foj 2019

— vrijdag 3 juni 2011, 10:00 | 0 reacties, praat mee

De vijf datageboden

Sinds WikiLeaks zijn de Nederlandse media in de ban van datajournalistiek; een discipline op het snijvlak van journalistiek, programmeren, vormgeven en statistiek. Welke vaardigheden moet een journalist beheersen om met dit nieuwe vak aan de slag te kunnen? Villamedia stelde, met hulp van kenners, vijf geboden op.

En dan graag een beetje verder dan die simpele zoek­opdracht op Twitter of Google, want daar kom je als journalist tegenwoordig echt niet meer mee weg, aldus Henk van Ess, zoekexpert en voorzitter van de VVOJ. ‘Vooral onder jongeren heerst het idee dat je met ­
Google en sociale netwerken een heel eind komt. Natuurlijk, je vindt veel. De kunst is juist om minder te vinden. Vlak na het uitbreken van de brand bij Chemie-Pack stond het web vol reacties. Maar hoe kom je te weten wat voorafgaand aan een nieuwsfeit is gezegd door werknemers? Nog te weinig mensen weten dat je bijvoorbeeld in Twitter het commando “since until” kan toevoegen of zoiets kan vinden met Realtime en Searchtastic. Zelf voor ervaren onderzoeks­journalisten zijn dat soort trucs af en toe nog een eye-opener.’

Los daarvan is het van belang dat journalisten verder kijken dan Google, dat grofweg maar twee van de tien beschikbare bronnen kan zien. Voor je het weet, loop je tienduizenden journalistiek relevante databanken mis. Ook kennis van de procedures rond de Wob is een vaardigheid die niet mag ontbreken.

Laurens Verhagen, hoofdredacteur van NU.nl, ziet tot slot ‘ouderwets netwerken’ als een manier om aan bronnen te komen. Hij nam vorig jaar als een van de eersten een allround datajournalist in dienst en vindt het belangrijk dat hij congressen en andere bijeenkomsten afloopt. ‘Dat zijn vaak plekken waar je geconfronteerd wordt met nieuwe data.’

Sinds het digitale tijdperk is de hoeveelheid data die tot onze beschikking staat geëxplodeerd. En er komt steeds meer bij. Neem Wiki-Leaks, dat in juli vorig jaar 92.000 voorheen geheime bestanden in één klap toevoegde. Het Belgische magazine Mo* schatte vorig jaar in een serie over de toekomst van de journalistiek de totale hoeveelheid digitale data op één zettabyte. Voor een leek een vrij ongrijpbaar begrip, maar als je weet die ene zettabyte gelijk staat aan 250 miljard speelfilms, kun je je er misschien een voorstelling van maken. Zie daar je weg maar in te vinden. En toch moet een datajournalist zich niet laten overdonderen door die grote hoeveelheden informatie. Van Ess: ‘Als je naar een enorme lijst getallen kijkt en denkt: waar moet ik beginnen? Dan zit je niet op de goede plek.’

Om door de bomen het bos te blijven zien is er volgens Bas Broekhuizen één simpele vaardigheid nodig die het leven van een datajournalist al direct een stuk aangenamer maakt namelijk: het goed kunnen formuleren van een scherpe journalistieke vraag vóórdat je je in de brij aan informatie stort. Broekhuizen werkt aan een promotie over interactieve infographics en geeft college aan de Universiteit Leiden op het gebied van Journalistiek en Nieuwe Media. ‘Het klinkt misschien heel obligaat, maar bedenk eerst wat je wilt weten, en ga dan op zoek naar de data . Gewoon maar een beetje zoeken naar interessante data kan best mooie dingen opleveren, en er zouden zeker mensen moeten zijn die dat af en toe doen. Maar omdat het aanbod zo ontzettend groot is, is dat niet de meest efficiënte manier. Als je gericht zoekt, is het een stuk minder erg dat er zo veel is. Dan zoek je nog steeds naar een speld in de hooiberg, maar weet je in ieder geval dat je op zoek bent naar een speld.’

Wanneer de benodigde informatie is binnengehaald, is het zaak dat je inzicht krijgt in al die gegevens. De volgende stap is dan ook dat je de techniek beheerst om de antwoorden op je oorspronkelijke vraag uit al die spreadsheets of PDF’s te halen. Broekhuizen: ‘Er zijn maar weinig mensen die meteen uitschieters of trends zien als ze een blik werpen op spreadsheets vol cijfers en andere informatie. Maar maak je er bijvoorbeeld grafiekjes van, dan zie je de afwijkingen veel sneller. Dat moet je dan wel kunnen. Omgaan met een spreadsheet vinden veel journalisten erg moeilijk, terwijl het heel belangrijk is dat ze met kwantitatieve data kunnen omgaan.’

Van Ess is dat met hem eens. ‘Jij moet de gegevens beheersen, en niet andersom. Ik wil niet zeggen dat je een techneut moet worden – liever niet. Voor 95 procent blijf je journalist, maar een paar basisvaardigheden Excel zijn een must. Je moet kunnen sorteren, tellen, vergelijken, draaitabellen maken, verschillende hoeveelheden gegevens met elkaar kunnen combineren. Dat is echt geen raketgeleerdheid; je kunt dat in een dag aanleren.’ Maar hiermee begint het onderzoek pas, waarschuwt Van Ess. ‘Je ontdekt een vreemd verschil of een bijzonder verband. Dat is het vertrekpunt van het onderzoek, niet het eindpunt.’

Verhagen van NU.nl vindt dat zijn datajournalist meer moet kunnen. Hij zette dan ook een vacature uit voor een ‘nerd met vijf poten’. ‘We zochten nadrukkelijk iemand die van begin tot het eind alles zelf kan doen.’ Dus: iemand die naast journalistiek inzicht wat snapt van statistiek en hogere wiskunde. Daarnaast moet hij al die informatie ook zelf kunnen visualiseren in de vorm van graphics of kaartjes met hulp van verschillende datatools.

‘Uiteraard is iemand altijd beter in het één dan in het ander, maar veel is bij te leren. Jelle Kams­ma, die de plek bij ons heeft ingevuld, heeft net een cursus Javascript gedaan voor het ontwikkelen van webapplicaties en interactieve graphics. Hij hoeft geen hardcore programmeur te worden, maar een beetje kennis op dat gebied is wel nodig, zodat je niet voor elk probleempje expertise van buitenaf hoeft in te schakelen.’

Grote kranten in de VS hebben datajournalistieke redacties ter grootte van soms wel 25 man, die ieder één van de benodigde disciplines – statistiek, grafische vormgeving, journalistiek, programmeren – beheerst. In Nederland staat datajournalistiek nog in de kinderschoenen en is het er de tijd niet naar om grote investeringen te doen. Dus zoeken redacties naar alleskunners.

Maar, bestaan die wel? Van Ess zegt het ‘geweldig’ te vinden dat NU.nl zich bezighoudt met datajournalistiek, maar vind het naïef om dat slechts door één persoon te laten doen. ‘Ik zou niemand in Nederland kunnen noemen die dat kan. Koester je kracht, maar ken je beperkingen. Er komen momenten waarop je een deskundige in moet schakelen.’ Hij memoreert hoe hij rond WikiLeaks telefoontjes kreeg van journalisten die gestopt waren met het door-

zoeken

van de 92.000 documenten omdat

het ze technisch te veel werd. ‘Een doodzonde. Het mag niet zo zijn dat je door technisch geneuzel niet verder kunt.’ Vanuit die irritatie zocht Van Ess contact met een programmeur met wie hij samen het zoekprogramma Cablesearch.org bouwde, waarmee WikiLeaks documenten doorzoekbaar werden. Recent kwam hij met facebook.eccar.org waarmee ­facebook beter kan worden doorzocht.

Hulp van buiten inschakelen hoeft volgens Van Ess helemaal niet te betekenen dat je grote teams moet samenstellen of veel geld moet uitgeven. Als voorbeeld tipt hij Amazons ‘Mechanical Turk’ (mturk.com). Een werkspot waar allerhande taken neergelegd kunnen worden die door technisch onderlegde mensen worden gedaan voor niet al te veel geld. Dat kunnen taken zijn als het uitvoeren van ingewikkelde statistiek, programmeren, maar ook een rotklusje als het schoonmaken van gegevens (lees: alle documenten van voor tot achter nalopen op bijvoorbeeld spel- of tikfouten die vergelijkingen tussen lijsten mis kunnen laten lopen.) Van Ess: ‘Ik laat dezelfde opdracht minimaal twee en soms wel drie keer uitvoeren. Dat is nog steeds relatief goedkoop.’

Ook Broekhuizen gelooft niet in de journalist als alleskunner. ‘Dat vond ik al toen een paar jaar geleden de discussie speelde over de multimediale journalist. Schrijven, radio maken, een filmpje en het liefst allemaal tegelijk; bij de Volkskrant hebben we het een tijdje geprobeerd maar dan merk je dat er maar een paar mensen zijn die dat kunnen. En dan nog is het niet praktisch.

Hij ziet vooral in de laatste fase van datajournalistiek een rol weggelegd voor expertise van buitenaf: de visualisatie. ‘De presentatie van je verhaal naar het publiek moet vaak mooier, beter en gebruiksvriendelijker dan de grafiekjes die je voor je eigen begrip hebt gemaakt. Iemand die goed is in het bedenken van journalistieke vragen en het vinden van informatie is niet per se degene die het goed kan presenteren. Net als een goede programmeur of grafisch vormgever niet iemand hoeft te zijn die journalistieke vragen kan bedenken. Ik zou zeggen: maak er teamwork van.’

NU.nl heeft tot nu toe nog geen externe programmeurs of vormgevers ingeschakeld. ‘We staan echt nog aan het begin en proberen zelf van alles uit. Daarbij worden we overigens wel geholpen met adviezen en tools van de organisatie Hack de Overheid (zie pag. 24) dat veel meer in de bètahoek zit dan wij. Ik kan me best voorstellen dat we in de toekomst hulp nodig hebben omdat we vastlopen. Maar om op allerlei onderdelen expertise van buiten in te schakelen? Dat schiet wat mij betreft niet op: het is duur, en werkt ook nog een vertragend.’

Door de euforie over al die mooie data die opgevist wordt en ingewikkelde technologieën waarmee je het kunt presenteren, lijkt datajournalistiek soms een doel op zich geworden en zou je bijna vergeten waar het eigenlijk om gaat: een verhaal vertellen. Ofwel: de journalistiek. Verhagen heeft vanuit het buitenland talloze graphics voorbij zien komen die prachtig waren, maar in zijn ogen toch vooral een speeltje van de vormgever om het publiek te imponeren. ‘Dan schiet het zijn doel voorbij.’

Van Ess ziet het ook in Nederland in de presentatie vaak mis gaan, vooral op internet. ‘Data wordt vaak met bakken tegelijk op het web gezet. Daardoor raak je verblind en weet je als lezer juist minder, niet meer. En dat terwijl datajournalistiek zich zo goed leent om onderwerpen heel persoonlijk te maken.’

Hij neemt wederom de brand bij Chemie-Pack als voorbeeld. Wanneer daar brand uitbreekt, kun je een lange lijst publiceren van 273 bedrijven waar zich gevaarlijke stoffen bevinden. Maar je zou de lijst ook zo kunnen verwerken dat wanneer de site-bezoeker zijn postcode intikt, hij kan zien waar de gevaarlijke bedrijven zitten binnen een straal van vijf kilometer rond zijn huis, inclusief een koppeling naar Google Streetview. Het moge duidelijk zijn welke van de twee opties van Ess’ voorkeur krijgt. En hij ziet het nog te weinig naar zijn zin. ‘Krant, radio en tv zijn massamedia. Datajournalistiek kan laten zien wat een nieuwsfeit voor iemand persoonlijk betekent.’

Ook Broekhuizen vraagt om meer context. ‘Een grafiekje is een hulpmiddel dat weinig zegt zonder context. Je kunt een prachtige info­graphic maken waarop je laat zien waar de meeste scooters worden gejat. Maar dan wil ook weten waaróm dat zo is. Die waarom-vraag haal je maar zelden uit data. Om daar antwoord op te krijgen zul je altijd terug moeten grijpen op het klassieke journalistieke handwerk. We staan aan het begin van de datajournalistiek en daarom is het nu nog erg techniekgedreven. Dat is niet erg; het is een goede eerste stap. De volgende stap is om die techniek journalistiek in te zetten om een beter verhaal te kunnen maken.’


——-

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.