— donderdag 28 december 2023 12:00 | 0 reacties , praat mee

Kefah Allush: ‘Ik heb steeds meer moeite met het debat als journalistiek gereedschap’

Kefah Allush: ‘Ik heb steeds meer moeite met het debat als journalistiek gereedschap’
© Mark Kohn

In een wereld waarin men vaak zwart-wit denkt, zoekt EO-programmamaker Kefah Allush naar de grijstinten. Als Palestijnse Nederlander wil hij ook niet in een hokje worden geduwd. ‘Mijn DNA bestaat uit vele invloeden.’ Laatste wijziging: 2 januari 2024, 11:37

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?

Iedere keer als het misgaat in Israël en de Palestijnse gebieden is er een kakafonie aan meningen’, constateert Kefah Allush (53), in een vergaderruimte bij de EO in Hilversum. En aan dat geschreeuw wil de Palestijns-Nederlandse presentator en tv-maker niet meedoen.

‘De afgelopen weken werd ik heen en weer geslingerd tussen verdriet, verontwaardiging en boosheid. Ik kon er dus bijna geen coherente gedachte over vormen, omdat het alleen emotie was.’

Allush ziet ook de polarisatie op sociale media. ‘Het is een handig onderwerp om te onderstrepen wat je al vindt. Als jij denkt dat moslims te veel hun stempel drukken op West-Europa, dan ben je pro-Israël, want zij strijden daar tegen moslims. En als jij tegen al die rechtse regeringen in het Westen bent, dan ben je voor de Palestijnen. De polarisatie die er al was wordt nu versterkt door dit onderwerp. En daar heeft niemand wat aan.’

Toch zullen talkshowredacties je vaak bellen voor wat duiding.
‘Ja, maar er zijn er genoeg andere sprekers te vinden. En je hoeft geen groot licht te zijn om te bedenken wat ik ervan vind. Ik vind het vreselijk wat Hamas heeft gedaan. Ik vind het ook vreselijk wat de Israëlische regering nu doet; hoe ze tekeergaan in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Het is ook afschuwelijk dat er nederzettingen worden gebouwd in bezette gebieden, en dat Arabische Israëliërs als tweederangsburgers worden behandeld. Ik heb een probleem met de Israëlische regering, maar geen enkel probleem met de gewone Israëli’s, en ik ben niet antisemitisch. Kijk, antisemitisme is geen Midden-Oosters probleem, nooit geweest. In de Arabische wereld woonden altijd al Joden. Het werd vooral een probleem toen de Israëlische staat ontstond, dat vergrootte de kloof. Maar er zit geen antisemitische gedachte achter; dat de Joden het kwaad op aarde zijn, of dat ze via een complot achter de schermen snode plannen uitvoeren. Dat is een Europese mythe.’

Wat ik zo cool vond aan Jezus, is dat hij bij iedere kwestie ook het andere perspectief bekeek

Jij kan toch bij uitstek wat nuance toevoegen aan dit gepolariseerde debat?
‘Ik heb steeds meer moeite met het debat als journalistiek gereedschap. Ik zag dat ook bij de verkiezingsdebatten. Mensen worden tegenover elkaar gezet, en zaken worden zo scherp gesteld dat mensen niet meer naar elkaar luisteren. Ze wachten op argumenten waar ze gaten in kunnen schieten. Waarom zou ik mezelf in zo’n situatie plaatsen? Ik wil rustig kunnen uitleggen dat de wereld complexer is dan we vaak denken, maar daar is geen ruimte voor, want alles moet in oneliners.’

Hoe vind je dat Nederlandse journalisten over dit conflict berichten?
‘Ik denk dat zeker de schrijvende journalistiek een poging doet om evenwichtig te zijn. Maar ik zie ook dat ze ermee worstelen. En dat zeg ik als iemand die in Nederland is opgegroeid. Mijn familie en ik zeiden vroeger nooit dat we Palestijns waren, omdat het sentiment hier lange tijd pro-Israël was. Dat sentiment kantelt nu, ook in de berichtgeving. Toch zie je verschillen in taalgebruik en framing. In Israël worden mensen vermoord, in Palestina vallen doden. Informatie die Israël naar buiten brengt wordt gezien als officieel, terwijl de informatie die Hamas deelt in twijfel wordt getrokken. Het meest verhelderende stukje journalistiek dat ik zag was een uitlegvideo in De Avondshow met Arjan Lubach – nota bene in een satirisch programma. Dat is toch tekenend?’

Ik zie in mijn linksactivistische bubbel ook dwingende retoriek: als je niet het woord genocide in de mond neemt en je niet constant uitspreekt op sociale media, dan ben je medeplichtig. Snap je die gedachtegang?
‘Ik snap de gedachte erachter, want op meerdere momenten in de geschiedenis heeft de mens zich onvoldoende uitgesproken. Ik vind het alleen niet zinvol om elkaar de maat te nemen. En iedereen is ineens een duider, omdat ze bijvoorbeeld een keer een column over het onderwerp schreven. Ik ben geen oorlogscorrespondent, dus ik ga me er ook niet in mengen. Wat ik kan doen is menselijke verhalen delen, juist voor de kijker die twijfelt, in de hoop dat ze zich ermee identificeren.’


©TRIK

‘Queen of her own castle’
Allush werd geboren in Nablus, op de Westelijke Jordaanoever. Toen hij 1 jaar oud was, verhuisde zijn familie naar Vlaardingen. Zijn vader werkte daar bij een margarinefabriek. Het gezin ging nog een jaar terug naar Nablus, toen Allush 7 jaar was, maar daar herinnert hij zich slechts flarden van. Het huis van zijn grootouders, in een vallei tussen twee bergen. De geur van gemalen koffiebonen. Hoe zijn moeder niet kon aarden bij haar schoonfamilie en weer de ‘queen of her own castle’ wilde zijn in Nederland.

Op zijn 18de ging Allush voor het eerst op werkreis naar Israël en Palestina, om te helpen met een radiodocumentaire van Theo Uittenbogaard. Deze journalistieke veteraan maakte sinds de jaren 60 tv- en radioprogramma’s voor bijna alle omroepen. Hij overleed vorig jaar. Allush had toen nog geen journalistieke ervaring en weinig kennis van de regio. Hij spreekt Arabisch en kon tolken, maar was naar eigen zeggen nog een naïef ‘provinciaaltje’.

In de vrijzinnige bubbel van Tel Aviv, waar ze eerst verbleven, luisterde hij met ‘rode oortjes’ naar de verhalen van homoseksuele mannen. Allush ontmoette andere Israëliërs dan de soldaten met geweren die hij als kind vreesde. Maar eenmaal in Palestijns gebied was de Eerste Intifada (1987-1993, red.) in volle gang. ‘Ik zag pantservoertuigen, rellende jongeren en hoorde bommen afgaan. Theo waarschuwde: “als ze schieten, rennen we niet met de jongeren mee, maar lopen we juist op de militairen af – want wij zijn pers.” Ondanks het gevaar kwamen er “uit alle hoeken en gaten’”mensen die hun verhaal wilde vertellen.’

Je vader zei ooit dat je geen jongeman moet zijn in een militaire bezetting. Dat inzicht deed hem ook vertrekken. Hoe was het om daar weer als 18-jarige jongen te zijn?
‘De jongeren die daar opgroeiden kennen de weg en weten in welke nauwe straatjes ze zich moeten verstoppen. Zij kennen al hun hele leven angst maar weten hoe ze ermee moeten omgaan. Hun angst is dus anders dan de angst die ik als kind voelde. Ik was een buitenstaander in alle opzichten.’

In het begin van je carrière hield je jezelf ‘neurotisch’ weg bij het Midden-Oosten, omdat je geen ‘beroepspalestijn’ wilde zijn. Wat deed je later van gedachten veranderen?
‘Ik wilde eerst goed worden in mijn vak, zoals ieder ander, en gewaardeerd worden om mijn kwaliteiten. Dat ik niet alleen maar goed ben “voor een Palestijn”, of alleen verhalen kan maken over Palestina. Ik ben immers in Nederland opgegroeid met de literatuur en films die we hier tot ons nemen. Ik werkte eerst achter de schermen bij NPS en IKON, maakte ook entertainment en infotainment. Want als je eenmaal dat label Palestijns krijgt opgeplakt kom je daar moeilijk vanaf. Ik ben een complex wezen, dat niet in een hokje geduwd wil worden. Sinds ik series maak over het Midden-Oosten probeer ik een intermediair te zijn. Ik wil niet zélf het onderwerp worden. Ik laat zien wat ik meemaak en geef kijkers de ingrediënten waarmee ze zelf een taart kunnen bakken.’

Je maakte voor de EO meerdere series over vergeten volkeren in het Midden-Oosten, zoals de Assyriërs, de Samaritanen en de Jezidi’s. Welke overeenkomsten zag je?
‘Dat veel van de groepen die daar tegenover elkaar staan meer op elkaar lijken dan ze van elkaar verschillen. Ze zeggen allemaal dat hún eten het lekkerste is terwijl ze niet doorhebben dat veel van die gerechten hetzelfde zijn. Maar door dat groepsdenken hebben ze mot met elkaar en willen ze niet dat hun dochter trouwt met iemand uit een andere groep. Eigenlijk is het raar dat mensen zich beroepen op een collectieve identiteit. Ik heb laatst mijn DNA laten testen op afkomst. Ze vonden Mizrachi-Joods; dat zijn onder meer de Joden uit Irak en Iran. Maar ik bleek ook Arabisch, Anatolisch en Afrikaans bloed te hebben, en zelfs een beetje Zuid-Europees. We zijn dus allemaal mengelmoesjes. Daarom heb ik zo’n moeite met groepsidentiteiten en de claims die daaruit voortkomen. Dat geldt ook voor Nederland: wanneer heb je hier recht van spreken? Ik ben hier niet geboren, en ben tweede generatie. Mogen mijn kinderen pas wat vinden van de minister-president, of hún kinderen? Of mag dat pas als je blond genoeg bent?’

Je maakte ook programma’s over het leven en de nalatenschap van Jezus Christus. Je groeide zelf op in een seculier islamitisch gezin, noemde jezelf daarna atheïst, tot je je rond je 30ste bekeerde tot het christendom – al noem je het liever geen bekering, las ik. Het was eerder een besluit dat God moest bestaan. Hoe verklaar je die weg?
‘Ik kwam vooral uit bij Jezus en niet zozeer bij het christendom. Want dat is weer een collectief, en daar had ik juist zo’n moeite mee. Jezus was een radicaal iemand en had kritiek op religieuze autoriteiten. In het Nieuwe Testament zegt hij: “De sabbat is er voor de mens. De mens niet voor de sabbat.” Dat is vaak wat er met geloof gebeurt, dat er een systeem omheen wordt gebouwd. Wat ik zo cool vond aan Jezus, is dat hij bij iedere kwestie ook het andere perspectief bekeek. Alle verhalen die ik over Jezus las heb ik samengevat tot radicale liefde. En dan bedoel ik niet dat je met iedereen moet knuffelen, maar dat liefde in iedere interactie tot uiting kan komen. Als ik opensta voor een ander en diegene echt zie word ik daar zelf ook een beter mens van.’

Heb je Jezus daarvoor nodig?
‘Ik denk dat ik eerst mijn “zondigheid” moest inzien. Mijn intrinsieke reflex is om egoïstisch te zijn; om slimmer, mooier en sneller te willen zijn dan een ander. Ik had de verhalen van Jezus dus nodig om in te zien dat ik zo ben, maar dat ik een betere versie van mezelf kan zijn, ook voor mijn omgeving.’

Hij is dus jouw rolmodel. Maar je bent wars van hokjes en labels. Hoe zou je jouw spirituele identiteit dan omschrijven, noem je jezelf christen?
‘Nee, omdat iedereen daar dan ook labels op plakt. Als ik nu zeg dat ik christen ben, heb jij daar allerlei ideeën over, die ik dan moet weerspreken. Ik ben iemand die probeert te leven volgens het voorbeeld van Jezus, maar tegelijkertijd worstel ik met de spirituele kant ervan. Ik neem de Bijbel niet letterlijk en vraag me niet af of Jezus wel of niet over water liep. Ik wil weten: wat gaat het verhaal eigenlijk over?’

In jouw keuken hangt een grote print van Rembrandts schilderij ‘De terugkeer van de Verloren Zoon’, ook een Bijbels verhaal.
‘Mijn lievelingsverhaal, over twee broers. De een eist vervroegd zijn erfenis op bij zijn vader en trekt de wijde wereld in. De ander blijft achter en helpt zijn vader op de boerderij. Als het geld op is, keert de verloren zoon terug. Zijn vader onthaalt hem met een groot feest, geeft hem een ring en een mantel – want hij dacht dat zijn zoon dood was. Dus zijn terugkeer is voor de vader een groot geschenk. De andere zoon die trouw bleef aan zijn vader vindt het oneerlijk dat zijn broer dubbel wordt beloond, maar voor mij is dit weer een teken van die radicale, onvoorwaardelijke liefde.’

Wat vinden ze bij de EO van jouw religieuze invulling?
‘De EO is tegenwoordig een mozaïek van uiteenlopende geloofsopvattingen. Ik word dus niet aangesproken op mijn overtuigingen. De EO is niet meer de EO van dertig jaar geleden; en het feit dat ik hier werk en in beeld ben is het bewijs van die ruimere blik.’

Je maakt ook ‘De Kist’, waarin je mensen interviewt over leven met de dood. Ben je door al die gesprekken anders gaan denken over een even­tueel hiernamaals?
‘Ik ben nooit bezig met het hiernamaals en in mijn geloofsleven speelt het ook geen rol. Geloof geeft mij een missie vóór de dood, niet een antwoord op wat er daarna gebeurt. Maar je leert wel veel over een mens door te praten over de dood. En ik weet nu dat ik gecremeerd wil worden, en anderen niet wil belasten met de zorg voor mijn graf.’

Je staat bekend als een empathische interviewer. Speelt jouw geloof daar een rol in?
‘Ik heb altijd al zo willen interviewen, maar dat hele Jezus-ding heeft het wel explicieter gemaakt. Soms kun je een bepaalde weerstand voelen bij iemand, maar ik probeer dan te onderzoeken waar die vandaan komt.’

Jezelf de vraag stellen: what would Jesus do?
‘Precies.’

In de slotaflevering van de serie ‘Van Ninevé naar Nazareth’ ga je langs bij een Palestijnse, christelijke wijnmaker in Bethlehem. Daarin zeg je:  ‘Als Palestijn heb je niet vaak iets om trots op te zijn, want er is hier altijd veel gedoe.’ Uitkijkend over de bergen, met een glas Palestijnse wijn in de hand, voel je je wel trots. Wat wil je mensen meegeven?
‘We zien voortdurend beelden van rellen, razzia’s en schietende soldaten. De Palestijnse identiteit wordt daarmee gereduceerd tot slachtoffers en verzetsstrijders. Maar we zijn ook wijnmakers en olijfboeren, journalisten en fotografen, zangers en wetenschappers. Ik wil dus niet meer trots zijn op onze onbreekbare overlevingsdrang, maar vooral op de mooie dingen die we voortbrengen.’

Kefah Allush (1969, Nablus (Palestina) groeide op in Vlaardingen. Hij rolde zonder vooropleiding in de journalistiek en groeide uit tot regisseur, eindredacteur en uitvoerend producent. Sinds 2009 is hij presentator en programmamaker bij de EO. Hij won in 2019 de Sonja Barend Award, voor het interview in zijn programma ‘De Kist’ met voormalig commandant der strijdkrachten Peter van Uhm. Hij publiceerde ook de thriller ‘De munt van Judea’, die werd genomineerd voor de Gouden Strop. Op 25 december start een nieuwe reeks van ‘Jezus van Nazareth’ op NPO 2. Allush woont in Soest met zijn vrouw, die ook in de media werkt. Ze hebben drie volwassen kinderen.

Bekijk meer van

Kefah Allush
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee