— zaterdag 7 april 2012, 12:08 | 0 reacties, praat mee

GeenStijl, het weblog dat ooit opzien baarde

Tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend. Het zijn drie termen die anno 2012 nog steeds in witte letters op het weblog van GeenStijl prijken. Maar hoeveel is er nog over van het recalcitrante karakter van het shockblog? Villamedia sprak met de belangrijkste betrokkenen van het eerste uur.

Praten willen de huidige redactieleden niet. Het hoort er simpelweg al sinds jaar en dag bij, wanneer je voor GeenStijl werkt. De reden? ‘Don’t talk about fightclub’, zegt ex-GeenStijler Ambroos Wiegers (Prof Hoxha). Hij refereert hiermee aan de gelijknamige film waar de leden van een geheim vechtgenootschap elkaar voor geen enkele prijs zullen verlinken. Bovendien: ‘Dat geheimzinnige vinden mensen interessant’, zegt oprichter Dominique Weesie (Fleischbaum). ‘Hoe vaak mensen niet aan ons vroegen: mogen we een dagje op de redactie meelopen? Daar deden we niet aan. Val lekker dood.’

Maar eenmaal vertrokken is het blazoen verdwenen en wordt er haast met weemoed over de redactie gepraat die voor de buitenwereld voornamelijk bekend stond als boze mannenclubje. Die boosaardige reputatie hadden ze niet zonder reden: de naam van GeenStijl is het afgelopen decennium onlosmakelijk verbonden aan relletjes, tot aan de rechtbank toe.

Uit de hand gelopen hobby
Het was Weesie die in 2003 na een paar glazen whisky de naam ‘GeenStijl’ bedacht. Geïnspireerd door de Angelsaksische en Amerikaanse pers voelde hij aan dat stellingname het goed doet bij het volk. Weesie had als algemeen verslaggever bij De Telegraaf weinig kennis van wat er allemaal mogelijk was op het internet en vroeg zijn collega Romke Spierdijk (Rombo) mee te denken over het concept van de website.

Spierdijk en Weesie vonden de traditionele journalistiek maar saai. Het mocht allemaal wel wat spraakmakender, zegt Spierdijk. En belangrijk: er werd pertinent niet gelinkt naar naakt, zoals andere blogs wel veel deden. ‘Dan zou GeenStijl niet meer zomaar op het werk te lezen zijn’, aldus Spierdijk.

De allereerste stukjes werden geschreven vanaf zolderkamertjes, in cafés, maar ook stiekem op de Telegraafredactie. ‘Weesie had er altijd veel lol in, vaak zag ik ’m gniffelend stukkies tikken achter zijn computer’, zegt zijn oud-Telegraafcollega Arne Biesma (Conedcone), die in de begindagen ook voor GeenStijl schreef. ‘En ondertussen werd de adjunct-hoofdredacteur van de krant steeds zenuwachtiger. Alsof hij bezig was met een razzia liep hij langs alle bureaus. Of iemand iets wist van GeenStijl?’

Het was het dagblad Trouw dat naar buiten bracht dat er Telegraafjournalisten achter de site zaten. Vanuit de Telegraaf-hoofdredactie was de angst groot dat de website de krant een slechte naam zou bezorgen. Want het waren de kranten, de traditionele media, waar de initiatiefnemers van GeenStijl zich tegen afzetten. De berichten die zij niet behandelden, pikte GeenStijl wél op. Wiegers: ‘Als we een verhaal hadden, checkten we het wel dubbel, maar we schreven het op onze eigen manier op, zodat je aan de voorkant niet meer meteen kon zien dat er toch wel journalistiek werk achter zat. Wat GeenStijl deed was onthullen, opheffen, blootleggen.’

Maar al snel liep de hobby uit de hand, herinnert Weesie zich. ‘Het kostte enorm veel tijd, terwijl die tijd er helemaal niet was; we hadden allemaal een volwaardige baan. We waren helemaal naar de klote, tikten tot drie uur ’s nachts door.’ Dat was ook de reden dat de site in 2004 drie maanden op zwart ging. Toen Weesie op vakantie was in Spanje sprak Wiegers hem aan op MSN. ‘Hij zei: “Ik verveel me de tyfus”. En dat had ik ook.’ Ze staken de koppen bij elkaar en zeiden: ‘Als we het doen, dan doen we het wél commercieel’. ‘Bij die doorstart dachten we eigenlijk: we worden nooit meer zo groot als voorheen.’ Maar binnen een week werden ze groter dan ooit.

Zompige deken
Het doorbreken van taboes was de succesformule van GeenStijl, zegt Jaap Stalenburg, die columns schreef onder de naam Starf*cker. ‘Er hing een zompige deken over Nederland. De burgers waren ontevreden en de media droegen oogkleppen: de kranten en omroepen wisten nauwelijks wat er speelde onder de bevolking. Toen kwamen er mannen zoals Pim Fortuyn en Theo van Gogh die hun mond opentrokken, de juiste toon aansloegen om de sentimenten van de Nederlandse bevolking los te krijgen. GeenStijl deinde mee op die golf. De straat kreeg een stem.’

Voor Stalenburg waren de reaguurders uiteindelijk reden te vertrekken bij GeenStijl. ‘Ik was de destructieve teneur van de reacties zat. Ik kreeg het idee dat de website gegijzeld werd door een zootje domkoppen.’

Het is een lezing waar copywriter en hardcore twitteraar Jan Bennink zich niet helemaal in herkent. Het weblog heeft volgens hem – reaguurder van het eerste uur – gezorgd voor ‘een ongekend speelse burgeremancipatie’. ‘Door als het ware elke keer goedgeschreven voorzetten te geven zijn de burgers, net als ikzelf (Bennink heeft ‘dankzij Geenstijl’ zijn eigen politieke partij Superjan opgericht, red.), op GeenStijl mee gaan denken. Dat overschreeuwde zichzelf weleens, maar er zat een serieuze ondertoon in.’ Het weblog maakte de burger mondiger, vindt Bennink. ‘Je bent als burger nu veel alerter op wat er onder de mantels van de regenten, bazen en graaiers ligt te stinken.’ In zijn ogen heeft de manier waarop GeenStijl onderwerpen aanpakt, gezorgd voor de allerbelangrijkste politieke ontwikkeling in de afgelopen tien jaar. Een burgerrevolutie, noemt hij het. ‘We zitten nu nog in de fog of war. Over een jaar of tien wordt pas duidelijk hoe belangrijk GeenStijl is geweest. Ik durf te zeggen dat het door GeenStijl komt dat de katholieke kerk niet wegkomt met al dat misbruik. In tijdschriften en op internet heerst nu de tendens van “fuck you, we don’t do what you tell me”.’ Maar het GeenStijl succes was niet gelukt zonder Weesie, volgens Stalenburg. ‘Hij heeft het ultieme onderbuikgevoel: hij weet wat de mensen bezighoudt.’

Angst en hoop
De Telegraaf Media Groep (TMG) zag medio 2005 wel brood in het weblog. De krantenuitgever nam in 2006 een minderheidsbelang van 40 procent in GeenStijl. Marianne Zwagerman kreeg vanuit de directie van TMG opdracht Weesie, toen nog werknemer bij de krant, te benaderen voor een overname. Zwagerman gaf Weesie en Wiegers de opdracht te beschrijven wat GeenStijl kon bieden. Daaruit vloeide het document ‘Geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug’ voort. Zwagerman: ‘Het was met een ongelooflijk zelfvertrouwen geschreven. De rode draad was dat de kranten verloren waren en internet de toekomst had.’

Geen mank paard

In 2009 verliet Weesie GeenStijl om PowNed te leiden. Wiegers bleef nog een jaar langer, om alles ‘goed achter te laten’. ‘Ik miste hem wel, ja. Dominique en ik waren op de redactie kleine “Murdochjes”, we bemoeiden ons overal mee: de commercie, techniek, journalistiek. Na acht jaar vond ik het genoeg’, zegt Wiegers.

Met het vertrek van Weesie en Wiegers kreeg GeenStijl een andere functie. De stijl van de geschreven stukjes bleef hetzelfde, maar GeenStijl haalde minder het nieuws. Weesie: ‘Of GeenStijl braver is geworden, daar kan ik niet over oordelen. Ik wil niet over mijn eigen graf heen regeren.’

Zwagerman zegt ‘de functie van GeenStijl nu minder goed te kunnen duiden’. Ja, GeenStijl heeft de journalistieke grenzen opgerekt, zodat er ineens werd gezegd wat er werd gedacht, vindt Zwagerman. Maar nu? ‘Ze zorgen niet meer voor vernieuwing. In die zin is hun rol uitgespeeld. Misschien kan GeenStijl zich in een soort status quo handhaven.’

‘Vlees noch vis’, concludeert Stalenburg. ‘Toen de site in zijn bloeiperiode zat, keek elke ambtenaar aan het begin van zijn werkdag even op de site om te lezen wat er was gebeurd in de wereld. Nu is de urgentie eraf. Ze brengen geen nieuws meer. Het is hooguit nog satire met opgeheven vinger of een keer een gore grap.’

Eerst was het een shockblog volgens Stalenburg, daarna een nieuwssite en nu: ‘Ach, het zit er een beetje tussenin. De redactieleden van nu zijn prima kerels, talentvol ook, maar ze missen Weesie.’

Stalenburg haalt de in de media veelgebruikte quote van Weesie aan: ‘Aan de rand van het ravijn staan de mooiste bloemetjes’. Het was Weesies verklaring waarom hij met GeenStijl altijd de grens opzocht en deze overschreed. Stalenburg: ‘Andere media plukken die bloemetjes nu ook.’

Universitair docent Journalistiek en Media Alexander Pleijter zegt het ook: het nieuwe is eraf. ‘We zijn eraan gewend, daarom heeft het minder effect. GeenStijl begon al meteen in de overtreffende trap. Je kunt niet meer harder gaan als je aan de top begint. De stukjes roepen nu minder verontwaardiging op dan vroeger.’

Die verontwaardiging ging – en gaat – vaak over journalistieke regels die door de redacteuren aan de laars worden gelapt. ‘Privacy is in de media de laatste jaren steeds minder heilig geworden: er worden sneller foto’s en namen van slachtoffers of daders gepubliceerd. GeenStijl had hier een voortrekkersrol in.’ Maar aan de andere kant, zegt Pleijter, is GeenStijl ook een voorbeeld voor de journalistiek: ‘Het is een van de meest transparant werkende media in Nederland. Iedere bron in het bericht wordt gelinkt naar een filmpje, site of document.’ Pleijter denkt niet dat GeenStijl dicht bij zijn houdbaarheidsdatum is. ‘De bezoekcijfers groeien, dus ik heb geen enkele reden te twijfelen aan de toekomst van de site.’

Wiegers is voorzichtiger met het omschrijven van de huidige functie van de site. ‘Wat anderen ervan vinden boeit me niet’, is zijn eerste, nuchtere reactie. Later: ‘Doordat Twitter nu het eerst met breaking news komt, is de rol wel iets veranderd, meer interpreterend.’ Meer laat hij niet los. Een grinnik. ‘Ik vertel gewoon niet alles.’

Het was Weesie zelf die in 2008 al aankaartte dat de ‘nieuwigheid’ er wel vanaf was. ‘Als je kijkt naar wat wij in 2003 deden en dat vergelijkt met nu, dan zijn we langzamerhand wel heel netjes geworden.’ In diezelfde tijd sprak journalist Henk Blanken Weesie uitvoerig over de toekomst van de site. Weesie legde hem uit dat GeenStijl veroudert. ‘Als GeenStijl hetzelfde soort website wil blijven, ietwat puberaal, studentikoos, anti-autoritair zullen ze iets moeten doen. Langzaam maar zeker ontgroeien ze zichzelf’, aldus Blanken.

Uiteindelijk bepalen de lezers, naast uiteraard TMG, of GeenStijl nog bestaansrecht heeft of niet. Bennink: ‘Wat heel belangrijk is: als ze zelf het idee hebben dat het minder wordt, dat moeten ze ook kappen. Direct. Het is heel zielig om sterren te zien uitblussen. Het moet krachtig blijven, zoals GeenStijl dat altijd is geweest. Het mag geen mank paard worden.’

Geenstijl
Oprichting: 10 april 2003. De Telegraaf Media Groep (TMG) nam in 2006 een minderheidsbelang van 40 procent in GeenStijl. Sinds begin 2008 is de website volledig eigendom van TMG.
Belangrijkste redactieleden sinds oprichting: Dominique Weesie (Fleischbaum, 2003-2009), de geestelijk vader van de site, nu voorzitter en presentator bij PowNed.  Ambroos Wiegers (Prof Hoxha, 2004-2010) was tot Weesies vertrek in 2009 zijn rechterhand. Wiegers volgt nu een opleiding tot helikopterpiloot met een commerciële licentie. Daarnaast is hij bezig met opzetten van een nieuw bedrijfje in sensortechnologie voor de maritieme sector. Marck Burema (Pritt, 2006) is de huidige hoofdredacteur. Bert Brussen (2006 – 2007, 2010 – heden), Rutger Castricum voor GeenStijl TV (2006-2010).
Bereik: uit metingen van Stichting Internet­reclame blijkt dat het bereik het afgelopen jaar is toegenomen. Had de website in februari 2011 nog zo’n 700.000 unieke bezoekers, een jaar later is dat aantal opgelopen naar ruim 775.000. In 2010 liep het bezoekersaantal echter iets terug in vergelijking tot 2009.

Relletjes
De eerste rel waar GeenStijl de media mee haalde, was de actie waar ze deejay Patrick Kicken van al zijn airmiles punten bestalen, om aan te tonen hoe onveilig het systeem was.
GeenStijl is ook niet vies van het doodverklaren van bekende Nederlanders. Zo werd in 2007 ten onrechte bericht dat Felix Meurders zou zijn overleden, na een aanrijding op de Plantage Kerklaan. Ook Piet Paulusma werd doodverklaard.
Op 1 november 2008 meldde GeenStijl dat in een folder in het lespakket ‘Dag van het Respect’ voor de basisscholen, een vergelijking werd gemaakt tussen Hitler en Geert Wilders. Drie dagen later kwam het volop in het nieuws. Er volgde een debat in de Tweede Kamer.
In 2008 interviewde Rutger Castricum minister Ella Vogelaar over de spindocter die ze toegewezen gekregen zou hebben. Ze klapte dicht en het mediaoptreden zorgde er mede voor dat ze uiteindelijk aftrad. Dit fragment werd in 2008 genomineerd als politiek moment van het jaar.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.