Graphic: Hou het simpel
Als chef van de infographic-redacties van The New York Times en National Geographic Magazine spoorde Charles Blow zijn collega’s jarenlang aan vooral mooie graphics te maken. Nu doet hij het anders. Elke week geeft hij het goede voorbeeld met een simpele graphic die bij zijn column in The New York Times staat.
Een kleine infographic in The New York Times over het aantal aids-doden in Afrika bracht voor Charles Blow de ommekeer. ‘Het was een hele simpele graphic die het verloop van de dodelijke ziekte duidelijk maakte. Microsoftbaas Bill Gates schreef mijn collega dat die graphic hem ertoe gebracht heeft de strijd tegen aids te ondersteunen. Dat moet je doel zijn als journalist: informatie en ideeën presenteren die iets in gang zetten, iets veranderen. Als je dat door hebt en toepast, is het moeilijker al die andere graphics en artikelen te bekijken.’
En Blow heeft heel wat illustraties gemaakt in zijn loopbaan als graphicredacteur bij The New York Times en National Geographic Magazine. Op zijn profielpagina op de website van de krant wordt nog gesnoefd met zijn prijswinnende graphics. Blow: ‘Ik doe niet meer mee aan prijzen. Het is een format, een trucje. Ik maak een prijswinnend ontwerp met mijn ogen dicht. Mijn vroegere graphics hadden veelal weinig inhoud en veel vorm. We maakten prachtige illustraties. Soms versterkten inhoud en vorm elkaar. Vaak was dat bij grote nieuwsfeiten waar we weinig tijd hadden en daardoor ons beperkten tot de hoofdlijnen, zoals ‘welke straten zijn wel of niet afgesloten’. Maar het meeste was licht, fancy stuff, dat er niet werkelijk toe doet. Het is mooi en aardig maar het zorgt niet voor discussie, of brengt de discussie niet een stap verder. Hij schijnt geen licht op een onderwerp dat van belang is voor een flinke groep van de lezers. Wat we toen deden was ‘mooie dingen maken’ in plaats van ‘mooie ideeën weergeven’.’
En graphics hebben het nadeel dat ze niet in een universele taal getekend worden. Blow: ‘Want die taal is er niet. Dus moet de kijker/lezer elke keer de moeite nemen te doorgronden in welke taal de maker hem aanspreekt. Het is moeilijk de nuance van taal te vangen in beeld. Als je een appel tekent is dat een appel. Maar Shakespeare over een appel schrijft doet hij dat anders dan ik. Een graphic werkt daarmee het beste als het bewijs levert voor verhaal. Alle decoratie moet weg.’
Blow is nu columnist van de krant. Wekelijks heeft hij 450 woorden tot zijn beschikking en een eenvoudige graphic. ‘Daarmee doe ik precies wat ik betoog. Het is een simpele graphic, die meteen te begrijpen is en waarin ik maar één onderwerp behandel. De graphic ondersteunt de tekst en levert het bewijs. Ik verwijs er nooit naar, daarvoor heb ik te weinig ruimte. Ik concentreer met op de column, die moet goed zijn. Ik schrijf de column op donderdag of vrijdag en net voor de deadline maak ik in een paar uur de graphic.’
En dan begint het drukke weekeinde. Elke column is goed voor 800 e-mails, een paar honderd reacties op de website, via Twitter en Facebook. Blow: ‘Dat is nieuw aan mijn bestaan. Ik vind wat en andere mensen vinden daar wat anders van en dan komt er kritiek. Soms ook op mijn persoon. Ik ervaar dat als een veel grotere druk dan toen ik anoniem aan mijn graphics werkte.’
http://twitter.com/CharlesMBlow
http://www.facebook.com/CharlesMBlow
http://blow.blogs.nytimes.com/
——-


Praat mee