Stevige kritiek Raad van State op haast met btw-plannen journalistiek en cultuur
De Raad van State heeft in een advies op het wetsvoorstel ter wijziging van enkele belastingwetten ('Belastingplan 2025') kritiek geuit op onder meer de voorgestelde btw-verhoging op cultuur en journalistiek. Ook de hoeveelheid wijzigingen die het kabinet ineens wil doorvoeren is problematisch, aldus de Raad van State.
Een separaat wetsvoorstel voor gewenste wijzigingen is realistischer dan alles in een verzamelwetsvoorstel onder te brengen, aldus de adviesafdeling. Expliciet zou dit “vanwege de politieke discussie” in ieder geval moeten gelden voor plannen om diverse posten (zoals journalistiek, red.) uit het verlaagd btw-tarief te halen.
Haast
De haast waarmee sommige plannen worden doorgedrukt is problematisch, schrijft de Raad: “De Afdeling merkt op dat bij een deel van de in het pakket opgenomen maatregelen budgettaire samenhang met de begroting van volgend jaar ontbreekt of opname lijkt te zijn ingegeven door de enkele wens om inwerkingtreding per 1 januari 2025 mogelijk te maken.”
De Raad zegt te begrijpen dat het wenselijk kan zijn “tijdig duidelijkheid te bieden over bepaalde beoogde maatregelen. “Een wetsvoorstel kan ook op een ander moment dan Prinsjesdag worden ingediend”, schrijft de Raad. Het huidige tempo - “vooral voor maatregelen die omvangrijk, complex of politiek omstreden zijn” - is volgens het advies problematisch.
De snelheid heeft ook democratische gevolgen. “Een zorgvuldige parlementaire behandeling betekent ook dat beide Kamers der Staten-Generaal voldoende tijd hebben om zich over de beoogde maatregelen te beraden en zij recht kunnen doen aan hun functie”, aldus de Raad. Een los wetsvoorstel over omvangrijke, complexe of politiek omstreden maatregelen is het aangewezen instrument.
Consultatie
Het kabinet zou daarnaast voor sommige plannen internetconsultatie moeten inzetten, aldus de Raad van State. Via zo’n consultatie wordt een wetsvoorstel een afgebakende periode online opengesteld voor kritiek van instanties, bedrijven en burgers. De Raad merkt op dat juist het impactvolle voornemen om meerdere zaken uit het het verlaagd btw-tarief te halen vanwege dat spoedtraject niet ter internetconsultatie is voorgelegd.
“Volgens de toelichting bij het voorliggende wetsvoorstel is over de maatregel ‘opheffen meerdere posten verlaagd btw-tarief’ gesproken met sectorvertegenwoordigers. De Afdeling merkt op dat dergelijke gesprekken niet zonder meer een internetconsultatie kunnen vervangen. De groep btw-ondernemers is zeer divers en hoeft zich niet in alle gevallen vertegenwoordigd te voelen”, stelt de Raad.
Ook hier speelt een internetconsultatie volgens de Raad een belangrijke democratische rol. “Gelet op het streven naar transparantie en de aard van de maatregelen, die ook veel individuele burgers raken, is het van belang dat ook zij de mogelijkheid krijgen hun input te leveren.”
De Raad adviseert dat het kabinet expliciet rond het thema van het btw-tarief een apart wetsvoorstel indient, dat een regulier wetgevingstraject doorloopt. Het wetsvoorstel moet dan ook met een internetconsultatie gepaard gaan.
Impact op de sector
In antwoord op Kamervragen gaf staatssecretaris van Financiën Folkert Idsinga begin september toe dat voor de voorgenomen btw-verhoging geen specifieke impactanalyse is verricht over de potentiële effecten in de sector. Ook over dit gemis is de Raad van State zeer kritisch.
“De Afdeling merkt daarbij op dat de voorgestelde maatregelen naast budgettaire opbrengst voor de overheid leiden tot financiële gevolgen voor individuele burgers en het bedrijfsleven. Hieraan besteedt de toelichting geen aandacht. [..] De toelichting gaat evenmin in op mogelijke neveneffecten, zoals gevolgen voor de toegankelijkheid en kwaliteit van publieke basisvoorzieningen – bijvoorbeeld bibliotheken, cultuur en een pluriforme pers.”
De gevolgen, ook wat betreft fundamentele grondrechten als vrijheid van meningsuiting en informatie, zijn niet mals, stelt de Raad. Dat gaat niet alleen over de effecten van de btw-verhoging op logies voor de werkgelegenheid, het concurrentievermogen en de bijdrage aan de economische groei, maar ook op een gezonde mediasector.
Daarnaast heeft Nederland simpelweg de verantwoordelijkheid pluriformiteit van de media te garanderen, aldus de Raad, die verwijst naar de 2024 Rule of Law-rapportage van de Europese Commissie. Die noemt pluriformiteit in de media een expliciete key area van aandacht voor lidstaten.
“Nederland zou in de EU ook een van de weinige, zo niet het enige, land worden dat het algemene tarief op fysieke en digitale kranten toepast. Zelfs Denemarken, dat in beginsel slechts een algemeen tarief van 25 procent kent, hanteert voor fysieke en digitale kranten en tijdschriften een nihiltarief”, aldus de Raad.


Praat mee