balie persvrijheid

— woensdag 21 juli 2010, 14:17 | 7 reacties, praat mee

Mart en Lance maken me iets duidelijk

Doen journalisten die het moeten hebben van hun kritische vragen iets fout? Meegaan in de trots en andere belangrijke positieve emoties is toch veel prettiger? We worden er vast ook ouder mee, dan steeds maar die weg van de meeste weerstand opzoeken, betoogt Peter Olsthoorn naar aanleiding van een reportage van Mart Smeets over Lance Amstrong.

Aan het einde van de tweede, iets uitgebreide documentaire over Lance Armstrong (inclusief interviews) sprak Mart Smeets in een voice-over een diep gemeend dankjewel aan het adres van de geportretteerde. Dat gonst al een paar dagen door m’n hoofd.

De slotwoorden van Smeets als voice-over bij beelden van Lance en de pers: “Als een icoon, als een rockster, hebben we al die jaren om hem heen geleefd. En dus zeg ik: ‘Thank you, Lance’

Tsja, oprechte bewondering, dankbaarheid, verafgoding (als ‘icoon’) wellicht. Kan dat?

Kennissen vroegen en vragen regelmatig of ik te koop ben of anderszins corrupt, bijvoorbeeld betaald door bronnen op reis ga. M’n antwoord luidt doorgaans: de grootste valkuil is dat ik personen graag mag en dat de noodzakelijke distantie onder druk komt te staan.

Distantie is in een klein land sowieso moeilijk te handhaven en zeker in kleine biotopen als het Binnenhof of bij grote evenementen waarbij sporters en verslaggevers wekenlang sterk van elkaar afhankelijk zijn. De gevolgen daarvan hebben we afgelopen weken genoegzaam mogen ondergaan.

De documentaire van Smeets over Armstrong vond ik goed en onderhoudend, en ik ging mee met die rare liefde van Smeets voor Texas en lekkere muziek uit die contreien als achtergrond, die hij ook ‘s nachts op de radio laat horen. Ik schakelde aanvankelijk wel met Andere Tijden dat tegelijkertijd een uitzending had over het aantreden van Balkenende als CDA-chef. Immers, je wilt ook exact weten hoe we in vredesnaam aan deze leider des vaderlands zijn gekomen. Maar Mart en Lance wonnen het aan het eind.

Om eerlijk te zijn kwam dat ook door het enige onderwerp dat je als journalist het meest interesseert: doping. De ultieme vraag: hoe kan het dat ongeveer alle coryfeeën zijn gesnapt in de afgelopen jaren, en dat Lance al zijn prestaties op natuurkracht kon volbrengen? En hoe zit het exact met de nauwkeurige omschrijvingen van dopinggebruik door Armstrong van Floyd Landis, de wild om zich heen slaande en notoir onbetrouwbare landgenoot? En how about de ‘Epo-stalen’ uit 1999? Kortom: was Lance zeven keer een schone winnaar van de Tour de France? Wist hij dat Landis gebruikte? En hoe ging dat? En de ploegleider toen? Is Contador schoon?

Uiteraard kwam het onderwerp ter sprake, maar niet hard. Aan vraag-antwoord had je niet veel, want Mart Smeets is een vriend en (dus) believer. Smeets gaf L’Equipe een sneer vanwege de kritische houding ten opzichte van Armstrong. Ook kreeg ik de indruk dat Armstrongs fenomenale inzet voor kankerpatiënten en -onderzoek voor Smeets eventueel dopinggebruik in de schaduw stelt. Lance heeft zo veel welgedaan met het geld dat hij verdiende dat wellicht dit nobele doel ruimschoots de eventueel voorheen gebruikte middelen heiligt.

Alles wat ik kon doen is, zoals gewoonlijk als je iemand probeert te betrappen en de interviewer vraagt niet door, was letten op de non-verbale communicatie. Maar de boodschap was geoefend, zodanig dat Lance het zelf kon zijn gaan geloven. (Zelfs 10 procent van de bekentenissen van zware misdaden zijn vals en zelf geloofd.) Niet op de laatste plaats is het mogelijk dat hij nooit, nee nooit, heeft gebruikt, zoals het beeld van deze documentaire kon bevestigen. Een puur-natuurtalent - wie zal het zeggen.

Smeets wist juist vanwege zijn vriendschappelijke houding (‘Mart’ vs ‘Lance’) goed de kwetsbaarheid van de topsporter Armstrong bloot te leggen, wat andere interviewers niet of minder lukt. En tenslotte: ook goed te laten zien dat het zijn tragische laatste loodjes zijn.

We zagen vooral fans in beeld. Lance’ bezoek aan de kankerkliniek in Rotterdam mochten we niet zien, maar eigenlijk wel natuurlijk. Je kunt veroordelen dat als journalist ‘Mart in de hol van Lance’ kruipt. Maar de adorerende en toch nieuwsgierige methode van interviewen was open en is de sportjournalistiek meer regel dan uitzondering. Bovendien volgde de keurige bijsluiter op het einde: ‘we’ hebben hem als een rockster en icoon benaderd en ik ben er dankbaar voor dat het zo mocht zijn.

Nee, ik wil het eens van de andere kant benaderen: moeten we niet allemaal die kant op als journalisten? Moeten we niet ophouden met onderzoeken, moeilijk doen, zeuren, trekken, antipathiek zijn en feestjes blijven verstoren?

Tenslotte is een slinkend publiek geïnteresseerd in onthullingen en kritische journalistiek: minder dan 50.000 abonnees voor Vrij Nederland en miljoenen kijkers en lezers van de journalistieke fans van het Nederlands Elftal van de populaire titels. Dat zegt toch genoeg?

Laten we eerlijk zijn, het is vreselijk vermoeiend om te moeten onderzoeken en onthullen, wakker te liggen van publicaties en toenemende juridische zorgen, om er uiteindelijk nog geen droog brood mee te kunnen verdienen. Er slechts hoon, argwaan en meewarige blikken mee te oogsten? Met hooguit eens een prijsje in het kringetje van vakgenoten waar verder geen hond in geïnteresseerd is?

Bovendien moeten we wel blijven werken en leven en hebben ook wij baat bij gezonde exploitaties en sprookjes, zoals de Tour. Ons brood, hun spelen. Dus zeker niet zeuren over het afglijden van de journalistiek en daarmee de democratie - naar wie weet zelfs weer een oorlog.

Liever dicht op het onderwerp kruipen, erin desnoods, een beetje meer meebuigen, gezellig doen, graag gezien worden, positief zijn, gericht op groei, een leuk leven voor ons en de onzen, en ‘dankjewel’ zeggen voor het deelgenoot mogen zijn.

Meegaan in de trots en andere belangrijke positieve emoties is toch veel prettiger? We worden er vast ouder mee dan steeds maar die weg van de meeste weerstand opzoeken?

Kunnen we niet glans op ons doen afstralen als we tegen de celebrities gaan aanschurken zoals Ivo Niehe? En zijn we niet een beetje jaloers dat Matthijs met zijn unieke talenten de gezelligheid creëert die de vertering van de avonddis van miljoenen Nederlanders bevordert?

Wat is er eigenlijk op tegen? Jan Blokker is toch dood, dus die kan er niet meer over emmeren - en uiteindelijk was hij zelf ook meer een virtuoze komiek dan onthuller. Gaan we het anders doen?

Bekijk meer van

Praat mee

7 reacties

Kees Cornelder, 22 juli 2010, 20:18

Sportjournalistiek is geen journalistiek. Het is wel dit: subjectief supportersgehijg voor de buis, op de radio en in de krant.
Ee een apart NVJsectie voor gaan maken, zoals De Bladen dat ook verdienen?
Het houdt dan de verhoudingen, tenminste ‘intern’, dan een stuk helderder: wat serieus te nemen is wat helemaal niet. Het laatste geldt dan dus wat de sportjournalistiek betreft.

Dick Bosscher, 23 juli 2010, 10:56

Ik denk niet dat Peter het serieus meent als hij zich afvraagt of alle journalisten zich niet de werkwijze van de sportcollega moeten aanmeten. Want dat zou natuurlijk de dood in de pot zijn. Ik denk wel dat hij gelijk heeft als hij veronderstelt dat de lezer, de luisteraar en de kijker van de sportjournalist een andere opstelling verwachten dan van de verslaggevers die in andere sectoren werken.

Dat zit hem in het onderwerp, dat zich doorgaans meer leent voor een recensie (dus een beschouwing met mening) dan voor een journalistieke analyse. Maar dat zit hem ook in de positie die sport in het maatschappelijk leven inneemt. Het laatste WK is daar een goed voorbeeld van. Een goede prestatie van oranje zou het land goed doen, zou ons een positieve roes bezorgen, zo luidde algemeen het oordeel. Eindelijk was er in het Oranjekamp geen sprake van onderlinge twist, tweespalt of ander leed. De journalist die daar desondanks naar op zoek ging, zou door de supporters (en dat waren er deze keer een stuk of zestien miljoen) gekielhaald worden. ‘We’ willen kennelijk dat Frank Snoeks volledig uit zijn dak gaat bij een doelpunt, dat Wesley bij Jack op schoot gaat zitten en dat ook de kwaliteitskranten juichen. Kritiek wordt niet op prijs gesteld.

Een vergelijkbare opstelling van het publiek was in de VS zichtbaar ten tijde van
de Vietnam-oorlog en later de kruistochten tegen Irak, zeker na 9/11. Journalisten die daar kritisch over berichtten, werd verweten niet patriottisch te zijn, of zelfs met de vijand te heulen, met name door Amerikanen die hun zonen op het slagveld hadden verloren.

Daar komt bij dat de sport zelf ook geen kritische benadering accepteert: de journalistiek dient er in de ogen van sporters en hun begeleiders juist toe om hen tot ongekende hoogten op te stuwen. Nu is dat in andere sectoren ook wel het geval, maar daar kan de journalist zich er nog op beroepen dat zijn lezer, luisteraar, kijker van hem verwacht dat hij niet meedeint op de golven van emotie.

Deze houding van zowel de sport als de nieuwsconsument maakt het voor sportverslaggevers niet eenvoudig om het populistische pad te verlaten. En dat is jammer, want de sport heeft als belangrijke maatschappelijke sector niet alleen amusementswaarde. Het lijken clichés, maar ze zijn waar: sport verbroedert, sport helpt integreren, sport is een spiegel van de samenleving, sport bevat allerlei ingrediënten waar we in andere sectoren van kunnen leren (instelling, motivatie, teamwork). Daarom is het juist zinvol om te achterhalen waarom de ene wielrenner met en de andere zonder doping kan winnen, hoe een coach erin slaagt een hecht team te smeden, hoe individuele sporters zich voorbereiden op een topprestatie. Maar ook: hoeveel geld gaat erin om, welke rol spelen de zaakwaarnemers, hoe kan een handjevol amateurs een miljoenenbedrijf leiden, welk gekonkel en vriendjespolitiek gaan er schuil achter die fraaie facade?

Peters vraag ‘gaan we het anders doen?’ moet dus worden voorgelegd aan de sportjournalistiek. Die zou zich bijvoorbeeld kunnen spiegelen aan de kunstcollega’s: recenseren waar nodig en daarnaast serieuze journalistiek toepassen. Bij diverse redacties zijn die twee werkwijzen zelfs gesplitst over twee functies: de recensent schrijft alleen recensies, de journalist onthoudt zich van een mening en beschrijft slechts. Je zult zien dat zowel de nieuwsconsument, de sport als de sportjournalistiek daar beter van worden.

Olof van Joolen, 24 juli 2010, 10:28

Ik snap het punt dat Peter Olsthoorn probeert te maken, maar ik vind zijn argumentatie op één belangrijk punt scheef gaan. We hebben het hier wel over sport; de belangrijkste bijzaak in de wereld. Ik vind dat je een verhaal over Lance Armstrong nooit kan vergelijken met een stuk over de nasleep van 9/11. Het laatste gaat over iets waar duizenden mensen bij om het leven zijn gekomen, het is eerste is een persoonlijk verhaal.

Natuurlijk heeft de sport ook een commerciële kant en kan je die zakelijk journalistiek benaderen. Ik vind alleen dat in ons land vaak juist door sportjournalisten vaak veel te pseudowetenschappelijk wordt gedaan. Overloze voor- en nabeschouwingen waarbij elke bal, elke trap een lading krijgt waarvan ik me afvraag of de speler hem ooit zo heeft bedoeld. Ook het zogenaamd kritisch interviewen van een sporter vind ik al snel iets potsierlijks krijgen. Want je bespreekt met hem niet het oplopende begrotingstekort, de armoede in de wereld of de groeiende kloof tussen arm en rijk maar gewoon hoe hij vandaag heeft gereden.

Mijn punt is daarom: Niks mis met heldenverhalen zolang ze maar hun plek kennen. Ik vind in de sport zelfs dat er niet genoeg heldenverhalen kunnen zijn. Daarom kijken we toch naar de Tour, het WK of de Formule 1? We willen mensen zien die iets unieks doen wat we allemaal wel zouden willen, maar niet kunnen. Het is dan niet aan de journalistiek om alleen maar zeurpunten te vinden waarom de heldendaad eigenlijk toch niet zo groot was.

Bouke de Vos, 28 juli 2010, 17:46

Boeiende beschouwing van Peter. Jammer dat er niet mee reacties zijn, want hij snijdt een ongemakkelijke trend aan. Ik ben het niet eens met zijn slotconclusie dat journalisten de methode-Smeets maar tot dé methode moeten verklaren. Ik proef dat Peter dat zelf eigenlijk ook niet wil. Maar dat-ie geneigd is zich maar over te geven. Jan Blokker zou zich omdraaien in zijn graf en vanuit de groeve alsnog brommen dat-ie gelijk heeft dat de Nederlandse journalist eerder geneigd is ‘deelnemer’ te zijn dan observator in de zijlijn en, erger, geneigd is te capituleren voor maatschappelijke trends die hem in zijn werk belemmeren. Wat je verder ook van Blokker mag vinden, ik vind als bovenmatig krantenconsument dat hij in zijn laatste werkje absoluut een punt. Waar ben ik als lezer als ik aan de bezorger van het nieuws moet twijfelen?
Mij kan worden tegengeworpen waar ik als persvoorlichter bezwaar tegen heb als de journalisten gaan capituleren? Dat speelt mij toch in de kaart? Dat zou, vind ik, een kortzichtig verwijt zijn. Los van dat ik als lezer over anderen graag de waarheid en niets dan de waarheid wil vernemen en mitsgaders dat van mij als voorlichter ook mag worden gevergd, speelt nog iets anders: de ongemakkelijke trend. Twee jaar geleden legde Nick Davies in zijn fenomenale werkje ‘Flat Earth News’ de gesel over de journalistiek: er wordt niet meer gecheckt, vrije nieuwsgaring is er nauwelijks meer bij, het journalistieke werk bestaat uit vreugdeloos rondpompen van kopij van persbureaus en PR. Ze capituleren, ze kiezen voor meedoen. Davies heeft jammer genoeg gelijk. Met grote regelmaat zie ik daar voorbeelden van langs komen. Geloof me of niet, ik zie graag mijn werk gecheckt, aangevuld of tegengesproken.
Verder ben ik het zeer oneens met mijn voorgangers in de reacties op het betoog van Olsthoorn. Ik zie ten principale niet in waarom sportjournalistiek dé uitzondering is, waarvoor andere normen dan alle andere terreinen waarop de journalistiek zich begeeft. Om bij huis te blijven – de aanleiding van Peter’s betoog: de documentaire van Smeets over Armstrong zat best knap in elkaar; ik heb geboeid gekeken. Het kan heel goed zijn dat Smeets er zo in slaagde meer antwoorden van Armstrong los te krijgen dan iemand anders. Maar distantie en evenwicht? Neen.
Dat het zo niet hoeft met sportjournalistiek op TV, daarvoor hoeven we niet ver te gaan. Kijk hoe onze zuiderburen de Tour de France verslaan: met even of meer deskundigheid maar vooral met meer distantie en evenwicht. Daarbij voel ik me als kijker beter geïnformeerd en minder verweesd.

Theo Ploeg, 2 augustus 2010, 09:26

Ach, het valt alleszins mee met de sportjournalistiek. Tegenover het hijgerige fandom van Smeets staat andere kritische journalisten.

Neem het Nederlands elftal als voorbeeld. Verreweg de meeste journalisten, en zeker die aan tafel bij Johan Derksen, waren buitengewoon kritisch en schroomden niet om de voetballers een veeg uit de pan te geven. Sterker nog: de hele teneur in de journalistiek na de verloren finale was er een van kritiek.

Dat er toch een miljoen mensen staan te hossen langs te grachten? Ach, dat heeft niet te maken met voetbal, en al helemaal niets met journalistiek. Om over kritische journalistiek maar niet te beginnen.

Kortom, die Smeets? Eerder uitzondering dan regel.

Peter Olsthoorn, 30 juli 2011, 19:31

Dank julliwe wel voor de reactie. Stemt me blij. De toon zat inderdaad in de driehoek melancholie, tongue-in-cheek en serieus. In die volgorde?

Gun Mart Smeets overigens van harte zijn enorme succes waar ik niet aan kan tippen. In die zin past bescheidenheid.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.