foj 2019

— zaterdag 28 januari 2012, 15:13 | 0 reacties, praat mee

Het verschil tussen zien en kijken

‘De Fotodetective’ is de titel van het nieuwste boek van voormalig fotograaf Hans Aarsman. Tegenwoordig is hij bekend als beeldanalist van de rubriek ‘de Aarsman collectie’ in de Volkskrant. ‘Het boek gaat vooral over hoe kijken werkt. Hoe hersenen denken dat iets eruit ziet. Maar wat vaak heel anders is.’

‘Zie je een rare bobbel in mijn broek?’ Zelfs als de camera op zichzelf gericht is, ziet Hans Aarsman op de foto iets wat anderen ontgaat. In de broekzak van Nederlands beroemdste beroepskijker zit een dubbelgevouwen pet, door hem zelf daar opgeborgen. Aarsman wacht het antwoord niet af en trekt de geruite mannenpet over zijn hoofd. Ouderwetse ruitjes staan nu boven een vlot rood Hilfiger-jasje en een oranje trui, en daartussen een van ongemak grijnzend gezicht, een tafereel waar hij zelf wel raad mee zou weten. De fotodetective gevangen op een foto.

Aarsman schrijft in zijn boek over het verschil tussen zien en kijken, over de foto als mooi schilderij waarvan ons de inhoud ontgaat. Over geprogrammeerde blikken en de onbevangen kijker die hij probeert te zijn. Aarsman schetst zijn eigen groei, van fotograaf naar beeldanalist en schrijver van een wekelijkse, veel gelezen rubriek in de Volkskrant, de Aarsman Collectie. ‘Het boek gaat vooral over hoe kijken werkt. Hoe hersenen denken dat iets eruit ziet. Maar wat vaak heel anders is.’

Tekst en foto’s van het boek zijn bij de uitgever ingeleverd. Hij kan nu ontspannen praten en doet dat in het Amsterdamse café De Jaren, een rumoerig etablissement met tafeltjes waarop verspreid Nederlandse en buitenlandse kranten liggen. Aarsman heeft er in het verleden uren doorgebracht. Alleen met honderden onontgonnen foto’s. Zijn blik graasde het oppervlak af, op zoek naar opmerkelijke details die samen een verhaal vertellen.

Zijn donkerbruine ogen dwingen zich te concentreren op de interviewer. De aandacht is een uur lang bij het gesprek, een vorm van beleefdheid. Nieuwe bezoekers die een tafeltje opzoeken, laat hij noodgedwongen uit zijn blikveld ontsnappen. Alleen als hij slaapt, kijkt Aarsman niet.

Kijken heeft hij gedaan sinds zijn geheugen beelden begon op te slaan. Dat was op zijn derde levensjaar, nu 58 jaar geleden. Hij denkt kort na: ‘Het was donker, ik was jarig, december. Ik kreeg een groen, langwerpig doosje, met de woorden Dinky Toy erop geschreven. Er zat een Studebaker in, turkoois met paars dak. Het plaatje op het doosje vond ik interessanter dan het autootje dat erin zat.’ Hij glimlacht om de vondst in zijn geheugen.

Bewust kijken deed hij pas, toen hij een camera kocht. Hij was 28 jaar. De studies chemie en Nederlands brachten hem te weinig. ‘Door te fotograferen kwam ik er achter dat ik handigheid had om een beeld te herkennen. Dat duurde wel even. In het begin wilde ik alleen maar mooie foto’s maken en dat beviel me niet. Rotzooi, dat fotografeerde ik. Ik worstelde en ontdekte dat het niet belangrijk is hoe je fotografeert, maar wat je fotografeert. Het hoe, daar ben ik helemaal overheen. Aan mooimakerij heb ik een hekel, onderwerpen gaan daardoor naar de ratsmodee.’

Het oog voor de samenleving, de journalistiek, kwam weer later. Op een dag zag hij premier Van Agt op verkiezingstournee in de Bijlmermeer. ‘Door naar de actualiteit te kijken, kon ik mijn camera een doel geven.’

In de jaren ’80 begon hij voor Trouw te fotograferen, reisde met een kampeerauto heel Nederland door en maakte het boek ‘Hollandse Taferelen’. Hij schreef al: ‘Het beeld intrigeert, maar waar het beeld over gaat, blijft duister. Dat zijn de foto’s waar ik van hou. Ze geven zich niet snel weg, ze zitten losjes in hun betekenis, ze zijn meerduidig.’ Een paar jaar later, in 1994 hing hij zijn camera definitief aan de wilgen. Maar zijn ogen had hij nog, en een goed stel hersens – een combinatie waar hij zijn werk van maakte.

De beeldanalist geeft lezingen, doceert op de Amsterdamse Rijksacademie, schrijft boeken en is maandelijks te gast bij de Wereld Draait Door. Voor Volkskrant-lezers is hij al ruim zeven jaar de vertrouwde anchorman van de Aarsman-collectie. Eerst kreeg hij één pagina, tegenwoordig heeft hij een spread van twee. Een foto, ernaast tekst en de vaste vraag: wat zien we, of beter: wat denken we te zien?

Aarsman is er iedere dag door in beslaggenomen. Per dag consumeert hij bijna tienduizend foto’s. De handelingen die leiden naar die ene foto, kan hij goed verwoorden. Minder goed waarop de keuze is gebaseerd. ‘Vroeger zag ik alle kranten in het café, sinds een paar jaar werk thuis, op mijn werkkamer. De foto’s van de persbureaus komen van de Volkskrant via een systeem bij mij binnen. Ik zie alle foto’s, soms één per keer, soms 24 tegelijk. Ik gebruik bewust een kleine laptop, op een grotere ziet alles er te mooi uit. Een foto moet de aandacht trekken terwijl die nog niet interessant is. Iets moet je raken, je weet niet van te voren wat. Ik kijk wel, maar meer eromheen, vanuit de selectiestand. De foto zie ik vaak helemaal niet. Eigenlijk is het geen kijken, wat ik doe, het is denken. Denken met de kennis die ik heb. Wat ik weet, zet ik af tegen wat ik zie. De bevestiging die een foto van je eigen beeld geeft, is minder interessant dan een tegenstelling die hij oproept.’

Foto’s die hem raken, sleept hij naar een mapje op z’n laptop, in totaal zo’n honderd stuks. Die laat hij een nacht ‘bezinken’. De volgende ochtend, op de dag van de deadline, maakt hij een lijstje van tien potentiële foto’s. ‘Dan leg ik het lijstje weg’, zegt hij. ‘Waarna ik ga zitten dromen, zonder de foto’s te zien. Ik kom in de associatiestand, ik denk na. Over de achtergrond, waarom is dat zo? Hoe zou het anders kunnen zijn? Ontbreekt er iets? Ik verplaats me ook vaak in een situatie. Wat zou ik doen als ik daar was?’

‘Als ik iets bedacht heb, ga ik de foto weer in. Erin, eruit, erin, eruit. Tot ik die ene foto heb.’Na de foto komt het schrijven. ‘Er valt me nooit zomaar iets te binnen. De tekst is volledig geconstrueerd, de woorden gaan heen en weer. Er gaat veel energie in zitten om taal achteloos te laten lijken. Eerlijk formuleren is een gevecht. Ik wil tegen de lezer praten, alsof hij naast me zit.’ Eén uur voor het verstrijken van de deadline, stuurt hij foto en tekst naar de redactie. ‘Ze weten dat ze op me kunnen rekenen.’

Het kijkproces noemt hij onderzoeksjournalistiek in zijn puurste vorm. Een jongenshouding. ‘Ik vraag me van alles af,‘ zegt hij bedachtzaam formulerend. ‘Hoe zit dit, hoe zit dat? Dat is de basis. Toevallig zie ik veel foto’s, daar kan ik mijn nieuwsgierigheid op kwijt, maar mijn denken staat er feitelijk los van.’
Hij vindt dat redacties kansen laten liggen. ‘De krant kan er heel anders uitzien, als je de foto als bron van informatie neemt. Nog altijd is er die verdomde tweedeling tussen tekst en foto.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.