website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Het jaar 1946: Hoe schrijft men op z’n Ame­rikaans?

Denis de Rougement — Geplaatst op zondag 21 augustus 2016, 09:00

© Tony Vaccaro/akg-images/ANP

120 jaar Villamedia en haar voorgangers bestaan deze maand 120 jaar. Dat vieren we met een speciale uitgave van Villamedia magazine. Online publiceren we elke dag een artikel uit onze jubileum-uitgave. Vandaag het jaar 1946. Denis de Rougement (1906-1985), een belangrijke Zwitserse denker en auteur, verbleef tijdens de oorlogsjaren in de Verenigde Staten en verbaasde zich over het Amerikaanse re-writingsysteem. Hij deed daar een studie naar. Een herpublicatie uit De Journalist van dat jaar.

Ik was zojuist in New York aangekomen. ‘Doe geen moeite om voor hen te schrijven’, zei me een van de beroemdste Amerikaanse auteurs, ‘verkoop hun een idee en uw naam’. Hij vertelde de volgende historische anecdote: een magazine met enorme oplage had hem een artikel van 2000 woorden gevraagd, hij leverde zijn beschouwing af en kreeg zijn honorarium, maar slechts 500 woorden werden gedrukt, waarvan geen enkel uit zijn pen kwam. De ondertekening en de leidende gedachte alleen stelden hem in staat de tekst te identificeren. Ik vernam toen dat er op Amerikaanse redactiebureaus zekere personen werkzaam waren die men re-writers noemde, wier bezigheden zich bepalen tot het herschrijven van manuscripten, om deze aan de smaak van het blad en aan de eisen van het publiek, waartoe het blad zich richt, aan te passen.

Op zekere dag ontving ik de drukproeven van een artikel waarom men mij gevraagd had. Ik lees ze door en denk dat ik droom. Eerst een grapje gelicht uit pagina 5; dan komt mijn conclusie, gevolgd door verschillende fragmenten die op allerlei manieren omgezet, anders gecombineerd, en van tussenkoppen voorzien zijn. Van mijn inleiding is slechts één zin over, overigens als besluit gebruikt. Ik word rood, verbleek en schrijf een verontwaardigde brief aan de betrokken redactie.

Min of meer opgelucht door mijn brief, was ik enige tijd later in staat over het principe van dit re-writing­systeem met een jong Amerikaans journalist te discuteren.

‘Waar maakt u zich zo druk over?’, zei hij. ‘Uw artikel was goed, anders zou het niet opgenomen zijn. Het is gepubliceerd, drie miljoen mensen hebben het kunnen lezen. In uw plaats zou ik tevreden zijn geweest.’

‘Maar de redacteur heeft met zijn bewerking alle bijzonderheden in de argumentatie uit hun verband gerukt!’

‘Wat doet dat er toe? U weet even goed als ik dat de gemiddelde lezer hier geen gevoel voor logische subtiliteiten heeft. Uw copy heeft door deze omwerking aan doeltreffendheid gewonnen. En daar ging het u toch om?

U hebt het niet geschreven om uw handigheid te tonen, maar om het publiek van bepaalde waarheden, te overtuigen. Zo heeft deze redacteur het tenminste begrepen. Hij vond het materiaal goed, hij heeft er voor gezorgd, dat het verhaal beter liep en u hebt het aan hem te danken dat het geplaatst is. Want de redacteur kende onze regels: om in een groot magazine een artikel van een afwijkend type geplaatst te krijgen zou men Truman moeten heten.’

‘Of Einstein?’

‘Hij werd ook herschreven.’

‘Wilt u mij eens uw regels uiteenzetten?’

‘Begin met de catch phrase, de zin die onmiddellijk de aandacht trekt. Het doet er niet zo veel toe of ze iets met de essentie van uw artikel te maken heeft. Geef vervolgens in een leader van tien of twintig regels de gecomprimeerde inhoud van uw verhaal. Dan neemt ge opnieuw de meest frappante zinnen van deze inleiding, die zonder commentaar worden toegelicht, het aantal woorden van deze uitwerking is afhankelijk van de u toegemeten plaatsruimte. Eindig zo mogelijk, maar dit is niet noodzakelijk, met een bang, een bekkenslag.’

‘Het schijnt me toe, dat u schrijft, zoals u uw optochten en parades organiseert. De catch phrase is de tamboer-majoor, die aan het hoofd van de stoet loopt, druk gebarend, met een pluim op zijn kepi, met gestrekte benen marcherend geeft hij de maat aan. Dan komt de groep van hoogwaardigheidsbekleders en de vaandels, die het doel en de betekenis van de optocht aangeven. Dan de menigte, die slechts door een kleine politiemacht wordt begeleid, die de rol van de logica speelt. Tenslotte sluiten een aantal omroepers of een komische groep de stoet.’

‘Laten wij met een korreltje zout uw pogingen aanvaarden om ons via deze fantasieën te begrijpen. Het gaat niet altijd zo kinderlijk toe…’

‘Maar dikwijls nog veel mechanischer. Bekijk dit nummer van The World Telegram eens: ieder artikel volgens hetzelfde recept! U geeft het nieuwsbulletin van een persbureau in vijf regels. Dan, in een kleiner lettertype, herschrijft u het in vijftien regels, terwijl u er gedetailleerde bijzonderheden over de bron of de authenticiteit aan toevoegt. Tenslotte maakt u een paraphrase van een hele kolom en u voegt er gegevens uit andere bronnen aan toe, die het onderwerp geheel in het spel der grote mogendheden plaatsen. En dat is misschien de oorsprong van het beroemde “simultanisme” van Dos Passos en andere uitstekende schrijvers van uw land.’

‘Neemt u er echter nota van, dat déze methodes hun deugdelijkheid bewezen hebben in de vuurlinie van het dagelijks contact met onze zeer uitgestrekte lezerskringen. Het komt de schrijvers zeer ten goede, als zij in deze school gevormd zijn, wanneer zij op hun tijdgenoten indruk willen maken.’

‘Ik weet heel goed dat uw verslaggevers de beste ter wereld zijn d.w.z. zij geven de feiten en de “couleur locale” zo efficiënt mogelijk weer. Ik heb ook opgemerkt dat uw romanschrijvers zich ten minste evenzeer op de techniek der journalistiek oriënteren als op die van de film. Maar zou hun succes niet te verklaren zijn uit het feit dat de maatstaf van uw cultuur op natuurlijke wijze is aangepast aan het niveau van een zeer goede krant?

Zouden deze uitzendingen op golflengten die de ontvangst het gemakkelijkst maken niet bepaalde intonaties vervagen? U hebt het rhythme van deze eeuw zó volkomen overgenomen, dat men zich soms afvraagt of u in staat zult blijven het te bepalen. Als ik enkele schrijvers zoek die er een sterk afwijkende opvatting op na houden, vind ik er slechts twee, die overigens slechts aanvaardbaar zijn als experts op een zeer beperkt terrein: Henry Miller en Philip Wylie, de een met zijn Air Conditioned Nightmare, de ander met Generation of Vipers, naar mijn idee een groots werk en het eerste waarin een hedendaags Amerikaan zich geeft zoals hij is, critisch en beoordeeld uit een onbarmhartig Amerikaans standpunt. Maar ik zie geen nieuwe generatie, neen, niemand sedert Faulkner.’

Ik heb deze kleine dialoog weergegeven om duidelijk te maken dat de kwestie niet zo eenvoudig is als ik vroeger zelf dacht. Onze latijnse — of misschien schoolse — gebruiken brengen ons er gemakkelijk toe om zonder onderzoek de vooropgezette eis van onmiddellijke doeltreffendheid der Amerikanen barbaars te noemen. Maar van zijn kant zal de Amerikaan het belang dat wij hechten aan de logica, aan verontschuldigingen tegenover den lezer, aan een “gecultiveerde’ stijl ongeacht het onderwerp en aan het nauwkeurig vastleggen van ons doel, overdreven vinden. Een Frans schrijver, zijn naam waard, zal zich er over bezorgd maken hoe hij, door zijn werk in een nauwkeurig afgewerkte vorm te gieten een blijvende indruk kan maken. Maar een Amerikaan schrijft om onmiddellijk iets te bereiken.

Als hij oorspronkelijk kunstenaar is, zal hij intuïtief zo schrijven dat de lezer en hij zelf door een rhythmische opeenvolging of litanie van feiten worden begoocheld. Als een prijs op de emotionaliteit van het tijdperk waarin wij leven. Hier onthult de werkwijze van de Amerikaanse journalistiek opnieuw een van de geheimen der romankunst die de generatie van Don Passos, Steinbeck en Hemingway kenmerkte, waarop sedert jaren zoveel jonge schrijvers zich inspireren. Ik denk niet alleen aan het feit dat deze Grote Drie oorspronkelijk zelf reporters waren en het opnieuw werden toen de gelegenheid zich opdrong, of aan dat andere feit, dat in het jargon van de Amerikaanse redactiebureau’s een verslag een story, een verhaal, wordt genoemd, onverschillig of het een sensationele echtscheiding of een mijnramp betreft.

Een Fransman schrijft bijna nooit alleen om te ‘herschrijven’. Hij richt er zich altijd met heel zijn wezen op om geheel bevrediging schenkende zinnen te scheppen. Bovenal tracht hij tot het wezen door te dringen, te begrijpen. En ik ben van mening dat men het gevaar loopt te generaliseren wanneer men aan zijn idee een bepaalde betekenis gaat geven. ‘Begrijpen’, dat is klassificeren, of in een formule, een stelregel, of een spreekwoord iets samenvatten. De Amerikaan tracht daarentegen de werkelijkheid te realiseren, zich in te spinnen en misschien zich er in te verliezen. Een beschrijving, een opsomming, een bombardement van feiten en sensaties, en vooral de opeenvolging van deze zaken zonder een logische verbinding kunnen in de meeste gevallen zijns inziens geheel bevredigen. Een dwaze dialoog zou een bepaalde situatie soms beter kunnen ophelderen dan een scherpzinnig commentaar. En tot het mysterie van den mens kan men beter doordringen via een onverbloemde afrekening dan door een geduldige analyse.

Aan het latijnse streven om te begrijpen, alvorens te oordelen, beantwoordt het essay. Aan het streven om te ‘realiseren’ beantwoorden de Amerikaanse reportage en de Amerikaanse roman. Daarom wordt de ‘informatie’ in de zin die ik er hier aan wil hechten, in de ogen van den gemiddelden Amerikaan en die van den schrijver, die hem tracht te benaderen, van groter belang geacht dan het oordeel. Misschien vergeten zij dikwijls tot gene zijde van dit voorlopig stadium door te dringen en een conclusie te trekken, dat wil zeggen te oordelen.
De Fransman daarentegen oordeelt soms wel zeer briljant, maar ten koste van zijn eigen ideële waarheid, hij zal zich echter minder laten verwarren door losse informaties en grove sensaties.

Maar men zou dit debat moeten verlengen. Het strekt zich veel verder uit dan tot het gebied van de literaire techniek. De moderne wereld is zo samengesteld dat wie op welk gebied dan ook werkzaam is, hetzij literair, politiek of religieus, met deze moeilijke keus te maken krijgt: ofwel men moet zich aanpassen aan de smaak van het publiek met de bedoeling het beter te benaderen — maar wat men dan overbrengt is niet de oorspronkelijke boodschap; ofwel men bewaart de idee onaangetast — maar men bereikt dan de massa niet.

Het is het hele probleem van den intellectueel, den ‘clerc’ van onze tijd, den schrijver, den politicus, den geestelijke. Als hij zich in de taal van het volk uitdrukt, zal hij zijn kans vergroten verstaan te worden, maar wat kan hij verwachten dat men te horen krijgt als de termen gebruikt worden, die de re-writer of de staatscensor voorschrijft? Men wint de wereld, maar waarvoor? En men neemt haar voor zich in ten kostte van zijn eigen ziel. Daarentegen, als hij zich zuiver handhaaft, loopt hij het risico geen effect te bereiken, slecht begrepen, weinig gelezen of zelfs afgewezen te worden.

De Amerikaanse schrijver, om andere redenen dan die uit de Sovjet-Unie, en in de ruimste zin iedere schrijver die hetzij in dienst staat van de openbare mening, hetzij van een partij of een secte offert graag zijn persoonlijke stijl aan de onmiddellijke noodwendigheid.
De Europeaan daarentegen beweert dat de subtiliteiten van een stijl evenals de rangschikking der ideeën aan het geschrevene een bepaalde kwaliteit geven die het aan doelmatigheid doen winnen.

Misschien is de vraag slechts of het er om te doen is een onmiddellijk succes te behalen ofwel om een diepere indruk achter te laten, die op langere termijn doorwerkt. Maar de grootsten van alle tijden hebben deze keuze van de hand gewezen, zij hebben aan de onwillekeurige bewogenheid van hun stijl een nieuwe doelmatigheid geschonken. En de rewriters van morgen zeggen dat het daar slechts op aan komt en dat men dat moet trachten na te volgen.

Denis de Rougement, een auteur wiens werken over de geheele wereld worden gelezen, is een protestantsche Zwitser uit het Frans-sprekende gedeelte van dit land. Gedurende den oorlog verbleef hij in de Vereenigde Staten en verwekte er onder meer groot opzien met een serie artikelen over de atoombom. Ook verscheen ‘Vivre en Amérique’, een bloemlezing van bijdragen aan een aantal vooraanstaande Fransche en Zwitsersche bladen over het leven in het Nieuwe Werelddeel. In dezen bundel werd ook opgenomen ‘Conseils a un Frangais pour écrire a Vamérieaine’, een studie, die eerder verscheen in het vooraanstaande letterkundige weekblad ‘Le Littéraire’.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.