mediaredacties, politicologen en een vertegenwoordiger van Binnenlandse Zaken. Alleen Trouw bleek voor zo’n peilingpauze. ‘De kijker en lezer vinden peilingen ook gewoon leuk’, zegt Kanne.
‘Het is een vorm van mensen betrekken bij verkiezingen.’ Het helpt kiezers ook bij hun keuze, die zowel strategisch als inhoudelijk gedreven kan en mag zijn, vindt hij. ‘De strategische stem moet ook niet worden overschat. In 2023 stemde 19 procent van de kiezers mede op strategische gronden.’
Hij benadrukt altijd de foutmarges bij televisieoptredens en in de rapportages, die voor iedereen toegankelijk zijn. ‘Sommige media negeren dit en dat is jammer.’ Zo benadrukte Kanne bij Pauw & De Wit aan het begin van de campagne dat het CDA niet significant groter was dan GroenLinks-PvdA. Vlak daarna duidde journalist Frits Wester bij RTL4 dat het CDA won van een verliezend GroenLinks-PvdA. Peilingen kunnen nog zo zorgvuldig zijn: het is uiteindelijk aan journalisten om zich te beheersen.
Van peiling naar peiling
Parlementair journalist Kees Boonman, veteraan aan het Binnenhof, vindt dat journalisten zich bewust moeten zijn van de impact van peilingen. ‘In Den Haag leven politici van peiling naar peiling. Het geeft een hoog stressgevoel bij partijen.’
Toen hij Journalistiek doceerde aan de Universiteit van Leiden wees hij zijn studenten altijd op de code die de BBC hanteert. Kleine verschillen mogen bijvoorbeeld bij de Britse publieke omroep niet als wezenlijke verschillen worden gepresenteerd. En een peiling mag niet zomaar in een nieuwskop belanden. Ook mogen er geen grote woorden op peilingen worden geplakt.
‘Ze suggereren iets of wijzen ergens op. Maar ze bewijzen of onthullen niets.’ Boonman: ‘Peilingen vormen een virtuele wereld, het is niet de werkelijkheid.’
Die werkelijkheid is dat de grootste groep mensen nog helemaal niet weet waarop ze gaan stemmen. ‘Peilingen zijn geen voorspeller’, staat er met een waarschuwingsteken boven de Peilingwijzer. EenVandaag schat dat 48 procent van de mensen niet weet op welke partij het stemt. Ipsos I&O noemt een percentage van 83 procent.
‘Er is veel meer twijfel dan we zien’, zegt politicoloog Tom Louwerse van de Universiteit Leiden die de Peilingwijzer bedacht. Peilers rapporteren het, en media benoemen het soms. ‘Maar het meest zuiver zou zijn als de twijfelaars een eigen staafje zouden krijgen in de peilingen.’ Dat ziet er alleen in televisieformats niet zo lekker uit.


Praat mee