— zaterdag 5 mei 2012, 15:10 | 0 reacties, praat mee

De heilige feiten rond de moord op Pim Fortuyn

Tomas Ross en Theo van Gogh deden kort na de moord op Pim Fortuyn onderzoek naar zijn dood en kwamen tot de conclusie dat het om een ‘geniaal complot’ ging. De pers wilde daar niet aan zodat zij het ‘in arren moede’ maar in faction zochten. Van Gogh met zijn film ‘06/05’ en Ross met het boek ‘De Zesde Mei’. Ongeloof en hoon was hun deel. Maar tien jaar later zijn er nog steeds veel onbeantwoorde vragen. Dat moeten ook een paar collega’s voorzichtig erkennen.

Comment is free but facts are sacred’, schreef C.P.Scott, hoofdredacteur van The Guardian bijna een eeuw geleden. Al in het allereerste jaar van de Utrechtse School voor de Journalistiek (1966) twijfelde ik aan dat dogma. Want in de praktijk kwam die zo ethisch bedoelde leuze er gewoon op neer dat je je eigen mening voor je diende te houden. De journalist als notulist.

Inmiddels is er goddank veel veranderd, ten goede en ten kwade. Hoe je dat comment ook definieert, het heeft ons zowel de Story als Jannetje Koelewijn in Lech opgeleverd. Alsmede fraaiere staaltjes van creatieve onderzoeksjournalistiek waarbij het vooral om de verklaring (comment) van de feiten gaat, voor mijn part de óntheiliging ervan want zo sacred zijn ze vaak niet, leert de geschiedenis. Sterker, ze ontbreken nogal eens want het gaat dikwijls om zaken waarbij de facts, al dan niet verdonkeremaand, zo schaars zijn dat je comment ­speculatief wordt en je het risico loopt een tweede Micha Kat te worden.
Free comment is vanzelfsprekend alleen maar plausibel als het door voldoende feiten wordt onderbouwd. Over wat ‘voldoende’ is valt te twisten maar bij twijfel kun je je heil altijd nog zoeken in zogenaamde faction die desondanks weer verdomd plausibel kan zijn – zie bijvoorbeeld Truman Capote’s nooit geëvenaarde boek ‘In Cold Blood’ (1966) of Alan J. Pakula’s film ‘All the Presidents Men’ (1976).

Enkele weken na de moord op Pim Fortuyn beschikten Theo van Gogh en ik over zo veel feiten dat ons comment niet anders kon luiden dan dat het om een geniaal complot ging. De pers, van Het Parool tot Nova en Vrij Nederland, wilde er niet aan zodat ook wij het in arren moede maar in faction zochten. Theo in de film ‘06/05’ en ik in het boek ‘De Zesde Mei’ waarop die film was gebaseerd. Ongeloof en hoon was ons deel.

Maar zelfs nu, tien jaar later, echoot de conclusie uit ‘All the Presidents Men’ nog na in je oren: ‘De waarheid van deze zaak is dat we hier te maken hebben met kerels die niet zo snugger zijn’. Het had evengoed op de Nederlandse pers kunnen slaan in die dagen die volgden op 6 mei 2002.

De zesde kogel
De dag na 6 mei komt Theo rood aangelopen mijn kantoortje binnen met De Telegraaf. Op de voorpagina de foto van Robin Utrecht waarop de stervende (al overleden?) Fortuyn op de parkeerplaats in het Mediapark, een bebloede doek tegen de gave, kale schedel. Even tevoren had Volkert van der Graaf hem op nog geen halve meter van achteren beschoten, ten minste één dodelijk schot in de hersenen. Vandaar die bebloede doek.

Van Gogh was gebeld door wapenhandelaar Pistolen Paultje (PP), niet de meest betrouwbare bron, maar wel als het om vuurwapens ging. PP wist bijvoorbeeld al dat het om een kaliber 9 mm ging. En volgens hem had op zo’n korte afstand de schedel van Fortuyn zwaar beschadigd moeten zijn: ‘Pims hersenen hadden er naast moeten liggen!’

Een dag later blijken andere foto’s minstens even intrigerend. De eerste opnieuw van Fortuyn, nu dood, om hem heen de recherchebordjes waar de hulzen uit Volkerts’ pistool zijn gevallen. Vijf op zo’n meter afstand van het lichaam maar één veel verder, zeker tien meter bij een elektriciteitshuisje. Onmogelijk, bij het vuren springt de huls hooguit anderhalve meter uit het wapen. Fact.

Twee wapenexperts annex oud-scherpschutters bevestigen de onmogelijke locatie van de zesde huls. Beiden vinden het bovendien ongeloofwaardig dat een ongeoefend schutter als Volkert binnen één minuut zes maal schoot, waarvan, al was de afstand kort, vijf maal raak. Alleen al de terugslag van het wapen maakt dat vrijwel onmogelijk. Even raadselachtig is het dat één kogel ‘te verminkt’ zou zijn om te concluderen dat hij uit ­Volkerts pistool kwam.

Comment: de locatie van de verst verwijderde huls duidt op een andere schutter. Maar het zou kunnen dat Volkert op zijn vlucht, dan wel zijn achtervolger, Fortuyns chauffeur Hans Smolders, de huls per ongeluk verder heeft geschopt. Desondanks, zegt een van de experts, een oud-rechercheur, moet er gezien Fortuyns gave schedel wél van grotere afstand zijn geschoten, bijvoorbeeld met een geweer. En dan niet van achteren want dan zou Fortuyn niet op zijn rug maar voorover liggen. Godsamme. De zesde kogel? Het klinkt behoorlijk para­noïde maar we kennen dan nog niet het schouwrapport van de patholooganatomen.

‘En de huls? Want die moet dan van een ander type zijn toch?’ ‘Simpel. Een professional heeft een hulzen­vanger.’

In sommige interviews met getuigen is sprake van een man in overall die op het dak van het elektriciteitshuisje zat en direct na de moord was verdwenen. We kunnen dat niet bevestigd krijgen. Wél zeggen sommigen die bij Fortuyn stonden, onder wie zijn manager Albert de Booy, het LPF aspirant-Kamerlid Firous Zeroual en zijn interviewer Ruud de Wild dat Fortuyn al door zijn knieën zeeg vóór Volkert begon te schieten. Geen fact. Nog niet tenminste. 

Vluchtroute
Rondom Fortuyn stonden zeven mensen, in totale paniek. Smolders was als eerste bij zijn positieven en rende achter Volkert aan die met getrokken pistool het Mediapark in vluchtte.

Vreemd, vinden we. Want als Volkert toen terug was gerend naar de bosjes waarin hij zich had verstopt, had hij binnen enkele seconden over het hek kunnen klauteren dat het Mediapark daar toen scheidde van de Insulindelaan. Dan had hij tussen het stapvoets rijdende verkeer naar zijn Toyota in de aangrenzende Borneolaan kunnen hollen en binnen twee minuten weg zijn geweest. Daarentegen rende hij naar het gebouw van VPRO/Vara/NTS. Nogal link want met het pistool in de hand op het moment dat veel omroepmedewerkers het Mediapark verlieten en hem dus zagen. Smolders, die hem op de hielen zat was zo alert om 112 te bellen, waarop even later een alarm klonk terwijl Volkert langs het gebouw van de RVU naar een andere uitgang rende. Daar aarzelde hij, kennelijk in de war, richtte zijn pistool op Smolders, en holde pas toen naar zijn auto. Te laat om er mee weg te komen want inmiddels zat er ook een gealarmeerde surveillanceauto achter hem aan. Dus rende hij verder tot hij bij de T-splitsing met de Lage Naarderweg linksaf sloeg en bij het benzinestation werd gearresteerd, vijf minuten na de moord. Facts.

Waarom die omweg naar zijn auto?

Comment: Hoewel Volkert wist dat Fortuyn geen bodyguards had – hij was niet voor niets al op het Mediapark toen Fortuyn aankwam – moet hij er rekening mee hebben gehouden dat de portiers bij de hoofdingang, vlakbij de plaats delict, na de schoten in actie zouden komen. De kans dat de Toyota, op nog geen honderd meter hemelsbreed van die plaats delict, zou worden tegengehouden was dan allerminst denkbeeldig. Een vluchtauto met een kompaan bij de andere uitgang was veel ‘strategischer’. De file achter hen zou in hun voordeel werken, na twintig meter is er een zijweg die hen binnen een minuut via een stille woonwijk naar ’s Graveland zou voeren. Maar de kompaan raakte in paniek toen het alarm klonk en maakte dat hij wegkwam. En vandaar Volkerts verwarring.

Hondenbrigade
Op een andere foto in de krant zien we Volkert geknield na zijn arrestatie bij het Texaco benzinestation. De foto werd zes minuten na de moord gemaakt, om 18.12 uur. In de tekst is sprake van tenminste vier politiewagens en zeker zestien gewapende agenten in kogelvrije vesten met aangelijnde honden. Een maandag om 18.12 uur. Spitsuur in Hilversum. De ambulance was er nog niet eens. Waar kwamen die vier wagens en zestien politiemannen zo snel vandaan?

En, dat weet ík weer als scenarist van een politieserie: Hilversum hééft geen hondenbrigade!

Theo belt met het hoofdbureau. Het is moeilijk voorstelbaar maar hij oogt als Robert Redford alias Bob Woodward, rokende Gitane in een mondhoek. ‘Mijn naam is Theo van Gogh. Ik wil graag de hoofdcommissaris (HC) spreken in verband met de moord op Fortuyn.’ En verdomd, de HC aan de lijn. De honden, zegt hij na een korte stilte, kwamen van de Franse Kamp bij Bussum, ongeveer vijf kilometer van het Mediapark, één minuut nadat Fortuyn werd neergeschoten. ‘Binnen vijf minuten?’ ‘Binnen vijf minuten.’ Dan zaten die honden zeker al achter het stuur, zeggen we ongelovig tegen elkaar.

Facts: bij het benzinestation stonden gewapende politiemensen met honden klaar om hem op te vangen. Hoe wisten ze dat Volkert er aan kwam want de surveillancewagen zat nog geen minuut achter hem aan! En zelfs al zou de hoofdcommissaris gelijk hebben en waren die politiemensen binnen vijf minuten vanaf de Franse Kamp bij het Mediapark, dan nog – waarom daar?

Eerder al, even na vieren, zagen buurtbewoners in de Borneolaan hoe drie (!) parkeerwachten Volkerts Toyota inspecteerden. De neus van de auto in de richting van het benzinestation.

Mobiele eenheid
Via Theo’s site ‘De Gezonde Roker’ krijgen we een filmpje van een man die iets verderop vier overvalwagens van de ME filmde. De registratienummers geven aan dat ze uit Purmerend/ Waterland komen. We krijgen als officiële verklaring dat de wagens op de terugweg waren na een oefening op de Veluwe. Dat kan. Maar van de A1 binnen vijf minuten tijdens spitsuur bij het Mediapark?

Comment: Ze wisten dat hij er aan kwam al hebben ze aanvankelijk, precies zoals wij, geredeneerd: na de aanslag zal hij zo snel mogelijk met zijn auto weg willen. Ze hebben niet geweten van de vluchtauto maar dan nog. Als Vol­kerts kompaan niet in paniek was geraakt, zouden ze hem alsnog later hebben gepakt. En als hij in de Toyota op de T-splitsing rechtsaf was geslagen, waren ze achter hem aangegaan. Maar nu hij te voet links afsloeg, hoefden ze hem alleen maar op te wachten.

Schootsrichting

Facts: Niet veel later lezen we het rapport van de twee patholooganatomen die die avond Fortuyns lijk schouwden. Ze concludeerden dat Fortuyn geraakt werd door vijf kogels van het kaliber 9 mm. Dat klopt dus. Eén kogel raakte Fortuyn in de hals. De uitschotwond linksvoor. Ook dat klopt, Volkert beschoot hem immers van achteren. Dat geldt eveneens voor de twee kogels die hem in de rug troffen, beide uitschotopeningen links voor in de borst.

Maar dan: ‘Eén kogel in het hoofd. Het schedelbot is beschadigd en er zit een kogel diep in de hersenen. De vermoedelijke schootsrichting is van voor naar achteren. En: een tweede beschadiging van het schedelbot en botsplinters in de hersenen. De vermoedelijke schootsrichting is van voor naar achteren.

In de later uitgegeven verklaring ontbreken de zinsneden ‘van voor naar achteren’.

Comment: Volkert schoot van achteren, alle uitschotwonden moeten dus logischerwijze aan de voorzijde van zijn hoofd en lichaam zitten! Fortuyn zou – ook al eerder gezegd – dan voorover hebben moeten klappen maar ‘zeeg in elkaar’ en lag – de eerste foto – languit op zijn rug. Iemand, niet Volkert, moet hem van grotere afstand en van voren hebben beschoten. Als er desondanks vijf kogels doel troffen, moet Volkert niet één, maar drie maal mis hebben geschoten – veel logischer, zoals de experts zeggen.

BVD en JSF
Tenslotte. Voorjaar 2003 bracht de commissie-Van der Haak rapport uit over de moord en met name over de vraag of Volkert hem gepleegd zou hebben als Fortuyn van overheidswege zou zijn beveiligd (wat hem werd geweigerd). Het antwoord luidde ontkennend. Uiterst vreemd omdat Volkert zelf had verklaard het in dat geval niet te hebben aangedurfd. In het rapport staat een transscriptie van een door de recherche afgeluisterd telefoontje tussen iemand in Harderwijk (woonplaats van Volkert) en Wageningen (kantoor van zijn stichting Milieu Offensief). Twee mannen overleggen dat ‘de klootzak’ moet worden gedood. Het telefoontje werd in opdracht van de toenmalige BVD getapt, op 8 januari 2002, vier maanden voor de moord op Fortuyn. Volkert werd toen al jaren afgeluisterd, net als een vriend, verdacht van de moord op een milieuambtenaar in december 1996.

Fact: Fortuyns LPF zou vrijwel zeker die zomer de verkiezingen winnen. Fortuyn was tegenstander van de JSF, een miljardenproject van groot belang voor het bedrijfsleven en met name ook voor Defensie.
Comment: de BVD wist vanaf die 8e januari dat Volkert het plan had iemand te vermoorden. Het kan, gezien zijn voorbereidingen, niet moeilijk zijn geweest erachter te komen dat het om Fortuyn ging.

Fortuyn die met zijn LPF een nuisance was. Van der Graaf, een ongeoefend schutter met een missie, kreeg er die 6e mei, onwetend, voor alle zekerheid een scherpschutter bij. De man op het elektriciteitshuisje. Dat daar geen andere sporen dan mogelijk die ene huls van werden gevonden, is dan ook allerminst vreemd: de onderzoeker was immers de opdrachtgever.

Aldus was Volkert de perfecte zondebok. Wat dat betreft kreeg Fortuyn, die zich zo graag spiegelde aan John F. Kennedy, zijn zin. Want wie gelooft er nog dat Lee Harvey Oswald Kennedy doodde?
En nóg iets: als ons comment op basis van de sacred facts wáár is, dan heeft Volkert Fortuyn dus níet vermoord maar ‘slechts’ op diens lijk geschoten! Wat zou de strafmaat dan zijn geweest?

Alle genoemde feiten zijn controleerbaar, sacred. Er is desondanks niets mee gebeurd afgezien van veel verdergaande samenzweringstheorieën op duistere internetpagina’s die als bekend doorgaans een tegengesteld effect hebben. Ook nu, tien jaar na dato, tot nu toe geen woord erover in alle artikelen waarin Fortuyn wordt herdacht. Slechts één kort statement in NRC Handelsblad dat er een speciale bijlage (28-29 april) aan wijdde. Fortuyns manager Albert de Booy die toen vlakbij hem stond: ‘Ik hoorde twee zachte knallen. Een klapperpistooltje leek het…’

Twee zachte knallen? Uit een pistool dat op nog geen halve meter van je vandaan wordt afgevuurd?

Je trommelvliezen scheuren.

Hadden we maar een Bernstein & Woodward!

Bekijk meer van

platform makers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.