— vrijdag 25 maart 2011 08:59 | 0 reacties , praat mee

Michiel Romeyn is Oboema

Michiel Romeyn presenteert samen met kunstrecensent Jhim Lamoree het kunstprogramma R.E.L. (Avro). Aanvankelijk bood hij de VPRO zijn plan aan, met Oboema als presentator. ‘Maar als je dan een serieus gesprek met iemand voert, kom je nooit meer af van die komiek. Met veel pijn en moeite dacht ik: laat ik dan een beetje mezelf spelen. Ik vind dat wel eng.’ Laatste wijziging: 17 april 2014, 13:00

‘Ik ben nieuwsgierig en als ik iets of iemand bewonder ben ik oprecht en vind ik het interessant als iemand daar iets over vertelt. Ik ben er niet op uit iemand een kant op te krijgen of zoiets. De grootheden in de journalistiek – mensen als Ischa Meijer – probeerden iemand erin te luizen. Ik heb Ischa een keer aan het werk gezien in een interview met Nelleke Noordervliet in café Eik en Linde in Amsterdam. Hij sneed dat mens en plein public totaal aan stukken. Allemaal ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Ik dacht: waarom sta je niet op en geef je die man een klap op zijn bek? Geen prettig iemand. Hij werd bewonderd, maar als de vervelende jongen op het schoolplein die iemand een duw durft te geven.’

‘Wat Soeters doet is iets lolligs bouwen om er als een kunstenaar zijn naam op te zetten. De bewoner kan zeggen: “Ik woon in een echte Soeters.” Nee meneer, u draait het om. U doet iets populistisch en u denkt dat u heel lollig bent. Door het oog van de architect die zegt: we hebben iets leuks voor je verzonnen. Het is een beetje de gekke-mensen-cultuur; je zet een rare rode zonnebril op je neus. Heel Viva.

Maar jezus, Sjóerd, wat heb je nou verzonnen? Doet een typetje, met nasale stem: “Ja kastelen, ik ga verder op de kastelen…”. Dat is allemaal leuk en aardig maar eigenlijk is hij een B-komiek die geen goede grap kan vertellen. Naar die mislukte grap moet je wel honderd jaar kijken. Ik vind dat je als architect een verantwoordelijkheid hebt tegenover de omgeving. Als je de bebouwing langs snelwegen ziet. Die rotzooi. Het is niet om aan te zien. En dat heet dan ook nog Plaza Den Bosch of iets degelijks. Met atria, en van die Griekse zuilen.’

‘Ja. Dezelfde lol om iets samen te bekijken en er iets over te zeggen. We weten er beiden veel vanaf (Romeyn volgde de Rietveld academie, red.). Als ik bij een kunstenaar zit die ik bewonder zie ik mezelf heel klein worden. Maar soms zit ik ook bij praatjesmakers. Dat je denkt, goeiedag, die heeft het met zichzelf getroffen. Die mensen mag ik graag een beetje onzeker maken. Ze willen zelf aandacht, dus dan mag ik ook een beetje teasen. De kunstbranche is behoorlijk ijdel. Allemaal ego’tjes.’

‘Vroeger had je grootheden als Bibeb, Wim Kayzer of Adriaan van Dis. Daar bleef je voor thuis. Maar de journalistiek lijkt steeds meer onderhevig aan de trend die je bij GeenStijl ziet: hap-snap, of je een hamburger uit de automatiek trekt. Even een lekker smaakje. Verschrikkelijk. Iedereen wil maar scoren, quotes maken of iemand iets ontlokken. Vooral op televisie. Vaak is er helemaal niets interessants. Gordon en Joling zie je zo langzamerhand meer dan je vrienden. Als zo’n netmanager daar nou eens de zeis doorheen haalt. Als je met een goed programma-idee komt en zo’n netmanager mag jou niet, snijdt hij ter plekke je kop eraf. Met gezever over doelgroepen en profielen.’

‘Het is ook een soort leedvermaak: hè bah, wat lekker. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat er drie miljoen mensen zitten te kijken naar pulpprogramma’s als Idols of The Voice of Holland. Mijn hele vriendenkring kijkt ernaar. Zo’n jurylid als Jeroen van der Boom is belangrijker dan de minister-president. Dat zijn dan zogenaamd deskundige mensen die anderen mogen toespreken. Ze geloven het zelf ook allemaal. Maar die Van der Boom heeft nog nooit een normaal nummer gezongen.’

‘Ja, ik ben niet zo’n linkse jongen. Het is allemaal zo behoudend bij Pauw & Witteman en De Wereld Draait Door. Dat geleuter. Die zelfde gasten die steeds maar rouleren. En het moet allemaal heel slim en snel. Dat zie je vooral bij Matthijs van Nieuwkerk. Het is meer een soort schotsje springen. Als het al enige diepte zou mogen raken is het weer weg voor je er erg in hebt. Pauw & Witteman veinzen meer dan dat het echt voorstelt. Het doet zich voor alsof het met een loodgordel is gemaakt maar het is te licht om naar beneden te zakken. Of interviewers als Frénk van der Linden en Rémi van der Elzen: ze willen zo graag iets bij hun gasten eruit peuteren, maar het lukt maar niet.

Laatst was ik te gast bij Ivo Niehe. Hij is heel vriendelijk en stelde best fijne vragen, al was het misschien geen diepte-interview. Maar hij had zijn huiswerk goed gedaan. Zorgvuldig. 
Hij wist van de hoed en de rand. Wat je er ook van mag vinden; hij komt bij iedereen over de vloer. Zelfs bij Gilbert en George, waar bijna niemand toegang krijgt. Ik vind het belangrijk mensen in hun waarde te laten, anders moet je iemand niet uitnodigen. Ik ga niet iemand zitten afzeiken, zoals Ischa Meijer. Toen ik hem ooit zelf aanpakte, was het huis te klein.’ Grijnzend: ‘Ik heb hem een keer enorm te grazen genomen. Toen ik in 1987 een Gouden Kalf won werd dat door hem gepresenteerd. Het was mijn tweede rol (in Van Geluk Gesproken, red.). Gerard Tholen was genomineerd en Joop Admiraal (voor Hersenschimmen, red.). Ik zat tussen die twee grootheden en ineens zegt Ischa: “De prijs gaat naar Michiel Romeyn.” Ik had het helemaal niet verwacht. Ik dacht: Jézus, het zal toch niet waar zijn. Ik liep het podium op alsof ik een klap voor mijn kop had gekregen. Ischa zegt (imiteert Ischa, vouwt zijn bovenlip scheef over de onderste): “Denk je dat je het verdient hebt?” Ik zeg: dat weet ik niet. “O, dat weet meneer niet. Nou, meneer Romeyn wat weet u eigenlijk wel?” Ik zei: ik weet niet wat ik moet denken. “O, dat is wel erg knap voor een acteur. Ga daar maar een beetje bij zitten komen.”

Later vroeg ie: “Hoe vond je me?”. Ik zei: verschrikkelijk. Dat doe je toch niet. Ik vond je een lul.’ Imiterend: “O ja, vond je me een lul? Gna gna.”

Later zag ik hem een keer op de gracht, bij café De Pels. Vroeg in de ochtend. Er was niemand op straat. Hij zag me niet. Ik begon liederlijk te zingen en speelde alsof ik totáál bezopen was. Zo liep ik naar hem toe. Ik zag hem denken: Jézus… daar heb je die Romeyn, en hij is straalbezopen. Dus ik loop lallend en brullend op hem af. En toen ik vlakbij was zei ik: “Dit was een grapje. Ik ben een aardige acteurtje, Ischa. Een prettige dag verder”. Hij scheet in zijn broek. Toen ik vijftig meter verder liep, hoorde ik hem ineens zeggen: “You make my day”.’

‘Als je het zo opnoemt denk ik: Jezus hoor mij nou. Wat een rare ambities allemaal. De lijn is dat ik de drang heb om vorm te geven, iets te maken. Het liefste was ik beeldend kunstenaar. Het kapitaal dat ik heb verdiend aan mijn films heb ik allemaal in mijn beeldende kunst project over liquidaties gestopt (waarbij hij op lokaties waar mensen zijn geliquideerd de resten verzamelt en die verwerkt in zijn kunstproject, red.). Ik vind ze zelf meesterlijk. Maar niemand wil ze hebben. Dus als ik daar mee door ga wordt het een treurig verhaal. Ik ben niet zo’n navelstaarder.’

Ineens weer een typetje, met nasale stem: “Op deze leeftijd (Romeyn is 56, red.) moet je echt gaan denken. Anders gaat het mis Romeyn. Dan wordt je zo’n treurige schnabbelacteur die ooit heel erg goed was”.’


——-

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee