— vrijdag 13 december 2024 08:01 | 1 reactie , praat mee

Nicolien van Vroonhoven: ‘Ik weet niet of ik wel wil leren lekken en spinnen’

Nicolien van Vroonhoven: ‘Ik weet niet of ik wel wil leren lekken en spinnen’
© Remko de Waal

In de serie Lessen voor de Pers komen mensen buiten de journalistiek aan het woord over hun ervaringen met journalisten en media. Dit keer waarnemend NSC-fractievoorzitter Nicolien van Vroonhoven: ‘Als journalistiek medium hóef je niet mee te gaan in de verruwing van de samenleving’. Laatste wijziging: 17 december 2024, 16:21

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Frans Oremus. Ook lid worden?

Nicolien van Vroonhoven (53) is groot voorstander van een transparante overheid en heeft persvrijheid en pluriformiteit hoog in het vaandel staan. Ze heeft in nogal wat hoedanigheden te maken gehad met de media: als CDA-Tweede Kamerlid (2000-2008), als gemeenteraadslid in Den Haag (2010-2011), als wethouder in Hilversum (2010-2012) en sinds september samen met Pieter Omtzigt als waarnemend fractievoorzitter van NSC.

Het ‘persgeweld’ dat ze in deze laatste functie over zich heen krijgt heeft haar toch wel verrast. ‘Als wethouder ging het eigenlijk veel officiëler. Vaak maakte de voorlichter een persberichtje met een citaat van mij erin. Ik checkte dat citaat en dan ging het naar buiten. Vaak werd die quote één-op-één overgenomen in lokale media. En af en toe had je een interview in een landelijke krant. Dat was dan een groot ding.’

Achtervolgd door journalisten
De afgelopen maanden werd ze regelmatig achtervolgd door hordes journalisten. Zoals tijdens de onderhandelingen over asielmaatregelen tussen de coalitiepartijen en premier Schoof, eind oktober in het Catshuis.

‘Dat duurde twee weken en terwijl we nog weinig konden zeggen wilden journalisten toch iedere keer quotes hebben. Soms wordt dat ongemakkelijk. Als fractievoorzitter rijd je zelf, je hebt geen chauffeur en er is maar één ingang bij het Catshuis, waardoor je langs de pers móet rijden. Je moet dan wel even kort wat zeggen en daarna doorrijden. Maar dan ineens zit er iemand op je motorkap en sta je vast; je wilt niet iemand aanrijden. Dat levert ongemakkelijke beelden op.’

‘Is dit dan de enige manier waarop je uit dat gewoel kunt komen?’
Hetzelfde geldt op de dinsdagen, voorafgaand aan het vragenuurtje in de plenaire zaal. ‘Voordat je naar binnen kan moet je langs een haag van journalisten. Laatst was het zo druk - de pers stond drie rijen dik. Op een gegeven moment wil je weer verder maar kán je niet verder. Je wordt gewoon echt tegengehouden. Toen is de beveiliging gehaald en de lift teruggeroepen en moest ik via een andere ingang naar de vergaderzaal. Ik dacht: is dit dan de enige manier waarop je uit dat gewoel kunt komen?

Wat me echt raakte is hoe Pieter de Omtzigt in en rond zijn burn-out tijd werd aangepakt. Voor hij kwam re-integreren heb ik me afgevraagd hoe we daarmee om moesten gaan en of we de parlementaire pers zouden kunnen vragen om in het begin niet achter hem aan te jagen in de gangen van de Tweede Kamer. Ik heb daar over gesproken met voorzitter Avinash Bhikhie van de Parlementaire Persvereniging die de faciliteiten regelt voor Haagse journalisten. Het was een allerhartelijkst gesprek maar hij zei: “Dat kan niet, want we hebben het recht om in de gangen te lopen en hem aan te spreken voor quotes. Als Omtzigt rust wil dan moet hij niet de taak van fractievoorzitter op zich nemen.” Vanuit zijn standpunt begreep ik dat wel. Het is een verworven recht van de pers om vrij te mogen bewegen in de wandelgangen. Hij gaf me wel tips, bijvoorbeeld om een rustig persmoment te creëren wanneer Pieter weer zou terugkeren in Den Haag, waarbij alle media de ruimte zouden krijgen voor vragen. We hebben dat inderdaad gedaan al wist ik vooraf dat Pieter de media niet langer dan tien minuten te woord zou kunnen staan, terwijl de pers in drie rijen dik aanwezig was en dus niet iedereen aan de beurt kon komen.’

Ineens zit er iemand op je motorkap en sta je vast; je wilt niet iemand aanrijden. Dat levert ongemakkelijke beelden op

Spinnen en lekken
Van Vroonhoven verbaast zich over het hardnekkige Haagse fenomeen van spinnen en lekken, waarbij het haar opvalt dat het lekken nog steeds langs lijnen van verzuiling loopt, zij het niet volgens de confessionele grondslagen. ‘Er bestaan blijkbaar al contacten tussen politici en bepaalde kranten met een heel duidelijke signatuur, die het nieuws op hun eigen manier duiden. Het valt me op dat wederhoor daarbij veel minder vaak plaatsvindt dan je eigenlijk gedacht zou hebben. Het verziekt de verhoudingen - er wordt zelfs één op één naar de kranten gelekt vanuit de ministerraad, de onderraden en de coalitietafel. Waardoor je bij voorbaat al weet dat je sommige dingen niet moet delen aan bepaalde tafels.’

Journalisten zouden wat meer argwaan mogen hebben als ze nieuws toegespeeld krijgen, vindt ze. ‘Ik snap gewoon niet waarom kranten zich lenen voor het brengen van het geluid uit één partij. Neem niet alles voor waar aan wat er door de politieke partijen wordt weg-gespind. Je zou gelekt nieuws niet klakkeloos moeten overnemen maar het van verschillende kanten moeten belichten. Als je dat vervolgens meldt aan de betreffende journalist krijg je altijd te horen: ja, maar wij hebben hoor en wederhoor toegepast. Nou, dat kan ik me niet voorstellen, denk ik dan. Niet bij ons. Of ik daar een voorbeeld van heb? Ja, maar daar ga ik nu niet op in omdat de gesprekken daarover nog lopen.’

Probeert de NSC nooit zelf te spinnen via medialekken? Volgens van Vroonhoven zijn er wel krachten in de fractie die vinden dat NSC meer van zich af moet bijten en zelf meer zou moeten spinnen. ‘Maar het stomme is, het is ook een soort vaardigheid die je moet bezitten. Zoiets moet je opbouwen. Het gaat om connecties die je moet hebben. Wij bestaan nu een jaar en we hebben die handigheid nog helemaal niet. Pieter heeft wel meer contacten en die kan ook achterlangs wel eens even een belletje doen of zo. Of duiden, kan ook nog hè?’

Zelf zou ze niet weten hoe ze een nieuwsfeitje een bepaalde spin zou moeten geven. ‘En ik zou het ook niet durven. Want dan zit je handtekening erop of zo, weet je wel, en dan denk ik: oh shit. Uit mijn handen zou het gewoon niet oprecht over komen. En ik weet heel eerlijk gezegd ook niet of ik die handigheid wel wil hebben. Als je voor een open cultuur bent en staat voor een bepaalde integriteit dan denk ik dat je sommige dingen niet moet willen. En dat maakt je dan misschien wat kwetsbaarder. Maar ik denk dat - ook al zouden we het proberen - het ons niet zou passen.’

Ik hakkel, dat weet ik, maar als daarover wordt geschreven doet het me niks meer

Hard op de persoon
Van Vroonhoven constateert dat het huidige ruwe klimaat in de samenleving ook zijn weerslag vindt in de pers. ‘Maar de nare en polariserende manier waarop momenteel vaak over politiek wordt geschreven is ook een keuze. In columns mag natuurlijk veel meer, maar ik vind dat het ook in de berichtgeving er rauw en hard op de persoon gespeeld aan toe gaat. Natuurlijk mag je dat verwachten als je beleid moet uitdragen of als je een controversieel onderwerp hebt. Ik kan me best voorstellen dat dit kabinet ook wel wat uit te leggen heeft als het gaat om bepaalde maatregelen. We zijn geen sneeuwvlokjes, we kunnen best wel wat hebben. Maar het is natuurlijk niet normaal hoe je als bewindspersoon afgemaakt kan worden zonder dat je er wat tegenover kan stellen. Kijk hoe Folkert Idsinga (de voormalige NSC-staatssecretaris voor Fiscale Zaken die uit principe geen openheid wilde geven over zijn zakelijke belangen, red.) de grond in is geschreven terwijl hij – dat wordt ook erkend – niks fout had gedaan. Hij voelde zich hartstikke weerloos omdat er sterk op de persoon werd gespeeld. De insteek van de media is per definitie wantrouwend of negatief. Je bent als politicus bij voorbaat in de verdediging. Dan denk ik: oei, je vraagt wel heel veel van politici.’

Wordt door de media ook bij haar op de persoon gespeeld? ‘Toen ik net voor het eerst Tweede Kamerlid was - ik was nog geen dertig - moest ik naar Barend & Van Dorp en daar werd ik als een meisje weggezet. Daar heb ik nog lang last van gehad, omdat je dat interview nog altijd kan opzoeken. Twintig jaar later heb ik met dat meisjesimago wel afgerekend. Dat komt misschien ook omdat je een andere positie hebt. Vanmorgen werd ik nog weggezet als iemand die altijd secondant zal blijven of zo zoiets. Dat doe me echt niks meer. Ik weet mijn positie, ik weet wat ik doe en ik weet wat mijn waarde is voor de fractie. En ik weet dat ik alles integer doe.

Ik probeer het zo goed mogelijk te doen. En ik zal ook wel mijn fouten maken. Ik hakkel bijvoorbeeld, dat weet ik, en dat doet niks af aan wat ik wil overbrengen als je daar maar naar wil luisteren.

De lessen van Nicolien van Vroonhoven:
-Speel niet op de persoon achter de politicus.
-Neem gelekt nieuws niet klakkeloos over maar belicht het van verschillende kanten.
-Gun politici beweegruimte in het gebouw van de Tweede Kamer.

Mediagebruik:
‘Ik heb abonnementen op de Gooi- en Eemlander en op Trouw, mijn man op Het Financieele Dagblad. Alle andere kranten lees ik online. Televisie kijk ik nauwelijks, een enkele keer kijk ik iets terug. Naar talkshows kijk ik zelden.’

Naschrift van Avinash Bhikhie

Het klopt dat mevrouw Van Vroonhoven contact heeft opgenomen en advies heeft gevraagd over hoe Pieter Omtzigt in zijn rol als fractievoorzitter, partijleider en coalitiepartner om moet gaan met de toegenomen media-aandacht die met zijn nieuwe rol gepaard gaat. Zij heeft mij gevraagd dit gesprek vertrouwelijk te houden, daarom ben ik verbaasd dat ze zich niet aan die afspraak houdt. Ik herken me niet in het beeld dat ik gesteld zou hebben dat Omtzigt een andere rol moet nemen als hij niet met de media kan omgaan. Om een correcte weergave van het gesprek te geven, ben ik genoodzaakt uit dat vertrouwelijke gesprek te citeren.

Ik heb in dat gesprek geluisterd en gezegd dat ik niet de juiste persoon ben om NSC te adviseren over hun mediastrategie. Daar hebben partijen communicatie-experts voor. Van Vroonhoven heeft mij ook gevraagd mee te denken over Omtzigts re-integratie, ook daar heb ik gezegd dat ik niet de juiste persoon ben. Een bedrijfsarts of psycholoog zou Omtzigt daar professioneel bij moeten begeleiden. Gevraagd naar of ik vanuit mijn rol iets kan doen aan de media-aandacht waar Omtzigt moeite mee schijnt te hebben, heb ik gezegd dat de PPV niet gaat over wie de pers op welk moment en hoe vaak bevraagt. De Parlementaire Persvereniging (PPV) zet zich in voor de bevordering van de werkomstandigheden en het waarborgen van de persvrijheid. De PPV velt nadrukkelijk geen inhoudelijk oordeel over producties van media en ook niet over de wijze waarop de leden hun werk doen. Ik heb in die hoedanigheid inderdaad gezegd dat de PPV collega’s niet kan en ook niet wil verbieden hun werk op de wandelgangen te verrichten.

Gevraagd naar hoe Omtzigt zijn rol als partijleider het beste kan invullen heb ik Nicolien, die destijds interim-fractievoorzitter was, gezegd dat het partijleiderschap gepaard gaat met verhoogde media-aandacht en dat zij hem daar het beste over kan adviseren. Van Vroonhoven suggereerde zelf een re-integratie met een andere rol voor Omtzigt. In het verlengde van haar suggestie en in die context heb ik vastgesteld dat een andere rol wellicht tot minder media-aandacht zou kunnen leiden.

Bekijk meer van

NSC Nicolien van Vroonhoven
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

1 reactie

Samy, 17 december 2024, 17:04

Erg leuk Artikel! :))