foj 2019

— vrijdag 18 januari 2013, 10:05 | 0 reacties, praat mee

Literaire tijdschriften in het verdomhoekje

Literaire bladen hebben de wind tegen. Veel van deze –kleine – titels worden voor een groot deel in de lucht gehouden door subsidies en fondsen, maar sinds deze maand kunnen ze niet meer rekenen op steun van het Rijk. Wat betekent dat, en hoe nu verder?

Wie niet bekend is met de literaire tijdschriften, zal met verbazing voor de daarvoor bestemde plank in de boekhandel staan. In Nederland worden er een kleine twintig titels uitgegeven, waarvan Hollands Maandblad, De Gids, Tirade en De Revisor de meest bekende – en oudste – zijn. Het zijn titels die van oudsher zijn bedoeld voor het aanwakkeren van het literaire discours en als kweekvijvers voor talent. Veelal bestemd voor een klein, afgebakend lezerspubliek en – op wat uitschieters na – met oplages van een paar honderd exemplaren. In de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam staan ze bijna allemaal. De vraag is hoeveel er aankomend jaar zullen doorstaan. Vorig jaar stak de overheid via het Letterenfonds nog om en nabij de drie ton subsidie in de literaire tijdschriften, maar die is sinds januari stopgezet. Er is alleen nog een afgeslankt potje voor innovatieve projecten beschikbaar, dat na een pitch aan drie tijdschriften wordt uitgekeerd (zie kader). Alle steunbetuigingen van liefhebbers en bekende schrijvers, bang voor verschraling van de markt, ten spijt.

Voor de periodieken Kort Verhaal en Parmentier betekent het stopzetten van subsidie direct het einde. Kort Verhaal trok in het najaar van 2012, toen het draagvlak voor subsidie in Den Haag steeds verder begon af te brokkelen, al de conclusie. Parmentier maakte vorige week bekend te stoppen, toen duidelijk werd dat niet alleen het Rijk maar ook de provincie Gelderland – die jaarlijks één nummer financierde – zich terugtrok. Een zoektocht naar andere culturele partners leverde niets op. Er is een kleine kans dat het tijdschrift nog een doorstart maakt als jaarboek in samenwerking met een kleine Vlaamse uitgeverij.

Bij de collega’s van Armada, een uitgave van de Wereldbibliotheek, hangt het er nog om. Vorige week kregen de redactieleden te horen dat ze ook geen kans meer maken op het potje voor innovatieve projecten en hoe het nu verder moet, weten ze nog niet. ‘Het is rampzalig’, zegt hoofdredacteur Jo Radersma. ‘Eigenlijk hadden we erop gerekend dat we die subsidie wel zouden krijgen. De kans dat de papieren Armada verdwijnt en dat we alleen nog digitaal verder kunnen, is aanwezig.’

Voor veel andere periodieken betekent het wegvallen van de structurele subsidie: hopen op meer abonnees en knijpen waar het kan. Dat geldt bijvoorbeeld voor De Revisor en Tirade – die allebei ook niet meer meedingen naar het potje voor innovatieve projecten. De Revisor gaat snijden in de productiekosten. Redacteur Daan Stoffelsen denkt aan printing on demand, zodat er minder exemplaren gedrukt hoeven worden en het geld dát er nog is – mede dankzij de blijvende steun van uitgeverij Querido – naar de auteurs kan.

Voor Tirade is uitgeverij Van Oorschot, waar ze volledig eigendom van zijn, de redding. Die steekt komend jaar extra geld in het blad. Ook hoopt de redactie dit jaar weer op extra inkomsten van ‘De Poëziekalender’, een initiatief dat vorig jaar een verrassend succes bleek. De Tirade-app die over een maand wordt gelanceerd, moet nieuwe abonnees opleveren, en er wordt gepraat over het verlagen van auteurshonoraria. Redacteur Menno Hartman: ‘We twijfelen nog. Maar op alles moet geknepen, dus van de paginaprijs zal ook wel wat af gaan.’

Bij De Parelduiker, nog wel een kanshebber voor een bijdrage van het letterenfonds, zijn die honoraria al verlaagd, geeft hoofdredacteur Hein Aalders tot zijn spijt toe. Ook is de prijs van een abonnement verhoogd met 7,50 euro en is de stichting ‘Vrienden van de Parelduiker’ opgericht, via welke weg particulieren het tijdschrift financieel kunnen steunen. ‘Om het dit jaar te redden moeten er in ieder geval tweehonderd abonnees bijkomen. Zo moeten we van jaar tot jaar bekijken hoe we verder gaan’, zegt Aalders. Mocht De Parelduiker tot een van de drie tijdschriften horen die nog geld van het Letterenfonds krijgen voor innovatieve projecten, dan gebruikt Aalders dat om ‘literair cultureel erfgoed dichterbij de mensen te brengen’. Een van de plannen is het organiseren van een festival in schrijversstad Oegstgeest.

Niet alle titels hebben een aanvraag ingediend voor dat overgebleven potje van het Letterenfonds. De Gids niet, bijvoorbeeld. In de woorden van collega’s een tijdschrift dat ‘slim heeft voorgesorteerd’ met de bezuinigingen in het vizier. Vorig jaar werden ze namelijk overgenomen door De Groene Amsterdammer. De Gids verschijnt nu acht keer per jaar als bijlage van het opinieweekblad, en heeft zo in één klap het voortbestaan veiliggesteld, en de oplage historisch verhoogd. Dat de periodiek geen aanvraag heeft ingediend bij het Letterenfonds is dan dus vooral een luxe, maar tegelijkertijd ook een statement, zegt hoofdredacteur Annet Mooij. ‘We wilden niet meedoen aan een competitie die ons in een keurslijf dwingt waar we helemaal niet om zitten te springen. Mooij zegt helemaal geen behoefte te hebben aan geld voor innovatieve projecten; ze zouden het geld liever aan auteurshonoraria besteden.

Diezelfde mening is ook Arnoud van Adrichem van Parmentier toegedaan, die ook geen aanvraag indiende, al betekent dat wel het einde van het tijdschrift. ‘De aan de markt ontleende condities waaronder dat geld straks onder slechts drie tijdschriften wordt verdeeld spreken mij niet aan. De aantrekkingskracht van het literaire tijdschriftenlandschap schuilt volgens mij in de pluriformiteit ervan en niet in het concurrerend vermogen van de afzonderlijke periodieken. We verkopen per slot van rekening geen wasmiddelen.’

Ook Bastiaan Bommeljé van Hollands Maandblad hekelt de pitch die het Letterenfonds heeft uitgeschreven. ‘Wij trekken ons niets aan van al dan geen subsidie of andere strapatsen van de overheid, mailt hij. ‘Het gaat heel goed met Hollands Maandblad. Indien u een nummer ter hand neemt, kunt u zien dat het een literair tijdschrift is dat eigen kwaliteitseisen stelt, geen compromissen sluit, en het eigen bestaan niet laat afhangen van overheidsgelden. Al eerder wezen wij tien jaar lang subsidie van de hand omdat wij het oneens waren met de door het toenmalige Letterenfonds gehanteerde criteria.’ Desalniettemin diende hij wel een aanvraag in, wat hij in september al aankondigde in NRC: ‘Ik denk aan een driedubbele axel, en een kunstje aan de digitale rekstok. Daarna ga ik met de pet langs.’ Het blad maakt nog kans op het geld.

De heersende gedachte is dan ook nog steeds dat er altijd geld bij zal moeten om het literaire tijdschrift in de lucht te houden. Zelfs bij De Gids, warmpjes bij De Groene in één huis, spelen fondsen nog steeds een belangrijke rol, zegt Mooij. De Gids zocht en vond het afgelopen jaar fondsen om het jubileumfeest en de nieuwe vormgeving te bekostigen. Schrijver Arnon Grunberg schreef afgelopen jaar nog in een Voetnoot in de Volkskrant dat hij daarom wel duizend euro in een fonds voor literaire tijdschriften wilde stoppen. In NRC zei hij later dat inkomsten en prijs van het literaire tijdschrift nooit van de vraag afhankelijk gemaakt kunnen worden. ‘Als de overheid zich terugtrekt als mecenas moet het individu naar voren treden niet waar?’

Er lopen twee mannen rond die het daar niet mee eens zijn: Daniël van der Meer en Toine Donk. De journalisten, o.a. bij NRC en De Groene, richtten in september 2011, midden in alle heibel rond de aangekondigde subsidiestop het nieuwe literaire tijdschrift Das Magazin op. Het verschijnt vier keer per jaar, en een selectie artikelen verschijnt ook in nrc.next. Binnen een jaar had het magazine duizend abonnees en een oplage van 2500. ‘Het is een rare gedachtegang dat literaire tijdschriften zichzelf niet zouden kunnen bedruipen’, zegt Van der Meer. Want Das Magazin doet dat vooralsnog wel. Het is bikkelen, geven ze toe. Ze werken er allebei meer dan veertig uur per week aan en kunnen zichzelf nauwelijks iets uitbetalen. Auteurs betalen ze tot nu toe flessen champagne, maar als alles volgens plan verloopt, verandert dat snel. Met het modern vormgegeven blad dat een mix biedt van high en low culture, van gearriveerde en opkomende schrijvers, denken de twee het lezersaantal nog minstens te kunnen verdubbelen. Bovendien complementeren ze het blad met een steeds uitgebreider palet aan activiteiten: sinds augustus is er een leesclub waar leden voor 25 euro een nog te verschijnen boek lezen om dat later met de auteur zelf te bespreken.  P.F. Thomése deed al mee, evenals Thomas Rosenboom en A.H.J. Dautzenberg. Ze organiseren samen met Ernst-Jan Pfauth (NRC) en Tim de Gier (Vrij Nederland) het Literaturfest in de Rode Hoed en dit jaar komt er een festival met een groot afsluitend feest. Das Magazin maakt nog kans op geld van het Letterenfonds. Daarmee willen ze het concept de komende twee jaar verder uitbouwen, met het idee dat ze het daarna op eigen benen kunnen staan.

‘We volgen de ontwikkelingen, hebben heel sterk nagedacht over waar een tijdschrift vandaag de dag aan moet voldoen. Dat is niet waar literaire tijdschriften aan gewend zijn, dat hebben ze laten liggen’, zegt Donk. ‘Ik begrijp dat wel’, zegt Van der Meer. ‘Wij steken er veertig uur per week in; hebben geen hypotheek, of kinderen. Veel anderen doen het erbij.’

Toch is het kritiek die wel vaker klinkt. Twee jaar geleden schreef docent literatuur Bart Temme in een essay op het literaire wegblog TZUM nog dat de literaire tijdschriften hun eigen ondergang hebben bewerkstelligd. Naast dat ze niet met hun tijd zouden zijn meegegaan, vindt hij dat ze ook hun belangrijkste functies hebben verloren: die van kweekvijver, en podium voor literair debat. Stoffelsen van De Revisor steekt deels de hand in eigen boezem. ‘Onze voorgangers en collega’s, wij allemaal zijn ons eigenwijs blijven concentreren op de inhoud, niet op de marketing of de vorm, ook al liepen de lezersaantallen terug. Maar ik geloof nog steeds in de kweekvijverfunctie. En in literaire tijdschriften als een podium waarop schrijvers worden uitgedaagd om iets anders te doen dan wat ze in een weekblad of een roman doen, een plek voor experiment. In die zin zijn we nog steeds relevant.’ Ook Van Adrichem van Parmentier rept van de ‘systeemfunctie van literaire tijdschriften in de ontwikkeling en bloei van de Nederlandse literatuur’, en hoe ‘dom en kortzichtig’ het kabinet is door ‘de laboratoria van de literatuur met sluiting te bedreigen.’

Volgens Donk en Van der Meer helpt maar één ding: groot denken. ‘Ons motto is: als je jezelf klein maakt, dan word je klein. Als je jezelf zielig maakt, dan word je ook zielig’.

Subsidie
De overheid heeft besloten om de papieren uitgaven van literaire tijdschriften vanaf januari 2013 niet meer financieel te steunen, omdat ze maar door een kleine groep mensen worden gelezen. In 2012 kregen twaalf literaire tijdschriften gezamenlijk nog rond de 300.000 euro subsidie via het Letterenfonds, te weten Armada, Awater, De Gids, Hollands Maandblad, Kort Verhaal, Liter, De Parelduiker, Parmentier, De Revisor, Tirade en de twee Friese tijdschriften Ensafh en De Moanne. Parmentier en Kort Verhaal hebben al laten weten door deze bezuinigingsmaatregel niet meer te zullen verschijnen.

Het Letterenfonds heeft in samenwerking met het Prins Bernhard Cultuurfonds nog wel een subsidie van 100.000 euro te vergeven aan drie titels. Redacties werden uitgenodigd om innovatieve toekomstplannen op papier te zetten, met oog voor internet en publieksbereik zoals debatten en festivals. 17 literaire tijdschriften dienden daarvoor een aanvraag in, waarvan er inmiddels zes door zijn naar een volgende ronde. Op 24 januari wordt bekend welke drie tijdschriften van dit potje gebruik mogen maken. In februari kunnen literaire bladen zich nog bij het Letterenfonds melden voor een extra subsidiepot van 30.000 euro die enkel in digitale activiteiten mag worden gestoken.

Bekijk meer van

vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.