Mediamagnaat Mozes Salomon Vaz Dias was honderd jaar geleden al bezig met coderen en nepnieuws
Binnenkort verschijnt de biografie 'Mozes Salomon Vaz Dias (1881-1963). Kroniek van een Joods familiebedrijf', van Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van De Journalist. In dit Leesfragment selecteerde Hagen voor Villamedia het hoofdstuk over hoe Vaz Dias als oprichter van een persbureau en pionier van de radionieuwsdienst uitgroeide tot de eerste mediamagnaat van Nederland. Hoewel Vaz Dias zelf verre van technisch was, liep hij voorop bij technologische vernieuwingen. En trakteerde hij zijn concurrenten soms op 'fakenieuws', want ook ruim honderd jaar geleden was nieuws van een commercieel persbureau niet gratis.
Mozes Salomon Vaz Dias (1881-1963)
Van pettenverkoper tot persbaron
Begonnen als pettenverkoper, doorgebroken als stenograaf van de Amsterdamse gemeenteraad, groot geworden als oprichter van een persbureau en pionier van de radionieuwsdienst. Zo groeide hij uit tot de eerste mediamagnaat van Nederland, wiens naam dankzij communicatiebureau Vaz Dias International ten slotte wereldwijd bekendheid kreeg.
De loopbaan van Mozes Salomon Vaz Dias ging gelijk op met de technologische ontwikkeling van de massamedia. Bediende hij zich aanvankelijk van pen en papier en hooguit de telefoon van zijn buren, op het hoogtepunt van zijn carrière brachten elektromagnetische golven zijn berichten met de snelheid van het licht over naar Nederlands-Indië. Kort voor zijn overlijden werd communicatie via satellieten in de ruimte mogelijk; het world wide web lag in het verschiet. Vaz Dias zou er graag gebruik van hebben gemaakt.
Radiopioner
Op 21 februari 1922 begonnen de uitzendingen vanuit het persbureau aan het Singel in Amsterdam. Om twee uur ’s middags werden beurskoersen voorgelezen voor zeker driehonderd beurshandelaren. Voor de effectennoteringen werd een code gebruikt, waarvoor men bij inschrijving de sleutel kreeg. Ook voor de nieuwsberichten die geabonneerde dagbladen ontvingen was een code nodig.
Van alle kanten stroomden de gelukwensen binnen. Minister-president Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck prees de energie waarmee Vaz Dias de voor het wereldverkeer zo belangrijke radiotelefonische dienst in het leven had geroepen. De burgemeesters van Den Haag en Rotterdam, Jacob Patijn en Alfred Zimmerman, spraken van een ‘grote vooruitgang’ in de nieuwsvoorziening. Vanuit het buitenland kwamen gelukwensen binnen van onder anderen de premiers van Engeland en Zweden
Een opmerkelijk visie ontvouwde de voorzitter van de Nederlandse Journalisten Kring, Doe Hans. Hij opperde dat mogelijk ‘eens een papierloze krant bij ons in de bus zou vallen’:
‘De radio en de foto doen de vraag rijzen, hoe de krant der toekomst eruit zal zien. Immers, de radio brengt tegenwoordig al heel wat nieuws aan de mensen, op verschillende uren van de dag, buiten de krant om [...] en de foto brengt nieuws buiten het geschreven woord om. [...] En daar vergeten wij nog de lichtkrant, die ’s avonds op de gevel van verschillende onzer dagbladen reeds te zien is.
Maar er is tweeërlei troost. In de eerste plaats zit ook achter het radionieuws nog altijd een journalist, en in de tweede plaats biedt de krant meer dan de radio, namelijk het beschouwende artikel, meningen, beginselen en persoonlijkheid.’
Later zou Vaz Dias volhouden dat zijn persbureau als eerste ter wereld radiotelefonie toepaste, maar daarbij zag hij wel enkele buitenlandse primeurs over het hoofd. Zo startte Westinghouse in het Amerikaanse Pittsburgh al in 1920 met een commercieel radiostation.
Of de claim nu terecht was of niet, voortaan hoefde Vaz Dias de berichten niet meer telefonisch aan vijftig verschillende kranten door te geven. Hierdoor waren op het kantoor in Amsterdam minder telefonisten nodig. Bij de aangesloten dagbladen werden de op dicteersnelheid uitgezonden berichten door stenografen genoteerd. Aangesloten kranten publiceerden enthousiaste verhalen over dit nieuwe wonder van techniek. Het Rotterdamsch Nieuwsblad schreef:
Het toestel, dat in het Nieuwsblad-gebouw is neergehangen in verbinding met de antenne op ons dak, ziet er zeer eenvoudig uit. Een open telefoontoestel waarop een paar lampjes rustig gloeien.
Wij plaatsen ons ervoor, zetten een luisterkap op het hoofd, en houden potlood en papier gereed om te noteren. Op precies het aangegeven uur elke dag vangt de berichtgeving aan.
Het spreekstation te Amsterdam, waarvan Vaz Dias zich bedient, ziet er indrukwekkend en ingewikkeld uit. Ook daar wordt gearbeid met gloeilampen, doch zij hebben de afmetingen van een klein formaat voetbal. Van geknetter of ander lawaai valt niets te bespeuren. Men hoort alleen het gezoem van verwijderde motoren. Het bedrijf kenmerkt zich door rust en dit is in het buitengewoon drukke persbedrijf een zegen.
Omdat iedereen de draadloze gesprekken kon beluisteren en nieuws van een commercieel persbureau nu eenmaal niet gratis was, moest Vaz Dias er wel voor zorgen dat alleen geabonneerde kranten van deze nieuwe dienst gebruikmaakten. Dit deed hij niet alleen door zijn berichten te coderen, maar ook door af en toe een fakebericht uit te zenden, uiteraard pas nadat hij zijn vaste klanten tevoren had gewaarschuwd.
Zo meldde hij ooit dat het lijk van Claudius Civilis was opgegraven bij Zwolle. Als een niet-geabonneerde krant zo’n bericht publiceerde, wist hij dat dit illegaal was en kon hij alsnog een rekening sturen of – bij herhaling – een kort geding aanspannen. Dat gebeurde regelmatig.
Op 12 april 1922 werden voor het eerst op een Nederlandse radiozender voetbaluitslagen voorgelezen. Dit gebeurde in geheimtaal, alleen te begrijpen voor een redactie die over een lijst met codes beschikte. Een jaar later werden op borden aan de gevel ook tussenstanden doorgegeven. Op zondagen verdrongen zich dan duizenden sportliefhebbers voor het krantengebouw om de verrichtingen van hun club te volgen. Behalve bij kranten konden ze ook terecht bij sigarenwinkeliers en radiohandelaren die een abonnement hadden.
‘Hier is persbureau Vaz Dias’
In 1925 begon Vaz Dias dagelijkse nieuwsberichten via de publieke radio die nu voor alle radiobezitters te horen waren. Omdat de zendtijd verkaveld was, moest elke omroep hiervoor afzonderlijk een contract afsluiten. Zo werd het persbureau van drie Joodse eigenaren de verbindende schakel tussen de levensbeschouwelijk en politiek verdeelde zuilen. In het blad van de Radio-Luistergids van de AVRO werd de start van de radionieuwsdienst enthousiast begroet:
Driehonderd jaar geleden bevatten de toen bestaande kranten ‘nieuws’, dat dagen, soms weken oud was. [...] Maar de tienduizenden, die in het bezit zijn van een radio-ontvangsttoestel, hebben thans geen geduld meer te wachten en zonder wereldnieuws te zijn vanaf het avondblad… tot het ochtendblad. Er kan immers zoveel gebeuren in die tijd.
Voortaan kreeg heel Nederland op hetzelfde tijdstip het laatste nieuws te horen.
Piet Hagen begon als journalist bij Trouw, was directeur van de School voor de Journalistiek en hoofdredacteur van De JournaIist (1995-2002). Hagen is auteur van historische boeken, waaronder ‘Politicus uit hartstocht: biografie van Pieter Jelles Troelstra’ en ‘Koloniale oorlogen in Indonesië’.
‘Persbaron M.S. Vaz Dias. Kroniek van een joods familiebedrijf’ | verschijnt 22 september bij Walburgpers | ISBN 9789464566949 | paperback | 332 pagina’s | € 27,50 |



Praat mee