‘Toezicht PO kan beter en efficiënter’
De Algemene Rekenkamer heeft in een zogeheten terugblikonderzoek gezien in hoeverre aanbevelingen uit 2008 over de publieke omroep zijn opgevolgd. Sinds die aanbevelingen is er een wetswijziging doorgevoerd, waardoor nieuw toegelaten omroepen financiële reserves kunnen opbouwen. De NPO heeft inmiddels helder zijn taak uitgewerkt voor de doelmatige besteding van publieke middelen binnen de publieke omroepen, stelt de Rekenkamer. Tegelijk is het huidige kabinet van plan om het budget gefaseerd te verlagen met 200 miljoen euro. Omdat de budgetverlaging naar verwachting tot fusies zal leiden besloot de Rekenkamer zich niet op bedrijfsvoering te richten maar nader onderzoek te doen naar toezicht binnen de publieke omroep. Het concludeert dat er nog ruimte is voor verbetering en een efficiency-slag, waarbij er kritiek is op de externe toezichthouder, het Commissariaat voor de Media.
“Het financieel toezicht [is] nog niet gebaseerd op een visie en een uitgekristalliseerde risicoanalyse; de aandacht voor meer gerichte, diepgaande toezichtactiviteiten, bijvoorbeeld naar bepaalde sponsorcontracten, is vooralsnog beperkt. Naast risicogerichter en diepgaander lijkt het toezicht ook efficiënter te kunnen. Het Commissariaat zou meer kunnen voortbouwen op het werk van NPO en de controles van de externe accountant”, meent de Rekenkamer.
De Rekenkamer merkt op dat dankzij een strenger beloningskader voor presentatoren het aantal presentatoren dat meer verdient dan het gestelde maximum flink daalt: van 17 in 2009 (toen het beloningskader in werking trad) tot naar verwachting 9 in 2012. De Rekenkamer plaatst de kanttekening dat NPO niet controleert of de informatie klopt die omroepen over de beloning van presentatoren aanleveren.
In 2008 uitte de Algemene Rekenkamer zorgen over de geringe toezichthoudende bevoegdheden van sommige raden van toezicht van een omroep. Uit het terugblik-onderzoek blijkt het zelden tot problemen leidt. De Rekenkamer merkt op dat een “onafhankelijke attitude van een raad van toezicht ten opzichte van het omroepbestuur van groot belang voor het uitvoeren van effectief toezicht.” Dat in een klein aantal gevallen leden van deze raden uit het omroepbestuur afkomstig zijn wekt de schijn dat deze raden minder onafhankelijk [kunnen] zijn. Ook produceren niet alle raden van toezicht een openbaar verslag van hun werkzaamheden.


Praat mee
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.