— vrijdag 15 januari 2010 22:50 | 0 reacties , praat mee

De journalist als multimediale Hulk

De journalist als multimediale Hulk
© Berend Vonk

De multimediaal werkende vakbroeder lijkt op z’n retour. Verslaggevers hoeven niet meer én te schrijven én filmpjes te maken én te fotograferen terwijl ze ook nog een weblog bijhouden. Toch zijn er die het doen – met wisselend succes. ‘Ik zat de hele dag ineen hotelkamer producten te versturen.’ Laatste wijziging: 14 februari 2013, 17:50

Volgens Paul van Gessel, hoofdredacteur van BNR Nieuwsradio, zit de multimediale journalist vooral in de hoofden van managers. ‘Het idee dat één journalist moet kunnen schrijven, filmen en fotograferen heeft de redacties verlaten. Veel radiomakers zijn geen schrijvers en andersom.’ De fusie tussen BNR Nieuwsradio en Het Financieele Dagblad (FD) maakte dit voor Van Gessel duidelijk. Op de FD redactie werken bovendien expertjournalisten. ‘Slechts 20 procent van de inhoud van BNR Nieuwsradio is bruikbaar voor de krant.’ Aldus de hoofdredacteur.

Van Gessel ziet de huidige journalist als contentmanager. De verslaggever interviewt zodanig dat het opgeleverde materiaal in meerdere mediatypen past. De contentmanager bepaalt dan wat in welk medium wordt gegoten. ‘Een dure aangelegenheid’, aldus Van Gessel. ‘De NOS heeft geld genoeg en kan zo werken; BNR moet scherpe keuzes maken. Gaat een journalist voor televisie op stap, dan blijft het daarbij. Een televisie-item maken en een stukje over hetzelfde onderwerp schrijven kan nog wel. Een paar quootjes uit het item halen en dit als volwaardige radioreportage presenteren niet.’

‘Op een gegeven moment raak je overvraagd’, is de multimedia ervaring van Wereldomroep/ NOS. verslaggever Hans Jaap Melissen. ‘Van huis uit ben ik radiojournalist. Ik ging webschrijven, foto’s maken en later volgden video’s. Het kan niet allemaal tegelijk, maar als ik dit aangeef en het afrem, ben ik een boef. Uiteindelijk zat ik de hele dag in een hotelkamer producten te versturen. Verschillende eindredacteuren wilden hun verhaal en terwijl ik daar zat had ik meerdere verhalen kunnen maken. Daarnaast is de werkwijze bijna onbeschoft tegenover mijn bronnen. Ik kan het niet van de geïnterviewde verlangen om – voor al die media – zoveel tijd te vragen voor mijn verhaal.’ Webloggen, radio-items monteren, televisiemaken en fotograferen. ‘De NOS heeft nooit gedacht dat één journalist dit allemaal tegelijk zou moeten kunnen’, zegt plaatsvervangend hoofdredacteur Marcel Gelauff van NOS Nieuws.

‘Een journalist kan vaak niet voor één verhaal continu verschillende media bedienen. Niet iedereen beheerst de per medium vereiste technieken. Multimediaal is de kern van wat wij doen, maar op de redactie wordt intensief samengewerkt. Soms doet een journalist radio en televisie, soms alleen televisie. Journalisten moeten multimediaal denken. Maar hoeven niet per se voor meerdere media te produceren.’ Eén journalist die voor drie platforms een onderwerp uitwerkt. Bij de NOS laten de deadlines het niet toe. De nieuwsredactie kent dan ook een scheiding in radio-, televisie- en internetredacties. Afhankelijk van de persoonlijke voorkeur werkt iemand voor meerdere mediatypen, aldus Gelauff.

Multimediaal denken? Ja. En afhankelijk van de situatie kan een journalist in meerdere media produceren. Een verslaggever zonder fotografie- ervaring kan wellicht alsnog fotograferen naast zijn schrijfwerk. Alleen beperken zijn foto’s zich – vanwege de mindere kwaliteit – tot het web. Of iemand heeft ‘een radiohoofd en is daarmee niet geschikt voor televisie’, zoals Van Gessel van BNR zegt.

Hemmy van Rhenen, redacteur van De Stentor, was meteen enthousiast toen hij de kans kreeg multimediaal te werken. Tweeëneenhalf jaar terug bood de hoofdredactie van de krant – met destijds dertien regionale uitgaves – haar ongeveer 135 verslaggevers een Nokia N95 aan. Met deze telefoon kan Van Rhenen zowel filmen als fotograferen. ‘Eerst kon je uit vrije beweging intekenen. Ik vond het meteen leuk dus heb mij aangemeld. Nu moet de hele redactie met het apparaat op pad.’

Weinig professioneel begon hij als multimedia journalist. Zo blijkt uit zijn woorden. ‘Ik maakte één lange opname. Als de geïnterviewde een fout maakte moest het hele filmpje opnieuw.’ Sinds afgelopen zomer – dankzij een cursus – leerde Van Rhenen dat hij meer beelden moet schieten. Zodoende kan de internetredactie het filmpje monteren.

‘Als het kan’, zegt Van Rhenen, ‘moet je als schrijvend journalist het fotograferen uitbesteden. Vanwege bezuinigingen mag het vaak niet, maar soms is het ook ideaal om zelf de foto te maken. Gebeurt iets in het heetst van de strijd, dan moet niet 45 minuten later een fotograaf komen opdraven. Voor grotere foto’s bij grote producties schakelen we wel een beroepsfotograaf in.’

Multimedia kent soms zijn grenzen: bij Stentor TV zitten gespecialiseerde camerajournalisten. Maar ‘iedereen die wil kan met een half jaar redelijk leren filmen’, zegt multimedia journalist Emiel Elgersma. Behalve een opleiding journalistiek volgde hij de studie Interaction Design. Hierdoor is hij naar eigen zeggen prima in staat multimediaal te werken; hij heeft de techniek in de vingers.

Om jezelf niet overhoop te werken moet je keuzes maken, zegt hij. ‘Ik ging voor een productie naar Moldavië. Toen koos ik ervoor mij op audio en tekst te concentreren. Je moet altijd de best mogelijke kwaliteit leveren. Aangezien je als multimediajournalist met bijvoorbeeld fotografen of schrijvers concurreert. Het kan zijn dat je minder verhalen kan maken omdat je moet fotograferen. Aan de andere kant: je kan een videoreportage aanvullend maken op je geschreven verhaal.’

Van onbeschoft gedrag omdat je door je multi-  mediale werkwijze meer tijd van je bron vraagt, wil Elgersma niks weten. ‘Mensen zijn vaak blij dat je komt en vinden het meestal fijn als je wat langer blijft. Als ze jou een persoonlijk verhaal vertellen en je na een half uurtje zegt: “Bedankt voor het verhaal, ik ga weer”, wie is er dan onbeschoft?’

Over tien jaar zijn er minder single media journalisten, zegt Erik van Heeswijk, hoofd digitaal van de VPRO en verbonden aan het project de Beagle – dat met publicaties op televisie, radio en internet (facebook, website) een samenhangend multimediaal project is. ‘Vroeger maakte de journalist het verhaal en bepaalde de uitgever het medium. Anno 2010 zijn journalisten meer uitgever geworden. Zij moeten in de verschillende disciplines denken. Voor welke media produceer ik en hoe zorg ik voor interactie met mijn publiek? De verslaggever met affiniteit in diverse media, heeft een voorsprong.’

Van Heeswijk wil dat zijn journalisten voor meerdere media produceren. ‘Een cameraman die een filmpje schiet, is bezig met het verhaal en daardoor ingeleefd. Laat je een gespecialiseerde webredacteur het artikel schrijven, dan wordt het niet per se beter. Maar soms is een cameraman gewoon een cameraman.’

Behalve multimediaal, moet het crossmediale denken – het naar elkaar laten verwijzen van ingezette media – aan aandacht winnen, vindt Van Heeswijk. ‘Bij de Beagle moeten verschillende media zodanig naar elkaar doorverwijzen dat ze synergie creëeren. Verhalen op televisie worden online voortgezet en andersom. Je laat op televisie een radioverslaggever zien en verwijst subtiel door naar de radiouitzending van deze reporter. Of op televisie is een verhaal over de visstand. Verwijs tijdens dit verhaal naar het online interview met de scheepskok.’

Opleidingen leiden nog teveel specialisten op, aldus Van Heeswijk. ‘Het is belangrijk dat studenten diverse media niet als afzonderlijke onderdelen zien. Maar als een scala aan platforms die naar elkaar verwijzen, waarop je een verhaal vertelt. Studenten kunnen met diverse media werken en denken: “Dat komt wel goed.” Maar dat is niet zo.’

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee