banner cop

— donderdag 19 september 2019, 11:16 | 0 reacties, praat mee

Rachid Finge van Google: ‘Ik ben vaak meer factchecker dan spindoctor’

© Duco de Vries

Het komt volgens Rachid Finge geregeld voor dat journalisten een kritisch verhaal over Google schrijven zonder wederhoor te plegen. De Google-woordvoerder heeft er lol in om die journalisten dan op te bellen. ‘Ze schrikken zich rot dat we gewoon bereikbaar zijn.’ Zijn lessen voor de pers.

Er is nog wel zoiets als een receptionist op het hippe Google-kantoor aan de Amsterdamse Zuidas, maar die verwijst je meteen naar een scherm waarop je jezelf moet aanmelden. Binnen mum van tijd popt er een lijstje op van zaken die je niet mag: niet praten over vertrouwelijke bedrijfsinformatie die je tijdens je bezoek meekrijgt, geen foto’s of video’s maken. Of je maar even op ‘agree’ wilt klikken.

Het is een zeldzaam onpersoonlijke ontvangst, die symptomatisch lijkt voor techbedrijven als Google. Buitenstaanders worden per definitie met argwaan bekeken, zo lijkt het. Gelukkig is woordvoerder (en oud NOS-nieuwslezer) Rachid Finge (33) de beminnelijkheid zelve. En de setting van het interview – een inpandig Google-café met goede cappuccino – maakt veel goed.

Finge erkent dat Google van oudsher een gesloten bedrijf is. ‘Bij Google wordt aan allerlei zaken gewerkt waarbij vertrouwelijkheid cruciaal is, dat is een deel van de verklaring. En er was lange tijd een houding van: what’s in it for me? Google zag gewoon het eigen belang niet zo om een open houding aan te nemen.’

Inmiddels ziet Google dat wel, vindt Finge. Hij signaleert dat er een kentering heeft plaatsgevonden, waarvan hijzelf als oud-journalist misschien wel de personificatie is. Google is zich ervan bewust dat het een grote verantwoordelijkheid heeft, zegt hij. ‘We bedienen iedere dag vele miljoenen mensen over de hele wereld. We zijn groot, hebben invloed en dus is het logisch dat je kritisch wordt gevolgd.’

Eerste techjournalist
Toen Finge op zijn 8-ste voor het eerst een radiostudio van binnen zag, was hij verkocht: hij wilde bij de radio. ‘Ik vond dat iets magisch, dat je via een microfoon contact kon leggen met de buitenwereld. Al die knopjes en lampjes intrigeerden me ook, want ik was ook hevig geïnteresseerd in computers en technologie.’

Omdat hij zichzelf niet gevat genoeg vond om radio-DJ te worden, richtte hij zich op een andere stiel: het nieuwslezen. Na zijn studie communicatiewetenschap kwam Finge in 2005 bij de NOS terecht. Een jaar later maakte hij zijn debuut als nieuwslezer. Later combineerde hij het nieuwslezen met techjournalistiek. ‘Je kunt het je nu al bijna niet meer voorstellen, maar ik was een van de eerste techjournalisten bij een mainstream medium. In die tijd was de techjournalist nog vaak iemand die drie PC’s ging reviewen en dan vertelde welke de snelste was. Bij de NOS wilden we het anders doen, we wilden niet vertellen welke smartphone de beste is, we wilden duiden wat de impact van de smartphone is op de maatschappij. Die vorm van techjournalistiek is steeds belangrijker geworden.’

Ik hou niet zo van off the record, dus als een journalist mij belt, ga ik er altijd meteen van uit dat het gesprek on the record is

In 2016 stapte Finge over naar ­Google. Hij kreeg steeds meer moeite om als nieuwslezer als eerste over alle aanslagen te vertellen. Daarnaast trok Google hem wel, een bedrijf dat in relatief korte tijd een enorm impact op de wereld had gekregen. Inmiddels is hij onderdeel van een wereldwijd team dat uit vierhonderd communicatieprofessionals bestaat. Samen met collega Cindy Penders is hij verantwoordelijk voor de communicatie in Nederland. ‘Ik heb vanaf het begin een open houding aangenomen. Ik hou niet zo van off the record, dus als een journalist mij belt, ga ik er altijd meteen van uit dat het gesprek on the record is. Ik heb er geen enkel probleem mee om de media te woord te staan.’

En dus zijn de quotes van Finge veelvuldig te vinden in de imponerende stroom van verhalen die dagelijks over Google verschijnen. Maar toch zijn er ook journalisten die Google niet weten te vinden, zegt Finge. ‘Ik kom nog best vaak kritische stukken over ons tegen waarbij wij niet om wederhoor zijn gevraagd. Misschien speelt ons niet al te transparante verleden ons daarbij parten, maar goed: inmiddels zijn we al een tijdje goed bereikbaar. Ik vind het wel leuk om die journalisten dan op te bellen. Ze schrikken zich rot dat iemand van Google belt. En dat er mensen bij Google zijn die hun verhalen lezen, haha.’

Anno 2019 is techjournalistiek uitgegroeid tot een volwaardig specialisme. Als het om de feiten gaat, zit het met de verhalen van techjournalisten meestal wel goed, zegt Finge. Hij heeft vaker problemen met niet-techjournalisten die artikelen over Google maken. ‘Wat wij doen raakt aan zoveel facetten van de maatschappij, dat wij regelmatig in allerlei andere verhalen opduiken. En dan gaat het nogal eens mis. Grootste misvatting is dat veel mensen nog steeds denken dat wij hun gegevens verkopen aan derden. Dat doen we dus nooit. Soms voel ik me meer een factchecker dan een spindoctor.’

Monster
Met enthousiasme begon Finge in 2016 aan zijn nieuwe baan. Hij kende de journalistiek, nu zou hij ook de wereld van techbedrijven goed leren kennen. Maar eenmaal bij Google aan het werk, leerde hij een nieuwe kant van de journalistiek kennen. ‘Het viel me op dat de framing er vaak al is voordat een journalist aan een verhaal begint.

Wij zijn het bedrijf dat per definitie geen goede intenties heeft. Natuurlijk gaan er dingen mis bij Google en is er soms terechte kritiek op ons, maar ik vind het moeilijk als journalisten al bij voorbaat een houding aannemen dat wij het monster zijn. Toen ik zelf nog techjournalist bij de NOS was, keek ik altijd met een open blik naar bedrijven als Google. Ik dacht dat alle journalisten dat deden.’

Tekst loopt door onder de foto.

In de eerste maanden bij Google trok Finge het zich persoonlijk aan als er een negatief verhaal in de media verscheen. ‘Ik sliep slecht omdat ik me voortdurend afvroeg: had ik dit kunnen voorkomen?’

Neem de manier waarop Google omgaat met privacy. Volgens Finge is er een scheef beeld ontstaan over dat onderwerp. ‘Een paar jaar geleden deden we een privacy-tour. Met een caravan trokken we langs twintig Nederlandse pleinen om voorlichting te geven over privacy. Dat lieten de landelijke media compleet liggen. Je kunt advertentieruimte kopen, zeiden ze als we er aandacht voor vroegen. Maar als er iets negatiefs te melden viel over ons privacybeleid, waren ze er – begrijpelijkerwijs – als de kippen bij. Dan overheerst het negatieve beeld, terwijl de werkelijkheid een stuk genuanceerder is.’

Inmiddels zijn de slapeloze nachten voorbij, maar Finge kan er nog steeds flink van balen als er een negatief stuk verschijnt. Zoals onlangs, toen NRC Handelsblad Google in het hoofdredactioneel commentaar van onder uit de zak gaf. Het stuk eindigde zo: ‘Technologiebedrijven zijn zo machtig geworden dat interne en externe kritiek ze niet meer weerhoudt van het ontplooien van activiteiten die ten koste gaan van mensen. Ze wanen zich onaantastbaar. Het is het definitieve einde van Google’s nobele slogan uit de begintijd: ‘Don’t be evil’.

Ik vind het moeilijk als journalisten al bij voorbaat een houding aannemen dat wij het monster zijn

Voor Finge is het een duidelijk voorbeeld waarbij het kritische volgen naar zijn mening te veel is doorgeschoten naar cynisme. ‘Een van mijn belangrijkste bezwaren is dat dit commentaar niet alleen over ons gaat, maar ook over andere techbedrijven. Terwijl je ons simpelweg niet op één hoop kunt gooien met Facebook en Apple, iets wat trouwens wel vaak gebeurt. Journalisten vinden het ook niet fijn als ze ‘de media’ worden genoemd, zij willen ook op hun eigen merites worden beoordeeld.’

43.000 euro
Google heeft een enorme impact op de samenleving. Voor honderden miljoen mensen is het leven makkelijker geworden omdat ze dagelijks de producten van het bedrijf uit Silicon Valley gebruiken. Het is iets waar media soms wat gemakkelijk aan voorbij gaan, vindt Finge. ‘Het lijkt vanzelfsprekend dat de halve wereld Google-producten gebruikt, maar dat is het natuurlijk niet. Er wordt iedere dag keihard gewerkt om dat mogelijk te maken.’

Zou Google zich misschien wat meer op de borst moeten slaan? Iedereen weet dat het bedrijf er mede voor heeft gezorgd dat het verdienmodel van veel journalistieke organisaties onder druk is komen te staan. Maar wie weet dat Google via zijn Digitale News Initiative en Google News Initiative in totaal bijna 400 miljoen euro subsidie teruggeeft aan diezelfde journalistiek? Met 43.000 euro maakte het techbedrijf bijvoorbeeld de studio mogelijk waarin de NRC-podcast ‘Vandaag’ wordt gemaakt. Finge: ‘Dat laatste weet ik pas sinds kort, ik hoorde het nota bene van een NRC-journalist. Dat ik het niet weet, zegt wel iets over de goede bedoelingen van dit initiatief. Het is niet per se iets waarmee we graag naar buiten komen, want we doen het oprecht omdat we de journalistiek willen helpen.’

Want de journalistiek en Google hebben elkaar nodig, vindt Finge. ‘Wie iets op Google zoekt, komt heel vaak bij een journalistieke website terecht. Wij hebben belang bij een sterke journalistiek en de journalistiek heeft belang bij een sterk Google.’

De lessen van Rachid Finge
• Realiseer je dat Google een communicatieafdeling in Nederland heeft die goed bereikbaar is.
• Het is goed en logisch om Google kritisch te volgen, maar voorkom cynisme. Verklaar Google niet bij voorbaat tot boeman.
• Gooi niet alle techreuzen op één hoop, Journalisten vinden het ook niet prettig om tot ‘de media’ te worden gerekend.
• Heb je feiten op een rij, ook als je geen techjournalist bent

Bekijk meer van

Rachid Finge NOS Google-arrest

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.