foj 2019

— vrijdag 26 april 2013, 09:51 | 0 reacties, praat mee

Kritische artikelen worden niet op prijs gesteld

© Berend Vonk

Tijdens een cursus voor journalisten van Le Canard du Nord, leerde Anneke Verbraeken dat de onafhankelijkheid van de pers in Benin gecompliceerd in elkaar steekt. ‘In principe kunnen journalisten vrijuit schrijven, maar ze worden wel gecontroleerd door een media-autoriteit die boetes kan uitdelen.’

Woedend was ik. En kokend. Twaalf uur lang had ik in een bloedhete bus gezeten met dichtgeknepen billen, omdat de baas van de krant zo nodig twee dollar moest uitsparen en niet wilde betalen voor een bus met airco en toilet. En daar stond ik nu. In het donker, op een autobusstation midden in het plaatsje Parakou. Ik vervloekte Benin, de slechte organisatie, maar de baas van Le Canard du Nord, het allermeest. Hij wilde dat ik zijn journalisten wat zou leren? Ik zou hem leren!

De klus voor PUM, Netherlands senior experts, had ik met enige aarzeling aangepakt. Een lokale krant in Benin les geven in onderzoeksjournalistiek en daarbij ook de bedrijfsmatige kant onder de loep nemen, leek me een fikse klus voor twee weken. Ik stuurde dan ook een paar vragen richting Benin over de grootte van de krant, het opleidings­niveau, de doelgroep en de omzet. Maar nog vóór de antwoorden binnenkwamen had ik al ‘ja’ gezegd. Ik ging regelmatig naar Afrika, kende Benin, had ervaring met onderzoeksjournalistiek en ook nog eens een drukkersachtergrond. Dus hé, geen twijfel-wijven-gedrag. Maar wat de doorslag gaf: ik zou intensief kunnen werken met Afrikaanse collega’s en van dichtbij zien hoe een lokale krant werkte.

Het redactielokaal bevatte drie tafels, enkele stoelen en een bank. De journalisten moesten het doen met twee computers, waarvan één kapot en twee printers, allebei buiten werking wegens inktgebrek. Er was geen schrijfmateriaal, geen archief, geen naslagwerken, laat staan een internetverbinding. Ook de elektriciteit liet het minstens twee keer per dag afweten. Hoewel het er altijd stikkend heet was, werd het wel een beetje ‘thuis’ en het duurde niet lang of de zeven collega-journalisten een beetje familie. Vooral met hoofdredacteur Albérique had ik veel te maken. Hij haalde en bracht me met zijn motor, hij werd mijn informatiezuil en vraagbaak. Hij was het ook die me die eerste avond bij het busstation had opgehaald en me had afgekoeld met een biertje.

De baas, Fred, was de eerste dagen geheel onzichtbaar. Hij had iets met familie en geen tijd. Mijn humeur aangaande Fred werd er niet beter op toen hij me ook maar geen cijfers gaf. De boeken waren dan weer onderweg, dan weer bij een boekhouder 400 kilometer verderop, maar nooit ten burele van de Canard. Fred kon ook niet zo uit het hoofd wat cijfers geven. Klanten? Dat waren de omliggende gemeenten. Die belden als ze een advertentie nodig hadden. Of een kalender of brochure. Was de eigen gemeente Parakou geen klant? Eh ... die was klant, maar na een kritisch artikel vorig jaar hadden ze afgelopen januari het contract niet verlengd. Ja, de krant kon in alle vrijheid schrijven, zo knikte Fred, maar ja, de lokale verkiezingen kwamen er aan en dan schoten alle lokale vertegenwoordigers, de burgemeesters voorop, in een stuip. Hoe leg je aan je kiezers uit dat je de afgelopen jaren geen fluit had uitgevoerd? Kritische artikelen werden niet op prijs gesteld. Fred vertelde dat alleen hulporganisaties, politici en gemeenteambtenaren de krant (oplage 1000) lazen. Ook weer niet verwonderlijk, ruim 60 procent van de bevolking is analfabeet.

Van Albérique leerde ik dat het gecompliceerd in elkaar stak, die onafhankelijkheid van de pers in Benin. In principe kunnen journalisten vrijuit schrijven, maar ze worden wel gecontroleerd door een media-autoriteit die boetes kan uitdelen. En dat zorgt voor zelfcensuur in het hoofd, aldus Albérique, want alle media zijn noodlijdend, ook de staatsomroepen. Toen ik tijdens de redactievergadering opperde om een rijke katoenhandelaar, havenbaron en mogelijk samenzweerder tegen de president, eens onder de loep te nemen, moest iedereen giechelen. Ik kwam de krant toch helpen? Nou, met zo’n artikel tekende de krant het eigen doodvonnis.

Onafhankelijke journalistiek is ook in het geding door de karige salarissen. Dat wordt opgekrikt door het bijwonen van persconferenties. Met een officiële uitnodiging heb je recht op een daggeld van 20 dollar (10.000 CFA). Het heeft honingzoete artikeltjes tot gevolg over organisaties, politici en ministers.

Een andere manier om geld te verdienen is het verkopen van redactionele ruimte. Zo had de krant een hulporganisatie van de maand en een interview van de maand. Officieel gratis, maar iedereen wist dat er geld geschoven moet worden.

Het was ook aanleiding voor een fikse discussie tijdens de redactievergadering: hoe ver ga je uit geldgebrek? We kwamen er niet helemaal uit, al konden ze met het woordje BOODSCHAP boven zo’n advertorial een heel eind uit de voeten.

Die eerste redactievergadering zal ik niet snel vergeten. Ik kreeg ook een taak: samen met Albérique zouden we de (veiligheids)situatie van de motortaxi’s onderzoeken. We begonnen samen, maar al gauw werd het hele team ingeschakeld. We wilden het artikel afhebben, voor ik vertrok. Het bleek een gouden greep. Niet alleen kreeg ik in recordtempo inzicht in het functioneren van allerlei instanties en zag ik hoe lastig het was betrouwbaar cijfermateriaal te pakken te krijgen, ik leerde ook de journalisten goed kennen.

Fred, de baas, was een enthousiast journalist, maar leek minder gedreven door commerciële motieven. Hij had als excuus voor de magere resultaten dat de ministeries en hoofdkantoren in Cotonou zaten, de grootste stad van Benin. Overigens is mager een eufemisme. De krant staat aan de rand van de afgrond. De journalisten krijgen vaak niet betaald en de drukker wil boter bij de vis, waardoor het weleens vier weken, in plaats van twee weken kan duren voor een nieuwe krant het licht ziet. Door Fred onder druk te zetten, ik had er een hekel aan, maar kon niet anders, werden uiteindelijk toch wat zakelijke successen gevierd. Er kwam een contract met een lokaal radiostation, met een cybercafé en er werden veelbelovende contacten gelegd met twee nieuwe klanten voor advertenties, brochures en ander reclamemateriaal.

Het was de bedoeling dat mijn bezoek werd afgesloten met een rapport en een aantal adviezen. Op dat rapport, in het Frans, had ik avonden gezwoegd en voor de laatste dag had ik dan ook een gesprek gepland met Fred en Albérique om een en ander door te nemen. Het lukte nog net om ze allebei een vragenlijst te laten invullen, maar daarna was Fred gevlogen. Hij mompelde iets over een persconferentie en vroeg naar mijn certificaten. Certificaten? Ja, om uit te reiken. Zo hoort dat hier. Officieel les gehad, officieel afronden. Ik had er nooit bij stilgestaan dat mijn lessen zo serieus werden genomen. Fred lachte, hij zou er zelf wel voor zorgen.

Om vijf uur was de diploma-uitreiking gepland. Ik had gerekend op een gezellige borrel, en wat vriendelijke woorden over en weer. Mis. Rond vijf uur stroomde het redactielokaal vol collega’s van de staatstelevisie en commerciële zenders. Fred grijnsde. Hij had van de diploma-uitreiking een nationale happening gemaakt. Ik keek naar mijn vuile bloes, de zweetplekken onder mijn oksels en mijn piekharen en probeerde wanhopig te bedenken wat voor zinnigs ik zou kunnen zeggen in redelijk Frans. De bedankjes vlogen over en weer. Mijn journalisten gniffelden. We hadden uitgebreid gepraat over de vele lof die in alle persconferenties werden uitgestrooid en over mijn vermaningen dat die nooit en te nimmer de krantenkolommen mocht bereiken. ‘Volstrekt nutteloze informatie’, riepen ze in koor toen de meneer van de mediawaakhond iedereen bedankte. Ze hadden écht wat geleerd!

De busrit terug was heerlijk koel dankzij een prima werkende airco. Blijkbaar vond ook Fred dat mijn bezoek iets had opgeleverd.

Bekijk meer van

Recht Persoonlijk Dossiers
vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.