Dit heb je gemist op het Festival van de Journalistiek
Afgelopen vrijdag vond het Festival van de Journalistiek plaats in museum Beeld en Geluid in Den Haag. Onderzoeksjournalist Christiaan Triebert (New York Times) werd bijvoorbeeld door Frènk van der Linden ondervraagd, FTM's Eric Smit werd getatoeëerd (de video hiervan verschijnt later op Villamedia.nl) en Pieter Omtzigt pakte de journalistiek aan. Hieronder hebben we enkele hoogtepunten voor je samengevat.
Christiaan Triebert (32), onderzoeksjournalist bij The New York Times, heeft nu al een cv waar je u tegen zegt en een prijzenkast met onder andere de Pulitzer Prize. Hij sloot zich in 2015 aan bij het online onderzoeksplatform Bellingcat. In 2019 ging hij naar The New York Times. Enkele van zijn werken zijn het identificeren van de daders van de bestorming van het Capitool in Washington D.C. en het in kaart brengen van burgerdoden door Israëlische luchtaanvallen. 8 vragen uit het publiek aan Christiaan Triebert. Gemodereerd door Frénk van der Linden.
Wat heb jij als Nederlandse journalist kunnen leren aan de journalisten van de New York Times?
‘Ik maak gebruik van openbare informatie voor onderzoek. Ik heb heel veel geluk heb gehad dat dat door New York Times werd gewaardeerd en daarin werd geïnvesteerd.
Ik begon dit werk te doen tijdens mijn studie. En wat fantastisch is aan Nederland, dat je een studiebeurs kunt krijgen en rentevrij kunt lenen om je studie te betalen. Dat gaf mij heel veel vrijheid en tijd om lange tijd online te kunnen graven.’
Wat doe je bij de New York Times in essentie?
‘Het combineren van traditionele journalistiek met visueel bewijsmateriaal. Dan gaat het om satellietbeelden of beelden op TikTok om zodoende nieuwsfeiten te achterhalen, te reconstrueren en de macht ervan verantwoordelijk te maken. Het is eigenlijk traditionele journalistiek met alles wat we legaal kunnen gebruiken.’
Vertrouwen in de media
Wat kunnen verslaggevers, interviewers en hoofdredacties doen aan het toenemende wantrouwen in de media? Motivaction presenteerde in het avondprogramma van het Festival van de Journalistiek de resultaten van het meest recente onderzoek naar wantrouwen. Aankomende journalisten interviewden daarnaast een dertigtal vertegenwoordigers van mediaorganisaties hoe zij het vertrouwen bevorderen en terugwinnen.
Eerst enkele cijfers. Pakweg 1 op de 7 Nederlanders vindt dat je het nieuws niet zomaar kunt vertrouwen. In 2021 had 9 procent van de Nederlanders weinig tot geen vertrouwen inde media, in december 2022 was dat 12 procent en in juni 2023 is dit opgelopen tot 14 procent. ‘Als we kijken naar de andere landen, staan we met 53 procent vertrouwen in de media nog steeds bovenaan’, zegt directeur Peter-Paul Verheggen van Motivaction, ‘maar het neemt wel af. Het is niet direct kommer en kwel, maar de cijfers zouden wel een wake-up call moeten zijn.’
De roast van Pieter Omtzigt
Pieter Omtzigt ‘roast’ media en politiek, zo werd hij aangekondigd op het Festival van de Journalistiek. Hij bedacht die titel niet zelf. ‘Maar ik voel me wel vrij om de grill flink aan te zetten.’ Aan aanmaakhout voor het vuurtje geen gebrek. Wat hem met name zorgen baart is de afhankelijkheidsrelatie van journalisten. Zowel aan de kant van de politiek als die van de eigen werkgever.
“De journalistiek is onderhevig aan erosie en die komt van twee kanten. Van de kant van de pers zelf en die van de zittende macht. Neem het aantal voorlichters. In 2017 had het rijk 633 fte aan communicatiemedewerkers en in 2023 zijn dit er 936, een toename van 50 procent. Dat tast het evenwicht aan, stelt Omtzigt. Hun taak is vooral om bewindspersonen te beschermen, meer dan informeren. Aan het begin van de toeslagenaffaire werd er keihard ontkend dat er een probleem was. ‘Journalisten zouden gewoon een beetje achterdochtig zijn en spijkers op laag water zoeken.’”


Praat mee