Media in de mondiale metropolis
Goede verslaggeving van wat er in zogenaamde Derde Wereldlanden gebeurt zal in de toekomst steeds belangrijker worden. Dick Scherpenzeel had een scherpe blik die vooruit keek. Niet dat het begrip Derde Wereld juist zou zijn: er is eigenlijk geen Derde Wereld, maar er is wel één wereld, een chaotische, slecht bestuurde wereld, een soort drukke metropolis, een mondiale stad die uit een aantal plezierige Westerse wijken, maar ook uit vele, grote en onveilige niet-Westerse wijken bestaat, waar het leven van de meerderheid niet mooi, maar kort, vuil, ziek en gewelddadig is. Goede mondiale journalistiek houdt mensen op de hoogte van het leven in Zuidelijke en Oosterse wijken. Mondiale-stadsjournalistiek dus, bij wijze van spreken, aldus Joris Voorhoeve bij de uitreiking van de Dick Scherpenzeel Prijs 2010.
Als je de wereld inderdaad zo beschouwt, als een chaotische metropolis, en als je, om de statistiek daarvan begrijpeilijk te maken, even aanneemt dat er één miljoen mensen wonen (in feite zeven miljard), dan zijn van dat ene miljoen miljoen mensen er maar 130.000 westerlingen: 13 %. De overgrote meerderheid bestaat uit Aziaten en Afrikanen. In alle wereldwijken worden andere talen gesproken en staan andere kerken, moskeeën en tempels. In alle wijken heeft maar een handjevol inwoners de eigendommen in handen.
Maar een klein deel is goed opgeleid. Er komt ook nog veel economische slavernij voor in die arme wijken van de figuurlijke wereldstad. De elite heeft een redelijke kans tachtig jaar oud te worden; maar het merendeel sterft al op jonge of middelbare leeftijd.
Er is geen stadsbestuur in onze imaginaire metropool; ieder groepje gaat in eigen wijk de eigen gang. Er wordt wel veel handel gedreven tussen de stadswijken, maar ieder draait daarna snel elkaar de rug toe. Er is geen belasting voor collectieve mondiale voorzieningen, er zijn geen gemeentelijk gefinancierde scholen, er is geen gemeentereiniging, geen stadsriolering, geen gemeentepolitie, geen drinkwaterwaterbedrijf of gemeentelijk milieubeleid.
Ongeveer 150.000 stedelingen in de denkbeeldige wereldstad behoren tot de hongerenden, namelijk een zevende van de mensheid van zeven miljard. In veel slechte wijken wordt ook voortdurend gevochten. Wapenbezit is wijdverbreid. Vooral kleine wapens, die feitelijk een massavernietigingswapen vormen, maar in slow motion. De uitgaven daaraan zijn ruim tien maal zo hoog als aan armoedebestrijding.
Enkele wereldstedelingen vinden dat het hoog tijd is de erbarmelijk chaotische ‘civitas mundi’ op orde te brengen. Er staat wel een gebouwtje met een blauwe vlag en gouden lauwerkrans waar Verenigde Stadswijken op staat, waar een diplomaat in een blauw pak het wereldstadsrumoer en de media volgt, maar hij heeft nauwelijks geld, mandaat en manschappen om op te treden, dus drinkt beschaafd en gelaten zijn glas leeg.
Nu groeien juist de onrustige wijken snel in tal en last, terwijl de gegoede burgerij in het Westelijke deel krimpt. Door de hoge nataliteit in de slechte wijken komen er jaarlijks vele monden bij die gevoed moeten worden. De economische groei in vooral de Aziatische wijken verhoogt sterk de consumptie van de plaatselijke middenklasse. Meer monden en hoge consumptiegroei betekenen een ongeremde groei van het mondiale afval, de uitstoot, en kaalslag van de natuur die nog rest.
De media in deze mondiale metropolis zijn grotendeels wijkgericht. De financiële bladen richten zich op de rijke wijken, dus nationale staten in het westen en snelgroeiende delen van Azië. Politieke vragen worden per wijk verslagen. Politici die ‘Eigen wijk eerst!’ roepen hebben de wind in de rug.
Maar een enkeling vliegt in gedachten als een vogel over de hele stad en beziet de verwarring en chaos. Juist die in mijn beeldspraak dus mondiale-stadsjournalistiek verdient de aandacht. Pas door zulke beschouwingen over de ontwikkelingen in de snelgroeiende en onrustige wijken ontstaat het bewustzijn dat het zo niet langer kan, alleen al omdat de wijken waar het leven nog goed is zullen worden overspoeld door de problemen van de slechte, onrustige stadsdelen. Wijken beveiligen door stadsdeelmuren helpt niet; de mensen klimmen er straks over heen en graven er onderdoor.
Verlicht en welbegrepen eigenbelang zal, mits goed geïnformeerd door achtergrondjournalistiek over de ontwikkelingslanden, uiteindelijk enige vorm van goed bestuur kunnen helpen bewerkstelligen.
Het zou dus wijs zijn van de overheid in ons Nederlandse deel van de westerse wijk, en wijs van bedrijven, goede doelen-organisaties en bemiddelde individuen, om voor kwaliteitsjournalistiek te helpen zorgen. Zoveel van de commerciële journalistiek is bezig met lokale ruziemakers en haatzaaiers en met scheldpartijen in eigen wijk die de kijk- en oplagecijfers verhogen. Die mediahonger naar relletjes moedigt de Eigen wijk eerst!-politici juist aan, in plaats van de beleidsdenkers met een mondiale blik.
Daarom is het zo mooi dat er een Dick Scherpenzeel prijs is en er zulke prachtige producties worden gemaakt als die vandaag getoond en bekroond zijn.
Joris Voorhoeve sprak deze tekst uit bij uitreiking van de Dick Scherpenzeel Prijs, die wordt georganiseerd door mediaorganisatie Lokaalmondiaal


Praat mee
1 reactie
Mark Fuller, 9 juni 2011, 15:48
cijfer aan begin van derde alinea klopt volgens mij niet. voor de rest: mooie metafoor