Uitstijgen boven de waan van de dag
Elsevier-commentator Syp Wynia is niet onder de indruk van het kritische gehalte van de Nederlandse journalistiek. Wel vindt hij dat de verkiezingen nu beter worden verslagen dan twintig jaar geleden, toen de journalistiek nog volgde in het politieke ‘cordon sanitaire’ tegen Hans Janmaat van de Centrumpartij. ‘De journalistiek is beter, ijveriger en onafhankelijker geworden.’
‘Ik ben er niet zo’n voorstander van dat je in een peer group gaat rondvragen wie de beste,
mooiste of leukste is.’ Er naar gevraagd heeft hij ‘naar eer en geweten’ geantwoord. ‘Paul Jansen schrijft interessante stukken. Maar wat is het verschil tussen een commentator, deskundige analist of verslaggever? Kustaw Bessems van De Pers schrijft een combinatie van commentaar, feiten en analyse. Doe ik zelf ook wel. Is dat minder belangrijk?
Ik ben daarbij een soort amateur-historicus, -socioloog en -econoom. Ik vind het leuk disciplineoverschrijdend te werken. Mijn column staat niet voor niks in het economiekatern, al gaat het vaak ook over politiek. De wereld bestaat ook uit de overlapping van disciplines. Ik opereer niet op de korte termijn. Ik schrijf bijvoorbeeld een analyse waarom Mark Rutte nu boven komt drijven. De campagnejournalistiek houdt zich met andere dingen bezig. Ik ben overigens blij dat ze dat doen, want daardoor kan ik mijn ding doen: uitstijgen boven de waan van de dag. Dat is mijn niche.’
Vrij Nederland citeert een collega die stelt dat Wynia’s analyses interessant zijn, maar dat hij ‘partijdig’ is.
Wynia: ‘Het woord partijdig irriteert me omdat ik niet uit loyaliteiten schrijf. Als de lezer constateert dat ik rechts ben, mag dat. Ik ben niet boos of geschrokken als mensen mij rechts vinden. Er zit wel een notie van diskwalificatie in.
Ik hoor tot de categorie burgers die er niet voor terugdeinst rechts te worden gevonden. Ik vind niet dat ik rechts móet zijn. Sommige standpunten van mij (zoals dat hij voor afschaffing van de hypotheekrenteaftrek is, red.) worden als links gezien. Dat kan me allemaal niks schelen.
Het zou wel eens zo kunnen zijn dat er een communis opinio is die veronderstelt wordt kleurloos te zijn, maar dat misschien helemaal niet is. Die eerder als links getypeerd zou kunnen worden, althans als niet-rechts. Het is denkbaar dat er mensen zijn als Jansen en mij en anderen die niet automatisch tot die communis opinio behoren en op grond daarvan als rechts – of partijdig – worden gekenschetst. Tegelijk is het denkbaar dat er in die brede communis opinio ook – bewust of onbewust – posities worden ingenomen.
Uit onderzoek uit de jaren ’90 bleek al dat veel journalisten links zijn. Bij de toonzettende media – de PCM-kranten en de publieke omroep – domineerden de linkse media omdat hun bazen links werden. De besturen van de stichtingen die boven de kranten hingen werden hoofdzakelijk bevolkt door PvdA’ers, met enkele excuus-VVD’ers. Zo ontstaat – getrapt naar de redactie – een soort vanzelfsprekend universum waarin gedachten en waarden hetzelfde zijn.’
‘Dat zal ongetwijfeld zo zijn. Ik weet niet welke discussie zich op de redactie heeft afgespeeld. Ik heb een contract voor de eerste helft van het jaar. Het is hun goed recht dat te continueren of niet. Het kan best zo zijn dat mijn columns niet meer op prijs worden gesteld.’ (In reactie zegt de eindredacteur van Buitenhof dat de columnisten, traditioneel, na de laatste uitzending worden geëvalueerd en eventueel vervangen: ‘Daar kan nu nog niets over zeggen’.)
Wynia bekende recent in Het Parool in de jaren ’70 ‘een blauwe maandag’ in het afdelingsbestuur van de PvdA in Groningen te hebben gezeten.
‘Niks om me voor te schamen, maar het was niet zo’n goeie match. Ik ging niet achteraf mee naar het café, waar natuurlijk de echte besluitvorming plaatsvond. Het was de tijd van Jacques Wallage en Max van den Berg. Later hoorde ik dat ze mij te rechts vonden.’
Maar in de journalistiek heeft hij nooit loyaliteiten gehad. ‘Links noch rechts. Bij Het Parool probeerde ik met toenmalig hoofdredacteur Sytze van der Zee een einde te maken aan de vaste PvdA-loyaliteit. Dat is me niet helemaal gelukt. Ik was er wel trots op dat we – nadat ik er driekwart jaar zat en er verkiezingen waren geweest – een brief kregen van een vrouw die al “vanuit den oorlog lid” was van Het Parool en met genoegen constateerde dat deze verkiezingen voor het eerst onafhankelijk werden verslagen.’
‘Als chef kunstredactie merkte ik dat veel journalisten vergroeid zijn met hun specialisme en in feite meer belangenbehartiger waren van hun branche in plaats van de beste informant van hun lezers. In de politieke journalistiek zie je hetzelfde. Het betekent dat er grote gaten vallen. Dat politieke taboes ook journalistieke taboes worden. Een jaar of twintig geleden was er het grote debat over de WAO en de uitkeringen in zijn algemeen. Dat werd door de werkgevers op de agenda gezet en CDA en VVD namen het over. Binnen de journalistiek hing een sfeertje van: “Schandalig, die arme mensen”, terwijl in feite iedereen in die tijd wel drie of vier mensen kenden die onterecht een WAO-uitkering kregen.
Ik ben niet onder de indruk van het kritische gehalte van de journalistiek. Dat kan voor een deel liggen aan het ontbreken van personeel, zeker bij regionale kranten. Maar ook gespecialiseerde journalistiek vormt een handicap. Al was het maar dat omdat iemand die zijn hele leven Ajax verslaat nooit het grote al langer levende schandaal bij Ajax zal onthullen. Hij weet het als eerste, maar maakt teveel onderdeel uit van de coterie om er iets mee te doen.
De meeste journalisten worden misschien tegen wil en dank in een tunnel geduwd. Ik heb in mijn minicarrière steeds wat opgestoken dat ik in het vervolg van mijn loopbaan kon gebruiken. Ik ken wel mensen die in Brussel hebben gezeten en ineens de waterschappen moesten gaan doen. Ze moesten ‘afkicken’ van Europa. Dat is toch onzin. Je horizon is juist verbreed. Dat moet je gebruiken.’
‘Zou kunnen. Ben ik me niet van bewust. Langzamerhand zijn de columns in de verhalen geslopen en omgekeerd. Een column is in zekere zin een format. Mijn column gaat vaak over een casus en is betrekkelijk factueel. Het zou best kunnen zijn dat ik in Buitenhof harder uit de hoek zou komen als het een ander tijdsgewricht was. In campagnetijd ben ik nog minder geneigd loyaliteiten te kennen. Ik deins er niet voor terug om lelijke dingen over Job Cohen te vertellen, maar het zou kunnen zijn dat ik dat nu niet zes uitzendingen achter elkaar doe.’
‘Om antwoord te geven op je niet gestelde vraag: de valkuil Brussel is heel gevaarlijk. Journalisten in Brussel waren in de tijd dat ik er werkte in belangrijke mate Euro-gelovig, in de zin dat de Europese Commissie samenviel met de Europese regering. Daar verzet ik me tegen. De werkelijke macht heeft namelijk altijd gelegen bij de politieke leiders van de lidstaten. Misschien wordt het er beter op, maar de tendens is dat Europa vooruit moet. Ik ben er Euro-sceptischer geworden.’
Midden jaren ’90 onthulde Wynia dat Nederland de grootste financier van de EU is en een nog grotere zou worden.
‘Dat was een thema waar collega’s niet in wensten te duiken omdat het zo fout was als een looien deur. Maar het is een van de belangrijkste politieke thema’s geworden en misschien wel mededrager van het ‘nee’ van vijf jaar geleden tegen een Europese grondwet.’
Wynia bepleitte voorafgaand aan dit referendum in 2005 een niet mis te verstaan ‘nee’ tegen de Europese grondwet – frontaal op de cover van Elsevier.
‘Oude collega’s zeiden: “Wij waren vroeger toch ook kritisch”. Ik zei: “Nee, we waren cynisch.” Dat zie je ook in Den Haag. Als je niet helemaal meegaat in het collectieve geloof van de tent waarin je werkt, probeert men dat te corrigeren door cynische formuleringen. Dat is wat anders dan erin duiken.’
De huidige verkiezingen worden volgens Wynia beter verslagen dan twintig jaar terug.
‘Toen was het zo dat je goede en slechte partijen had. Hans Janmaat werd genegeerd. In het kielzog van dit politieke cordon sanitaire besloten kranten te volgen. Dat zal nu niet snel meer gebeuren. De journalistiek is beter, ijveriger en onafhankelijker geworden. Door Pim Fortuyn? ‘Ja, hij daagde uit en viel de media aan. Maar er is ook meer concurrentie. Dat leidt doorgaans tot verbetering, en dat geldt ook voor de bedrijfstak journalistiek.’
——-


Praat mee