In de coulissen met Mark Koster: ‘De pers zwijgt over zaken, waarover niet gesproken kan worden’
Mark Koster laat zien wat zich achter de gordijnen van het journalistieke toneel afspeelt. Dit keer: Een nieuw taboe is geboren. Op zoek in de kranten van DPG en Mediahuis naar een recensie van het boek ‘BPost Holdup’ van de Vlaamse journalisten Emmanuel Vanbrussel en Wouter Verschelden.
‘Van dat, waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen.’ Ludwig Wittgenstein eindigde zijn ‘Tractatus Logico-Philosophicus’ (1921) met deze woorden om zijn onmacht uit te drukken over de mogelijkheid om de waarheid te leren kennen. Honderd jaar later wordt het tijd om Wittgensteins aforisme ook eens op de journalistiek te betrekken. Maar dan in een cynische variant.
De pers zwijgt over zaken, waarover niet gesproken kan worden. Dat is niet uit onmacht, maar om eigen falen te maskeren. Al een paar weken zoek ik in titels van uitgeverij DPG en Mediahuis naar een recensie van het boek ‘BPost Holdup’ van Emmanuel Vanbrussel en Wouter Verschelden. In het boek beschrijven de twee journalisten nauwgezet hoe uitgeverijen Mediahuis en DPG via marktmanipulatie subsidie op de bezorging voor hun kranten in België bij elkaar ritselden.
Samen met BPost, het staatsbedrijf dat de subsidie verstrekt aan de uitgeverijen, schakelden DPG en Mediahuis een uitdager uit die mee wilde dingen naar het subsidiecontract. Uitdager PPP claimde de bezorging goedkoper te kunnen leveren dan Bpost, en dat betekende minder geld voor alle partijen. Toen PPP haar pitch wilde indienen, zette Bpost en de mediapartijen een geraffineerde deal op om de uitdager uit te schakelen. Ze ‘compenseerden’ PPP met een vet krantencontract in de regio van Gent op voorwaarde dat het bedrijf zijn poging staakte om de hele subsidiepot binnen te trekken.
In het boek staan e-mails en whatsapps die het verhaal bewijzen. Het zijn onbeschaamde conversaties die een vorm van marktmanipulatie blootleggen die domweg strafbaar is. De distributiemanagers van Mediahuis en DPG zaten in het complot met Bpost. Ook topmannen Christian Van Thillo van DPG en Gert Ysebaert van Mediahuis komen nog even in actie om handen te schudden. De deal wordt afgeblust met een lunch met champagne en wijnen.
Een heerlijke constructie om te lezen zou je denken, zeker omdat de Belgische mededingingswaakhond ook onderzoek doet naar het corruptieschandaal. Maar het blijft stil. Behalve De Gazet van Antwerpen, onderdeel van Mediahuis, besteedt geen krant aandacht aan het boek. DPG negeert het boek (peildatum 25 juli). De Morgen (van DPG) noemt de titel van het boek één keer, nadat Kamerlid Michael Freilich om een hoorzitting eiste en uit het boek citeert.
En zo lijkt het erop dat er na de affaire Smeets - toen werd seksueel grensoverschrijdend gedrag van een DPG-directeur in de doofpot gestopt - een nieuw taboe is geboren bij de uitgever van Trouw, Parool, Volkskrant, AD, De Morgen en Het Laatste Nieuws.
De kranten schreven liever over de film Barbie. Die film is minstens even opzienbarend als het ontbreken van de verhalen over de subsidie-malversaties in de kranten. Barbie sprak wijze teksten over de hypocrisie van corporations die zich laten voorstaan op vrijheid van meningsuiting. Mattel, de maker van Barbie-poppen, had de regisseur alle vrijheid gegeven om beeldmateriaal te gebruiken en sneren uit de delen naar de fiscale boevenstreken van de creator van Barbie: Ruth Handler.
Zo heurt dat te gaan in de grotemensenwereld van de pers. Maar zover is DPG nog niet. Barbie heeft daar terecht geen goed woord voor over. ‘Corporations have no right to free speech to begin with. Any claim exercising their rights is their term to turn our democracy into a plutocracy.’
LEES MEER: Joost Ramaer over de Belgische subsidieregeling op de krantenbezorging: ‘Die subsidie is absurd. Maar wat vindt de lezer?’


Praat mee