Bankier krijgt opslag, de journalist ontslag
Journalisten en bankiers kunnen hun hand overspelen. Op straffe van vertrouwensverlies. Ze kunnen ook van elkaar leren. Journalisten meer van bankiers dan omgekeerd, concludeert Dolf Dukker. Wat weerhoudt dagbladen ervan te gaan nieuwsbankieren? Stel je voor dat er op de voorpagina van een kwaliteitskrant een bedrieglijk financieel onzinverhaal staat. Niet per vergissing. Nee, welbewust met medeweten van de hoofdredactie. Wat betekent dit voor de rest van de inhoud? Dat ene stuk maakt de hele krant onbetrouwbaar. Hoe goed en gedegen de overige artikelen ook zijn. Voorlopig gelooft niemand er meer in.
Om dezelfde reden bleef de kredietcrisis niet beperkt tot problemen met Amerikaanse hypotheken. Het immanente medeweten van de mondiaal vervlochten banksector tastte wereldwijd de waarde aan van iedere vorm van kapitaal waarover de banken zeggenschap hadden. ‘Geld is informatie. Als het vertrouwen in die informatie afneemt, verdwijnt het geld als sneeuw voor de zon’, schreef ik eind januari 2008 in Villamedia, ruim een half jaar voor de internationale escalatie van de crisis. ‘Binnen een week was de liquiditeit verdwenen’, getuigde de vroegere financiële topman van ING Cees Maas later bij Pauw en Witteman.
Journalistiek en bankieren hebben meer met elkaar gemeen dan we denken. ‘Follow the money’, is het adagium voor journalisten die willen achterhalen hoe intriges in elkaar steken. Banken doen niks anders. Zij zijn de bedding van nagenoeg alle geldstromen.
Uitvoeriger en grondiger dan journalisten houden bankiers zich bezig met het verzamelen en analyseren van content. Als hoofdredacteur van het vroegere NMB Bankblad stond ik versteld van de onverzadigbare honger van de bank naar informatie. Vooral over grote vraagstukken. Hoe groter en ingewikkelder hoe waardevoller.
‘Problemen zijn er om geld aan te verdienen’, is een uitspraak van een NMB-topman die me altijd is bijgebleven. Op zoek naar winstkansen verzamelen banken continu gegevens over alle bestaande en mogelijke toekomstige problemen - waar ook ter wereld. Alle functionele aspecten van de mondiale samenleving zijn van belang. Want er kan een moment aanbreken waarop die verzamelde content geld waard wordt. Na de val van de muur in 1989 had ik binnen een week analyses op mijn bureau van nieuwe zakelijke mogelijkheden voor Nederlandse ondernemers in de Oostbloklanden.
Over één ding zijn journalisten en bankiers het eens. Alles draait om vertrouwen, zeggen ze. Journalisten worden er per publicatie op afgerekend. Maar bankiers? Waaruit blijkt dat zij hun klanten werkelijk serieus nemen? Hoe vertrouwenwekkend zou het niet zijn - juist nu - als de gezamenlijke banken een leerstoel financiële journalistiek sponsorden? Waarom niet een speciaal opleidingscentrum opgericht? Het zal niet gebeuren. Banken houden in principe alle fundamentele kennis en informatie voor zichzelf. Het is hun intrinsieke kapitaal.
Daarom krijgen bankiers zulke hoge bonussen. Geld kun je in een kluis stoppen. Mensen niet. De hoogte van de bonus substitueert de dikte van de kluisdeur. De bonussen moeten voorkomen dat de topmedewerkers, dit wil zeggen de absolute financiële whizzkids, hun kennis elders te gelde maken.
Het enige dat een journalist met nieuws- en achtergrondverhalen doet, is publiceren. Te grabbel gooien, is eigenlijk beter gezegd. Want na publicatie mag iedereen ermee doen wat hij wil.
Vergeleken met de gretige hebberigheid die banken bij het verzamelen en evalueren van informatie tentoonspreiden, is het simpelweg spuien van vaak moeizaam vergaarde nieuwsfeiten door de media je reinste verspilling. Daarom krijgen bankiers bonussen en journalisten ontslag als het even tegenzit.
Uitgevers en journalisten hebben onvoldoende besef van de waarde die informatie kan hebben. Daar zijn banken goed in. Bankiers zijn experts in het valoriseren van content. Het is waar, ze hebben hun hand overspeeld. Maar dat gebeurt altijd als je een partij ongehinderd z’n gang laat gaan. Het neemt niet weg dat journalisten en uitgevers veel van bankiers kunnen leren. Omgekeerd kunnen financieel bijgeschoolde journalisten een nieuwe crisis helpen voorkomen.
Wat weerhoudt dagbladen ervan om zelf te gaan bankieren? Waarom het afsluiten van een abonnement niet opgewaardeerd tot het openen van een nieuwsbankrekening?
Door nieuwstegoeden te creëren krijgt de krant extra inkomsten, in ruil waarvoor de lezer/investeerder een beter - en hoogwaardiger - op zijn wensen afgestemd nieuwsaanbod zal moeten krijgen. Wie wil Wat weten en Waarom? Wanneer en Hoe leveren de antwoorden op deze vragen het hoogste rendement op? Dat is het devies van nieuwsbankieren. Volgens deze herformulering van de journalistieke kernvragen zal de journalist zich er veel sterker van bewust moeten zijn voor wie hij schrijft.
Nieuws is het hoogste goed dat de media te bieden hebben. De nieuwsbankrekeninghouder wil zo snel mogelijk worden geïnformeerd over ontwikkelingen en gebeurtenissen die hem aangaan. Snelheid is maatgevend in de nieuwsvoorziening. Een paar uur eerder dat ene cruciale bericht toegemaild krijgen, daar gaat het om. Dat is private nieuwsbankieren op z’n slagvaardigst.
Daarnaast zouden ‘informatiebanken’ zich kunnen toeleggen op het ontwikkelen van aanvullende, innovatieve informatieproducten.
Het heeft even geduurd voordat de boeren van melk kaas leerden maken. Inmiddels puilen de zuivelschappen uit van honderden verschillende melkproducten. Evenzo valt er met nieuws meer te doen dan alle bij elkaar gemolken wetenswaardigheden elke dag opnieuw in één format gieten. Toekomstige generaties journalisten zich zullen erover verbazen dat de huidige lichting zo weinig wist te doen met zo veel mogelijkheden. Terwijl miljoenen internetters het net afspeuren op zoek naar antwoorden op ontelbare vragen, kijkt de journalist in z’n krantje of zijn stuk er wel mooi in staat. En houdt daarmee z’n bijdrage aan de dagelijkse nieuwsvoorziening voor gezien.
De waarde van een krant zit in het netwerk van lezers, relaties, informanten en adverteerders – kwantitatief en kwalitatief. De verandering van passieve abonnees in actieve rekeninghouders verhoogt de kwalitatieve waarde van het netwerk. De informatieve wisselwerking zal toenemen. Meer van hetzelfde is niet interessant. Het zal afgelopen zijn met het kuddegedrag van journalisten. Einde oefening ook voor de bladenbehanger Rob van Vuure. Van ‘lingeriedenken’ wordt niemand wijzer.
Omdat nieuws uit niet-formele bronnen per definitie schaars en dus extra waardevol is, krijgt vrije nieuwsgaring automatisch voorrang boven het overschrijven van persberichten en het napapegaaien van voorlichters. Opwaardering van de vrije nieuwsgaring betekent bovendien meer werk. Na jarenlange verschraling krijgt de journalistieke diversificatie van de dagbladen een frisse impuls.
Journalisten huiveren bij elke financiële inmenging in hun beroepsuitoefening. Zij zien één realiteit over het hoofd: in feite bestaat nieuwsbankieren al. Kijk maar eens hoe financieel uitgekiend het ANP te werk gaat. Het ANP laat zich overal voor betalen, voor het (leren) maken van persberichten, het verzamelen en distribueren van informatie, en voor de afname ervan. En toch heeft het ANP de status van onafhankelijk en objectief persbureau weten te behouden. Heel knap.
De deelname van NPM Capital in het ANP gaat nog een stap verder in de bedrijfseconomische toepassing van nieuwsbankieren. Het ANP is de perfecte communicatieschakel tussen de veelzijdige belangen van NPM Capital en de buitenwereld.
Misschien moet de nieuwe hoofdredacteur van de NRC eerst maar eens ‘n tijdje stage lopen bij het ANP.


Praat mee
1 reactie
Kees Cornelder, 5 mei 2010, 17:55
Het is net als met het sociaal-economische model wat in de VS vrij normaal is: hier leven hoog opgeleide intellectuelen op bijstandsniveau (of nog minder) terwijl de patat-fritesboer op de hoek multimiljonair is.