website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Linda Nab. Ook lid worden?

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

De vrije geest van Tim Hofman

Linda Nab — Geplaatst op zaterdag 29 oktober 2016, 10:00

© TRIK

Interview BNN-VARA-gezicht Tim Hofman behoort tot een nieuwe generatie programmamakers die televisie niet meer per definitie als de heilige graal beschouwt en experimenteert op internet. Sinds juni scoort hij hoge kijkcijfers op YouTube met zijn internetprogramma #BOOS.

Tim Hofman (28) rommelt met één hand in zijn rugzak, naarstig op zoek naar een sigaret terwijl hij, ineens scherp, tot de kern van zijn betoog komt. Op de terloopse opmerking dat zijn internetprogramma #BOOS volgens NPO-regels eigenlijk niet mag, en dus slechts wordt gedoogd, reageert hij fel. ‘Gedóógd ja. Het is wáánzin! Als je televisie maakt, moet je zorgen dat je je content aanbiedt op de plek waar je kijker aanwezig is. En dat is ook online. Daar moet je meer doen dan alleen in het verlengde van je programma korte stukjes of een extra fragmentje na een uitzending plaatsen.’ Uit zijn tas heeft hij inmiddels een sigarettenpakje gevist – leeg. Hij moet ervan zuchten. ‘Het landschap verandert, dus moeten we mee veranderen. En daar zijn we al rijkelijk laat mee, dus laten we alsjeblieft zorgen dat het geregeld wordt. Dat is waar wij van BNN-VARA – en ik denk alle omroepen – voor lobbyen.’

Net daarvoor heeft hij het verhaal afgestoken over hoe zijn publieke ruzietje van onlangs met NPO3 netmanager Suzanne Kunzeler is uitgesproken over een kop koffie. (Kunzeler zei onlangs in Het Parool over zijn YouTube kanaal dat de NPO daar ‘niet voor op aarde is’, waarop hij in een ingezonden brief, opgesteld in niet te versmaden #BOOS-terminologie, reageerde dat ‘Suurzan Kunstelaar het internet niet snapt’.) Het was een ‘sportief gesprek’ dat gezorgd heeft voor ‘wederzijds begrip’ (‘Je zou kunnen zeggen dat ze de switch naar internet te laat of verkeerd hebben gemaakt, maar bij de NPO zitten ze ook vast aan restricties uit Den Haag.’) en de nodige discussie over het online beleid van de NPO maar weer eens aanzwengelt.

Even terug naar het begin. In juni lanceert BNN bij wijze van experiment het YouTube kanaal #BOOS, waarop elke donderdag een tien minuten durende #BOOS-aflevering wordt geplaatst waarin Hofman op zijn eigen droogkomische wijze grote en kleine problemen van jongeren probeert op te lossen en ze zodoende ‘onboos’ te maken. Een soort Breekijzer-light, door BNN betaald uit eigen zak – want tegen NPO-regels –  maar binnen de kortste keren een doorslaand succes. In vier maanden tijd hebben zich ruim 176.000 kijkers op het kanaal geabonneerd. Een gemiddelde #BOOS aflevering heeft tussen de 300.000 en 500.000 views. En, saillant: #BOOS trekt precies de doelgroep die NPO3 de voorbije jaren de rug heeft toegekeerd: kijkers tussen de 18 en 35 jaar.

Het gaat niet goed met jongerenzender NPO3. De gemiddelde kijker is ruim 40. Wat zou jij doen als je Suzanne Kunzeler was?
‘Ik ben Kunzeler niet; ik hoef ook nog niet zo nodig met een grijs pak en een stropdas aan een vergadertafel. Ik maak content, en benader dingen daarom vanuit een andere hoek. Wat ik wel weet, is dat jongeren uit zichzelf de tv niet meer aanzetten. Ik doe het zelf ook niet zo snel meer; ik kijk iets wel op internet. Jongeren grijpen toch eerder naar wat we nog niet zo heel lang geleden het tweede scherm noemden: je telefoon, iPad of laptop. Bij BNN-VARA merkten we dat bijvoorbeeld aan Spuiten en Slikken. Op tv liepen de kijkcijfers iets terug, terwijl we online echt door het dak gingen. Daarom hebben we nu ook #BOOS ontwikkeld. We dachten: als onze doelgroep online zit, maken we daar iets voor. Exclusief.’

De Britse jongerenzender BBC3 is onlangs volledig online gegaan. Daar zijn ze gestopt met proberen de jeugd naar de televisie te trekken. Is dat een oplossing?
‘Misschien. Maar niet alles wat je maakt voor tv leent zich voor internet. Bovendien zet je internet en tv dan weer tegenover elkaar, terwijl ze prima naast elkaar kunnen bestaan. Wat mensen nog steeds doen is roepen dat internet groter is dan tv, of andersom, dat tv nog altijd belangrijker is dan internet. Dat is niet eerlijk. Het zijn twee verschillende dingen. Internet zou naast tv en radio, gewoon de derde tak van sport moeten zijn.’

Was je verrast dat #BOOS zo snel een succes werd?
‘We stonden er wel een beetje van te kijken. Het loopt, en het maakt wat los. Ook in de politiek. De hele Tweede Kamer kijkt naar #BOOS omdat wij aandacht hebben besteed aan het gereformeerde Hoornbeeck College dat een meisje weigerde op grond van haar identiteit; ze was niet christelijk. Door ons staat de Acceptatiewet nu weer op scherp. Dan staan we echt te juichen. En als iemand door ons toedoen zijn vijf tientjes terugkrijgt, is dat ook leuk.’

Wat maakt dit programma zo specifiek voor internet?
‘#BOOS is veel, snel gemonteerd. Iedere vier seconden gebeurt er wat. Maar verder hebben we eigenlijk zo’n beetje alle YouTube-regels aan onze laars gelapt. Op YouTube staat veel vlakke, platte shit. Dat doet het goed bij jongeren. Maar dat moet niet de kern zijn van jongeren bereiken als het om de NPO gaat. Ik wil laten zien dat je die doelgroep ook met goede content kunt bereiken. Dat je daar echt niet een vlogger voor hoeft te zijn die filmt hoe hij zijn afwas doet. Daarom zit er ook echt een team goede makers op #BOOS.’

Hoe betrokken ben je geweest bij de totstandkoming?
‘Ik heb het mede ontwikkeld. BNN-VARA heeft het eerst aangeboden aan de NPO als een soort Breekijzer voor jonge mensen. Voor de televisie werd het afgewezen, maar ik zag er wel iets in voor online. Ik vond alleen dat Breekijzer te agressief was. Ik ben helemaal niet zo’n boos mens. Ik zag het voor me met veel kleur, vrolijk, bijna absurd; dat is een stijltje dat bij mij past. Dus werd het luchtig. Alles wat grijs is, letterlijk en figuurlijk, krijgt kleur. Elke aflevering gaat er bij wijze van gimmick een confettikanon af.’

De cameraman komt de binnenplaats van BNN-VARA opgelopen, waar Hofman inmiddels een sigaret heeft weten te versieren bij een collega. ‘Wat ga je doen’, roept hij. ‘Even een introshotje draaien’, zegt de cameraman terwijl hij naar een geschikte plek zoekt. ‘Ik dacht aan het beton hier.’ Hofman schudt zijn hoofd: ‘Nee, ik wil iets met kleur. Binnen, bij de rode muur.’ Hij richt zich weer op het interview en grijnst: ‘Te grijs hier, zie je. Dat wil ik niet. Dat komt echt heel nauw.’

#BOOS past niet in het beleid, succes of niet. Wat betekent dat voor de toekomst?
‘Voorlopig niets. BNN heeft net toegezegd dat we nog een jaar geld uit de verenigingskas krijgen om het te blijven maken. En vanaf dit najaar gaan we ook, in aanloop naar de verkiezingen, #BOOS Polertiek (Politiek in #BOOS-terminologie, red.) maken. Voor Spuiten en Slikken stond ik vorig jaar naar aanleiding van de pillenpetitie (BNN startte een petitie om een debat te voeren over het beleid dat feestgangers een strafblad krijgen wanneer zij gepakt worden met een gebruikershoeveelheid drugs, red.) te speechen in de Tweede Kamer, en bleek dat veel van mijn volgers, allemaal jonge kids, ineens Politiek24 zaten te kijken omdat ik daar stond. Toen dacht ik: er is dus wel interesse voor politiek, als je het goed brengt. Alleen is het vaak te grijs, te grauw, te onbegrijpelijk. Jongeren kunnen straks bij #BOOS Polertiek aankloppen als ze boos zijn op een politicus, een wet of bepaald beleid. Ik neem ze mee naar Den Haag en daar leggen we hun zaak aan politici voor: door jouw wet heeft hij geen studiefinanciering meer. Of door jouw uitspraken voelt hij zich ongewenst in Nederland.’

#BOOS is natuurlijk een knipoog naar het programma Bart B.O.O.S. van Bart de Graaff. Toen hij dat maakte, was je 4. Heb je dat later ooit gezien?
‘Ik heb het teruggekeken en ik vond dat wel leuk ja. Weet je wat het met Bart de Graaff is? Hij deed dingen die over het randje waren, maar nooit vanuit een vals of gemeen motief. Hij kon iemand verbaal in zijn zak trappen of een baksteen door de ruit gooien, maar altijd met een glimlach en daarna zeggen: kijk, het is allemaal oké. Ik herken me daar wel in.’

Beschouw je hem als een rolmodel?
‘Nee. Ik vind iemand goed of niet. Of leuk of niet. Ik ga niemand verheffen tot rolmodel, icoon of held. Maar ik dacht wel: ik mag de titel BOOS nieuw leven inblazen. Dan moet je niet op je bek gaan.’

Bart de Graaff was rebels, maar het bleef vaak wel bij belletje trekken. Hoe zit dat voor jou?
‘Ik heb een agenda.’

En die is?
‘Opkomen voor de vrijheid van jonge mensen. De vrijheid van geest. Over alles kunnen praten. Het is een bepaald Libertarisch gedachtegoed.
En jouw vrije geest hoeft niet dezelfde te zijn als die van mij. Ik heb niets met religie, maar iemand moet wel in zijn god kunnen geloven. En ik heb nog nooit een gram harddrugs aangeraakt, nog nooit. Maar ik sta wel in de Tweede Kamer met mijn pillenpetitie omdat ik het geen doodzonde vind als een volwassen iemand twee pillen wil nemen. Zo zijn er genoeg thema’s waarvan ik denk: daar kunnen we vrijer over zijn. Vaak kan en mag alles zwart op wit – goddank – maar in de praktijk heb ik homo-vrienden die niet hand in hand over straat durven. Dat is niet vrij; het heeft niets te maken met het progressief-liberale gedachtegoed dat Nederland altijd sierde.’

Kom je uit zo’n Libertarisch milieu?
‘Ik kom uit een gezin waar altijd alles bespreekbaar en open was, maar verder was het een heel gewoon middenstandsgezin met twee werkende ouders. Ik ben de oudste van vijf kids. Ik weet niet zo goed waar mijn hang naar een vrije geest vandaan komt. Toen ik 2 was, noemde mijn moeder me al “Timmie-nee”. Ik moest altijd alles zelf voelen en uitvinden. Ik vind dat jonge mensen het recht hebben om dat te doen - altijd in acht nemend dat ze er niet iemand op een vervelende manier mee in de weg zitten. Dus dat is mijn agenda. Alles wat ik maak, staat daar in dienst van.’

Meet je elke nieuwe klus aan die maatstaf?
‘Ja. Het hoeft allemaal niet zo extreem, want #BOOS is daarin weer veel lichter. Maar weet je waarom ik het belangrijk vind? Op tv komen, publiek figuur zijn: het wordt zo snel narcistisch. Zo van: kijk mij eens leuk zijn op een beeldscherm, de wereld draait om mij. Ik walg daarvan. Het gaat nu als een tierelier. Zolang dat zo is, laat ik er dan – in mijn ogen – wat zinnigs mee doen.’

Waarom zat je dan in hemelsnaam in Ranking the Stars?
‘Ik heb echt zeven mensen van de directie aan de lijn gehad om te zeggen dat ik niet ging. Maar ik moest, want de airtime was nodig voor een nieuw seizoen Spuiten en Slikken. Ik heb drie afleveringen gedaan en toen zei ik: jongens, dit was het. Ik wil best een keer een promopraatje doen. Ik heb ook bij Gordon op de bank gezeten, omdat Je Zal Het Maar Hebben eraan kwam, hartstikke gezellig. Maar het nieuwe seizoen Ranking the Stars ga ik niet doen, ik krijg dat niet aan mezelf verkocht.’

Hoe daarmee om te gaan?
‘Ja. Ik kijk letterlijk elke dag in de spiegel en dan denk ik: niet naast je schoenen lopen, geen arrogante kwal worden. Maar weet je wat het is? Iedereen gaat erin mee. Als je op tv komt en je schijt ergens op tafel dan wordt erom gelachen.’

Eigenlijk wilde je schrijver worden. Je blogde, schreef columns en gedichten en maakte ondertussen drie studies niet af tot je in 2011 naar de BNN University ging.
‘Ik studeerde, maar vond dat een vreselijk dicht geplamuurd pad. Het voelde niet vrij. Maar ik vind niet dat vrijheid gelijk moet staan aan: geen reet doen. Dus ik zette een ander plan op, en dat was televisie maken. Ik keek graag naar Man Bijt Hond. En ik vond Rutger Castricum tof toen hij nog dat politieke deed, dat wrong zo lekker. Ik had ook al filmpjes gemaakt. Dus meldde ik me bij BNN. Duizenden aanmeldingen waren er. Ik weet niet of je mij wel eens gezien hebt vroeger? Met m’n gekke lange haren, per ongeluk geblondeerd met de blondspray van mijn vriendin, met m’n puistjes en te grote truien. Ik zag eruit als een zeloot en ik stond alleen maar naar mijn schoenen te kijken. Dus ik dacht: de kans is klein.’

Toch zagen ze iets in jou. Gerke Nauta, toen hoofdredacteur, inmiddels hoofd infotainment, omschrijft je in die tijd als een enorme stuiterbal, moeilijk in te tomen ook. Je zwakte, maar ook je kracht. Herken je dat?
‘Ja, ik ging overal zonder gêne in. Ik vroeg alles, en ging soms over het randje. Controle moest ik nog leren. Waar was het goed en relevant om er vol in te gaan, en waar moest ik af en toe mijn mond eens houden? Maar ik had wel al de visie die ik nu nog heb, en ik denk dat dat voelbaar was, los van mijn gebrek aan techniek. Want ik heb geen journalistieke opleiding gedaan. Als er bij Spuiten en Slikken een gast met twee vingers in iemands anus zat, dan vroeg ik gewoon: wat ben je nu aan het doen?’

Ik gok dat je daar met een journalistieke opleiding niet veel verder mee was gekomen…
‘Precies! Misschien heeft het me wel geholpen dat ik geen restricties had. Ik ben overal vanuit mijn eigen interesses ingegaan. En ik heb dan wel geen opleiding, maar ben wel een vakidioot en wil graag weten hoe dingen moeten.’

Sinds vorig jaar presenteer je Je Zal Het Maar Hebben, en maak je lange reportages voor Spuiten en Slikken op reis. De wat serieuzere human interest. Was dat een kant die je graag op wilde?
‘Ja. De schreeuwende rebel zijn, zit nog steeds in me, maar voor deze programma’s kan ik een totaal ander register van mezelf aanspreken. Ik merkte voor het eerst dat ik dat kon toen ik voor Spuiten en Slikken iemand met Korsakov moest interviewen. Toen dacht ik: nu moet ik laten zien dat ik die man op een respectvolle manier kan neerzetten. Niet als een voorheen zuipende malloot, maar als iemand met een mentaal probleem. Ik ben heel gericht vragen gaan stellen, terwijl ik er ook voor zorgde dat het lucht kreeg. Er zaten wel grapjes in, maar het was niet respectloos. En dat was eigenlijk voor het eerst dat ik dacht: ik weet wat ik aan het doen ben. Daarvoor was mijn grootste vrees toch altijd: straks ziet iedereen dat ik het niet kan. Kort daarna mocht ik Je Zal Het Maar Hebben gaan maken.’

Wat zou je volgende stap kunnen zijn?
‘Ik wil heel graag Over Mijn Lijk maken. Valerio doet dat nu heel goed, maar vaak doen presentatoren dat niet meer dan vijf jaar. Iets meer documentair draaien ook, maar dat heeft geen haast. En ik wil #BOOS als platform uitbreiden. Dat is het wel, voor de komende twee jaar.’

Nauta zei: ik zie hem ook wel voor me aan een talkshowtafel. Die autoriteit zou je hebben.
‘Ik wil dat wel, maar ik moet niet te hard van de toren blazen. Ik ben pas 28. Jeroen en Matthijs zijn zo vreselijk goed omdat ze al 35 jaar de krant lezen. Matthijs was hoofdredacteur van Het Parool, Jeroen was volgens mij al journalist voordat hij werd geboren. Dat maakt die mannen de beste. Ik ambieer het absoluut, en ik hoef niet per se te wachten tot ik 50 ben, maar ik wil eerst iets meer een zwaargewicht worden. Bovendien, het landschap verandert ook.’

Over twintig jaar, dan kijken we misschien helemaal geen televisie meer.
‘Op een andere manier denk ik. Ik zorg in ieder geval dat ik erbij ben. Net als ik dat nu ook doe.’

Tim Hofman (Vlaardingen, 1988) is programmamaker bij BNN-VARA. Hij presenteert programma’s als Spuiten en Slikken op reis en Je Zal Het Maar ­Hebben. Sinds juni maakt hij voor de omroep ook het YouTube-kanaal #BOOS. Naast zijn werk voor BNN-VARA is Hofman columnist voor Nieuwe Revu, blogger en werkt hij aan zijn eerste dichtbundel die januari 2017 verschijnt. Hofman begon zijn televisie carrière als verslaggever bij 101 TV, het digitale themakanaal van BNN, nadat hij eerst de BNN University had doorlopen

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.