Juryrapport Villamedia Afstudeerprijs 2024: ‘Joost Ingen-Housz heeft schrijftalent en oog voor detail’
Ook dit jaar mogen we ‘m uitreiken, de Villamedia Afstudeerprijs, en wel aan Joost Ingen-Housz. Gelukkig, want er is niets mooiers dan nieuwe talent ontdekken onder jonge collega’s. Voorheen spraken we van scriptieprijs, maar dat is het allang niet meer. Het merendeel van de inzendingen zijn journalistieke producties en projecten, reportages en documentaires vooral, in tekst, beeld en geluid, voor traditionele en online media.
Dit jaar hadden we 15 inzendingen, en dat hadden er eerlijk gezegd best wat meer mogen zijn. Dus zegt het voort, in familie- en vriendenkring, en aan collega’s: ken je iemand die afstudeert aan het hbo of de universiteit in een journalistieke richting, of in een andere richting maar op een onderwerp dat journalistiek interessant is, moedig diegene aan om volgend jaar een afstudeerproduct naar ons op te sturen.
Deze prijs brengt je, naast een bescheiden prijzengeld, natuurlijk eeuwige roem én vaak een mooie carrière. Kijk maar naar Charlotte Klein en Arjan de Jongh, mijn twee medejuryleden, die ooit de prijs wonnen. Charlotte houdt er na deze editie mee op, dat vinden wij erg jammer maar begrijpelijk. We danken haar zeer voor vijf keer toegewijd en kundig jureren.
Behoorlijk hoge kwaliteit
We bogen ons, onder leiding van Mirjam Bartelsman, die namens Villamedia de organisatie van de prijs doet, dus over 15 inzendingen, en met plezier. De kwaliteit was gemiddeld behoorlijk hoog. Dit jaar hadden we minder podcasts dan vorige jaren, minder puur digitale producties of vormgevingsprojecten. Nieuw waren bij de inzendingen twee genres: de explainer, waarbij de journalist op een podium een toegankelijk en informatief verhaal houdt over een onderwerp, en de live journalistiek in een theater.
De onderwerpen waren zeer divers. Uiteraard ging het over AI, en de gevolgen voor de journalistiek, en over clickbait en de lezers die liever het nare nieuws mijden. Daarover gaan veel discussies in ons vak. Maar het ging dit jaar ook over kledinginzameling en de vechtmarkt die dat is geworden, over lichte roeiers die met moeite licht genoeg blijven voor hun gewichtsklasse, over straatradio, over rugklachten door schermgebruik, over cocaïnehandel in Rotterdamse haven, over een drugslab in een tuin, over vaders die depressief zijn na de geboorte van hun kind. Leerzaam allemaal.
We bleven niet in Nederland. We lazen over de bedreigde positie van de buitenlandcorrespondent, over Oost-Duitsland 30 jaar na de hereniging, over de erfenis van Rusland in het straatbeeld in Oost-Europa, protesterende jongeren in Georgië.
Onderwerpen die we misten
Overigens waren er ook onderwerpen die we misten, die we wel hadden verwacht. De verkiezingen, bijvoorbeeld, in Nederland en de Verenigde Staten, en de ruk naar rechts in de wereld. De oorlog in Gaza. De veiligheid en vrijheid van journalisten. Weinig over natuur, de boer en het stikstof. Ook geen wolf te bekennen dit jaar.
In de discussie over wat de beste vier, vijf inzendingen waren, werden we het snel eens. Maar dan? Hoe vergelijk je een gedegen wetenschappelijk onderzoek met een levendige reportage een goed gemaakte documentaire of een boeiend podiumoptreden?
Uiteindelijk kwamen we tot drie kanshebbers, die ik alle drie wil noemen.
Allereerst de inzending van Sebas van Aert, ‘Traditional Foreign Correspondence in Crisis?, de masterscriptie waarmee Van Aert afstudeerde aan de Karelsuniversiteit in Praag. Hoe houdt de correspondent zich staande, is er ruimte voor deze aandachtige en tijdrovende vorm van journalistiek, kunnen correspondenten ervan leven? Daarover werden we wijzer in een onderzoek gebaseerd op vele gesprekken met journalisten en opdrachtgevers.
Sovjetoverheersing
Onder de indruk waren we ook van een reportage van Lisa Schuurmans, Bauke Haanstra en Emma van Kampen, afgestudeerd in journalistiek aan de Fontys Hogeschool. Hun verhaal gaat over restanten van de Sovjetoverheersing, zoals standbeelden, in Oost-Europese landen - iets wat gezien de oorlog in Oekraïne nu heel gevoelig ligt. De schrijvers reisden af naar Duitsland, Polen en Litouwen, spraken veel mensen en woonden een herdenking van de Katyn massa-executie bij. Het goed geschreven en interessante stuk werd gepubliceerd in Vrij Nederland.
De jury wil aan deze twee inzendingen, die van Sebas van Aert en van Lisa Schuurmans, Bauke Haanstra en Emma van Kampen, een eervolle vermelding geven; zij hebben prachtig werk afgeleverd.
Er kan er maar één winnen. Wij hebben gekozen voor de inzending die blijk geeft van het meeste journalistieke talent. Schrijftalent, oog voor detail, analyse van een verschijnsel en een goed gevoel voor de opbouw van een spannend verhaal. Dat zit allemaal in de geschreven reportage waarmee Joost Ingen-Housz zijn master journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam afrondde. Het verhaal werd gepubliceerd in NRC, waar Ingen-Housz vorig jaar stage liep.
‘De hoefsmid uit Den Nul had een drugslab in de tuin’ staat erboven, een kop die de verbijsterende inhoud precies weergeeft: de goedgelovige hoefsmid wist niet dat op zijn erf amfetamine werd geproduceerd; hij vertrouwde de man aan wie hij een ruimte had verhuurd volledig.
Ingen-Housz laat zien hoe dit bedrog kon voortduren, en laat daarbij zijn personages in hun waarde: hij beschrijft hen beeldend, met treffende typeringen, zonder in karikaturen te vervallen. Tegelijk heeft het portret van deze ene hoefsmid een grotere reikwijdte: drugslabs op het platteland komen vaker voor. Dat is knap gedaan.
Joost Ingen-Housz, van harte gefeliciteerd met de Villamedia Afstudeerprijs 2025!


Praat mee