In vier jaar tijd vijf nieuwe opleidingen journalistiek
Het aantal journalistieke en mediaopleidingen blijft maar groeien. In september begint Saxion Hogescholen met de HBO-opleiding Media, Informatie en Communicatie en in 2009 is de Radboud Universiteit Nijmegen gestart met zelfs twee nieuwe journalistieke masters. De opleidingen trekken enorm veel studenten, maar is er straks wel werk voor alle afgestudeerden?
Wiel Schmetz, directeur van de Fontys Hogeschool journalistiek, reageerde in januari fel op de komst van de nieuwe HBO-opleiding Media, Informatie en Communicatie (MIC) aan de Saxion Hogeschool in Enschede. ‘Wij hebben met de vier HBO’s journalistiek afspraken gemaakt over het aantal studenten dat we toelaten vanwege de krappe arbeidsmarkt. Wat heeft het voor zin om de studentenstops te handhaven als er op andere plekken opleidingen komen die studenten afleveren die zich ook journalist mogen noemen?’
Met hetzelfde argument protesteerden de opleidingen enkele jaren geleden tegen de plannen van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) om een nieuwe opleiding te beginnen. Schmetz: ‘We hebben de Amsterdamse opleiding MIC erop gewezen dat zij geen officiële opleiding journalistiek kunnen aanbieden omdat zij daarop niet geaccrediteerd zijn. De opleiding heeft toen de folders en websites aangepast. Verder is het aan de school om naar de studenten toe te verantwoorden dat ze een andersoortig diploma krijgen.’
Na de start in 2006 heeft Peter van Gorsel van de HvA, weinig meer van de HBO’s gehoord, zegt hij. De discussie over de toename van het aantal opleidingen volgt hij vanaf de zijlijn. ‘Ik zie daar namelijk helemaal geen probleem. En ik maak me ook geen zorgen over de arbeidsmarkt voor afgestudeerden van onze opleiding. Wij leiden namelijk studenten op die in de richting van de journalistiek willen werken. Wij gaan daarbij niet alleen uit van de klassieke opvatting van de journalistiek, maar zien dat heel breed. Onze studenten kunnen ook terechtkomen in de communicatie, bij een uitgeverij of zich vestigen als zelfstandige. Het is waar dat de arbeidsmarkt nu niet goed is, maar de vergrijzing gaat ook gewoon door. Ik denk dan: die banen komen er vanzelf wel.’
Dat de journalistieke opleidingen ooit studentenstops hebben ingesteld, vindt Van Gorsel betuttelend. ‘Ik vind niet dat we een bepaalde groep mensen moeten beschermen. Ik vind dat je iedereen gelijke kansen moet bieden. Als iemand talent heeft, dan komt hij er wel. Bovendien is de journalistiek een vrij beroep; er komen ook veel mensen in terecht vanuit hun passie. Daar wil je toch ook niet aankomen?’ Overigens heeft ook Van Gorsel onlangs de opname van het aantal studenten beperkt. ‘Maar dat hebben we gedaan vanwege de te grote groei die onze onderwijskwaliteit dreigde aan te tasten.’
De bezwaren van de HBO’s journalistiek tegen de nieuwe opleiding aan de Saxion Hogescholen, die in samenwerking met de HvA is opgezet, kan volgens opleidingscoördinator Benno Grootelaar alleen maar op een misverstand berusten. ‘Wij leiden geen journalisten op, maar onze studenten hebben wel een aanverwante bloedgroep.’ Volgens Grootelaar zullen de afgestudeerden van de richting Creative Directing vooral in de periferie van de journalistiek werkzaam zijn. ‘De journalist vertelt verhalen, wij zorgen ervoor dat het verhaal op de juiste manier bij de doelgroep terechtkomt. Je moet een journalist niet lastig vallen met het maken van websites, doelgroepdenken of crossmediale platforms. Dat doen wij voor hem. We zijn dus eigenlijk ondersteunend aan het journalistieke verhaal.’
De opleiding combineert marketing, economie en de kunst van het verhalen vertellen met ethiek en techniek. Grootelaar: ‘We richten ons op het gedrag van de consument, dat definitief is veranderd. Onze studenten zullen gidsen zijn in de mediawereld. We horen nu al van RTL dat onze studenten eraan bijdragen dat het bedrijf zijn concepten gemakkelijker verkoopt.’ Grootelaar hoopt deze rol ook voor de journalistiek te kunnen vervullen. ‘De journalistiek gaat mij echt aan het hart, ik vind het dieptriest dat er zoveel bezuinigd wordt op redacties. Wij willen ervoor zorgen dat er weer geld wordt verdiend door te zoeken naar nieuwe verdienmodellen.’
Denkt Grootelaar dat zijn afgestudeerden journalisten zullen verdringen op de arbeidsmarkt? ‘Dat denk ik niet. Wij richten ons op de volle breedte van de samenleving. Elk bedrijf worstelt met het naar buiten brengen van zijn verhaal.’ Maar als de opleiding zoveel verschilt van de journalistieke opleidingen, waarom protesteerde directeur Schmetz van Fontys Hogeschool journalistiek dan tegen de komst van deze opleiding? Grootelaar: ‘Ik weet het niet, ik speculeer als ik zeg: onbekend maakt onbemind. Ik zou juist zeggen: profiteer als journalistiek van onze opleiding.’
Als dat verhaal klopt, is er wat de Saxion Hogescholen niets aan de hand, geeft Schmetz toe. ‘Maar laten ze daar vooral helder in zijn bij hun werving en niet refereren aan beroepen als redacteur, zoals nu in hun folder staat. Er mag geen verwarring ontstaan. Wel is het zo dat ze dezelfde licentie hebben als de HvA. Als ze dezelfde koers volgen, dan hebben we straks wel een probleem.’ Daar is Huub Elzerman, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), ook bang voor. ‘Het MIC in Amsterdam zei bij de start ook dat zij niet echt opleiden tot journalisten. Maar als je kijkt bij het uitstroomprofiel van Nieuws en Media worden daar beroepen genoemd als redacteur bij Opzij of bureauredacteur bij Nova.’
Elzerman is ook niet blij dat de Radboud Universiteit in Nijmegen is gestart met twee masteropleidingen journalistiek. ‘Straks heeft elke hogeschool en universiteit zijn eigen journalistieke variant.’ De voorzitter van de NVJ maakt zich ernstige zorgen over de steeds krappere arbeidsmarkt. ‘Ik geloof niet in verhalen als: onze opleiding is heel breed, je kunt er van alles mee. Er zijn ongetwijfeld nog wel vacatures, maar er is sprake van een krimpende markt, waarbij je moet knokken voor elke opdracht. Vooral pas afgestudeerden zullen het moeilijk krijgen, want zij hebben nog geen werkervaring. Dat is een verspilling van menselijk kapitaal.’ Elzerman vindt dat de studentenstop van de HBO-opleidingen daarom gehandhaafd moet blijven. ‘Niet alleen vanwege het gebrek aan banen, ook het aantal goede stageplekken is beperkt. Ook op dat gebied is sprake van een verdringingsmarkt.’
Wat wil het NVJ doen aan deze situatie? Elzerman: ‘Ik denk erover om vanuit het NVJ een brief te schrijven naar het ministerie van Onderwijs. Ik zou graag zien dat het ministerie de aanvragen voor nieuwe opleidingen strenger beoordeelt. De aanvragen gaan vaak gepaard met marktonderzoeken, waaruit blijkt de opleidingen zeer gewild zijn en dat afgestudeerden overal terecht kunnen. Het ministerie zou deze onderzoeken eens kritisch tegen het licht moeten houden.’ Schmetz vult aan dat de minister ook goed moet kijken waaraan de noemer journalistiek wordt gehangen. ‘Nu wordt de term gebruikt voor opleidingen, die daar eigenlijk niet voor opleiden. Zo hol je het begrip journalistiek uit.’
——-


Praat mee