De / het speerpunt
In de letterlijke betekenis '(de) punt van een speer' is 'speerpunt' een de-woord; we spreken immers van 'de punt' als we 'scherp uiteinde, spits' bedoelen. Maar 'speerpunt' heeft ook een figuurlijke betekenis: 'leidend element, kwestie met veel prioriteit', zoals in de zin 'Winst maken is de/het speerpunt van ons beleid.' In die betekenis (die een stuk nieuwer is) gaat de voorkeur steeds meer uit naar 'het speerpunt'. Dat sluit aan bij bestaande combinaties als 'agendapunt', 'hoofdpunt', 'aandachtspunt', 'punt van overweging' en 'een gevoelig punt': daarin betekent 'punt' zoveel als 'kwestie, zaak' of 'onderdeel, item', en dan is het een het-woord. Vreemd genoeg is in veel recente woordenboeken 'het speerpunt' niet opgenomen. Een positieve uitzondering is het Praktijkwoordenboek Nederlands van Van Dale, dat bij deze betekenis "speerpunt [de, het]" vermeldt. Een enigszins vergelijkbaar geval is 'de/het mespunt'. Strikt genomen zouden we 'de mespunt' moeten zeggen, omdat het gaat om 'de punt van een mes', maar 'het mespunt' is - als hoeveelheidsaanduiding - de gebruikelijkste vorm: 'Voeg het mespunt zout toe.'


Praat mee
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.