anp banner november

— vrijdag 26 maart 2010, 09:00 | 0 reacties, praat mee

Het journalistenhart blijft kloppen

Voormalige dagbladjournalisten in Limburg informeren ex-collega’s tegenwoordig als voorlichter. De een was uitgekeken op de krant of reorganisatiemoe, de ander het nieuwsjagen zat. Denken ze als voorlichter nu anders over de journalistiek? En hoe gaan ze met elkaar om?

Verslaggever Bert van Klaveren (51) smeedde plannen om Dagblad de Limburger en het Limburgs Dagblad te verrijken met internettelevisie -en radio. Hij liep tegen een muur op. Op hetzelfde moment, lente 2006, vroeg de politie of Van Klaveren voorlichter wilde worden?  ‘Onder het motto last in first out was ik niet zeker van mijn baan bij de krant. Ik ben op de aanbieding ingegaan.’ Zijn idee boog hij voor de politie Limburg-Zuid om tot PIT.tv, een website met videofilmpjes, een combinatie van politienieuws en voorlichting over veiligheid. ‘Ik had de hoop dat de krant meer ging doen dan één keer per dag een papieren tijger uit te brengen. Er kwam niets van terecht. Eigenaar Telegraaf wilde alleen maar van de krant af. Dat was enorm frustrerend.’

Collega Math Wijnands (50) verruilde na 22 jaar de Limburgse dagbladjournalistiek voor de stad Maastricht, waar hij sinds februari 2006 speechschrijver is voor de burgemeester. Zorgen over zijn toekomst bij de krant maakte hij zich niet. ‘Wel veranderde er veel en was de sfeer tijdens plenaire vergaderingen niet zo prettig. Ik was het nieuwsjagen ook zat.’

Net als Van Klaveren werd Wijnands benaderd. Op een (royale) vertrekpremie, die eraan zat te komen, wachtte hij niet. ‘Anders was deze baan wellicht aan mij voorbij gegaan. Mijn enige voorwaarde was dat ik qua salaris niet hoefde in te leveren.’

Wel met een premie op zak vertrok, na 28 dienstjaren, Egbert Hanssen (52). Hij was daarvoor met een oogziekte in de lappenmand beland. ‘Ik was doodmoe, voelde me 65. De zoveelste reorganisatie kwam eraan. Samen met mijn vrouw hakte ik de knoop door. De vertrekpremie zorgde voor rust, in die zin dat ik niet bang hoefde te zijn dat ik in armoede zou belanden.’

Zijn baan als woordvoerder van gedeputeerde Jos Hessels heeft hij te danken aan zijn krantenverleden. ‘Bij zijn benoeming feliciteerde ik Hessels via een sms’je. Ik schreef: ‘Als je nog een goede media-adviseur nodig hebt…’. Kort daarna was er een vacature.’

Veel journalisten van de Limburgse kranten maken de overstap richting voorlichting, zeker in vergelijking met andere kranten. Hoofdredacteur Willem Schoonen van Trouw kan geen voorbeeld noemen en collega Birgit Donker van NRC Handelsblad spreekt van ‘een enkeling’.

‘Ik heb nu een geregelder leven’, zegt Maarten de Kever (42) over zijn baan als woordvoerder van de gemeente Sittard-Geleen. ‘Ik ben om vijf uur thuis. Om half zes eten we. Ik ben burgerlijker geworden en dat heeft zijn charme. Ik zie mijn kinderen veel vaker en ben actief in het verenigingsleven.’

‘Met de vertrekpremie heb ik mijn pensioen kunnen aanvullen’, vult Bert Albers (52), communicatieadviseur bij de gemeente Venray, aan. ‘Ik moet in mijn huidige functie meer kunnen en meer weten maar ik verdien 500 euro netto per maand minder. Een deel van de journalisten wordt overbetaald. Ik vind dat overigens een van de oorzaken waarom het zo beroerd gaat in de krantenwereld. Als met name de oudere journalisten 10 procent salaris zouden inleverden, dan zou het een stuk beter gaan, is mijn overtuiging.’ 
Albers raakte uitgekeken op de krant. ‘Met steeds minder mensen meer moeten doen. Geen tijd voor zelfreflectie, de voortdurende reorganisaties en het gesteggel met de directeur in de redactieraad. Dáár had ik écht geen zin meer in.’

‘Ik werkte supergraag bij de krant’, blikt Gabi de Graaf-Weerts (38) terug. ‘Na drie jaarcontracten moest ik weg bij de krant en solliciteerde ik bij de gemeente Maastricht. Ik dacht: ‘De enige instantie waar ik als zwangere vrouw aan de bak kan komen is bij de overheid.’

‘Je komt ze overal tegen’, signaleert verslaggever Joep Dohmen (NRC Handelsblad), die jarenlang werkte voor (Dagblad) De Limburger. ‘Het is illustratief voor de malaise in de dagbladpers, met name in de regionale pers. De kranten worden uitgehold en verliezen hun functie als waakhond. Ik neem het ze niet kwalijk hoor. Het is heel banaal: er moet brood op de plank komen. Van de andere kant: ik sta er versteld van hoe collega’s als een blad aan de boom kunnen omdraaien en woordvoerder van de macht gaan spelen.’

Fons Elbersen (47), een tijdlang hoofd communicatie bij de provincie en woordvoerder van de Commissaris van de Koningin, maakte uit nieuwsgierigheid het uitstapje richting voorlichting. Toch koos hij weer voor de journalistiek. ‘De jas bij de provincie paste me prima, maar die in de journalistiek past me het best. Dat is een maatpak.’ Elbersen kreeg een andere kijk op de journalistiek. ‘De hit & run-journalistiek, het snelle werk, neemt toe. Journalisten verlangen binnen tien minuten antwoord van een voorlichter. Daar ben ik wel van geschrokken. Slordigheden, vooringenomenheid, geen wederhoor. Dan belde ik naar de krant met de vraag of wij morgen mogen vertellen hoe de vork wél in de steel steekt.’

‘Journalisten geven niet graag hun ongelijk toe’, constateert Albers. De Graaf-Weerts, voorlichtster bij de gemeente Maasgouw: ‘Journalisten maken meer fouten, omdat ze de voorgeschiedenis van een onderwerp niet meer weten. Ze hebben geen tijd om nieuws uit te diepen.’ 


Journalisten moeten ex-collega’s nu aan de tand voelen over nota’s, bestuurlijke strubbelingen en incidenten. ‘Je moet wel opletten dat het een zakelijke relatie blijft’, vindt Albers van de gemeente Venray.

Hans Goossen, werkzaam op de nieuwsdienst bij de Limburgse krant: ‘Je legt makkelijk contacten met ex-collega’s. Van de andere kant, ze weten wel precies waar je naar op zoek bent.’
‘Ik belde met Justitie in Roermond en kreeg toen Eugène Baak, voormalig programmamaker bij L1, aan de lijn. Ik dacht echt even dat ik het verkeerde nummer had gedraaid’, lacht Dohmen. ‘Soms werkt het in je voordeel als je een voorlichter kent.’

De voorlichters maken geen onderscheid tussen wie belt, beweren ze een voor een. ‘Natuurlijk is het gemakkelijker om met ex-collega’s te praten’, zegt Wijnands. ‘Maar niemand heeft bij mij een streepje voor. Sommige dingen kunnen niet naar buiten, klaar. Voor de rest zijn we zo transparant mogelijk.’

Statenverslaggever Paul Bots van de Limburgse krant: ‘In eerste instantie is het wel vreemd. Je hebt jarenlang samengewerkt en plotseling heb je verschillende belangen. Je hebt de neiging om gewoon een gesprek aan te knopen. Dan komt er wel eens iets voorbij waarvan je denkt, ‘dat is nieuws’. Van de andere kant, de voorlichter snapt zijn rol ook wel.’

Bots heeft het gevoel dat een voormalig journalist een journalist beter begrijpt en ook opener is. ‘De persberichten zijn concreter. Hoewel, ik sluit niet uit dat er na verloop van tijd toch een soort van beroepsdeformatie insluipt; dat het nieuws achterin een persbericht wordt verstopt.’

Veel contact heeft Bots niet met de voorlichters. ‘De directe lijnen met de bestuurders zijn beter geworden. Dat geven de woordvoerders zelf vaak ook aan: “bel maar even met de gedeputeerde”.’

De voorlichters zijn allemaal tevreden met hun nieuwe b(est)aan. Toch blijft bij velen het journalistenhart kloppen. ‘Af en toe denk ik, shit man, ik zou toch liever journalist willen zijn’, biecht De Kever op. ‘Tegelijkertijd realiseer ik me dat het er bij de krant niet beter op is geworden. Dan hoor ik ex-collega’s vertellen dat er weer een reorganisatie aan staat te komen. Ik ben blij dat ik dat niet hoef mee te maken.’

Woordvoerder Hanssen van de provincie: ‘Als een ambtenaar met een nota komt denk ik automatisch, “dit is een verhaal voor de krant”. Of ik terug zou willen? Alleen als ik hoofdredacteur zou mogen worden, hahaha.’

De Graaf-Weerts werkt parttime bij de gemeente Maasgouw. Daarnaast is ze freelancer. ‘De kriebels blijven. Mijn hart ligt in de journalistiek, maar bij de gemeente vind ik mijn vastigheid.’ Politiewoordvoerder Van Klaveren: ‘Als de krant een tv- en radiopoot wil, dan wil ik wel eens komen babbelen.’

En Joep Dohmen? Die blijft trouw abonnee van de Limburgse krant. De journalistiek bevindt zich op een scharniermoment, constateert hij. ‘Het gaat maar door hè, de afkalving. We gaan het beleven dat regionale kranten omvallen en op internet worden voortgezet. In Renswoude laat de gemeente zelf verslagen maken van de raadsvergaderingen; er komt geen journalist meer. Dat gaat een impact hebben op het openbaar bestuur, veel groter dan we beseffen.’


——-

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.