Toezichthouder waarschuwt Nationaal Archief om online openbaarmaking oorlogsarchief CABR
Het Nationaal Archief is gewaarschuwd wegens de voorgenomen, volledige online openbaarmaking en doorzoekbaarheid van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), het grootste oorlogsarchief in Nederland. Het oorlogsarchief zou vanaf 1 januari voor iedereen toegankelijk en zou dan ook stapsgewijs digitaal beschikbaar worden gemaakt. Maar volgens de toezichthouder is de manier waarop het Nationaal Archief het CABR online openbaar wil maken, in strijd met de Archiefwet en de Algemene verordening gegevensbescherming (AV).
Het Nationaal Archief is sinds 2022 verschillende keren op dit risico gewezen, stelt de toezichthouder. Door adviseurs van binnen en buiten de organisatie, maar heeft volgens de Autoriteit Persoonsgegevens niet genoeg met de waarschuwingen gedaan. “Daarom ziet de AP zich nu genoodzaakt een formele waarschuwing te geven, om het CABR niet vanaf 1 januari 2025 op de geplande manier openbaar te maken. De AP is als toezichthouder verplicht om organisaties te waarschuwen als zij op het punt staan de AVG te overtreden.” De waarschuwing van de AP is per brief overgebracht aan de minister van OCW.
Het CABR bevat dossiers van ongeveer 425.000 Nederlanders die werden verdacht van collaboratie met de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog. Het bevat veel strafrechtelijke gegevens, ook van mogelijk nog levende mensen, bijvoorbeeld in processen-verbaal, verhoren en getuigenverklaringen. In de dossiers zitten ook persoonlijke documenten zoals brieven, dagboeken en foto’s. Daarmee bevat het CABR ook veel gevoelige gegevens over bijvoorbeeld de religie, politieke voorkeur, gezondheid of etniciteit van mensen. Deze gevoelige gegevens hebben niet alleen betrekking op de verdachten, maar bijvoorbeeld ook op slachtoffers, getuigen en nabestaanden die in 2025 mogelijk nog in leven zijn. De wet – ook de Archiefwet – schrijft voor dat gevoelige gegevens niet zomaar voor iedereen beschikbaar mogen worden gemaakt als ze gaan over mensen die in leven zijn.
De toezichthouder maakt ook melding van het feit dat het Nationaal Archief geen advies heeft gevraagd aan de eigen, interne privacytoezichthouder: de functionaris gegevensbescherming (FG). Terwijl dit volgens de wet wel had gemoeten. Ook heeft het Nationaal Archief de AP niet benaderd voor een voorafgaande raadpleging waar in dit geval wel aanleiding toe was. Een voorafgaande raadpleging is een advies over hoe om te gaan met privacy-risico’s.
In augustus schreef Trouw al dat het proces van openbaarmaking aangepast werd. Dossiers zouden voorzichtiger en langzamer gedigitaliseerd worden, omdat dit bij nabestaanden van collaborateurs erg gevoelig lag.
Het Nationaal Archief moet nu volgens AP zelf op basis van de eerdere ontvangen adviezen en de waarschuwing aan de slag met een alternatieve werkwijze. De toezichthouder heeft aangegeven dat ze bereid is om daarover te adviseren.


Praat mee