foj 2019

— vrijdag 21 september 2012, 14:42 | 0 reacties, praat mee

De kruip-in-de-huid- journalistiek van Mickelle Haest

Mickelle Haest (40) zet de verhalen van anderen op papier alsof ze haar eigen belevenissen verwoordt. De rol van de interviewer verdwijnt in haar ‘miniatuurtjes’ omdat ze bijna in de huid van de geïnterviewden kruipt. Haar sfeervolle beschrijvingen van bijzondere gebeurtenissen uit het leven van alledag, staan wekelijks in Het Parool. Half oktober verschijnt haar vierde bundel. Over de uitvaartverzorger.

Op de crematie van een postzegelverzamelaar plakken alle genodigden een zegel op zijn kist zodat hij voldoende gefrankeerd is voor zijn laatste reis. Voor een zus en broer die niet met elkaar door één deur kunnen, wordt de uitvaart van hun moeder twee keer gehouden. En de trouwring van een oude man verdwijnt per ongeluk met hem in de oven, waardoor het klompje goud zijn reis tot het einde meemaakt. Het zijn drie ‘miniatuurtjes’ uit het nieuwste boek van Mickelle Haest: ‘De laatste wens’ (Thomas Rap, ISBN 9789400403048, € 13,90). Het boek is een bundeling van de serie De Kraai die wekelijks in PS van de Week van Het Parool, verschijnt. Haest kruipt daarvoor in de huid van drie uitvaartverzorgers. Eerder deed ze hetzelfde bij strafpleiter Peter Plasman, vier vrouwelijke wijkagenten en een 112-meldkamercentralist.

‘Het is allemaal met Rini begonnen’, vertelt Haest. ‘Ik kende hem uit de buurt en hij vertelde mij dat hij tijdens zijn werk als meldkamercentralist regelmatig werd uitgescholden. Juist op dat moment speelde het voorval rondom een ambulancemedewerker die in elkaar geslagen was. Dus ik bedacht om op te schrijven wat hij aan de telefoon allemaal meemaakt. In het begin vroeg ik me af of ik na vijf afleveringen al niet klaar zou zijn. Want hoe creatief kun je opschrijven dat iemand de telefoon opneemt en weer neerlegt? Je kunt je afvragen of dat niet saai wordt, maar dat bleek niet het geval te zijn omdat elk verhaal zijn eigen wending heeft.’

‘Dat is belangrijk voor mijn series. Als ik nadenk over beroepen waar ik achter de voordeur zou willen kijken, dan moet er altijd een soort dynamiek in zitten. Er moeten genoeg verhalen te vertellen zijn en het onderwerp moet niet alleen maar zwaarmoedig zijn. De dood – waar ‘De laatste wens’ over gaat – is natuurlijk een somber onderwerp, maar toch word je er niet alleen maar verdrietig van. Soms raken de verhalen je, moet je er om lachen, heeft het iets liefdevols, iets grappigs of verontwaardigt het je. Maar het zijn stuk voor stuk bijzondere ervaringen. De standaard dingen die mijn geïnterviewden tijdens hun werk meemaken zul je namelijk niet teruglezen. Ik vertel alleen de verhalen die ze aan het hart zijn gegaan.’

Als je de verhalen van Haest leest, merk je niet dat zij er zelf nooit bij is geweest. Niet verwonderlijk dus dat de uitgeverij onlangs een verzoek kreeg voor een interview met ‘uitvaartonderneemster Haest’. ‘Ik schrijf over een ‘ik’, die ik niet ben. Daar heb ik natuurlijk een techniek voor ontwikkeld. Eén keer in de zoveel tijd spreek ik een hele avond met een van de begrafenisondernemers. In deze serie is 80 procent van de verhalen van een wat oudere uitvaartverzorgster. Op zo’n avond laat ik haar gewoon vertellen. Ik luister, stel weinig vragen en treed tijdens die gesprekken niet heel erg in detail. Ik kan me namelijk vaak meteen iets voorstellen bij de dingen die ze vertelt.

Soms stel ik wel vragen als “Wat was dat voor vrouw?” of “Wat voor indruk maakte die persoon op jou?”. Thuis werk ik dat uit naar iets waarvan ik denk dat het zo is geweest. Met behulp van Google afbeeldingen roep ik bepaalde sfeerbeelden op. Dan denk ik: het was zo’n soort huis, dat soort mensen, hoe ziet zo’n stoel er dan uit? Uiteindelijk mail ik de geïnterviewde uitvaartverzorgster het verhaal en leest zij of het beeld dat ik heb geschetst klopt.’

‘De persoon waarover ik schrijf heeft veel invloed op het uiteindelijke resultaat, want zij is de ik van het verhaal. Dus als zij aangeeft dat iets niet klopt, dan verander ik dat. Soms is er natuurlijk wel wat discussie, dan wil ze bijvoorbeeld dat een passage geschrapt wordt. Vaak kan ik dan wel uitleggen waarom juist die passage belangrijk is. Maar als de geïnterviewde zich er toch niet senang bij voelt, dan plaatsen we het hele verhaal niet. Dat kan dan bijvoorbeeld zijn omdat de begrafenisondernemer in kwestie het gevoel heeft dat iets naar de nabestaanden toe niet kan.’

‘Niet alle nabestaanden worden van tevoren geïnformeerd over het feit dat ik een verhaal maak over de uitvaart van hun geliefde. Bij hele specifieke gebeurtenissen doe ik dat wel, maar in sommige gevallen kun je iemand niet meer achterhalen. Daarom wordt alles geanonimiseerd. Dat doe ik door de omgeving subtiel te veranderen, zonder dat je daarmee het verhaal ontkracht. Als iets heeft plaatsgevonden in Amstelveen, dan kan ik daar ook Amsterdam Zuid van maken. Daarmee blijft de sfeer van het verhaal hetzelfde. Van een wijk in Amsterdam Zuid zou je dus nooit een wijk in Amsterdam West kunnen maken. Ik zoek dus een sfeerbeeld dat past bij het echte beeld.’

‘Ik vind het wel prettig dat de drie begrafenisondernemers anoniem zijn. Door de verhalen worden ze voor veel mensen één persoon, en dat vind ik mooi. Een andere reden om de uitvaartverzorgers te anonimiseren is omdat ze nu al met regelmaat worden herkend. Over het algemeen reageren mensen daar heel enthousiast op, maar een van hen heeft ook meegemaakt dat mensen hun uitvaart opeens groter wilden plannen zodat ze met hun verhaal in Het Parool zouden komen. Dan gaat het opeens om hele andere dingen, terwijl zij gewoon een mooie uitvaart wil verzorgen.’

‘De begrafenisondernemers hebben niet direct baat bij mijn serie. Ik ga geen reclame voor ze maken. Het enige dat ik ze kan bieden is dat hun ervaringen mooi opgeschreven worden. Ik merk dat ze het best weleens vervelend vinden om ook aan mij te vertellen wat er mis is gegaan. Terwijl ik juist ook die verhalen wil, want daardoor worden de personages menselijker. De aflevering over de trouwring die per ongeluk mee de oven in gaat, is zo’n verhaal.’

‘Sommige mensen ervaren hun verhaal in Het Parool als een eerbetoon, een soort extra nalatenschap. Naar aanleiding van mijn serie “112 daar red je levens mee” kreeg ik weleens een enkele keer een mailtje, maar nu krijg ik een heleboel positieve reacties. Laatst was er bijvoorbeeld iemand die contact met mij opnam omdat hij bijna dood ging. Hij zou het wel prettig vinden als ik over zijn uitvaart zou publiceren. Maar ik krijg ook brieven van nabestaanden die blij zijn met hoe ik een bepaalde uitvaart had beschreven en waarvoor ze me dan willen bedanken. Ik word daar een beetje verlegen van. Maar dat maakt het natuurlijk ook heel bijzonder om deze verhalen op papier te zetten.’

Bekijk meer van

vvoj 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.