In België zeggen ze: ‘van mien erf af’
Het Vlaamse televisieproductiebedrijf Woestijnvis is succesvol op de Belgische televisie en sinds kort ook op de bladenmarkt. CEO Wouter Vandenhaute: ‘Elk goed idee dat hier wordt geboren is welkom.’
In twee vleugels van een gebouw dat nog het meest aan de Van Nelle-fabriek in Rotterdam doet denken (strak, structuralistisch beton en veel glas) zetelt productiebedrijf Woestijnvis. De rust van de witgekleurde gevel – op een verder wat grauwig bedrijfsterrein in Vilvoorde is schijn. Binnen krioelt het van kleur en bedrijvigheid. De ruimtes worden slechts afgescheiden door metershoge panelen. Over de vloeren van spiegelglad, bewerkt beton leggen medewerkers de vele meters van het gebouw soms af per aluminium step.
Ook CEO Wouter Vandenhaute (48) heeft geen eigen kamer, maar een grote, met schotten afgescheiden ruimte. Smaakvol ingericht met stoelen van Arne Quinze, wiens design ook in het overige meubilair van het gebouw is terug te vinden.
Als jonge sportjournalist werkte Vandenhaute midden jaren ’80 een tijd voor De Telegraaf én Vrij Nederland. ‘Een merkwaardige combinatie, maar ik schreef interviews voor Vrij Nederland omdat ik goede contacten onderhield met de voor journalisten moeilijk benaderbare Marco van Basten. Ik had hem als eerste buitenlandse journalist (toen Van Basten 22 jaar was, red.) kunnen interviewen. Het was vlak voordat hij van Ajax naar Milaan vertrok. Het klikte, en we hebben altijd contact gehouden.
Toen gold dat als je goed was je als Belgische journalist goed betaald kreeg in Nederland en met respect werd behandeld. Wij keken omhoog naar de Nederlandse journalistiek.’
Inmiddels kijkt men in Nederland naar België, dat een stuk succesvoller op de mediamarkt lijkt te zijn. Vandenhaute: ‘Waar dat precies aan ligt weet ik niet. Maar als ik spreek met Christian van Thillo of Peter Vandermeersch zijn we het eens dat er in de Nederlandse journalistiek veel vakmanschap en gedegenheid is, maar weinig dynamiek.’ Het televisielandschap in Nederland is ‘versnipperd’ volgens Vandenhaute. ‘Alleen al het aantal zenders dat Nederland kent. Het is gewoon te veel. En al die baronieën (staatjes in een staat, red.) bij de publieke omroep doen de dynamiek geen goed.’
Op 1 september 1997 werd het eerste Woestijnvis-programma uitgezonden, Man Bijt Hond, een dagelijks magazine na het Eén-journaal van 19.00 uur. Het programma wordt een begrip in Vlaanderen; het format wordt later doorverkocht aan Nederland. Man Bijt Hond is dit jaar in België aan zijn veertiende seizoen begonnen en staat volgens Vandenhaute symbool voor de visie van Woestijnvis – langlopende programma’s met informatie, entertainment en een kwinkslag. ‘We blijven het steeds millimeter voor millimeter bijschaven, zodat het ook in dit seizoen weer fris en nieuw overkomt.’
Eindredacteur Elke Neuville (30) van Man Bijt Hond (MBH) ging communicatiewetenschappen studeren met in haar achterhoofd het idee bij MBH te werken. Dat lukte, en inmiddels is ze – na een aantal jaren verslaggever te zijn geweest – drie jaar eindredacteur. ‘Soms denk ik, oef, wat moet ik nu nog. Ik heb bereikt wat ik wilde.’ Het mooie aan MBH vind ze de journalistieke manier van werken. ‘Maar we gaan verder dan de feiten. MBH laat altijd iets meer zien dan alleen de kille werkelijkheid.’ Ze vindt haar rubriek onvergelijkbaar met de Nederlandse evenknie. ‘De humor en de invalshoeken zijn in Vlaanderen heel anders dan in Nederland. Wij brengen onderwerpen meer tongue-in-cheek, minder bruusk. We tonen iets, maar er zit altijd nog wat onder. We kunnen een repo maken over vrouwen die patatten schillen voor de soep. Puur dat. Zonder dat het een rariteitenkabinet wordt of dat er een oordeel wordt gegeven. We proberen poëzie te halen uit gewonen dingen en mensen. In Nederland is het toch vooral een rubriek voor speciale mensen.’
Het succes van Woestijnvis – in dertien jaar tijd werd het bedrijf een belangrijke speler op de Belgische televisiemarkt – heeft volgens Vandenhaute te maken met de relatief kleine markt van zes miljoen Vlamingen in een competitieve markt. ‘Wij kregen hier relatief laat (in 1989) commerciële zenders. De toenmalige openbare omroep BRT was ingedommeld en VTM werd snel zeer succesvol. Maar de BRT, inmiddels omgedoopt tot VRT, sloeg stevig terug en kreeg steun van de politiek, die vond dat de openbare omroep niet mocht teloorgaan.’
Woestijnvis, dat een exclusief contract heeft met de VRT, is horizontaal georganiseerd. ‘Elk goed idee dat hier wordt geboren is welkom. Het maakt niet uit van wie het komt, en we gaan er niet weken lang over vergaderen. Mensen krijgen hier de tijd om plannen te ontwikkelen. Ik moet er niet aan denken een productiebedrijf te worden als Eyeworks of Endemol. Ik heb er weinig goesting in om tweehonderd dagen per jaar in het vliegtuig te zitten om overal ter wereld formats te verkopen. Wij willen hier ons verhaal schrijven en kwaliteit produceren voor een breed publiek.’
Vandenhaute probeerde zich in 2000 ook op de tijdschriftenmarkt te begeven. In dat jaar neemt de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM) een participatie van 20 procent in Woestijnvis met een optie op nog eens 20 procent. De VUM brengt vers kapitaal in om het weekblad Bonanza op te starten. Op 22 januari 2001 ligt het eerste nummer van Bonanza in de winkel, maar na dertig nummers wordt de stekker er uitgetrokken. De combinatie met de bestaande televisieactiviteiten blijkt onrealistisch, zo oordeelt Vandenhaute dan. Woestijnvis trekt zich terug op zijn kernactiviteit, televisieprogramma’s maken.
Maar inmiddels is er Humo, dat recent – deels – door Woestijnvis werd overgenomen van het Belgische Sanoma. Het blad was volgens Vandenhaute een ‘vreemde eend in de bijt’ in een cluster van vrouwenbladen, en gedijt beter in de creatieve omgeving van de televisieproducent.
De formule van Humo was ‘sleets’ geworden, zegt de recent aangetreden hoofdredacteur Sam de Graeve (39). De Graeve was eerder eindredacteur van de succesvolle Woestijnvis-quiz ‘De Slimste Mens ter Wereld’ en schreef daarnaast voor De Standaard.
‘Humo is een begrip in België. Een manier van leven: kritisch, eigenzinnig.’ Stap voor stap schaaft hij de formule bij. Minder lange stukken, een actieve site met meer primeurs: ‘Je moet een “buzz” creëren rond je blad.’ Het betekende ook dat hij met de bestaande medewerkers, waarvan sommigen al tientallen jaren voor het blad werken, om tafel moest gaan zitten.
‘Ik heb met Kamagurka de afspraak dat hij Humo weer als zijn core business moet gaan zien. Ik heb gezegd dat ik er geen problemen mee heb als hij ook voor Het Laatste Nieuws blijft werken, maar hij mag zich er bij ons niet van af maken. Nu tekent hij weer nieuwe figuurtjes.’
Mooi aan Humo vindt hij het gigantische bereik en de traditie. ‘We hebben een oplage van 220.000 en een bereik van rond de miljoen. Dat is meer dan alle Belgische kranten samen. Het wordt gelezen door de professor en de dokwerker; wij dragen de visie uit dat beide mensen veel waard zijn. Toch zijn we geen sensatieblad, zoals Dag Allemaal. Humo heeft een traditie van grote namen, ook Nederlandse, die jarenlang voor het blad werken. Denk aan Jan Mulder, Arnon Grunberg of Kees van Kooten.’
De medewerkers van Woestijnvis kijken wat meewarig als de expansiedrift van Christian van Thillo in Nederland aan de orde komt. Neuville: ‘Ik begrijp dat u daar in Nederland schrik voor heeft, zo iemand die komt vertellen dat een reportage van achteren naar voren moet worden overgemaakt. In België zeggen ze: “van mien erf af” en komen je achterna met rieken en brandende toortsen’.
De Graeve: ‘Het gaat er hier in de Belgische krantenwereld bikkelhard aan toe. Maar het moet gezegd: er komen mooie producten uit. Ik heb bewondering voor Peter Vandermeersch, die de naam heeft teveel marketeer te zijn. In een dubbelinterview, een aantal jaren geleden, noemde Yves Desmet De Standaard (waarvan Vandermeersch toen hoofdredacteur was) nog bitsig een “droogkloterig notarisprodukt”. Je kan nu rustig zeggen dat De Morgen niet helemaal lekker op de rails zit. Maar dat zal wel goed komen. Ik ben een cultuuroptimist.’
Vandenhaute vertelt niet zonder trots dat ook Woestijnvis zich op de Nederlandse markt gaat begeven. ‘Twee jaar geleden hebben we met de thriller “Loft” de best scorende film in Vlaanderen geproduceerd. We maken nu een remake voor Nederland met acteurs als Kim van Kooten en Jeroen van Koningsbrugge.’


Praat mee